Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Kan een klokkenluider een misleide rechter dwingen een eerder vonnis te herzien?

Kan de bestuursrechter worden gedwongen terug te komen op een eerder fout oordeel, ontstaan door liegen van de overheid? Met later vandaag commentaar van NJB redacteuren Tom Barkhuysen, hoogleraar staatsrecht in Leiden en Inge van der Vlies, hoogleraar staatsrecht in Amsterdam.

De Zaak. De voormalige Defensie ambtenaar Fred Spijkers vraagt de hoogste bestuursrechter in ambtenarenzaken de goedkeuring van zijn ontslag uit 1997 ongedaan te maken. Een (zeldzaam) verzoek aan de rechter om een eigen uitspraak te herzien. De ambtenaar raakte in conflict met zijn werkgever over een dodelijk ongeval in 1984 waarvoor Defensie aansprakelijk was. Spijkers wilde daarover niet liegen, zoals van hem werd verlangd. Maar de rechter oordeelde in 1997 dat de verstoorde arbeidsrelatie niet was veroorzaakt door het ongeval. Uit de stukken die de werkgever had overgelegd was daarvan niets gebleken. Het arbeidsconflict was mede te wijten aan de werknemer die zich had ‘vastgebeten’ en geen compromis meer kon sluiten.

Welke argumenten heeft de ambtenaar nu? Er zijn nieuwe feiten bekend geworden. Van het Nationaal Archief kreeg hij sindsdien 39 dozen met zijn dossier. Met daarin allerlei ambtelijke stukken die zijn gelijk bevestigen. Ook is hij inmiddels gerehabiliteerd door Defensie. Er is een ruime compensatieregeling getroffen. De staat heeft voluit erkend dat Spijkers gelijk had. Niet alleen over de aansprakelijkheid van Defensie voor het ongeval. Maar ook over de manier waarop de ambtenaar eruit is gewerkt. Nu wil hij ook rehabilitatie van de rechter.

Wat voert de ex-werkgever aan? Die vindt dat dit geen zaak (meer) is. De ambtenaar moet ‘niet ontvankelijk’ worden verklaard. Er is namelijk een contract getekend waarin de zaak onderling definitief is geschikt. De werknemer heeft van alle rechten om nog te klagen afstand gedaan. Ook bevatten die dozen niet zoveel nieuws dat de zaak daardoor anders beoordeeld moet worden.

Wil de rechter de zaak en zijn oordeel opnieuw bekijken?-

Ja. De afspraken tussen de werknemer en de overheid gaan niet over het verleende ontslag. Maar vooral over de aansprakelijkheid voor het ongeval en de gevolgen van het ontslag voor de ambtenaar. Herziening vragen van een rechterlijk oordeel over dat ontslag mag daarom. Achteraf kan niet gezegd worden dat de ambtenaar bij de schikking ‘welbewust en ondubbelzinnig’ afstand deed van het recht om herziening te vragen.

Hoe kijkt de rechter terug op het oordeel uit 1997?

Een aantal ambtelijke stukken uit de archiefdozen ‘voldoen zonder meer’ aan het criterium ‘nieuw’ omdat ze ‘tot een ander oordeel’ zouden hebben geleid. De rechter spreekt nu over stukken waardoor de ‘ware toedracht’ ‘boven water is gekomen’. Anders gezegd, de hoogste bestuursrechter is door de landsadvocaat namens de overheid destijds vierkant belazerd.

In plaats van het oordeel dat het ongeval ‘geen rol van betekenis heeft gespeeld’, zegt de rechter nu dat deze ‘een wezenlijke rol’ heeft gespeeld. Ook over het aandeel van de overheid in het conflict denkt de bestuursrechter nu anders. Uit de stukken blijkt dat de oorzaak ‘overwegend’ bij de overheid ligt. Als de rechter dat destijds wist zou hij anders hebben geoordeeld.

En nu? Niks. De rechter stelt achteraf alleen z’n overwegingen bij. Een nieuw oordeel over het ontslag wordt niet gegeven.

De uitspraak (LJ BO7715) van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste ambtenarenrechter, is hier te vinden.

In dit geluidsbestand legt onder meer advocaat Geert Jan Knoops uit wat de betekenis van de uitspraak is.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=dX2HQXCXe4s[/youtube]

En in dit journaal item wordt de zaak samengevat.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=3rif9t8nsf4&feature=related[/youtube]

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
arbeidscontract
raad voor de rechtspraak

17 reacties op 'De Uitspraak: Kan een klokkenluider een misleide rechter dwingen een eerder vonnis te herzien?'

NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden

Terechte rechterlijke rehabilitatie klokkenluider na rechtsstaat onwaardig opereren van de Staat

Het opereren van de Staat in deze zaak kan niet anders dan als rechtsstaat onwaardig worden gekwalificeerd. Het is onacceptabel dat essentiële stukken die de onschuld van Spijkers in het arbeidsconflict konden aantonen jarenlang bewust uit het rechterlijk dossier zijn gelaten. De wet verplicht de Staat immers alle relevante op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechter toe te zenden. De casus roept associaties op met de eveneens onverkwikkelijke affaire met betrekking tot de tijdens renovatiewerkzaamheden aan het Catshuis omgekomen schilder. Ook toen hield de Staat essentiële bewijsstukken onder de pet (in de kluis van de landsadvocaat). Uit deze stukken – die later wel opdoken – bleek dat de arbeidsveiligheid niet voldoende was gewaarborgd en het niet (primair) een fout van de schilder betrof. Het is te hopen dat dit niet meer voorkomt in de toekomst. Wellicht moeten partijen en/of de rechter in een bestuursrechtelijke procedure ook meer dwangmiddelen krijgen om alle relevante stukken (van de overheid) in het dossier te krijgen.

Met deze herzieningsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep was Spijkers – blijkens de uitspraak – alleen uit op het rechtzetten van ‘veroordelende’ overwegingen in de eerdere uitspraak van de Centrale Raad en niet “op geld”. In deze eerdere uitspraak werd door de Centrale Raad overwogen dat de bemoeienis van Spijkers met de wijze van optreden van het ministerie van Defensie na het ongeval een bepalende rol had gespeeld in het ontstaan van de verstoorde verhoudingen die tot zijn ontslag leidden. Daarnaast overwoog de Raad dat niet de minister maar Spijkers een overwegend aandeel had in het ontstaan van de verstoorde verhoudingen. In de herzieningsuitspraak die hier centraal staat past de Centrale Raad deze overwegingen terecht aan, in die zin dat duidelijk wordt gemaakt dat de minister een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde verhoudingen. Het eerder verleende en door de Raad destijds getoetste ontslag was reeds “eervol”, hetgeen mede verklaart dat de Centrale Raad ondanks de aangepaste overwegingen daarover geen nieuw oordeel hoeft te geven. Ook over destijds vastgestelde ontslaguitkering hoeft de Raad geen nieuw oordeel te geven omdat Spijkers had aangegeven niet op geld uit te zijn.

Na een eerdere publieke rehabilitatie via een financiële regeling en een koninklijke onderscheiding, heeft Spijkers nu ook terecht de gevraagde rechterlijke rehabilitatie gekregen. Daarmee is hij verlost van de onjuiste veroordelende overwegingen van de Centrale Raad over zijn schuld in het conflict. Overwegingen van de Centrale Raad die op basis van de destijds beschikbare stukken goed verdedigbaar waren, maar in het licht van de nieuwe stukken onhoudbaar bleken. Ook de Centrale Raad zal zich door de Staat behoorlijk op het verkeerde been gezet voelen, hetgeen om het zacht te zeggen niet past bij het vereiste respect voor de rechter. Een Staat die fatsoenlijk gedrag van burgers verwacht kan zich dat niet permitteren.

Tom Barkhuysen (hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, advocaat te Amsterdam en redacteur van het Nederlands Juristenblad)

NJB medewerker Inge van der Vlies, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Amsterdam

Als iemand nog een argument zoekt om het nut van een recht op openbaarheid van overheidsdocumenten te onderbouwen, kan dat in deze zaak worden gevonden. Als alle overheidsdocumenten die nu openbaar zijn, eerder openbaar zouden zijn geweest, dan zou deze zaak nooit hebben gespeeld.

Pas in 2009 krijgt Spijkers de mogelijkheid om alle documenten die op zijn zaak betrekking hebben te onderzoeken. Dan blijkt dat hij zijn zaak beter kan onderbouwen dan daarvoor. Met name beschikt hij dan over documenten waarmee hij denkt te kunnen aantonen dat de rechter in 1997 informatie is onthouden
en hij neemt aan dat de rechter andere overwegingen zou hebben gehad als hij wel over die informatie zou hebben beschikt. De rechter geeft hem in de herzieningsuitspraak daarin gelijk. Je zou je kunnen voorstellen dat de minister bij het verzoek om de herziening van de rechterlijke uitspraak niet probeert de rechtsgang af te sluiten. Hij zou zich aan de kant van Spijkers hebben kunnen opstellen. De minister had immers bij allerlei gelegenheden al gezegd: Spijkers had gelijk en hij is niet goed behandeld. Hij heeft op den duur zelfs eerherstel gekregen in de vorm van een lintje en uiteraard geld.

De minister wijst echter bij zijn verzet tegen de herziening met name op de gesloten schikkingsovereenkomst. De rechter constateert evenwel dat deze overeenkomst niet betrekking heeft op de ontslagprocedure. Over het ontslag had de rechter immers al in 1997 uitspraak gedaan en daaraan werd niet meer getornd. Zou de minister dat anders hebben gewild, dan zou hij al in 2002 hebben moeten erkennen dat hij de rechter informatie had onthouden, waardoor die niet tot een goede uitspraak had kunnen komen. Er staat niets in over een mogelijk herzieningsberoep. Je moet er niet aan denken dat van de kant van de overheid men nu nog slimmer denkt worden en in het vervolg dergelijke kansen op eerherstel in de schikkingsovereenkomst zou proberen uit te sluiten. De rechter zou wat dat betreft iets royaler in zijn overwegingen hebben kunnen zijn en zelf hebben kunnen zeggen dat een dergelijk verzoek geen onderdeel van een schikkingsovereenkomst mag zijn. Het gaat immers niet om een vaker voorkomend afzien van de mogelijkheid om naar de rechter te gaan en daarvoor in de plaats een alternatieve vorm van rechtsbescherming te krijgen. Er ligt al een uitspraak van de rechter. Die uitspraak is, in ieder geval in zijn overwegingen, onjuist. Het gaat dus ook om eerherstel van de rechter, die geen partij bij de overeenkomst was.

De rechter gaat niet in op het verzoek om te verklaren dat Spijkers niet gek is. Spijkers was door zijn werkgever 2 x naar de psychiater gestuurd. De rechter vindt het niet nodig om zijn overwegingen van destijds bij te stellen omdat hij op basis van eigen onderzoek tot de conclusie was gekomen dat van ‘psychiatrisering’ geen sprake was. Wat is ‘psychiatrisering’? Waarom is twee keer naar de psychiater worden gestuurd geen ‘psychiatrisering’? Het zou de rechter hebben gesierd hierover iets meer te zeggen.

In de perceptie dat het arbeidsconflict aan Spijkers te wijten was, ligt het voor de hand te zeggen dat het geen ‘psychiatrisering’ hoeft te zijn om iemand een keer of vaker met een psychiater te laten praten. Als betrokkene echter gewoon de waarheid heeft gesproken, zoals is komen vast te staan, krijgt de verplichting tot zo’n gesprek een heel andere kleur. Ook hier had de rechter best wat royaler mogen zijn.

c wildschut

De uitspraak lijkt me een hart onder de riem voor mensen die geloven in gerechtigheid, daargelaten de vraag of de rechter zich her en der steviger had mogen/moeten uitdrukken.
Wat nog even blijft knagen is dat vertegenwoordigers van de overheid (toch geacht op te treden ten behoeve van het algemeen belang) niet op hun blauwe ogen vertrouwd kunnen worden, met name niet in zaken waar grote politieke belangen spelen. Dat vertrouwen is in het huidige bestuursproces toch wel essentieel.
Ik vraag me af of de mensen die destijds hebben besloten te liegen en bedriegen zich hebben gerealiseerd wat hun gedrag betekent voor de status van de overheid in de rechtszaal en daarbuiten. Of dat zij hebben gedacht: na mij de zondvloed.

En verder, zouden deze personen cq de overheid daardoor niet een onrechtmatige daad jegens Spijkers hebben gepleegd? Zij hebben in de procedure tegen het ontslag gehandeld in strijd met een wettelijke plicht, met op zijn minst de nu gemaakte proceskosten als schade tot gevolg. Deze proceskosten waren immers niet nodig geweest als Spijkers in de eerste procedure een eerlijk proces niet onmogelijk was geweest. Aan het relativiteitsvereiste is ook voldaan: de plicht om de relevante stukken over te leggen die de overheid heeft geschonden, dient immers het mogelijk maken van een juiste beoordeling van de zaak, een eerlijk proces, tussen de overheid en Spijkers.

Jerry Mager

Nou, die rechter kan niet voorzichtig genoeg wezen. Lees maar eens:
“De rechter gaat niet in op het verzoek om te verklaren dat Spijkers niet gek is. Spijkers was door zijn werkgever 2 x naar de psychiater gestuurd. De rechter vindt het niet nodig om zijn overwegingen van destijds bij te stellen omdat hij op basis van eigen onderzoek tot de conclusie was gekomen dat van ‘psychiatrisering’ geen sprake was. Wat is ‘psychiatrisering’? Waarom is twee keer naar de psychiater worden gestuurd geen ‘psychiatrisering’? Het zou de rechter hebben gesierd hierover iets meer te zeggen.”

Wat psychiatrisering is, schijnt na het verschijnen van DSM 5 niet meer zo vast te staan als voorheen. In ieder geval moet de farmaceutische industrie daar eerst over worden geraadpleegd, zo is mij in de wandelgangen ter ore gekomen. Maar, dat is vanzelfsprekend allemaal lasterpraat.

In ieder geval wil die rechter waarschijnlijk straks niet aangewreven krijgen dat hij de verkeerde gek of niet-gek, of niet gek genoeg verklaard heeft. Dat is tegenwoordig een duivels lastige klus en het wordt steeds moeilijker. Zo’n magistraat is daar natuurlijk ook helemaal niet op geëquipeerd; die heeft Dostojevski vermoedelijk niet eens gelezen.

Dick Berts

In deze discussie mag het echte probleem kennelijk nog steeds niet worden benoemd. Hierbij de klacht die ik direct na de zitting van de zaak Spijkers (in 1997, red) bij de Centrale Raad van Beroep bij de president van de Hoge Raad heb ingediend:

“Geachte heer Martens, Hierbij wil ik een klacht indienen tegen mr.H.A.A.G. Vermeulen, rechter bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Alvorens mijn klacht nader te specificeren, wil ik het volgende opmerken; Veel collega journalisten achten het indienen van klachten, dan wel het aangifte doen van strafbare feiten waarmee ze tijdens het uitoefenen van hun beroep in aanraking komen, in strijd met de journalistieke onafhankelijkheid. Ik heb daar alle begrip voor. Ook ik zal daar niet lichtvaardig toe overgaan. Het beste instrument om mijn journalistieke onafhankelijkheid te waarborgen is en blijft echter mijn geweten. Vanmiddag heeft de heer Spijkers zich tot mij gewend met het verzoek om een schriftelijke verklaring over mijn bevindingen tijdens zijn hoger beroep tegen het ministerie van Defensie dan diende op donderdag 4 september j.l. om 10.00 voor de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. De rechtszitting heb ik beroepshalve bijgewoond en met mij vele collega journalisten. Na enige uren diep beraad heeft mijn geweten mij ingegeven, dat ik niet alleen aan het verzoek van de heer Spijkers dien te voldoen, maar dat ik mijn conclusies zelfs aan de president van ons hoogste rechtscollege wens te doen toekomen. Beroepshalve heb ik nogal wat rechtszittingen bijgewoond. Nooit eerder heb ik een president zozeer blijk zien geven van vooringenomenheid als de heer Vermeulen heeft gedaan in de zaak Spijkers. Allereerst bleek dit reeds uit het feit dat de president weigerde om de staatssecretaris van Defensie als getuige op te roepen. Uiteraard dient dit niet lichtvaardig te gebeuren, anders zouden bewindslieden niet eens meer aan hun werk toekomen. De zaak Spijkers is echter van zo’n groot belang, dat ik het niet oproepen van de heer Meijling onbestaanbaar acht. Het Geneva Initiative on Pschychiatry heeft Nederland inmiddels veroordeeld vanwege de zaak Spijkers en van een vertegenwoordiger van Amnesty International heb ik begrepen, dat Amnesty Londen zich momenteel over deze zaak buigt. Daarbij komt dat de heer Meijling zich zeer intensief met deze zaak bezig heeft gehouden en dat hij daarbij toezeggingen heeft gedaan, die door hem niet worden nagekomen (zie bijgaand interview dat ik met mr. J.F. Glastra van Loon heb gehouden). Alleen al door het niet oproepen van deze kroongetuige in een zaak die internationaal de aandacht trekt, kan niet meer gesproken worden van een eerlijk proces. In de rechtszaal kon de landsadvocaat die voor een ieder herkenbare leugens verkondigde en beledigingen uitte in de richting van de alom zeer gerespecteerde senator Glastra van Loon, voortdurend rekenen op instemmende knikjes van de president. Niet eenmaal werd zijn betoog onderbroken. De advocaat van de heer Spijkers mocht bijna niet eens een enkele zin in zijn geheel uitspreken, of er werd hem door de president weer een of andere futiliteit voor de voeten geworpen. Alhoewel ik groot respect heb voor de wijze waarop de heer Leyendekker zich staande wist te houden, had ik het toch verstandiger gevonden, indien hij de rechtszaal had verlaten. Toen de president als klap op de vuurpijl het uitdrukkelijke verzoek van de heer Glastra van Loon afwees, om zich te mogen verweren tegen het feit dat hij door de landsadvocaat als een oude seniele man werd neergezet, kwam de neiging in mij op, om het portret van Hare Majesteit de Koningin achter hem vandaan te halen. Op een dergelijke manier in haar naam rechtspreken acht ik majesteitsschennis. Na afloop van de zitting hebben diverse collega-journalisten hun diepe bezorgdheid over de gang van zaken tijdens de zitting in mijn richting uitgesproken. Indien u bereid bent om een onderzoek naar deze zaak in te stellen, dan zal ik ze verzoeken om daarbij als getuige op te treden”.

Achteraf gezien nog een zeer eufemistische klacht. Meijling had tegen senator Glastra van Loon (een schat van een man en extreem betrouwbaar, nu helaas overleden) gezegd, we zitten hartstikke fout in die zaak Spijkers en ik zal het regelen. Meijling -die zelf bij allerlei duistere zaakjes betrokken was- werd ineens onder druk gezet door zijn ambtenaren en kwam zijn toezegging niet na. De landsadvocaat presteerde het om Glastra van Loon als een seniel af te schilderen, wiens geheugen niet meer goed werkte. Van rechter Vermeulen mocht Glastra van Loon geen woord zeggen, ook niet toen hij zo lafhartig onderuit gehaald werd. Later zijn er in deze zaak nog zulke verschrikkelijke dingen gebeurd, dat Glastra van Loon me in de Eerste Kamer lijkbleek toevertrouwde: “Meneer Berts, ik word doodsbang van de zaak Spijkers”.

Niet lang nadat ik mijn klacht bij de Hoge Raad had ingediend, kwam ik er via een oude Staatsalmanak bij stom toeval achter, dat rechter Vermeulen, in een vorige personeelsfunctie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, vanwaaruit hij ook bemoeienis had met de ambtenaren van Defensie, al bezig was geweest met het slopen van Spijkers. Als Vermeulen een integere rechter was geweest, dan had hij zich nooit met de zaak Spijkers mogen bemoeien. Maar Vermeulen was helemaal geen integere rechter, maar een agent van defensie!!! Spijkers had mij voor zijn proces al eens duidelijk gemaakt, dat defensie over eigen rechters kan beschikken. Daar had hij ook bewijzen voor.
Mijn ontdekking met betrekking tot Vermeulen was voor de Tweede Kamer aanleiding om zich met de zaak Spijkers te gaan bemoeien. Daardoor heeft Spijkers een forse schadevergoeding ontvangen, ondanks het feit dat de hoogste rechter (Vermeulen) had uitgesproken, dat hij daar geen recht op had. De juridische status van deze schadevergoeding is dus: corruptie! (niet van Spijkers, maar van de overheid). Het absolute bewijs dat Vermeulen fout zat. En nu blijven we maar zaniken, dat de landsadvocaat Vermeulen op het verkeerde been heeft gezet, waardoor Spijkers zijn zaak aanvankelijk verloor. Terwijl Spijkers gelijk destijds al zo klaar als een klontje was!! De meeste rechters in dit land zijn meer dan goudeerlijk, maar er zijn levensgevaarlijke uitzonderingen. We zijn met zijn allen te laf om het daar over te hebben. Je hoeft maar heel even in de zaak Spijkers te duiken en je ziet zo het bewijs dat rechter Vermeulen een agent van defensie was, maar dat durven wij stelletje lafaards niet. We gaan liever lekker juridisch ingewikkeld zitten doen op de site van het NRC. (…)

Dick Berts

Als het NRC dat toestaat, wil ik graag een kort overzicht geven van de zaak Spijkers-Ovaa, anders is deze discussie voor de lezer niet te begrijpen.

- Nederland had in de Koude Oorlog een AP-23 anti personeelsmijn ontwikkeld. Een levensgevaarlijk ding, dat van geen kant deugde en voor het eigen leger dat hem gebruikte bijna nog gevaarlijker was dan voor de vijand. Defensie wist dat de mijn gevaarlijk was, maar blokkeerde hem niet. Hoogstwaarschijnlijk zaten daar allerlei duistere exportbelangen achter.

- In 1983 ging in ‘t Harde in een leslokaal vol met dienstplichtige jongens een scherpe AP 23 mijn af. Daarbij vielen een groot aantal doden. Instructeur de Bakker -die ook sneuvelde- kreeg de schuld in zijn schoenen geschoven. Hoogstwaarschijnlijk volkomen ten onrechte.

- In 1984 kwam de defensie ingenieur Ovaa bij een beproeving van de AP 23 mijn om het leven. Fred Spijkers die destijds bedrijfsmaatschappelijk werker was bij defensie, kreeg opdracht om de weduwe Ovaa kei en keihard te gaan voorliegen. Ingenieur Ovaa zou onvoorzichtig te werk zijn gegaan, terwijl het de mijn was die niet deugde. Een gotspe dat die mijn nog in gebruik was na het afgrijselijke ongeluk een jaar eerder! Spijkers weigerde te liegen tegen de kersverse weduwe. Dat kwam hem extreem duur te staan. Hij werd met behulp van de Rijks Geneeskundige Dienst volstrekt ten onrechte tot psychiatrisch patient bestempeld en ontslagen. Voor deze psychiatrisering is Nederland door meerdere internationale organisaties veroordeeld. De bewijzen zijn kei en keihard, maar tot op de dag van vandaag weigert de rechterlijke macht Spijkers op dit punt gelijk te geven. Wie het dossier en de bewijzen bekijkt, is in een klap zijn vertrouwen in onze rechtstaat kwijt.

-Spijkers vocht zijn ontslag tot bij de Centrale Raad van Beroep aan. Defensie had hem al eens laten weten, jongen wij hebben voor heel gevoelige zaken zo onze eigen rechters in het circuit en we wassen dit varkentje (jij dus) wel even. Spijkers heeft daar ook bewijzen van. Toen ik in 1997 als journalist geheel argeloos de eerste zitting van de zaak Spijkers bij de Centrale Raad van Beroep kwam bijwonen, schrok ik me kapot. Rechter Vermeulen misdroeg zich. De advocaat van Spijkers mocht niks zeggen, de aantoonbare en overduidelijke leugens van de landsadvocaat werden niet doorgeprikt en senator Glastra van Loon, iedereen die hem heeft gekend weet dat hij de meest betrouwbare man van Nederland was, mocht helemaal niks zeggen. Terwijl Glastra de zaak Spijkers met staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling had besproken. Meijling zei, we zitten hartstikke fout en ik zal het regelen. Maar Meijling was zelf niet helemaal fris en werd door zijn eigen ambtenaren gechanteerd om Spijkers tegen al zijn beloften in toch te laten vallen. Nog nooit in de Nederlandse rechtsgeschiedenis is een zaak zo duidelijk geweest als deze. Lees het dossier er maar op na. Een kind van vier kon zo uit het dossier begrijpen, dat Spijkers zwaar te grazen was genomen. Toch werd zijn zaak door een tijdens de zitting openlijk zwaar partijdige rechter Vermeulen afgewezen. Niet alleen ik, maar ook collega journalisten van de landelijke dagbladen waren na afloop van de zitting totaal onthutst over de partijdigheid van rechter Vermeulen. Helaas kregen de meeste van ons dat niet in de krant. De meeste kranten zijn erg laf in dit land. Fred Spijkers vroeg mij of ik een en ander voor hem op papier wilde zetten. Ik was zo razend op rechter Vermeulen, dat ik dat heb gedaan in de vorm van een klacht bij de Hoge Raad (zie boven). Uiteraard werd die klacht onder het tapijt geveegd.

- Niet lang daarna kwam ik er bij stom toeval achter, dat rechter Vermeulen voordat hij rechter werd, als personeelsman bij Binnenlandse Zaken al aan het slopen van Fred Spijkers had gewerkt (Biza had bemoeienis met het ontslag van defensie ambtenaren). Toen ik bovenstaande klacht bij de Hoge Raad indiende, wist ik dat nog niet eens!! Het wangedrag van rechter Vermeulen tijdens de zitting was op zich al een gotspe! De ontdekking van de dubbele pet van Vermeulen (een daarvan was in feite een defensie helm)was voor de Tweede Kamer aanleiding om in te grijpen. Dat had moeten gebeuren middels een strafklacht en ontslag voor rechter Vermeulen. Maar Vermeulen werd ongemoeid gelaten en achter de schermen werd een schadevergoeding en een ridderorde voor Fred Spijkers geregeld. ONBESTAANBAAR! De hoogste rechter had immers uitgesproken dat Spijkers geen recht had op een schadevergoeding. Dan heeft het uitbetalen van dat bedrag juridisch de status van corruptie, voor de overheid, natuurlijk niet voor Spijkers.

-Recent heeft Spijkers herziening aangevraagd van het doorgestoken kaart bedrog vonnis van rechter Vermeulen uit 1997. Ditmaal trof hij iets meer eerlijke, maar toch nog heel bange rechters. Zijn herzieningsverzoek werd toegewezen, alleen zou hij niet gepsychiatriseerd zijn. Ik roep moedige hoogleraren recht op, om het dossier in te zien, de bewijzen daarvoor zijn overstelpend. Spijkers zal nog een keer herziening moeten aanvragen.

-Ik vlieg na al die jaren helemaal in de gordijnen bij deze discussie. Arme rechter Vermeulen zou verkeerd zijn voorgelicht door de landsadvocaat. Dank je de koekoek, Vermeulen zat in het complot! Niet alleen de antecedenten van Vermeulen tonen dat aan, maar ook slechts vijf minuten lezen in het oorspronkelijke dossier Spijkers. Je schrikt je een ongeluk van de bewijslast tegen Defensie die Vermeulen onder het tapijt heeft moeten vegen. Shit hits the fan. Vermeulen had twee bedeesde jonge rechtertjes uitgezocht, die er zwijgend als etalage materiaal naast zaten. Niet om aan te zien.

-Inmiddels bereid Spijkers een nieuwe en hogere schadeclaim voor. die staat los van de eerdere schadevergoeding die hij al jaren geleden heeft ontvangen dankzij de bemiddeling van de Tweede Kamer.

-Er moet in Nederland dringend een discussie worden gevoerd over de vraag welke rechter er op welke zaak wordt gezet en wie dat aanstuurt. Uit ervaring weet ik dat de meeste rechters in Nederland goudeerlijk zijn. Maar als een kabaal bij de overheid een foute rechter en het aansturingsmechanisme in handen heeft, dan leven we nog steeds in een bananenrepubliek, omdat alle gevoelige zaken dan wel eventjes voor de overheid worden geregeld.

(….)

van bemmelen

Waarom wordt ons de naam van de landsadvocaat onthouden?

Toch leerzaam.

Dick Berts

De betreffende landsadvocaat die zo’n kwalijke rol speelde in de zaak Spijkers was mr. G.R.J. de Groot, kantoorgenoot van mr. G.J.H. Houtzagers, tegen wie diverse onderzoeken lopen in verband met malversaties rondom de Catshuis brand. Mr. Houtzagers is ook de advocaat van rechter Hans Westenberg, waarover dit weblog op 15 maart 2010 schreef: “Zaak Westenberg begint nu aan rechterlijke macht zelf te knagen”. Rechter Westenberg onderhield stiekem contact met een van de twee partijen in de Chipshol affaire. Het gedrag van rechter Westenberg lijkt sterk op het gedrag van rechter Vermeulen in de zaak Spijkers. Het waren helemaal geen onafhankelijke rechters, maar vertegenwoordigers van een van de procespartijen.

e. mertens

Rechters moeten om mee te beginnen: eindelijk eens echt grondig en academisch worden opgeleid.
Vooral nu er ook hbo-juristen van de lopende band rollen, is de gelegenheid dáár om onze rechters die de serieuze zaken behandelen academisch gevormden te maken.
Van Jerry Mager (4) herinner ik mij enkele bijdragen in voorgaande discussies over dit onderwerp op de Opiniesite van deze krant, waarin hij steevast vurig pleitte voor een echte universitaire opleiding en academische vorming van onze magistratuur, behorende tot het eerste garnituur.
Ik herinner mij een sterk argument dat Mager hier steevast bij releveerde: “vroeger,” toen ons onderwijs over de hele linie nog degelijk, grondig en goed was, vóór de verloedering en contaminatie van ons onderwijs vanwege het mallotige marktdenken, vroeger dus, kwamen rechtenstudenten nog met een degelijke ondergrond-bagage op de universiteit. Hierdoor konden velen op eigen kracht – menigeen deed er bovendien een èchte academische studie naast, tenminste tot en met het kandidaats – een aanvaardbaar academisch niveau halen en behouden, niettegenstaande het ambachtelijk karakter van de juridische opleiding.
Dat is nu al lang niet meer zo, want ons lager en middelbaar onderwijs is naatje pet. Ik heb inmiddels nogal wat rechtzittingen bijgewoond en ben daardoor almaar treuriger over onze rechters geworden: weinig klasse en haast geen niveau meer. Wel veel arrogantie en narcistisch gedrag. Helaas.

Maarten ’t Hart fulmineerde onlangs in een Zomergasten-uitzending over onze magistratuur die hij als het “gebeft geboefte” aanduidde. Ik kan de heer ’t Hart daar niet helemaal in afvallen; hoe graag ook ik het systeem, enzovoorts, zo veel mogelijk in stand wil houden. Indien dat ten koste gaat van de kwaliteit van de rechtspraak zal dat per definitie niet lukken. Goedkoop is hier meer dan elders duurkoop.
Dus maak eindelijk echte academici van onze Nederlandse rechters. Met al het bezuinigingsgedoe op onderwijsgebied is de tijd hiervoor zeker niet de makkelijkste, maar het zal toch moeten, want het is onvermijdelijk.
In ieder geval moet het management- en marktdenken (in kromme vorm en mismaakte gedaante ook nog!) zeker niet verder oprukken binnen de Nederlandse magistratuur, want dat betekent voor onze rechtstaat ècht de dood in de pot.

fred spijkers - (direct betrokkene)

In korte inhoudelijke reactie op de vraag van de heer of mevrouw van Bemmelen gesteld in punt 7, het volgende:

In dit dossier heb ik vanaf juli 1995, zowel achtereenvolgens, als soms ook gelijktijdig de volgende Landsadvocaten tegenover mij gehad. Geplaatst in tijdsvolgorde.
Dit tot op heden, waarvan nr. 5. de heer mr. E. Daalder in de nog lopende zaken:
1. de heer mr. G.R.J. de Groot
2. mevr. mr M. de Rijke
3. de heer mr. A.W. van Leeuwen
4. de heer mr. G.J.H. Houtzager
5. de heer mr. E. Daalder

Jurgen Soedirman

Ik vind van wel.

Jurgen Soedirman

Als er nieuwe feiten zijn voorgekomen in de zaak vind ik dat men het recht moet geven een rechter de zaak opnieuw te laten bekijken. Want de nieuwe feiten kan een ommekeer geven aan de beschikking.

Otto de Ville

Prima bijdrage Dick Berts het laat goed de zogenaamde onafhankelijkheid zien van sommige personen uit de rechterlijke macht. Het wordt tijd dat hier de bezem door het hok gaat. Dit mag best eens stevig aan de kaak worden gesteld. Iedereen moet uit kunnen gaan van een integere overheid en zeker van de rechterlijke macht.

Henk Rijkers

Dick Berts vergeet te vermelden dat Katholiek Nieuwsblad wel over het showproces voor de Centrale Raad van Beroep in niet mis te verstane bewoordingen publiceerde in september 1997 en erover blééf publiceren. Ook in Katholiek Nieuwsblad onthulden we de belangenverstrengeling van mr. H.A.A.G. Vermeulen, wat inderdaad een ontdekking van Dick was, al wist ik dat toen nog niet. En o ja, Alexander Nijeboer, die later een boek schreef over de affaire Spijkers alsof hij de onderzoeksjournalist erachter was, was toen nog in geen velden of wegen te bekennen. Die kreeg pas interesse nadat Defensie openlijk ongelijk had bekend en Spijkers zijn miljoenen plus lintje had toegekend gekregen. Dit is een dossier vol valsheden, niet alleen aan de rechterlijke en overheidskant, maar ook aan die van de journalistiek en die van de klokkenluider zelf.

Dick Berts

Henk Rijkers heeft helemaal gelijk voor wat betreft de glansrol die het Katholiek Nieuwsblad vanaf het begin in deze zaak heeft gespeeld. Goed ook, dat Henk bevestigt dat het proces van Spijkers in 1997 een showproces was. Ik denk alleen iets anders over de valsheid van de klokkenluider. Fred Spijkers heeft bijna dertig jaar in zijn eentje tegen de staat moeten vechten. Dat doet iets met een mens. Bovendien hoort de staat onder alle omstandigheden zijn roer recht te houden. Met alle machtsmiddelen die de overheid ter beschikking staan, is dat ook helemaal niet zo moeilijk. We moeten in deze discussie terug naar de hoofdzaak. Het woord ‘showproces’ van Henk Rijkers bevestigt nog eens, dat we in Nederland te maken hebben met rechters die in dienst zijn van een van de procespartijen. De ernst daarvan kan niet worden overschat.

mr. dr. Caroline Raat

In JG heb ik over deze zaak een ‘annotatie’ (uitleg bij de uitspraak) gepubliceerd, waarin ik met name inga op de juridische implicaties van ‘liegen door de overheid’ (onrechtmatig, strafbaar, onbehoorlijk). Het komt namelijk vaak voor, vooral in arbeidskwesties, dat overheidwerkgevers de rechter trachten te misleiden. Belangstellenden kunnen mij mailen, dan stuur ik deze publicatie toe: contact&rechtenraat.nl.

Marius van Huygen

Ook een controlerend accountant bij de overheid kan maar beter geen ‘klokkenluider’ worden. Leo Verhoef RA weet daar alles van.

http://www.leoverhoef.nl/cv.html