'Wietpas weigeren aan buitenlanders mag, mits softdrugs echt illegaal zijn'
Het EU Hof in Luxemburg geeft in beginsel groen licht voor de ‘wietpas’ dat het kabinet in Nederland wil invoeren. Lees hier het bericht. Maar de kogel is nog niet door de kerk. De Raad van State moet nog beslissen over het beroep dat de Maastrichtse coffeeshop eigenaar Marc Josemans tegen de plaatselijke wietpas heeft ingesteld. Zijn softdrugs in Nederland nu gewone handel of niet?
De uitspraak van het Hof in Luxemburg is hier te vinden. De Raad van State legt hier uit hoe de kwestie nu verder wordt afgehandeld. Er zijn mogelijk nog twee zittingen nodig. Zowel de coffeeshop eigenaar als de gemeente Maastricht mogen nog reageren op de uitspraak van het Europese hof. Feitelijk komt die erop neer dat het discrimineren van EU burgers bij de voordeur van een coffeeshop is toegestaan omdat drugs nu eenmaal verboden zijn. Daarom kun je geen beroep op de zogeheten ‘verkeersvrijheden’ (goederen, diensten, burgers) van de Europese Unie en ook niet op het beginsel van nondiscriminatie.
De procedure bij de Raad van State is een appel van een uitspraak van de bestuursrechter in Maastricht. Daar won destijds de coffeeshop eigenaar. Ook toen werd al gestreden over de vraag of deze vorm van discriminatie nu wel of niet kon. De lagere bestuursrechter oordeelde dat de wietpas die de gemeente aan buitenlanders voorschreef in strijd was met het gelijkheidsbeginsel uit de grondwet. Lees die uitspraak LJ BC8198 hier. Deze Nederlandse rechter betwijfelde namelijk of de verkoop van softdrugs in Nederland wel echt verboden zijn. Feitelijk is wietverkoop in Nederland is eigenlijk legaal, gezien de vele bestuurlijke criteria waaraan een coffeeshophouder moet voldoen vopnd deze rechter. Een wietpas maakt dan inderdaad indirect maar verboden onderscheid naar nationaliteit.
De Europese rechter neemt een andere route: de schadelijkheid van cannabis is ‘algemeen erkend’, de verhandeling ervan is ‘in alle lidstaten’ verboden, behalve in het medische of wetenschappelijke circuit. Alle landen hebben bovendien afgesproken de handel en consumptie ervan te bestrijden. Verder is er een ‘volstrekt invoer en verhandelingsverbod’. En: ‘Dat bepaalde lidstaten een verdovend middel als een softdrug beschouwen, kan dit niet opnieuw ter discussie stellen’. Einde oefening dus voor een beroep op het Europese recht op gelijke behandeling. Een gedoogbeleid in een lidstaat maakt niet uit. ‘Illegale handel, ook al wordt hij gedoogd, blijft verboden’.
De coffeeshop eigenaar krijgt voor onbelemmerde drugsverkoop aan buitenlanders dus geen steun van Luxemburg. Maar zijn daarmee alle kansen in Den Haag, bij de Raad van State ook verkeken? Is er een kans dat een beroep op artikel 1 van de grondwet slaagt, hoewel een discriminerende wietpas naar Europees recht wel toegestaan is?
In de uitspraak waarin de Raad van State de vragen aan het Hof Luxemburg formuleerde kwam het al zijdelings aan de orde. In overweging 2.5 staat dat de burgemeester van Maastricht al aanvoerde “dat artikel 1 van de Grondwet niet aan de tijdelijke sluiting van de coffeeshop in de weg staat, omdat dit artikel niet strekt tot bescherming van aanspraken op illegale producten, zoals softdrugs.” Hetzelfde argument dus dat in Luxemburg de doorslag gaf: softdrugs zijn illegaal en dus is er geen plicht om de toegang tot die produkten voor iedereen op gelijke wijze te garanderen. De Raad van State heeft nog niet laten doorschemeren hoe het daar over denkt. Behalve dat het antwoord dat in Luxemburg wordt gegeven daarop ‘van invloed’ zal zijn, overweging 2.6
De casus over de wietpas komt straks dus neer op de eenvoudige vraag of de verkoop van softdrugs in Nederland zo gereguleerd is dat het feitelijk legaal is (aldus de rechtbank) of naar de letter van alle wetten en verdragen (luxemburg) vanzelfsprekend illegaal.
Lees in dit nieuwsdossier op de vorige nrc-site alles over het drugsbeleid.
Wat vindt u: is softdrugsverkoop in Nederland feitelijk legaal of niet. En wat moet de doorslag geven?
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding
