Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

EU-Gerecht: publieke omroep moet 76,3 miljoen terugbetalen, NOS was commercieel bedrijf

De vroegere Nederlandse Omroep Stichting (nu Nederlandse Publieke Omroep, NPO) moet 76,3 miljoen euro terugbetalen wegens concurrentievervalsing. Het bedrag is door de Europese Commissie volgens de rechter terecht aangemerkt als ‘verboden staatssteun’. De publieke omroep werkt in Nederland als een gewoon bedrijf. De procedure werd gestart na klachten van de commerciële omroepen. De NOS kan in Luxemburg nog in beroep, bij het Hof van Justitie.

Dat heeft het Gerecht van de Europese Unie, onderdeel van het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg, donderdag bepaald. Lees hier de uitspraak. Het Gerecht bevestigt de beslissing van de Europese Commissie, die Nederland in 2006 opdroeg een rijksbijdrage  van 76,3 miljoen euro van de NOS terug te vorderen, omdat het ongeoorloofde staatssteun betrof. Dit jaar draagt de overheid 789 miljoen euro bij aan de publieke omroep. De omroep verwacht 843 miljoen aan inkomsten, onder meer uit reclame.

 Nederland en de NOS gingen in 2006 in beroep bij het EU-Gerecht. Die beroepszaak hebben zij gisteren op alle punten verloren. Zij kunnen in beginsel nog hoger beroep aantekenen bij het EU-Hof.

Het Gerecht van de EU oordeelt dat de NOS vergeleken kan worden met een commerciële onderneming, die wordt begunstigd door de overheid en wel op een manier die voor vervalsing van de vrije markt  zorgt. In overweging 116 wordt instemmend de Europese commissie geciteerd die opmerkte dat Nederlandse publieke omroepen bijvoorbeeld zelf actief zijn op de internationale markt. “Op basis van hun lidmaatschap van de European Broadcasting Union kunnen zij televisieprogramma’s uitwisselen en nemen zij deel in het Eurovisiesysteem. Daarnaast worden hun programma’s in België en Duitsland uitgezonden.  Bovendien concurreren de publieke omroepen rechtstreeks met commerciële omroepen die actief zijn op de internationale omroepmarkt”. De NOS had betoogd dat het in de zin van het EU recht geen onderneming is omdat het vooral een publiek omroepbestel beheert en coördineert. Hooguit zou de NOS een ‘ondernemersvereniging’ kunnen worden genoemd.

Het gerecht herinnert er echter aan dat volgens vaste rechtspraak “elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd” als onderneming kan worden gekwalificeerd. Het uitoefenen van een publieke taak is daarbij ‘geen beletsel’ (r.o. 94) Ook de manier waarop de NOS in de praktijk functioneert maakt dat niet anders.  Het gerecht beschrijft de NOS als een soort holding, een hoofdkantoor van een concern waarvan dan de omroepverenigingen de dochterbedrijven vormen.  “De coördinatieactiviteiten die de NOS via de PO uitoefent verschillen niet van de activiteiten die een commerciële onderneming ten behoeve van haar commerciële zenders uitoefent”. (r.o. 101) Bovendien verwierf de NOS uit die coördinatie activiteiten zelfstandig zo’n 133 miljoen euro omzet, een ‘niet te verwaarlozen’ bedrag. Ook los van de omroepverenigingen is dat al voldoende om de NOS een bedrijf te noemen, zegt het Gerecht.

De Europese Commissie startte zes jaar geleden een onderzoek naar de wijze waarop de publieke omroepen in Nederland gefinancierd werden. Dit onderzoek strekte zich uit over de periode 1994 tot 2005. Medio 2006 stelde de Europese Commissie vast dat een deel van de financiering van het omroepbestel onverenigbaar was met de EU concurrentieregels. Toenmalig eurocommissaris voor Mededinging, Neelie Kroes, eiste dat Nederland ruim 76,3 miljoen euro terugvorderde van de NOS. Daar moest dan de rente nog bij worden opgeteld.

In de kern gaat het geschil om zogenoemde ad-hocbetalingen. Dat zijn financiële middelen die de publieke omroep van de overheid krijgt voor specifieke doeleinden, bijvoorbeeld om betere programma’s te produceren, schommelingen in reclame-inkomsten op te vangen of gestegen prijzen van sportuitzendingen bij te passen.

Volgens de Europese Commissie verleenden Rijk en NOS een voordeel, zoals kosteloze technische faciliteiten dat “niet voor enige andere onderneming in een vergelijkbare situatie beschikbaar is. De Nederlandse regering en de NOS vochten het Commissiebesluit aan op vier gronden: schending van hun recht op verdediging, onjuiste kwalificatie van staatssteun, onjuiste kwalificatie van ad-hocbetalingen en onjuiste berekening van het door de NOS terug te betalen bedrag. Het Gerecht verwierp alle aangevoerde bezwaren.

Wat vindt u? Is het een overheidstaak om een publieke omroep in de markt te laten opereren als commerciele onderneming en die tegen de marktrisico´s te beschermen met voordelige financieringen?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Europees recht
Lees meer over:
EU Hof Luxemburg

3 reacties op 'EU-Gerecht: publieke omroep moet 76,3 miljoen terugbetalen, NOS was commercieel bedrijf'

johan van schaik

Hoewel ik er niet eens aan moet denken te moeten kijken naar commerciele zenders als rtl 4 t/m 10 – voor zover die tenminste nog eigen zendtijd hebben tussen het reclamegeweld – moet men blij zijn met voormelde consistente uitspraak. Nu de zorgverzekeraars, de ziekenhuizen met hun DBC’s, en de banken met de door hen genoten staatssteun in de vorm van hypotheekrenteaftrek nog. Die kunnen op min of meer dezelfde gronden verboden worden geacht, dus: op naar de Commissie met een klacht !

A.A. In 't Velt

Commissaris Kroes is indertijd verguisd voor haar eis tot terugbetaling van de verkapte subsidie.
Gelukkig krijgt zij nu volledig gelijk van het EU-Gerecht.
De onderbouwing van de rechterlijke uitspraak vind ik bijzonder vernederend voor de Nederlandsche Overheid. Eigenlijk zeggen de Commissie en het Gerecht dat Nederland niets begrijpt van het begrip concurrentie. Dat onbegrip komt mede voort uit arrogantie (het Rijk heeft altijd gelijk), maar vooral doordat het begrip “geld” bij de Overheid iets heel anders betekent dan bij het bedrijfsleven. Bij de overheid is geld niet meer dan een getal op een papiertje dat “Begroting” heet. Bij het bedrijfsleven is geld het levensbloed en de meetlat voor een bedrijf. Bij de Overheid kom je aan je geld door te zorgen dat dat op jouw naam op dat papiertje staat: daarvoor moet je praten, praten, vergaderen en lobby-en. In het bedrijfsleven kom je aan geld door producten of diensten te leveren die de markt aantrekkelijk genoeg vindt om te kopen. “Werken” betekent bij de Overheid dus vooral vergaderen en in het bedrijfsleven produceren en verkopen.
De reactie van de Overheid op deze uitspraak ligt dus vast: geld krijgen via vergaderen, of in dit geval weer een rechtzaak in hoger beroep. Het geld dat deze zinloze actie kost is gewoon een getal op een papiertje!

Reinier Bakels

Wat ik helemaal mis is dat de “staatssteun” feitelijk uit gelden bestaat die vroeger apart werden geïnd als “luister- en kijkgelden”, en die de overheid ooit uit puur praktische overwegingen uit de algemene middelen is gaan betalen (om innings- en handhavingskosten te besparen, en omdat 99% van de mensen een TV heeft).

Het moet mogelijk zijn dat er naast een commerciële omroep ook een omroep is die door luisteraars wordt bekostigd. Zoals er betaalde en gratis kranten zijn. Een praktisch probleempje is dat omroep een “publiek goed” is waar iedereen van kan meeprofiteren. Vandaar de financiering via de belasting. Je zou ook aan een systeem van giften kunnen denken (ligt Nederlanders niet zo), of gebruik van decoders (lastig, fraudegevoelig, ook niet populair).

Het probleem is volgens mij dat de publieke omroep zich op precies dezelfde markt begeeft als de commerciëlen. Dat wordt zelfs krachtig gestimuleerd, o.a. door netmanagers en door een kijkcijfertirannie. Bovendien heeft de publieke omroep de additionele financiering uit reclame hard nodig, en reclame-inkomsten hangen af van kijkcijfers.

Eigenlijk zou de publieke omroep een aanvullende rol moeten spelen op de commerciëlen. Zoals de Amerikaanse publieke omroep die heeft. Maar leg Staatssecretaris Zijlstra maar eens uit dat de publieke omroep zich zou moeten concentreren op programma’s die niet populair genoeg zijn voor de commercie (in zulke kringen meestal aangeduid als “eigen broek kunnen ophouden”). Hoe breng je een marktdenker aan het verstand dat er een subtiel maar essentieel verschil is tussen slechte programma’s, en programma’s
die wel (snoei-)goed zijn, maar een te klein publiek aanspreken. Cultuur verlangt diversiteit, geen onvoorwaardelijk winststreven.

Ook informatievoorziening verlangt diversiteit. Door de steeds grotere rol van internet vechten commerciële informatiemedia voor hun leven, wat leidt tot tendentieuze, grove en onsmakelijke berichtgeving die de democratie niet ondersteunt maar ondermijnt. Ook daar heeft een publieke omroep een onmisbare, aanvullende taak. Onderschat ook de voorbeeldfunctie niet: RTL heeft een goed journaal mede omdat de publieke omroep dat heeft.

Wie de complementaire taak van de publieke omroep begrijpt zou het Muziekcentrum van de Omroep niet halveren, maar verdubbelen, en bijv. sportuitzendingen categorisch aan commerciëlen overlaten. Niet omdat sport niet belangrijk is, maar omdat de meeste sport getalsmatig populair genoeg is voor “de commercie”.

Om de schijn van oneerlijke concurrentie en valse (“perverse”) prikkels te vermijden zou de publieke omroep wel reclamevrij moeten worden. Als voorbeeld voor commerciëlen die hun programma’s storend vaak voor reclame onderbreken.