De Uitspraak: mag de huisarts een suikerzieke chauffeur verbieden een bus te besturen?
Mag een huisarts een ernstig suikerzieke, slechtziende buschauffeur met gevoelloze voeten verbieden een touringcar te besturen? Of is een advies genoeg? Met commentaar van NJB-medewerkers en hoogleraren gezondheidsrecht Johan Legemaate (Amsterdam) en Aart Hendriks (Leiden).
De Zaak. Een patiënt klaagt zijn huisarts bij het tuchtcollege aan wegens wanprestatie, nalatigheid en ondeskundigheid. De arts heeft de patiënt verboden aan het verkeer deel te nemen omdat zijn glucose gehalte zeer hoog is.
Wat is er gebeurd? De huisarts heeft een diabetes patiënt, een buschauffeur opgeroepen voor een controle. De uitslag was zo verontrustend dat hij de man acuut doorverwees naar een internist en hem verbood een geplande reis naar de Ardennen met een touringcar vol passagiers te gaan maken. De huisarts vermoedde dat het netvlies in het rechteroog van de chauffeur door diabetes is beschadigd. Ook klaagt de patiënt over zijn voeten. Diabetes kan tot gevoelloze voeten leiden. Voordat hij de patiënt een rijverbod gaf, vroeg de huisarts advies aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
Hoe gedroeg de patiënt zich?
De patiënt „stond afwijzend tegenover” het innemen van medicatie. Hij had volgens de dokter geen inzicht in zijn ziekte en bleef regelmatig weg bij de controles. Het gesprek waarin de huisarts hem autorijden verbood verliep in een ruzieachtige sfeer. De huisarts schrijft in zijn journaal achteraf dat het ‘communicatief beter had gekund’. En dat hij er geen bezwaar tegen heeft als de chauffeur een andere arts zoekt. Maar hij vindt dat hij in het belang van de patiënt en de touringcarpassagiers handelde.
Hoe was de chauffeur er precies aan toe? De chauffeur lijdt aan diabetes mellitus, ook wel suikerziekte geheten. Zijn bloedglucosespiegel op het spreekuur in nuchtere staat was 17,8 mmol/l Een gezonde waarde ligt tussen de 4 en de 5.6 Bij waarden tussen de 6 en de 11 (niet nuchter) wordt van diabetes gesproken. De huisarts constateerde ‘sterke ontregeling’ van het bloedsuiker. De chauffeur slikt al maanden de voorgeschreven medicijnen (glimeperide) niet meer en klaagt ‘heel erg’ over zijn voeten. Met een zogeheten fundusfoto stelt de arts retinopathie, een beschadiging van het netvlies in het rechteroog vast. Hij schrijft de patiënt insuline voor en stuurt hem naar de internist waar hij een dag later terecht kan.
Welke maatstaf legt het tuchtcollege aan?
Is de arts gebleven binnen de grenzen van „een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap en de geldende norm of standaard in de beroepsgroep”.
En? Ja, de dokter deed het (bijna) helemaal goed. Hij heeft zorgvuldig gehandeld en zich behalve voor de patiënt ook voor de passagiers en andere weggebruikers verantwoordelijk gevoeld. Bellen met het CBR was ook een juiste stap. Maar er is ook kritiek. „Door klager een zogenaamd rijverbod op te leggen, heeft (de huisarts) te zware bewoordingen gekozen”. Hij had „beter kunnen volstaan met een advies.” De chauffeur wist immers al langer dat zijn bloedsuikerspiegel sterk wisselden „wat de verklaring hiervan ook moge zijn”. De huisarts voldeed wel aan de eisen die aan een ‘redelijk handelend arts’ worden gesteld.
De uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle (13 jan. 2011) is hier te lezen.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding
