Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: mag de huisarts een suikerzieke chauffeur verbieden een bus te besturen?

Mag een huisarts een ernstig suikerzieke, slechtziende buschauffeur met gevoelloze voeten verbieden een touringcar te besturen? Of is een advies genoeg? Met commentaar van NJB-medewerkers en hoogleraren gezondheidsrecht Johan Legemaate (Amsterdam)  en Aart Hendriks (Leiden).

De Zaak. Een patiënt klaagt zijn huisarts bij het tuchtcollege aan wegens wanprestatie, nalatigheid en ondeskundigheid. De arts heeft de patiënt verboden aan het verkeer deel te nemen omdat zijn glucose gehalte zeer hoog is.

Wat is er gebeurd? De huisarts heeft een diabetes patiënt, een buschauffeur opgeroepen voor een controle. De uitslag was zo verontrustend dat hij de man acuut doorverwees naar een internist en hem verbood een geplande reis naar de Ardennen met een touringcar vol passagiers te gaan maken. De huisarts vermoedde dat het netvlies in het rechteroog van de chauffeur door diabetes is beschadigd. Ook klaagt de patiënt over zijn voeten. Diabetes kan tot gevoelloze voeten leiden. Voordat hij de patiënt een rijverbod gaf, vroeg de huisarts advies aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Hoe gedroeg de patiënt zich?

De patiënt „stond afwijzend tegenover” het innemen van medicatie. Hij had volgens de dokter geen inzicht in zijn ziekte en bleef regelmatig weg bij de controles. Het gesprek waarin de huisarts hem autorijden verbood verliep in een ruzieachtige sfeer. De huisarts schrijft in zijn journaal achteraf dat het ‘communicatief beter had gekund’. En dat hij er geen bezwaar tegen heeft als de chauffeur een andere arts zoekt. Maar hij vindt dat hij in het belang van de patiënt en de touringcarpassagiers handelde.

Hoe was de chauffeur er precies aan toe? De chauffeur lijdt aan diabetes mellitus, ook wel suikerziekte geheten. Zijn bloedglucosespiegel op het spreekuur in nuchtere staat was 17,8 mmol/l Een gezonde waarde ligt tussen de 4 en de 5.6 Bij waarden tussen de 6 en de 11 (niet nuchter) wordt van diabetes gesproken. De huisarts constateerde ‘sterke ontregeling’ van het bloedsuiker. De chauffeur slikt al maanden de voorgeschreven medicijnen (glimeperide) niet meer en klaagt ‘heel erg’ over zijn voeten. Met een zogeheten fundusfoto stelt de arts retinopathie, een beschadiging van het netvlies in het rechteroog vast. Hij schrijft de patiënt insuline voor en stuurt hem naar de internist waar hij een dag later terecht kan.

Welke maatstaf legt het tuchtcollege aan?

Is de arts gebleven binnen de grenzen van „een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap en de geldende norm of standaard in de beroepsgroep”.

En? Ja, de dokter deed het (bijna) helemaal goed. Hij heeft zorgvuldig gehandeld en zich behalve voor de patiënt ook voor de passagiers en andere weggebruikers verantwoordelijk gevoeld. Bellen met het CBR was ook een juiste stap. Maar er is ook kritiek. „Door klager een zogenaamd rijverbod op te leggen, heeft (de huisarts) te zware bewoordingen gekozen”. Hij had „beter kunnen volstaan met een advies.” De chauffeur wist immers al langer dat zijn bloedsuikerspiegel sterk wisselden „wat de verklaring hiervan ook moge zijn”. De huisarts voldeed wel aan de eisen die aan een ‘redelijk handelend arts’ worden gesteld.

De uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle (13 jan. 2011)  is hier te lezen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding

Geplaatst in:
Tuchtrecht
Lees meer over:
arts

13 reacties op 'De Uitspraak: mag de huisarts een suikerzieke chauffeur verbieden een bus te besturen?'

NJB medewerker Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht in Amsterdam

Het is begrijpelijk dat artsen een verantwoordelijkheid voelen en vaak ook nemen in gevallen waarin een patiënt zichzelf of anderen ernstig kan schaden. In deze zaak legde de huisarts de patiënt een ‘rijverbod’ op. Ik neem aan dat de huisarts zelf ook wel wist dat formeel gezien van een verbod geen sprake was. Een arts kan een patiënt immers niet verbieden om te rijden. Kennelijk waren de omstandigheden zodanig dat de arts koos voor sterke bewoordingen. Had hij de patiënt een advies gegeven, dan was de ernst van de situatie mogelijk niet overgekomen. De tuchtrechter reageert hier mild op: de arts had te zware bewoordingen gekozen, het was beter geweest te volstaan met het geven van een advies. Tot een maatregel leidt dat niet. Alles overziend verklaart de tuchtrechter de van de patiënt klacht ongegrond.
De uitspraak van het tuchtcollege laat een vaker voorkomende ambivalentie zien aan de kant van de patiënt. Diens tuchtklacht luidde dat de arts hem had verboden aan het verkeer deel te nemen, maar op de zitting van het tuchtcollege nam de patiënt de arts ook kwalijk dat hij hem niet eerder had ontraden aan het verkeer deel te nemen.
Het dilemma waarvoor de arts zich in deze zaak gesteld zag, is niet al te complex. Kennelijk had de arts er vertrouwen in dat de chauffeur gevolgen zou verbinden aan zijn ‘verbod’. Het wordt een stuk ingewikkelder dat de arts dat vertrouwen niet heeft. Dan moet hij afwegen of hij anderen gaat informeren over de gevaren die een patiënt mogelijk kan veroorzaken. Dat kan neerkomen op een doorbreking van het beroepsgeheim. Uit de tijd dat ik bij de artsenorganisatie KNMG werkte, herinner ik me een zaak van een oude man die het autorijden niet wilde opgeven, maar die naar de mening van de arts een gevaar op de weg was. De arts nam contact op met de kinderen, die onmiddellijk een effectieve maatregel namen: de auto van vader werd, ondanks diens gesputter, meteen verkocht. Als een dergelijk contact met de familie niet mogelijk is, kan het bijvoorbeeld nodig zijn de politie of, in het geval van de buschauffeur, de werkgever te informeren. Dat zijn stappen die artsen niet graag zetten, maar als er een reëel gevaar dreigt voor de patiënt of anderen is het medisch-ethisch en juridisch wel toegestaan. Er is dan een conflict van plichten, op basis waarvan het beroepsgeheim zo nodig even moet wijken. Het wil in dergelijke gevallen overigens nog wel eens helpen dat de arts de patiënt aankondigt dat hij voornemens is anderen te informeren, tenzij de patiënt alsnog de juiste stappen zet.
In het geval van de chauffeur koos de huisarts voor harde en duidelijke bewoordingen. Wat mij betreft in gevallen als deze: liever dat dan voorzichtige adviezen die niet opgepikt worden.

Prof. mr Johan Legemaate
Hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/Universiteit van Amsterdam

NJB medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden

Pluim voor de huisarts
Als een huisarts wordt geconfronteerd met een patiënt met een fors ontregelde diabetes of andere ernstige afwijkingen getuigt het van professioneel handelen de patiënt te wijzen op de (gezondheids)consequenties en na te gaan welke behandelmogelijkheden er zijn. Het optreden van onze huisarts is geheel volgens het boekje. Het is bovendien uiterst zorgvuldig eerst te overleggen met de medisch adviseur van het Centraal Bureau Rijvaardigheid en contact op te nemen met een internist, alvorens de patiënt een finaal advies te geven. De huisarts wenste zeker te zijn van zijn zaak, inclusief de nieuwste inzichten aangaande ‘veilig rijden met diabetes’.
De touringcarchauffeur was niet gediend van dit advies en al helemaal niet van de term ‘rijverbod’. Het gebruik van dit laatste woord is inderdaad niet juist. Het is niet aan een (huis)arts patiënten iets te verbieden. Er moet echter worden bedacht dat een arts zijn taalgebruik dient af te stemmen op dat van de patiënt. Had de huisarts er verstandiger aan gedaan de chauffeur ‘in overweging te geven’ niet de weg op te gaan? Of de chauffeur moeten adviseren een bedrijfarts te consulteren, de deskundige op het gebied van arbeid en gezondheid? Het is niet ondenkbaar dat onze chauffeur deze softe adviezen in de wind had geslagen. Maar als de chauffeur vervolgens een groot auto-ongeluk veroorzaakt, had de huisarts ongetwijfeld de zwarte Piet toegespeeld gekregen.
Artsen die patiënten ongevraagd aanspreken op risico’s voor zichzelf of anderen, krijgen met regelmaat te maken met tuchtklachten. De huidige, mondige patiënt zit niet te wachten op een doktersadvies dat niet in zijn straatje past. Via het indienen van een tuchtklacht laat de patiënt dan merken van dergelijke bemoeienissen niet te zijn gediend. Zo ook onze chauffeur.
Voor menig arts is een tuchtprocedure een beproeving: een jaar onzekerheid over de vraag of de tuchtrechter de klacht gegrond verklaart en overgaat tot het opleggen van een maatregel. Bovendien kan de patiënt nog eens beroep aantekenen. Duurt het nog eens een jaar langer. Alleen al de dreiging die hiervan uitgaat, maakt artsen huiverig hun nek uit te steken. Het grote aantal tuchtklachten tegen artsen dat het onderwerp kindermishandeling met ouders aansnijdt, of die overgaan tot een melding bij het AMK, spreekt in dezen boekdelen. Door artsen te verplichten vermoedens van kindermishandeling te melden, waartoe de Kamerleden Dille (PVV) en Van der Burg (VVD) in een motie oproepen, wordt het vertrouwen in artsen aangetast en zal het aantal tuchtklachten waarschijnlijk alleen maar toenemen. Zo’n meldplicht is tevens een miskenning van de professionaliteit van artsen.
De huisarts in onze casus heeft zijn volle maatschappelijke verantwoordelijkheid genomen, zonder tot een melding bij wie ook over te hoeven gaan. Hij verdient daarom een pluim, ook al bezuurt hij dat met een tuchtklacht. Extra sneu voor de huisarts dat de hele tuchtprocedure bijna twee jaar in beslag nam.

Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC

J.v.Loveren

Medisch gezien heeft de arts juist gehandeld. En natuurlijk wist de arts zelf ook wel dat hij de chauffeur geen rijverbod op kon leggen.
Dat tegenover de vrijheid die men tegenwoordig bezit ook een grote verantwoordelijkheid staat is bij velen nog niet goed doorgedrongen.
Niet de arts maar de chauffeur heeft verkeerd gehandeld door te denken dat hij tegen het advies van de arts in kon gaan rijden.
Wie zou er verantwoordelijk zijn geweest voor een ongeval met dodelijke afloop? De vraag is dan ook tot hoever geldt het beroepsgeheim? Moet een pastoor die weet dat een van zijn parochianen een moord heeft gepleegd zwijgen tegenover de politie? Het zijn moeilijke gewetensvragen. Zelf denk ik dat juist mensen als een arts of pastoor zich goed bewust zijn van hun beroepsgeheim.
In een ander soort van vergelijking kan men zich ook afvragen tot in hoeverre men tolerant moet zijn? Betekend dat dat je nu alles maar moet ondergaan? Aan alles wat door ons zelf wordt gesteld dienen ook grenzen te zijn verbonden. Het beroepsgeheim heeft morele grenzen. Wanneer door zwijgen andere levens in gevaar komen moet dit zonder vertrouwensverlies kunnen worden gemeld. Zo zou bijvoorbeeld de arts of pastoor tegen de patiënt of parochiaan vooraf duidelijk moeten maken tot hoever het beroepsgeheim loopt.
Naast arts en pastoor zijn deze mensen gewone burgers en hebben zij ook hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Een dubbele verantwoordelijkheid die niemand zou willen dragen. Nee, de arts heeft goed gehandeld. Deze arts heeft meer verantwoordelijkheid getoond dan menig andere hoge bestuurder of burger in dit land. Het wordt hoog tijd dat aan het beroepsgeheim duidelijke grenzen worden gesteld. Dit alles om onnodige schade van beroepsmensen en verlies aan vertrouwen te voorkomen.

JD Uithof

Ik ben geen jurist en ben dan ook absoluut niet in staat op de juridische overwegingen in te gaan. Maar ik heb wel een paar vraagpunten.
Het is in deze zaak zuur dat de huisarts wordt aangesproken. Hij heeft slechts datgene gedaan wat van een bekwaam en betrokken arts verwacht mag worden. Dat hij langdurig in een procedure belandt die tegenwoordig vaak ook nog uitgebreid de (lokale) pers haalt had hij niet verdiend.
Niet lang geleden hebben wij in ons FTO-overleg gesproken over de invloed van diverse middelen op de rijvaardigheid en de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Hierbij was ook een medisch adviseur van het CBR aanwezig, de instantie die daadwerkelijk het rijbewijs kan innemen. Ik herinner mij dat het aan de bezitter van het rijbewijs is om zelf bij het CBR middels de Eigen Verklaring aan te geven dat er (mogelijk) een verminderde rijvaardigheid is ontstaan. Bij een privé chauffeur kan ik mij goed voorstellen dat men dit achterwege laat, maar van een beroepschauffeur mag je verwachten dat hij dit wel doet. De arts heeft dus niet anders gedaan dan de chauffeur wijzen op zijn eigen nalaten. Dat de formulering misschien wat onhandig was heeft kennelijk wel bijgedragen aan het begrip. Bij de beoordeling door het CBR worden de strengste eisen gehanteerd bij het Personenvervoer vanwege de risico’s.
Verder begrijp ik niet welke werkgever een dergelijke chauffeur de weg op stuurt. Een dergelijk ontregelde diabeet moet toch opvallen bij een betrokken werkgever.

Jaap Uithof
Apotheker

b lyngbakken

Waar ik zo benieuwd naar ben is: hoe is het op zitting gegaan bij het tuchtcollege. Dat lijkt me DE plek om de punten die de hoogleraren aankaarten ook aan te kaarten bij de patiënt. Wat had de arts dan moeten doen, bij een patiënt die zijn medicijnen niet neemt? Zelf daar duidelijkheid scheppen in een communicatief moeizame situatie kan veel helpen, voor de klager en voor de arts. Het lijkt erop dat hier een kans is gemist.

ineke groenwold

Indien er een ongeluk had plaatsgevonden door foutieve inschatting van de patient,die het ‘verbod’ van de arts naast zich had neergelegd, wie was er dan aansprakelijk gesteld?
De arts, het touringcarbedrijf of de chauffeur?
Hoewel ik me niet altijd kan vinden in de haast paranoide obsessie met documentatie in de VS, waar ik werk, wordt dat voornamelijk in stand gehouden, omdat de arts wel degelijk aansprakelijk gesteld kan worden, mits hij tenminste gedocumenteerd! heeft, dat hij de patient een rijverbod heeft trachten op te leggen.
Bovendien denk ik dat we in de toekomst veel meer die kant op gaan, al was het alleen al om de medische kosten te drukken. Meer verantwoordelijkheid bij de patient en consequenties als advies/ verbod wordt genegeerd.

M. Pieters

Ik begrijp de klacht van de patient niet zo goed. De huisarts kon hem toch helemaal geen rijverbod opleggen? Daar heeft hij simpelweg de bevoegdheid niet voor. Aangezien de arts dus geen echt (juridisch bindend) verbod heeft opgelegd, zie ik niet in waar de schade van de patient precies uit bestaat en waarom hij dus heeft geklaagd. Kan iemand mij dat uitleggen? Alvast bedankt!

E. van der Meer

Lastige kwestie. Tot waar gaat de verantwoordelijkheid van de huisarts?
Ik las onlangs ‘Is dat normaal, dokter’ van Steven van de Vijver met nog veel meer moeilijke kwesties waar huisartsen mee te maken krijgen.

Jeannette Habraken

De meeste werkgevers hebben geen flauw idee wat diabetes inhoud.
Als de werknemer niets zegt zal niemand in de gaten hebben dat hij een slecht ingestelde diabeet is.
Maar als diabeet moet jezelf zo verantwoordelijk zijn om niet te rijden als je niet goed bent ingesteld.

m van kuijk

Interessante kwestie die mijns inziens voorbij gaat aan het daadwerkelijke probleem. Dat een arts een klacht krijgt is op zichzelf niets bijzonders in deze tijden: geen enkele beroepsgroep kan zonder meer bogen een onderdanige opstelling van de gewone burger zoals dat vroeger nog het geval was (denk aan de burgemeester, de onderwijzer, de pastoor en de huisarts).

Het probleem van deze kwestie zit in de regelgeving rond het verkrijgen en verlengen van het rijbewijs. Bij het aanvragen van het ribewijs moet men namelijk een zogenaamde Eigen Verklaring invullen. Men heeft de Eigen verklaring nodig om bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een Verklaring van geschiktheid te verkrijgen. Een Verklaring van geschiktheid is een document waarin staat dat men lichamelijk en geestelijk gezond genoeg bent om een motorvoertuig te besturen. In de Eigen Verklaring staan tien vragen en indien een van deze vragen met ja wordt beantwoord door de aanvrager, kan het noodzakelijk zijn om nader onderzoek te doen om te bezien of iemand medisch wel in staat is om te rijden, dan wel rijgeschikt wordt bevonden, echter met een beperking (simpelste voorbeeld: men moet met een bril op in de auto).

Er zijn verschillende Eigen verklaringen.
Eigen Verklaring 70- Voor als men:
- rij-examen wilt afleggen bij het CBR in de categorie A, B of BE
- een rijbewijs met kortere geldigheidsduur krijgt vanwege een medische indicatie
- een buitenlands rijbewijs in de categorie A, B of BE wil omwisselen.

Eigen Verklaring 70+ Voor als men:
- 70 jaar is of ouder
- 65 jaar of ouder is en het rijbewijs verloopt op of na de 70e verjaardag. Dit geldt voor alle categorieën rijbewijs.

Eigen Verklaring CDE voor als men:
- een rijbewijs in de categorieën C, D of E wil verlengen
- rijexamen wilt doen in de categorieën C, D of E

Enkel op het moment van aanvragen en verlengen van het rijbewijs vindt er een gezondheidstoets plaats. En daar zit het probleem. Als men een beroerte krijgt, dan volgt daaruit vaak dat men een rijbeperking krijgt opgelegd bij het aanvragen of verlengen van het rijbewijs, afhankelijk van de aard en het verloop van de aandoening. En wat is nu belangrijk in dit soort zaken: als men een beroertje heeft (gehad) maar dat niet meldt bij het CBR is er niemand die dat wel door hoeft te geven aan het CBR. Deze persoon kan zelf van mening zijn dat ze in staat zijn om te rijden en dat ook doen, terwijl het nog maar zeer de vraag is of een medisch specialist deze mening deelt. Voor zover mij bekend is het in bijna alle Europese landen zo dat er in de wet een voorziening is opgenomen om deze situatie te voorkomen, wil het CBR dit ook graag regelen, maar is het daar nog niet van gekomen.

De link met bovenstaand bericht is voor de goede lezer natuurlijk helder: indien er in de Nederlandse wetgeving een voorziening – zoals hierboven beschreven – zou zijn opgenomen, had de patient in kwestie van het CBR te horen gekregen dat hij niet meer zou mogen rijden, ofwel omdat de beste man het zelf zou moeten melden, ofwel omdat de arts dit wettelijk gezien zou moeten melden. Waarbij de arts niet degene is die de beslissing neemt (zoals in de uitspraak)(en de patient geen reden heeft om boos te worden op de arts) maar enkel een advies geeft en de patient op basis van de wet de mogelijkheid heeft om een contra-expertise te overleggen indien hij van mening is dat de arts en het CBR het bij het onjuiste eind hebben.

Voor de goede orde nog even dit, om bij mijn voorbeeld te blijven: de persoon die een beroerte heeft gehad en zelf vindt dat hij weer kan rijden, kan een groot probleem krijgen met zijn verzekering als hij een ongeval veroorzaakt en de medische gesteldheid van de beste persoon wordt vastgesteld.

Reinier Bakels

Het verbaast mij dat zo’n man (beroepschauffeur toch?) blijkbaar niet (regelmatig, verplicht) wordt gekeurd – dan was hij ook door de mand gevallen. Een patiënt hoort met zijn huisarts een vertrouwensrelatie te hebben. Hij moet nooit voor zijn baan hoeven vrezen als hij naar zijn huisdokter gaat. Een keuringsarts heeft een andere rol. Ik zou me zelfs kunnen voorstellen dat een huisarts zijn patiënt verdedigt tegenover een keuringsarts – al zou daar hier weinig grond voor zijn geweest.
Huisartsen horen in hun vertrouwensfunctie *niet* aan algemeen belang te denken. Dat zij dat toch doen (bijv. ook tegenover verzekeraars) is bedenkelijk.

José Duijn

Ik vraag me af waar de informatie vandaan komt dat een ‘gezonde’ waarde tussen de 4 en 5.6 mmol/l moet zijn en een niet nuchtere waarden tussen de 6 en 11 de conclusie diabetes oplevert.
Ik heb wel eens mensen zonder diabetes geprikt, die na het eten (niet nuchter) een hogere suikerwaarde hadden dus rond of boven de 6. Waarschijnlijk zijn dit, als ik het vergelijk met uw artikel uitzonderlijke gevallen, vandaar dat ik me dan ook afvraag hoe u aan de informatie komt?
antwoord redactie NRC blog:
De gegevens zijn ontleend aan deze site (wiki) en aan deze (diabetesfonds).

Alexander Hegi

Dit vonnis lijkt een eindresultaat te zijn waar de twee partijen kennelijk niet in staat zijn een compromis te bereiken dat voor arts en patiënt acceptabel is.
Diabetes II begint typisch op middelbare leeftijd, wordt laat gediagnosticeerd en treft mensen die roken, niet voldoende bewegen en met overgewicht kampen. De ziekte wordt vaak vastgesteld rond het vijftigste levensjaar.Een beroepschauffeur loopt een verhoogd risico op deze ziekte. Bijna 20% van de mensen ouder dan 65 heeft ouderdoms diabetes.Velen van hen rijden normaal auto.

Diabetes leidt op den duur tot schade aan het vaatstelsel en zenuwen. Zoals in deze casus kan zich dit uiten in een gestoord of zelfs afwezig gevoel in tenen en voeten. Amputaties en blindheid komen niet zelden voor in een vergevorderd stadium van de ziekte.
Vast staat dat in deze patiënt slechts de verdenking op schade aan het netvlies is vastgesteld. Dat de patiënt werkt, lijkt er op te wijzen dat hij jonger is dan 65. De patiënt is gezien de hoge bloedsuikerwaarde kennelijk niet goed in staat zijn diabetes te reguleren. De arts lijkt dit te bevestigen door te schrijven dat pillen niet goed werken.
Het is niet ongewoon dat indien pillen niet werken insuline moet worden gespoten. In zo’n geval kan een patiënt worden verwezen naar een internist.

Een patiënt ontkent vaak de ernst van zijn ziekte. Ook komt het niet zelden voor dat adviezen voor het volgen van een gezonde levensstijl in de wind worden geslagen.
De arts die als hulpverlener en vertrouwenspersoon het beste voor ogen heeft voor zijn patiënt kan makkelijk worden gezien als zeurpiet. Van een professioneel zorgverlener mag worden verwacht dat hij in deze gevallen diplomatiek en omzichtig te werk gaat. Escalaties, ruzies en verboden zijn niet behulpzaam. De Hippocratische eed stelt de patiënt centraal. En in dit geval lijkt de arts dit uit het oog te zijn verloren.

Het opleggen van een rijverbod kan grote gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening van een chauffeur.
Als een huisarts een schorsing wordt opgelegd, al ware dit slechts voor een dag, dan heeft dit levenslang gevolgen voor het afsluiten/ verlengen van beroepsaanspakelijkheidsverzekeringen en registratie. Daar waar deze schorsing niet wettig is doordat deze is opgelegd door iemand die hiertoe niet bevoegd is, zou het niet onredelijk zijn dat de arts hiertegen in het verweer komt en zou proberen herhaling te voorkomen.
Het rijverbod kan betekenen dat passagiers niet vervoerd kunnen worden en hun vakantie geannuleerd moet worden.

In de documentatie die op de website van het CBR te vinden is, komt niet duidelijk naar voren dat een behandelend geneesheer zijn eigen patiënt een rijverbod mag opleggen. En zelfs al is dit formeel het geval, materieel moet worden afgewogen of geen redelijk alternatief aanwezig is. Is er sprake van een situatie waarin het zodanig gevaarlijk is voor mede-weggebruikers dat het middel onvermijdelijk is?

De hoge bloedsuiker waarde in kwestie was geen reden om acuut een rijverbod op te leggen. De patiënt lijkt gewoon met de auto naar huis te mogen rijden. Waarom is de arts zo verontrust dat de bloedsuikerwaarden in de komende vier dagen zullen leiden tot complicaties die op de dag zelf niet tot een verbod leiden? En is België werkelijk zo ver weg van alle redelijk zorg?

In het advies van de Gezondheidsraad “Medische Rijgeschiktheid”, komt naar voren dat diabetes II niet duidelijk in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op ongelukken. Een te lage bloedsuiker waarde is veel gevaarlijker dan een te hoge. Het eerste komt veel vaker voor bij de insuline afhankelijke diabetes I, een ziekte die niet zonder meer leidt tot de onmogelijkheid een voertuig te besturen.

Als ik tussen de regels door lees, is er een ruzie geweest tussen patiënt en arts. De arts veegt in zijn dossier zijn straatje schoon. Hem valt niets te verwijten. Hij heeft immers de internist geregeld, met het CBR gebeld en het komt niet van zijn kant om de behandelingsovereenkomst op te zeggen.
Het is mijns inziens een gotspe om te stellen dat hij het belang van de patiënt “primair voorop” stelt.
Waarom is niet overwogen de bloedsuikerwaarde acuut bij te stellen met een insuline-glucose infuus? Welke neurologische tests zijn er gedaan om objectief vast te stellen dat de patiënt last had van zijn voeten en geen bus kon besturen? De arts heeft onvoldoende afgewogen dat een buslading vakantievierders afhankelijk was van de chauffeur. Voorts is hij te kort geschoten in zijn communicatie waarom het voor de chauffeur werkelijk onaanvaardbaar was om op stap te gaan.

En daarmee is de arts als hulpverlener te kort geschoten.

Het had de arts in deze zaak gesierd als hij enige uren later de telefoon ter hand had genomen om de zaak minnelijk op te lossen of zijn collega “D” (zie uitspraak) had ingeschakeld.

Kortom allemaal zaken die beter hadden moeten gaan.

Maar was is de arts tuchtrechtelijk te kort geschoten? De klager verweet de arts het leveren van een wanprestatie, te wijten aan grove nalatigheid, ondeskundigheid in zijn algemeenheid en in deze situatie in het bijzonder.
Het tuchtrechtelijk college meent van niet.

Wellicht zet de patiënt te hoog in door al deze zaken naar voren te brengen. Ik kan mij echter niet goed voorstellen dat daar waar het zeer ongebruikelijk of zelfs niet wettig voor een huisarts een verbod op te leggen aan het verkeer deel te nemen, niet acuut, maar een dag later, het passend is voor een gemiddeld bekwaam en vaardig huisarts dit te doen binnen het ader van handelen dat in de beroepsgroep als norm of standaard wordt aanvaard. Zeker als dit gepaard gaat in een ruzie achtige sfeer waar de arts niet actiever actie onderneemt om de patiënt in staat te stellen zijn beroep de volgende dag normaal uit te oefenen. Zeker waar de schade aan het netvlies niet duidelijk was en de suiker al maanden ontregeld was. Dat het college stelt dat de arts niet op de hoogte zou zijn geweest van de bevestigingen van zijn collega “D”, lijkt verder te bevestigen dat van een acuter situatie geen sprake was.

De arts kiest er voor naar achteren te leunen om de patiënt het vertrouwen te laten opzeggen. Dit is niet wat van een moderne hulpverlener mag worden verwacht. De casus heeft er veel weg van dat de relatie erg top-down was en onvoldoende afwegingen zijn gemaakt in het belang van de patiënt. Op grond hiervan meen ik dat van redelijk handelend huisarts meer mag worden verwacht.