Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Alleen onwaarschijnlijke fouten van fietsers komen voor eigen rekening

Hoeveel rekening moeten tram (en auto-) bestuurders houden met ondoordachte manoeuvres van fietsers?

De Zaak. Een fietser rijdt op een drukke weg een rijdende tram tegemoet en besluit onverwacht af te slaan, voor de tram langs, die voorrang heeft. Er volgt een aanrijding waarbij de fietser ernstig gewond raakt. Het slachtoffer is gedeeltelijk blijvend gehandicapt. Wie heeft schuld en wie moet betalen? 

De toedracht van het ongeval. Het was ochtendspits en het was druk. Op de plaats van het ongeval, hebben fietsers, auto’s en trams allemaal een eigen weggedeelte. Er zijn op korte afstand van elkaar een aantal kruisende zijwegen, waardoor de verkeerssituatie makkelijk onoverzichtelijk kan zijn. 

Vast staat dat de fietser geen richting aangaf. De tram had waarschijnlijk een vaartje van 24 a 25 kilometer per uur. De trambestuurder erkent de fietser te hebben gezien, zag dat deze in de richting van een zijweg keek en waarschuwde de fietser met een belsignaal. Maar de fietser reageerde niet. En de tram minderde geen vaart. 

Wat zegt de trammaatschappij? De trambestuurder valt niets te verwijten. Dit was overmacht. Dat betekent dat er “abnormale en onvoorziene omstandigheden” waren, waar de bestuurder niks aan kon doen. De gevolgen kon hij onmogelijk vermijden. 

Wat zegt de fietser? Alle schade moet worden betaald door de trammaatschappij. De fietser draagt aan het ongeval geen ‘eigen schuld’. Dit is overigens een beroepsprocedure: de rechtbank had eerder aangenomen dat de fout van de bestuurder voor 30 procent bijdroeg aan de schade. Het aandeel van de fietser was zo’n 70 procent. 

Aan welke norm moet een trambestuurder voldoen? Het Hof neemt een ‘zware zorgvuldigheidsplicht’ aan, zoals die ook voor autobestuurders geldt. Er is dan pas sprake van overmacht ‘als aan de bestuurder geen enkel verwijt voor het ongeval kan worden gemaakt’. Fouten van de fietser helpen de bestuurder alleen als die ‘zo onwaarschijnlijk waren dat hij daarmee naar redelijkheid geen rekening hoefde te houden’. 

Wat vindt de rechter waarschijnlijk fietsers gedrag? De rechter noemt het ‘een ervaringsfeit’ dat fietsers zich onverwacht, ondoordacht, onjuist en soms gevaarlijk kunnen gedragen. Afslaan voor een tram langs is ‘niet zo onwaarschijnlijk’ dat de trambestuurder daar ‘in redelijkheid geen rekening mee behoefde te houden’. Het was voor de tram ook niet ‘onuitvoerbaar’ om daar wat langzamer te rijden. Had de tram daar 19 a 22 km per uur gereden, dan had er tijdig gestopt kunnen worden. Dat was nodig ‘te meer’ daar de fietser niet op het bellen reageerde. De bestuurder reed dus te hard en schond zijn ‘zware zorgvuldigheidsplicht’. 

Hoe zit het dan met de verdeling van de schade? Het Hof vindt dat beide partijen in gelijke mate voor het ongeval hebben gezorgd. De fietser gaf geen voorrang en stak z’n hand niet uit. De trambestuurder maakte een ‘veilige afwikkeling’ van zijn rit te zeer ‘afhankelijk van het uitblijven van verkeersfouten van andere weggebruikers’, door net iets te hard te rijden. De schade van ongeveer 12000 euro moet daarom door beide partijen in gelijke mate, 6000 euro ieder, worden gedragen. 

De uitspraak (LJ BN8478) is hier te vinden. 

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
schadevergoeding

20 reacties op 'De Uitspraak: Alleen onwaarschijnlijke fouten van fietsers komen voor eigen rekening'

k de hog

Het roekeloze en gevaarlijke gedrag wat we vaak zien bij fietsers is een direct gevolg van deze ongelooflijke kromme wetgeving.

Hein van leeuwen

Zoals het wordt geformuleerd klinkt het redelijk en het past in het denken zoals we dat in de laatste jaren hebben ontwikkeld dat fietsers en voetgangers kwetsbaarder zijn in het verkeer ten opzichte van gemotoriseerd vervoer.

Toch deel ik die visie niet helemaal omdat het deelnemers aan het verkeer ontslaat van de eigen verantwoordelijkheid om de verkeersregels te kennen en dus ook toe te passen. De fietser gaat overduidelijk in de fout en iedereen weet hoe hard trams kunnen zijn. Trambestuurders moeten afwegingen maken waarvoor in de rechtszaal tijd voor is, maar in het verkeer niet.

willem van dulmen

Dat mag dan zo zijn. Ik vraag me wel af waar de grens ligt. Ik woon in een buitengebied en kom dagelijks vele fietsers tegen of rijd ze achterop, zonder licht, en soms zelfs zonder spatbord. Het kind, de dame of de heer heeft meestal donkere kleding aan dus bij een beetje minder goed weer zie je helemaal niets. Ook de voetgangers lopen in het zwart en meestal aan de verkeerde kant van de weg. Ik heb altijd begrepen dat je tegen de rijrichting in dient te lopen. Vorige week reed ik achter een politieauto en wij haalden twee fietsers zonder verlichting in. Ik nam al snelheid terug in de veronderstelling dat er iets van een staandehouding zou volgen. Niks. De dames zwaaiden nog naar de politie. M.a.w. wij hebben overal schijt aan. En dan zou ik verantwoordelijk zijn als ik er eens een ondersteboven rijdt?

Ed van Oosterhout

Ik blijf dit een merkwaardige zaak vinden. Er zijn nog wel meer verkeersdeelnemers waarvan de ervaring leert dat ze zich ondoordacht gedragen. Voetgangers bijvoorbeeld. Hoe zacht moet je rijden, om op hun onverwachte moves te kunnen anticiperen? Het merendeel van dit soort gedrag vindt bovendien niet “per ongeluk” plaats maar is doelbewust. Ik vind, dat de gedachtengang achter deze wetgeving de zwakste partij in het verkeer er toe aanzet om zich onvoorzichtig en ten opzichte van overige verkeersdeelnemers hinderlijk te gaan gedragen. Op dit type gedrag wordt ook nauwelijks gehandhaafd. Mijn indruk is, dat fietsers en voetgangers zich steeds slechter aan verkeersregels houden. Bovendien is er geen sprake van rechtvaardigheid in mijn ogen. In dit specifieke geval: ook al let je als tramchauffeur goed op en ben je voorzichtig (25 km/uur is al langzamer dan gebruikelijk) dan nog word je aansprakelijk gesteld. Breng dan op dit soort drukke plaatsen de maximum snelheid nog verder omlaag. Dat zie je bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

Reinier Bakels

Het is te hopen dat er cassatie wordt ingesteld. Er gold al lang een regel dat gemotoriseerde weggebruikers een bijzondere verantwoordelijkheid hebben tegenover jongere fietsers, maar een volwassen fietser moet toch weten wat hij doet (of anders niet op de fiets stappen). Natuurlijk is bij een tram-fietser botsing het gevaar van letsel veel groter voor de fietser. Maar fietsers willen ook nog wel eens gevaarlijk rijden. Ik slip op de fiets ook wel eens snel ergens tussendoor. Nu zal ik natuurlijk wel zo wijs zijn om niet bewust het gevaar van letsel te aanvaarden (wie er ook betaalt!) Maar een zware verantwoordelijkheid voor auto’s en trams zal hun bestuurders dwingen tot overmatige voorzichtigheid. Dat stoort een vlotte afwikkeling van het verkeer.

Ik geloof dat bij onze oosterburen al strengere regels gelden. Ik had een keer als fietser een aanrijding met een automobilist in München (hij reed stapvoets een parkeerhaven in, en ik rekende erop dat hij op mij zou wachten – maar dat deed hij niet). De automobilist was evident schuldig. Maar wat mij opviel was dat de man doodnerveus op mij afkwam. Toen ik in de consternatie (en niet om er een slaatje uit te slaan) schatte dat mijn vernielde voorwiel ongeveer 100 euro zou kosten, ging de man niet in discussie, maar betaalde onmiddellijk, zichtbaar opgelucht. Het voorwiel kostte uiteindelijk 25 euro. Ik schaamde mij – al had ken(de)ik de wettelijk regel niet waar ik blijkbaar van geprofiteerd had.

Kortom, wie een motorvoertuig bestuurt heef een extra verantwoordelijkheid tegenover fietsers en voetgangers, maar we moeten ook niet overdrijven, want fietsers en voetgangers zijn ook geen “heiligen”, en angstige automobilisten zijn ook niet goed voor een vlot verkeer.

David Vesters

Aangenomen wordt dus dat fietsers nu eenmaal onverwacht, gevaarlijk enz. weggedrag mogen vertonen en dat anderen daarmee rekening moeten houden. Vraag: maakt het wat uit welk beroep de fietser heeft? Als hij rechter is, politiechef, chirurg, minister…dan mag hij dat roekeloos gedrag ook vertonen of wordt dan gezegd dat van hem wel wordt verwacht dat hij zich aan de verkeersregels houdt?

Dick Berts

Vroeger gold op de weg het recht van de sterkste. Terecht is er wetgeving gekomen, die zwakkere verkeersdeelnemers beschermt tegen sterkere weggebruikers. Maar zoals zo vaak, zijn we weer doorgeslagen. De zwakkere wordt nu zo overdreven beschermd, dat hij de sterkste is geworden. We zijn dus weer terug bij af en moeten op zoek naar een nieuwe rechtvaardige balans tussen de verschillende soorten verkeersdeelnemers.

Nancy van Dijke

Het is één ding om de zwakke weggebruiker te beschermen, maar een ander te accepteren dat fietsers ‘nu eenmaal’ roekeloos kunnen zijn en zich niet aan elementaire verkeersregels houden.

Dat laatste komt toch nog altijd voor rekening van de fietser.

Lisa de Wit

Ik rijd geen auto; wel ben ik verkeersdeelnemer als fietser en voetganger.

Elke dag maak ik wel mee dat ik als voetganger ergens over de straat moet lopen. Simpel: er staat een auto op de stoep. Met alarmlichten aan, zo van: ach dan zie je me toch.

Een tijdje terug werd ik toch mooi bijna aangereden op een zebrapad terwijl het voetgangerslicht op groen stond door een snel optrekkende taxi. Op die weg steek ik sindsdien op een andere plaats over waar geen verkeerslicht staat. Daar heb ik zelf overzicht en moet ik op mezelf vertrouwen. Aan schijnveiligheid heb ik immers niets.

Ik probeer me als fietser zo goed mogelijk aan de regels te houden. Gevaarlijk vind ik die automobilisten die lak hebben aan de verkeersregel dat rechtdoor op dezelfde weg voorgaat. Toch proberen ze je weer te snijden. En reken maar dat je dat voelt als zo’n 4-wheeldrive tegen je fiets rijdt. Simpel omdat meneer niet uit zijn ogen keek.

Hij stond ook heel snel klaar met zijn portemonnee. Die 25 euro heb ik wel geaccepteerd. Nam niet weg dat ik met een pijnlijk been nog 10 km moest fietsen. Thuis bleek het een flinke bloeduitstorting te zijn.

In het geval van het artikel. Lijkt mij een goede verdeling. De schade gedeeld. Natuurlijk had daar de fietser moeten uitkijken; de trambestuurder kon remmen en had dat moeten doen.

Jaap Wierink

Toen ik de zaak in NRC las, dacht ik aan een misplaatste grap. Niet dus, het is het resultaat van de krankzinnige Nederlandse wetgeving. Het is natuurlijk zielig voor de fietser, dat deze uit gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, begrip voor het verkeer en de verkeersregels een tram uit de rails probeert te duwen. Maar in geen van de reacties lees ik iets over de emotionele schade die deze onverantwoordelijke fietser aan de trambestuurder heeft toegebracht.
Als weggebruiker houd je toch je hart vast, dat je niet tegen zo een idioot zonder licht die zich kris-kras door het verkeer beweegt aanrijdt.

À van Eijk

Al jaren zijn dit soort uitspraken ridicuul. Ik begrijp best dat een zwakke verkeersdeelnemer beschermd moet worden. Maar daarbij denk ik aan een kind en niet aan een volwassene die nb bewust en zonder realiteitszin VOOR een tram of auto even denkt langs te gaan. Dan ben je gewoon suïcidaal en moet je niet zeuren wanneer het fout gaat. Ik zeg dan duidelijk eigen schuld dikke bult. Maar… Casus wordt anders wanneer tram in drukke verkeer 60 km reed en de mogelijkheid had om uit te wijken, maar hè gek, dat kan een tram niet. Of dat de trambestuurder van 100 meter afstand duidelijk had kunnen zien dat er een domme schlemiel op de fiets reed, ja dan had hij wel enig verwijt. Ik vind dat de softe rechtspraak fietsers heeft ” geleerd” dat je gewoon van alles kunt doen want de gemotoriseerde is toch meestal schuldig-ook al kan die er echt niets aan doen.

Robert Bleeker

Het gaat de wetgever (namens ons) natuurlijk in essentie om het feit, dat een dermate onevenredig groot verschil in kwetsbaarheid bestaat tussen auto/trambestuurder en fietsers, dat de bestuurders van de laatste categorie zich letterlijk te allen tijde bewust moeten zijn, van dit majeure verschil en dat besef elke seconde van hun verkeersdeelname, ten volle tot uitdrukking moeten laten komen in hun rijgedrag (lees : Verkeers-anticipatiegedrag).

Een dergelijke verkeers-attitude vergt vanzelfsprekend een principieel andere rijstijl, dan de meeste bestuurders zich doorgaans de facto realiseren c.q. zich wensen aan te meten.

Veel auto/tram/bus/vrachtwagen-bestuurders hebben vanuit de beslotenheid van hun veilige kooiconstructie, vaak de illusie onkwetsbaar en (alleen al daardoor) oppermachtig in het (gemengde) verkeer te zijn.

Andere medeweggebruikers, als de genoemde categorie fietsers, worden door hen doorgaans als hinderlijke sta-in-de-weg-obstakels ervaren, die een flagrante inbreuk maken op het (vermeende) recht van de chauffeur op vrije doorgang en gegarandeerde tijdwinst (bijvoorbeeld door harder te rijden dan toegestaan en/of harder te rijden dan verantwoord is).

Natuurlijk zal een Rechter in voorkomende gevallen allerlei casuïstieke factoren laten meewegen in haar of zijn eindafweging/eindoordeel – zoals de leeftijd van de fietser (in het stuk is bijvoorbeeld sprake van een verdeelsleutel in dezen) – maar dat gegeven verandert niet de principiële eindverantwoordelijkheid van beschermde voor niet-beschermde weggebruikers.

Voor de goede orde : Ik ben – zoals de meeste Nederlanders van boven de leeftijd van 18 jaar – ervaringsdeskundige in beide categorieën weggebruikers.

Wel zou ik ouders (ook hier ben ik een ervaringsdeskundige) willen wijzen op de absolute noodzaak van gedegen verkeersonderwijs (van jongs af aan) aan hun kostbare kinderen, want de kwetsbaarheid van fietsende kinderen is grosso modo nog vele malen groter, dan die van niet-kinderen / volwassenen (uitzonderingen daargelaten).

Ook het equiperen van de fiets van (u zelf en vooral van) uw kinderen met passieve veiligheid-attributen – als goedwerkende lichten / reflectoren / hel-gele of hel-oranje flexibele vlaggetjes (mijn kinderen waren not amused) / fietshelm etc. – is een absolute must in het kader van de extreem hoge verkeersintensiteit / verkeersdichtheid van ons landje.

Een van de eerste basisregels, die ik mijn kinderen overigens bijbracht als fietser, was om, als het fietser-stoplicht op groen springt, eerst goed naar links te kijken, ten behoeve van (steeds vaker) door rood rijdende automobilisten en pas daarna in beweging te komen : Die raad heeft in ieder geval mijn jongste kind, minimaal één keer, een zware aanrijding (met vrijwel zekere dodelijke afloop) met een onverstoorbaar voortdenderende lijnbus doen voorkomen.

Chauffeurs, tot slot, van zware voertuigen in het verkeer, vertonen overigens vaak hetzelfde “ik-ben-de sterkste-dus-ik-neem-voorrang”gedrag ten aanzien van de personen-automobilisten, dat door de laatsten zo vaak wordt vertoond richting de fietsende en te voet gaande verkeers-deelnemers.

Robert Bleeker

Erratum (zie Kapitalen) : Het gaat de wetgever (namens ons) natuurlijk in essentie om het feit, dat een dermate onevenredig groot verschil in kwetsbaarheid bestaat tussen auto/trambestuurder en fietsers, dat de bestuurders van de EERSTE categorie zich letterlijk te allen tijde bewust moeten zijn, van dit majeure verschil en dat besef elke seconde van hun verkeersdeelname, ten volle tot uitdrukking moeten laten komen in hun rijgedrag (lees : Verkeers-anticipatiegedrag).

Frank Willers

Blijkens de berichtgeving heeft de fietser in kwestie zich volkomen onberekenbaar gedragen en daarbij een waarschuwingssignaal van de tram genegeerd. De fietser heeft zodoende bewust gekozen voor een situatie die, nota bene voor hemzelf, gevaar opleverde. Plotseling vóór een naderende tram, zonder richting aan te geven, de rijbaan van de tram te kruisen is vragen om problemen. Het argument dat de trambestuurder een te hoge snelheid aanhield, kan alleen maar bedacht zijn door iemand die van deze verkeersvormen absoluut niets blijkt te weten: de tram reed nauwelijks sneller dan een beetje sportieve fietser. Bovendien realiseert vrijwel niemand (dus ook de rechter) zich dat trams als gevolg van hun grote gewicht een remweg nodig hebben die langer is dan die van een fietser, alle extra remvoorzieningen ten spijt. Als trams hun snelheid moeten verlagen als gevolg van de aanwezigheid en het gedrag van roekeloze fietsers en voetgangers, dan legt het tramverkeer het qua snelheid af tegen een trekschuit en kan ‘de tram’ in het algemeen beter worden afgeschaft. Ik krijg de indruk dat de rechter in kwestie zich eens zou moeten oriënteren op de omstandigheden waaronder trambestuurders worden geacht hun werk te doen: een dagje meerijden naast de bestuurder kon wel eens zeer verhelderend werken, en niet meer leiden tot enigszins wereldvreemd aandoende uitspraken als deze, waarbij de trambestuurder die naar beste eer en geweten zijn functie uitoefende, voor de rest van zijn leven met een trauma mag rondlopen. Fietsers – en ik ben er één van – zouden zich aan de hand van dit vonnis nog meer ‘vogelvrij’ kunnen gaan voelen dan zij gewoonlijk al doen. Het is triest dat de onderhavige fietser ‘gedeeltelijk blijvend gehandicapt’ is, maar dat treurige feit heeft hij naar mijn mening geheel aan zijn eigen gedrag te danken. Bovendien lijkt hij bitter weinig van dit ongeval te hebben geleerd: je moet het maar dúrven om na een zelf veroorzaakte, uiterst onveilige en zelfs levenbedreigende situatie nog schadevergoeding te eisen ook!

Robert Bleeker

@Frank Willers

Het kan absoluut geen kwaad, om eerst even de verwijzing in bovenstaand artikel naar het vonnis te lezen, alvorens te reageren :

De Rechter stelt, dat

1. de trambestuurder de potentiële gevaarsetting rond de bewuste fietser op voorhand herkende (!),
2. maar in plaats van (slechts) enkele km p/u aan voertuigsnelheid terug te nemen,
3. zodat daarmee een eventuele remweg van het zware voertuig zou worden ingekort,
4. en daardoor een mogelijke aanrijding zou hebben kunnen worden voorkomen,
5. heeft hij volstaan met een belsignaal en
6. zijn te hoge aanrijsnelheid richting het gevaarlijke kruispunt gehandhaafd,
7. waardoor de fietser nu voor de rest van zijn leven is gehandicapt.

De Rechter heeft voorts (door middel van het format van de verdeelsleutel) in het vonnis wel degelijk rekening gehouden met het aandeel van de fietser in het ongeval, want de verantwoordelijkheid van de fietser voor het ontstaan van het ongeval – en dus voor de schade – wordt door de rechter op 50% oftewel op de helft bepaald.

Daarmee staat ook de weg open voor de fietser, om een (relatief geringe) schadevergoeding te eisen van de vervoersmaatschappij voor het aandeel van die maatschappij in zijn blijvende invaliditeit, zoals het ook de vervoersmaatschappij vrij staat, om eventuele (im)materiële schade op de fietser te verhalen.

Wat door veel verkeers-deelnemers – zo blijkt ook hier uit veel opmerkingen van de gespreksdeelnemers – maar niet wordt begrepen, is dat de wetgever de zorgplicht voor de veiligheid van de extreem veel zwakkeren medeweggebruiker, in principe (dus hoge uitzonderingen daargelaten) eenduidig bij de categorie zwaar beschermde bestuurders heeft gelegd.

Die bestuurders – en ik behoor daar ook zelf toe – lijken in meerderheid niet dan wel en/of veel te weinig te beseffen, dat de instelling, waarmee zij aan het verkeer deelnemen, in tal van gevallen, volstrekt niet in overeenstemming is met de intentie van de wetgever : Wij rijden over het algemeen veel te weinig geconcentreerd, en zijn daarenboven bij voortduring geneigd, om de verkeersregels (inclusief het cruciale wettelijke “zware zorgvuldigheidsplicht’-beginsel) te negeren en aan te passen aan onze persoonlijke behoeften (individualisering (ook) in het verkeer).

Het is dan ook geen toeval, dat de wetgever al sinds jaar en dag druk doende is, om de verschillende door elkaar heen bewegende verkeersstromen van ongelijke verkeers-deelnemers, strikt van elkaar te scheiden.

Maar dat even nobele, als kostbare streven zal door de – grotendeels door de recente bankencrisis veroorzaakte – mammoet-bezuinigingen door NL overheden op elke niveau, wellicht binnen afzienbare termijn, fundamenteel worden gefrustreerd, waardoor de noodzaak binnen de categorie (relatief) “beschermde verkeersdeelnemers”, om zich tijdens hun verkeersdeelname, door niets of niemand te laten afleiden van de (immer fluctuerende) verkeerssituatie, waarschijnlijk alleen maar groter zal worden.

J.M. Soeters

Zijn verkeersregels veiligheidsregels waar zware juridische sancties op staan bij niet nakomen of zijn het speeltjes in de handen van juristen om een schuldige aan te kunnen wijzen.

Op bouwplaatsen worden aan de werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen voor hun veiligheid ter beschikking gesteld. Tevens, aangezien zij de zwakste partij zijn en ongelukken in de regel tot zwaar persoonlijk letsel zullen leiden, krijgen zij zeer strikte gedragsregels opgelegd. Bij niet nakomen volgt in het gunstigste geval een laatste waarschuwing, meestal verwijdering van de bouwplaats en/of op staande voet ontslag.
Jezelf of een ander in gevaar brengen is ontoelaatbaar. Door opdrachtgever en aannemer wordt op naleving van de regels streng toegezien.

Kennelijk is dit principe niet op het verkeer van toepassing.
Dat de ene weggebruiker rekening moet houden met roekeloos verkeersgedrag van een andere weggebruiker en daarvoor ook nog aansprakelijk gesteld kan worden, omdat voor de laatste het risico op letsel het grootst is, kan alleen een jurist verzinnen.

In dit geval is die fietser wel erg dom. Het gaat om een tram die het spoor niet uit kan, dus als de fietser voldoende buiten de rails blijft, kan de tram de fiets niet eens raken ongeacht hoe hard de tram rijdt. Maar ook, de fietser kan weten dat die tram niet kan uitwijken, dus als de fietser zich binnen de rails begeeft is de kans op een aanrijding groot.

Dit is geen pleidooi om de sterkere weggebruiker voor te trekken boven de zwakkere. Maar, omdat de gevolgen voor de zwakkere het ernstigst zijn moet hij juist aan zeer strenge regels onderworpen worden.

Natuurlijk moet een vrachtauto een dode hoek spiegel hebben, maar tegelijkertijd moet het aan fietsers verboden worden een stilstaande vrachtauto rechts voorbij te gaan. Als fietsers zo nodig aan twee kanten van de straat in twee richtingen mogen rijden, dan moeten zij voorrang verlenen aan al het overige verkeer. Immers de kans op ongelukken wordt vergroot en een auto heeft alleen maar een kras.

En bovendien, als fietsers zonder licht rijden, zetten zij hun eigen veiligheid op het spel. Als bij een ongeluk de fietser dan categorisch ongelijk krijgt en de kras op de auto moet betalen, moet je eens zien hoe snel alle fietsers een licht hebben.

Deze uitspraak met een hoog geiten-wollen-sokken gehalte, houdt nu net het roekeloze en hufterige verkeersgedrag van fietsers in stand.

Kortom in veiligheid denken en wie daarmee de hand licht, hard afstraffen.

Jos lenting

Ik vind dat de rechter maar eens een dag in Amsterdam met de trambestuurder mee moet rijden,maar wel voorin.
Ik denk met zijn manier van denken de tram niet van zijn plaats af komt.
Het is erg dat een rechter een tramconducteur zo,n fout toch gedeeltelijk op zijn geweten schuift.
Ik verbaas me wel meer over het rechtsysteem in Nederland.
Vooral de zeer geringe bijstand die het slachtoffer krijgt.

Robert Bleeker

Het wordt hoog tijd, om even een hardnekkig misverstand uit de weg te ruimen : Het is niet de Rechterlijke Macht – die onder dit weblog-artikel ten onrechte doorlopend door velen van u zo ongekend heftig wordt aangevallen – maar het is de Wetgevende Macht, die (namens u en mij) exclusief verantwoordelijk is voor het formuleren van wetsteksten en het doen aannemen van wetten.

Het zijn deze wetten, die vervolgens door de Rechterlijke Macht worden aangewend, om – bij gelegenheid – hun wettelijke taak uit te oefenen : Het spreken van Recht aan de hand van de, door onze politieke vertegenwoordigers aangeleverde wetsteksten.

Johan de Wit

Ik snap echt niets van alle kritiek op deze uitspraak. Het is een zeer wijs besluit in de wet op te nemen dat zwakke verkeersdeelnemers goed worden beschermd. Dat de trambestuurder aan deze situatie niets kon doen is gewoon flauwekul. Iedereen weet dat fietsers zich soms inderdaad als gekken door het verkeer begeven. Dat is nu zo en zal altijd zo blijven. Zeker een proffessional als een trambestuurder moet dit gewoon accepteren. Om je dan, in geval van een ernstig ongeluk, te verdedigen op grond van het correct navolgen van de verkeersregels is onvoldoende. Verkeersregels zijn er om het verkeer zo veilig en soepel mogelijk te laten plaatsvinden, maar is natuurlijk zeker geen wet waarbinnen vervolgens alle andere verantwoordelijkheid vervalt. Ook bij een duidelijke verkeersovertreding van het slachtoffer betekent zo’n overtreding niet dat vervolgens alle verantwoordelijkheid bij het slachtoffer moet komen te liggen. Verkeersregels zijn er niet voor het ontslaan van de correcte navolger ervan van alle morele en/of juridische verantwoordelijkheid. En een trambestuurder moet die verantwoordelijkheid, net zoals automobilisten, altijd laten prevaleren boven het snel laten doorstromen van het verkeer. Beter een achteraf onnodige opstopping dan een snelle doorstroming met potentieel dodelijke gevolgen lijkt mij.

c wildschut

@dhr Bleeker: hulde voor uw niet aflatende pogingen de lezers te verheffen.
Ter korte aanvulling: de fietser is voor de rest van zijn leven invalide. Zijn schade is begroot op 12.000 Euro, waarvan hij de helft zelf moet dragen, omdat hij zelf ook zo onhandig was om voor de tram langs te willen gaan. Aldus ontvangt hij 6.000 Euro. Niet van de trambestuurder bovendien, maar van de aansprakelijkheidsverzekeraar – dogmatisch geen verschil, maar in de dagelijkse praktijk wel degelijk. Onderaan de streep: de verzekeraar van de trammaatschappij betaalt 6.000 Euro omdat de trambestuurder met de fietser in het vizier naliet om vaart te verminderen van +/- 25 naar +/- 20 km per uur. Niet zo onredelijk lijkt mij.
Maar, hoop voor diegenen die deze fietser geen warm hart toedragen: de rechtbank stelde de verdeling van de schade vast op 70% voor de fietser en 30% voor de (verzekeraar van) de trambestuurder. Vreest dus niet, veranderende maatschappelijke opvattingen vinden wel degelijk hun weg in de rechtspraak.