Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 65: Mag een stel in de bijstand huisbezoek van de sociale dienst weigeren?

deurbelMag je de sociaal rechercheur de deur weigeren als je met je gescheiden man   dagelijks samen eet en nog een kind kreeg? Met commentaar van NJB-redacteur en hoogleraar bestuursrecht Tom Barkhuysen en van NJB-medewerker Guus Heerma van Voss, hoogleraar sociaal recht. Beiden in Leiden.
De Zaak.
Een moeder met drie kinderen en een bijstandsuitkering voor alleenstaanden weigert  de Sociale Dienst toegang tot  haar woning. Een rechercheur en haar ‘klantmanager’  wilden  controleren of haar ‘woonsituatie’ wel klopte met wat zij had  opgegeven. De gemeente neemt haar weigering hoog op en  trekt de uitkering in. Ze gaat in hoger beroep bij de bestuursrechter waar ze aanvoert dat een redelijke grond voor een huisbezoek ontbrak.

Waarom kwam de gemeente op huisbezoek?
De vrouw was  tot 2005 getrouwd en kreeg een uitkering voor gehuwden. Het  stel had twee kinderen. Na de scheiding kregen beiden een uitkering voor alleenstaanden. Twee jaar na de scheiding krijgt de  vrouw een derde kind en wel van dezelfde man. De man erkent  ook het kind. Het valt de klantmanager van het gescheiden stel  op dat als hij de vrouw thuis telefonisch spreekt de man daar  ook is. Althans de man komt ook vaak aan de telefoon om zijn  uitkeringszaken met de klantmanager te regelen. Hebben zij  hun huwelijk èn hun gezamenlijke huishouding soms voortgezet? Moet er dan een niet een (lagere) gehuwden uitkering worden toegekend?

Hoe antwoordt het stel op de kritische vragen?
Zij verklaren hun onderlinge contact vanuit de wens ‘goed met elkaar om  te gaan voor de kinderen’. De man zegde ook een afspraak met  het reïntegratiebureau af toen zijn ex in het ziekenhuis werd  opgenomen voor de bevalling. Ook kon hij in de drie weken na  de bevalling (met een keizersnede) niet aan zijn verplichtingen  jegens de Sociale Dienst voldoen omdat hij op hun drie kinderen moest passen. En toen de sociale rechercheur en de klantmanager onverwacht aan de deur kwamen, verklaarde hij ook dagelijks met zijn vrouw mee te eten.

Wat is de rechtsvraag?

Had de gemeente een voldoende redelijke grond om op huisbezoek te komen? Waren er voldoende  feiten en omstandigheden om redelijkerwijs te twijfelen aan de  opgave van het stel ‘alleenstaand’ te zijn? En dus geen gezamenlijke huishouding te voeren?

Wat zegt de hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep?
Voor het bestaan van een gezamenlijke huishouding ‘is slechtsrelevant of zij hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning’.  Wederzijdse zorg of het delen van kosten zijn ‘niet van belang’  voor een redelijke grond voor een huisbezoek. Het verhaal van  de klantmanager over het samenzijn van beide ex-partners in  de woning van de vrouw is te vaag. Niet duidelijk is wie er precies wie opbelde, wanneer en hoe vaak dat gebeurde.

Dat de man betrokkenheid toonde bij de bevalling kan alleen  als ‘incidentele feiten of omstandigheid’ worden geduid. Ook  dat is onvoldoende om meteen op huisbezoek te mogen gaan.  Wel had de gemeente nader onderzoek kunnen doen met ‘minder ingrijpende methoden’. De rechter zegt dat er wel aanleiding was om een hoorgesprek te voeren, voor observatie (vanaf  de straat) of het opvragen van energieverbruiksgegevens. De  vrouw weigerde het huisbezoek dus terecht.

De uitspraak (LJ  BN8775) is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht.Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
fraude
mensenrechten

22 reacties op 'Uitspraak 65: Mag een stel in de bijstand huisbezoek van de sociale dienst weigeren?'

NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar bestuursrecht in Leiden

Onaangekondigde en onvrijwillige huisbezoeken in het sociale zekerheidsrecht: terughoudendheid en zorgvuldigheid gepast

De Centrale Raad van Beroep legt de drempel voor een ‘huisbezoek’ hoog. Te hoog, zou wellicht gedacht kunnen worden wanneer bij de term ‘huisbezoek’ een aangekondigd bezoek wordt verstaan waarbij de visite met instemming van de bewoners een huis betreedt.

In het sociale zekerheidsrecht wordt onder de term ‘huisbezoek’ echter ook begrepen een onaangekondigd bezoek van sociale rechercheurs. Die betreden tegen de zin van de bewoner(s) (zonder ‘informed consent’) een woning op zoek naar bewijs voor een overtreding van sociale zekerheidsregels. Met een dergelijk ‘bezoek’ is het fundamentele huisrecht in het geding dat zowel in de Grondwet als in verdragen bijzondere bescherming geniet. De overheid mag op basis daarvan – kort gezegd – alleen bij uiterste noodzaak tegen de zin van een bewoner een huis binnengaan.

En terecht. Burgers moeten er van kunnen uitgaan dat zij in hun huis in beginsel niet tegen hun zin door de overheid of wie dan ook worden lastiggevallen. Ook wanneer zij een uitkering van de staat ontvangen Omdat het fundamentele huisrecht in het geding is, zijn door de Centrale Raad van Beroep, de Nationale ombudsman en het gerechtshof Amsterdam* strenge (zorgvuldigheids)eisen ontwikkeld. Zo moet de sociale dienst bewijzen dat er sprake was van toestemming voor een huisbezoek.

Is dat niet aan de orde dan is een huisbezoek alleen rechtmatig: “indien vóór of uiterlijk bij aanvang van dat huisbezoek in het individuele geval voor dat huisbezoek een redelijke grond bestaat. Van een dergelijke grond is sprake indien op basis van concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of de volledigheid van de door de betrokkene omtrent zijn woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen, voor zover deze gegevens onmiskenbaar van belang zijn voor het vaststellen van (de omvang van) het recht op bijstand en deze gegevens niet op een voor betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd.”

Er moet dus een redelijke grond bestaan voor het huisbezoek. Het materiaal waarnaar men op zoek is moet echt van belang zijn. En dit moet ook niet op een andere, minder belastende manier kunnen worden verkregen. Dergelijke eisen zijn in het licht van het belang van het huisrecht absoluut redelijk. Ze leggen de lat voor een huisbezoek ook niet te hoog. Er blijft voldoende ruimte voor effectieve controle op de naleving van sociale zekerheidsregels, zo blijkt ook uit de handhavingspraktijk. Het is ook goed dat de Centrale Raad deze grenzen scherp bewaakt, zoals in de hier besproken uitspraak is gebeurd.

NJB medewerker Guus Heerma van Voss, hoogleraar sociaal recht in Leiden

De inlichtingenplicht van de burger in de bijstand jegens de overheid

De tijd dat het huwelijk een eenvoudige maatstaf was voor de toekenning van uitkeringen, is al lang voorbij. Tegenwoordig wonen mensen samen, wisselen van partner en allerlei meer of minder vaste relaties laten zich niet eenvoudig in een model wringen. Alternatieve samenlevingsvormen zijn wel gelijkgesteld aan het huwelijk, maar alleen als zij hetzelfde model vertonen. Om het ‘tellen van tandenborstels’ te voorkomen, werd besloten dat niet de aard van de relatie maar het economische voordeel bepalend zou moeten zijn. Maar ook economisch is het niet altijd even duidelijk wanneer nu van een ‘gezamenlijke huishouding’ kan worden gesproken. Veel mensen delen wel iets met een ander, maar niet alles. Moeten twee vrienden die samen een huis huren, maar daarbinnen gescheiden wonen en hun financiën niet delen als één van de twee werkloos wordt, voor elkaar gaan instaan? Op een gegeven moment heeft men in de wet vastgelegd dat een gezamenlijke huishouding aanwezig wordt geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben én (onder meer) zij gehuwd zijn geweest of uit hun relatie een kind is geboren.

In deze zaak waren man en vrouw uit elkaar gegaan, maar hadden zij nadien nog een derde kind gekregen, kwamen zij regelmatig bij elkaar op bezoek en aten ook vaak samen. Is daarom sprake van een gezamenlijke huishouding? Deze situatie voldoet niet aan de genoemde definitie, zolang zij ieder afzonderlijk een huishouding hebben. Dat is ook logisch omdat zij dan beiden moeten voorzien in de kosten van een eigen woning. Het gezamenlijk eten, en zelfs het krijgen van een derde kind na het intreden van de situatie verandert daar niets aan. Ook twee alleenstaanden kunnen samen een kind hebben, doch gescheiden wonen. En ook zij kunnen samen eten om de kosten te drukken of voor de gezelligheid, zonder dat zij opeens een gehuwdenuitkering dienen te krijgen.
De ambtenaren van de gemeente Spijkenisse vonden de situatie zo verdacht dat zij een huisbezoek wilden afleggen. De toegang werd geweigerd en daarop werd de bijstandsuitkering gekort. Dat laatste werd door de rechter niet geaccepteerd. Het binnentreden van de woning door de overheid is in Nederland streng beperkt. Dat heeft alles te maken met het onrecht dat veel Nederlanders tijdens de bezetting hebben meegemaakt. Er moet dus een redelijke grond voor zijn. In dit geval was er geen concrete aanwijzing dat er werd gefraudeerd. Men vond alleen de situatie verdacht en wilde eens een kijkje komen nemen. De rechter zegt nu dat dat niet voldoende is.

Ik denk dat men had moeten beginnen om de gegevens op te vragen van de financiering van de beide huizen. Als die niet leverbaar zijn, dan is er pas een feit ontstaan dat doet vermoeden dat in feite sprake is van een gezamenlijke huishouding. Ook dan lijkt binnentreden nog niet direct nodig. Men kan dan ook aan de betrokkenen laten om aan te tonen dat er geen gezamenlijke huishouding is. Mij lijkt het belangrijk dat gemeenten bijstandsgerechtigden niet te gemakkelijk lastig kunnen vallen met huisbezoeken op basis van praatjes in het dorp of morele oordelen van gemeentebestuurders die te weinig respect kunnen opbrengen voor een andere dan hun eigen levenswijze.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Nochtans wordt in de praktijk op deze manier geopereerd: http://www.dumpert.nl/mediabase/707001/9b6372a9/gemeentegestapo_rotterdam.html

Politici als Aboutaleb hebben aangekondigd de wet ook op dit punt te willen wijzigen als de rechtspraak er voor zorgt dat het anders niet kan.

Max Molenaar

Voorstellen voor handhaving van regels sociale zekerheid
De regels op gebied van sociale zekerheid zijn zo ingewikkeld, uitgebreid en verwarrend, dat veel uitvoerende ambtenaren ze zelf niet goed kennen.

Ook veranderen die regels voortdurend en zijn ze vaak zeer onduidelijk geformuleerd. Bovendien voegt jurisprudentie daar vaak een onverwachte kijk aan toe.

Verbeter de voorlichting aan cliënten en ambtenaren over die regelgeving sterk. Dat kan heel efficiënt via webvideo’s en publieke webfora.

Op die webfora moet iedereen gratis vragen kunnen stellen over sociale zekerheid. Laat die vragen beantwoorden door de beste gespecialiseerde experts.

Webvideo’s zijn nodig omdat veel laagopgeleiden moeite hebben met lezen en daar ook veel weerstand tegen hebben. Daarnaast blijft voorlichting nodig via de traditionele kanalen, ook individueel.

Via die webvideo’s en webfora kan ook efficiënt informatie worden gegeven over arbeidsreïntegratie, beroepskeuze en solliciteren.

Geef burgers ook uitgebreid voorlichting via internet over rondkomen met weinig geld. Want ik denk dat allerlei probleemsituaties vaak mede ontstaan doordat mensen daarover te weinig kennis hebben.

Bij uitkeringssituaties spelen niet zelden allerlei bijkomende problemen op gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheid, functiebeperkingen en andere schrijnende omstandigheden, zoals stalking, geweld, terreur van jeugdbendes of omwonenden, analfabetisme, gokverslaving, drugs, alcoholisme, medicijnverslaving, opvoedingsproblemen, faillissement, familieproblemen, eenzaamheid, huisvestingsproblemen, geluidsoverlast of mantelzorg.

Cliënten zijn daardoor niet altijd in staat om voortdurend ontwikkelingen te volgen in de regelgeving op gebied van sociale zekerheid.

Let bij vermoedens van uitkeringsfraude ook op de aanwezigheid van een strafblad.

Als er een vermoeden is dat er regels worden overtreden kan het voldoende zijn, om de cliënt dat te melden. De cliënten zijn dan in elk geval op de hoogte van wat niet mag en kunnen dan zonodig hun gedrag aanpassen.

k de hoog

Er blijft er 1 simpele vraag helemaal achterwege. Een vraag die voortkomt uit het waarom van de alleenstaande en gehuwde uitkering. Hebben beide een aparte woning en indien ja, wordt deze door beide bewoond. Van daaruit kun je dan verder gaan met je onderzoek, maar als beiden een eigen woning hebben (en er is geen sprake van illegale onderverhuur of samenwonen met een ander) dan kan er geen sprake zijn van fraude.
Wanneer men samenwoont met een ander wordt de uitkering weer aangepast van diegene die samenwoont. Volledig illegale onderhuur kun je onderzoeken buiten het huisbezoek om.

Natuurlijk zitten er haken en ogen aan alles, maar het gaat om de benadering, waarom kiest men voor deze benadering en niet die waarom de wet is zoals die is, 2 woningen, 2x kosten oftewel allebei een alleenstaande uitkering. 1 woning, met zijn 2′en 1 x kosten oftewel een gehuwden uitkering.

Dit omdat de overheid steeds vaker probeert te ontkomen aan haar verplichtingen en op zoek gaat naar extra tandenborstels. Dat heeft tot gevolg dat men met truken de uitkering probeert af te pakken, terecht of onterecht maakt niet meer uit. Dat de Nederlandse overheid dat doet zonder achting voor mensenrechten wordt ook steeds vaker bekend.

Het is de wijze waarop de overheid handelt en de intentie van de beleidsmakers waarom dit fout gaat. Dat voor een overheid is niet te accepteren. Dat is die horkerigheid die elke keer opduikt. Dat is het systeem misbruiken op dezelfde manier als mensen die het systeem misbruiken voor een onterechte uitkering. Vuur wordt met vuur bestreden en de stapel onschuldige slachtoffers neemt toe. Systeem komt boven de mensen en je bent van god los. Zoals het misbruiken van een sociale uitkering vaak ook gestraft wordt omdat het consequenties heeft voor de samenleving, zo moet ook de handelswijze van de overheid gestraft worden. Daar zijn de consequenties vele malen groter zelfs en bijna dagelijks te lezen.

Er moeten hier zware schadevergoedingen op staan. Dat is wat de overheid kan corrigeren om haar taak uit te voeren zoals een overheid behoort te doen en niet omdat de centjes continu meespelen.

J.v.Loveren

Nederland kent verschillende vormen van samenwoning. Veel van deze vormen zijn bij staat en gemeenten bekend en worden zelfs door beiden gedoogd en waar nodig gesubsidieerd. Moet je bijvoorbeeld studenten die veel bij elkaar verblijven en de kosten delen van hun vermaak een inspecteur op hun dak sturen om eens te kijken of zij op deze manier niet onvermeld samenleven? Hetzelfde geldt voor de ouderen die vaak elkaars gezelschap zoeken maar altijd nog apart leven en wonen.
Een vergaand gedogen en willekeurig beleid zorgt voor steeds meer uitholling van de bestaande wetten en controle hierop. In vergelijkend opzicht zien we dan ook steeds meer verschillen ontstaan. Er zijn genoeg vormen van samenleving bekend waar niet op wordt gereageerd. Zolang er niet over de gehele linie op een zelfde wijze wordt opgetreden dient men voorzichtig te zijn met de enkele gevallen die men kent.Natuurlijk blijf ik van mening dat men controle moet uitvoeren op de verstrekte gemeenschapsgelden. Duidelijk is echter wel dat voor de levenswijze van de multiculturele samenleving opnieuw naar de uitvoer en haalbaarheid van de bestaande wetten dient te worden gekeken.

Marinus H. Kruissen

Jaren geleden woonde ik samen met een niet-partner, en haar zoon van 5 jaar. Met andere woorden, we deelden de kosten van het huis, de diensten en de voeding. Maar we hadden geen relatie. Deze situatie was zo vreemd voor de heren en dames van de sociale dienst, dat onze reguliere contactpersoon het nodig vond vier personen mee te brengen voor een “tandenborstel-telling”.
Deze vier personen zouden niet hebben misstaan bij een vergadering van nachtclub-portiers, of van leden van een bekende motor-bende.
De contactpersoon had niet aangekondigd dat ze niet alleen was, noch een reden opgegeven voor het bezoek.
Op haar vraag,:” Mag ik even van de badkamer gebruik maken?” reageerde ik natuurlijk met een ja.
Toen zij terug kwam, vroeg ze waarom er VIER tandenborstels bij de wasbak stonden, en niet drie.
Toen heb ik verteld dat mijn neef op bezoek was, maar niet thuis op het moment, en iedereen vriendelijk verzocht de woning te verlaten. Daar werd pas gehoor aan gegeven toen ik op mijn mobieltje 1-1-2 ingedrukt had.
De volgende dag werden zogenaamde excuses aangeboden, zogenaamd, omdat niet gemeend, en ook niet geaccepteerd.
Kort daarop zijn we verhuisd, later ben ik weggegaan naar het buitenland.
Deze “bendeleden” van de sociale dienst zijn nooit bestraft of op het matje geroepen.
Zo gaat Nederland om met haar burgers. En zo raakt Nederland haar burgers kwijt!
Dat nu een rechter een uitspraak doet tegen deze praktijken, en duidelijk maakt dat het niet kan, is een aanwinst. Ik hoop dat het effect heeft.

Sjuul van Dissel

Heb de directeur (een van de vorige) van sociale zaken zelf wel eens op visite gehad. Onuitgenodigd maar niet onwelkom. Kon ik eens laten zien hoe ik leef. Een maaltje zelf gevangen (noemt men tegenwoordig gestroopte) en gerookte paling sloeg ie af. Maar goed zo wou (niet wilde) ik aantonen met een zo minimale uitkering goed te kunnen leven op voorwaarde dat ik zuinig met het geld omging. En zoveel mogelijk maar binnen de wet voorzag in mijn levensonderhoud. Dat is vanuit de boot (toen nog met een schrootwaarde en een gratis ligplaats) hout voor de kachel sprokkelen, water halen, volkstuin onderhouden, zelf stroom draaien met een oude generator, gasflessen halen voor douche en koken, netjes alimentatie betalen, geen schulden maken, kinderen bij hun tweewekelijkse bezoek verwennen met de Flevohof, bioscoop, Veluwe en nog veel meer waaronder een OV kaart etc. etc., en niet opgeven je recht te zoeken tegen de verdrukking in.
Maar dan komt zo’n a-sociale dienst onder druk van zekere framing op het idee jouw (je opgedrongen) leefwijze uit te buiten (omdat het op een andere manier niet lukt?) met een je afgedwongen hypotheek krediet waarmee zij je uitkering “voorschieten” om alles wat je van je uitkering hebt uitgespaard en aan goeie bestedingen hebt besteed van je te stelen.
Mijn zegje voor de rechterlijke macht vind u hier: http://wwwsjuulvandissel.blogspot.com/2010/10/een-half-productief-leven-in-de.html
Helaas niet uitgesproken omdat de gemeente (voor de 2e keer onaangekondigd) geen afgevaardigde naar de rechtszitting nodig achtte. En ik er niet meer voor in kon staan me gedeisd te houden. Uitspraak eind november 2010 na vijf en een half jaar misère waarvan anderhalf jaar over de datum voedselbankvoer vreten.
[....]
Er is niks waarvoor ik me zou moeten schamen.

L.D. Westera

In tijden toen ontbinding van de echt problematisch was konden echtelieden, in uitzonderlijke situaties, scheiden van tafel en bed. Inmiddels is de samenleving veranderd en tegenwoordig is ontbinding van een huwelijk geen probleem meer. Desondanks is het ook thans zeer uitzonderlijk dat ex-echtelieden de tafel delen en laat staan het bed, en dat nog in zulke mate dat gezinsuitbreiding plaatsvindt.

Dat dit geval de belangstelling heeft gewekt van de Sociale Dienst mag derhalve niet bevreemden. Zoveel minder omdat ex-echtelieden in de regel ook niet voor elkaar de telefoon plegen op te nemen. En ex-echtelieden hebben zich uit het oogpunt van privacy uiteraard al helemaal te onthouden van bemoeienis met elkaars inkomstenverstrekker (ook als dit dezelfde mocht zijn).

In het onderhavige geval doen zich al deze uitzonderlijke omstandigheden voor, maar desondanks heeft de Centrale Raad van Beroep de uitzonderlijkheid van het geval niet vermogen in te zien. De Raad krijgt hiervoor bijval van twee hoogleraren, die hun instemming betuigen dat er onvoldoende aanleiding was om te concluderen dat er “op basis van concrete objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of de volledigheid van de door de betrokkene omtrent zijn woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen.”

Dat is opmerkelijk, want als huisbezoek onder de geschetste, hoogst uitzonderlijke omstandigheden, al niet toelaatbaar is ter controle van twijfel, dan is er nauwelijks nog een situatie denkbaar waarin dit wèl geoorloofd zou kunnen zijn. Men kan zonder overdrijven stellen dat het Sociale Diensten met deze uitspraak vrijwel onmogelijk wordt gemaakt nog huisbezoeken te plegen.

Daarmee wordt de Sociale Diensten een belangrijk wapen in de strijd tegen fraude ontzegd. Bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van controlemiddelen op fraude is het niet van belang dat in sommige gevallen en in sommige wijken huisbezoeken uitsluitend met politiebescherming kunnen plaatsvinden (iets wat de weblog GeenStijl momenteel lijkt te poneren). De overheid moet uiteraard controle kunnen uitoefenen op zijn taak om uit gemeenschapsgeld een inkomen te verstrekken aan behoeftigen. Controle is noodzakelijk, want de middelen zijn schaars, zodat misbruik moet worden tegengegaan. Dit is in het belang van degenen die wèl op goede gronden in aanmerking komen voor steun en in het belang van de samenleving in zijn geheel.

In de onderhavige kwestie gaat het ook om twee mensen die terdege in aanmerking kwamen -en komen- voor controle. Voor velen die in de bijstand verzeilen geldt dat niet. Zij verblijven er maar kortstondig, na bijvoorbeeld beëindiging van een studie of het verlies van een eerste baan. Deze passanten vertrekken weer spoedig, na het vinden van (nieuw) werk. Controle op deze groep kan vrijwel geheel achterwege blijven. Voor het onderhavige ex-echtpaar geldt dat niet, want blijkens de uitspraak gaat het hier om twee “langparkeerders”: mensen die voor hun levensonderhoud chronisch, om niet te zeggen voorgoed, zijn aangewezen op bijstand. Dit zijn om te beginnen dure kostgangers voor de samenleving, en tegelijkertijd zijn dit mensen die zelf nauwelijks in staat zijn hun situatie te verbeteren. Dat werkt in de hand dat sommigen van hen voor de verleiding bezwijken om het met de voorwaarden voor verstrekking niet al te nauw te nemen. Wie permanent in de bijstand zit verkeert namelijk in de uitzonderlijke situatie dat een scheiding geen geld kost, maar oplevert. Dit maakt dat Sociale Diensten juist op dergelijke fraudegevoelige situaties controle dienen uit te kunnen oefenen.

In het onderhavige geval is dat ook gebeurd. Blijkens de uitspraak was na de scheiding in 2005 al eens huisbezoek gepleegd aan het adres van mevrouw, waarbij de situatie in orde was bevonden. Van enig principieel verzet tegen huisbezoek is in deze zaak derhalve geen sprake, maar in 2007 werd de Sociale Dienst de toegang nochtans ontzegd, en dat terwijl de ex-echtgenoot daarbij ter plekke werd aangetroffen. Voor de Sociale Dienst was dit voldoende aanleiding om de uitkering te beëindigen. In het licht van de hierboven geschetste omstandigheden is ook niet in te zien welke conclusie redelijkerwijs anders getrokken had kunnen worden dan dat het ex-echtpaar blijkbaar trachtte te verdoezelen dat de relatie feitelijk was hersteld en dat zij dus fraude pleegden. Motief en middelen waren aanwezig, maar bovenal een overstelpend aantal bezwarende aanwijzingen. Er hoefde alleen nog definitief bewijs te worden verzameld ter staving of ter weerlegging van de verdenkingen. Een huisbezoek van slechts enkele minuten zou hiervoor hebben volstaan: hingen de schone kleren van meneer in de kast en lagen zijn vuile in de wasmand, of niet?

Huisbezoek is een middel in de strijd tegen fraude dat in eenvoud en effectiviteit moeilijk is te evenaren. Nu dit denkelijk niet meer gaat wijst professor Guus Heerma van Voss de overheid op een alternatieve methode van bewijsvergaring: Men dient “de gegevens op te vragen van de financiering van de beide huizen.” Hij gaat niet in op de kanttekeningen hierbij wat een inschrijving in de GBA waard is als men in feite ergens anders verblijft, wat een mogelijk gefotoshopt afschrift of huurcontract waard is, of wat een origineel afschrift waaruit huurbetaling blijkt waard is als tegelijk wordt bedacht dat in bepaalde segmenten van de woningmarkt onderverhuur schering en inslag is. Integendeel, Heerma van Voss hecht groot belang aan het produceren van documeten, want pas “Als die niet leverbaar zijn, dan is er pas een feit ontstaan dat doet vermoeden dat in feite sprake is van een gezamenlijke huishouding.”

Dit met droge ogen durven te beweren is een gotspe. Financiële documentatie doet in de ogen van Heerma van Voss wel een vermoeden van fraude ontstaan, maar het delen van tafel en bed en het verwekken van een kind niet. Wie de werkelijkheid slechts zo bekrompen legalistisch kan duiden, die schort het naar mijn mening simpelweg aan elk vermogen tot logisch redeneren. Gevreesd moet worden dat niet slechts professor Heerma van Voss gebukt gaat onder deze bekrompen juridische visie op de werkelijkheid, maar -ongecijferde alfa’s als zij zijn- juristen in het algemeen, dit tot grote schade van de samenleving, zoals de onderhavige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep jammerlijk aantoont.

T. van Vorst

[....] Als je niets te verbergen hebt heb je ook niets te vrezen. Als je “gratis geld” krijgt mag daar best iets tegenover staan en wel TENMINSTE de bereidheid om je te laten controleren. [....] Laat mensen eerst maar eens hun plichten voldoen dan komen de rechten vanzelf.

Hans Nacinovic

Dit is een veel minder opmerkelijke uitspraak dan dat men wellicht op het eerste gezicht zou veronderstellen.
Eerst zij opgemerkt waarom in dit geval -en dat komt uit het inleidend artikel onvoldoende over- enkel twijfels omtrent het hoofdverblijf tot een grond voor het huisbezoek kunnen leiden en geen twijfels met betrekking tot het zogenaamde zorgcriterium hier geen rol spelen. Dat komt door de bepalingen van artikel 3 lid 4 onderdelen a en b van de WWB, waaruit volgt dat als personen eerder gehuwd zijn geweest (onderdeel a) of samen een kind hebben (onderdeel b) alleen het gezamenlijk hoofdverblijf voldoendevis voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding.
De vraag is of het college voorafgaande aan het huisbezoek op grond van objectieve feiten voldoende twijfels kon hebben over het al dan niet hebben van een gezamenlijk hoofdverblijf.
De Centrale Raad van beroep oordeelt dat dat niet zo was. En hoewel de situatie van betrokkenen verdacht lijkt, moet je de Raad, na lezing van de uitspraak toch gewoon volkomen gelijk geven. De gestelde frequente aanwezigheid van de man in de woning van de vrouw blijkt helemaal niet te kunnen worden onderbouwd. De verklaring omtrent het dagelijks samen eten is eerst gedaan na afloop van de weigering van het huisbezoek en kan daarom niet meetellen. Het enige dat overblijft, is het gebeuren rondom zwangerschap en bevalling. De Raad zegt daarvan dat dit te incidenteel is om te kunnen twijfelen aan het hoofdverblijf. Dat lijkt mij juist, nu het hebben van een hoofdverblijf impliceert dat men gedurende op zijn minst enige tijd ergens woont.
Als er iets opmerkelijk aan deze uitspraak is, is dat niet het oordeel van de Centrale Raad van Beroep, maar het gegeven dat het college de zaak niet beter had gedocumenteerd voorafgaande aan het huisbezoek. Het college had zelfs, in plaats van direct het recht op uitkering in te trekken, nog naar aanleiding van de verklaring van de man dat er dagelijks samen werd gegeten een nieuw huisbezoek kunnen laten verrichten, omdat er met deze verklaring wel voldoende rechtvaardigingsgrond had bestaan om een inbreuk op het huisrecht te maken.

johan van schaik

Gelukkig dat er rechters zijn. Die wel zijn opgevoed en opgeleid in het besef dat er bepaalde universele rechten zijn waar je af moet blijven, wil je een maatschappij leefbaar houden.

Misschien dat de ambtenaren uit Spijkenisse er even wat anders over denken (maar het gezonde verstand zal dat ook wel overwinnen). Maar toch ook voor hen een compliment: Hoeveel collega’s van hen hebben het zich niet oneigenlijk gemakkelijk gemaakt door zelf eerst een anonieme melding te doen op sites als http://www.roosendaal.nl/content.jsp?objectid=25711 of via een anoniem telefoontje. Om vervolgens, aan de hand van die zelf gefabriekte melding, en dus “vermoeden” op huisbezoek te gaan.

Het wachten is dus nu nog op de rechter die het gebruik van anonieme meldingen verbiedt.

T. Mensink

Beste L. Westera,

U heeft er een lang betoog voor nodig, maar heeft duidelijk niet alles gelezen, danwel begrepen wat in het artikel en de reacties van de twee professoren staat. En dat is jammer. Zoals beide hoogleraren aangeven was het ‘onverwachte’ huisbezoek niet het goede controle middel. Het wordt in ons rechtssysteem namelijk als een van de zwaarste middelen gezien, en dat dient dus ook pas in uitzonderlijke gevallen te worden ingezet.

De gemeente (of de sociale dienst) heeft in dit geval nagelaten om eerst de andere controle mogelijkheden te benutten. Die hadden beter, objectief bewijs kunnen opleveren om deze personen echt te verdenken van fraude. Nu is dat gebeurt op ‘gevoelens’ van een medewerker van de sociale dienst. Eventueel had een (onverwacht) huisbezoek met die nieuwe gegevens wel tot een van de wettelijke toegestane mogelijkheden behoord.

De gemeente (sociale dienst) heeft, volgens beide hoogleraren, voldoende mogelijkheden om fraude te bestrijden, en (onverwachte) huisbezoeken zijn daar onderdeel van. Maar het moet wel goed en in de goede volgorde worden toegepast.

Niek Heering

Mooie casus. In Amsterdam mag je sinds een halve maand niet meer samenwonen als je geen relatie hebt, zoals b.v. drie losse studenten: http://www.webregio.nl/amsterdam-centrum/webregio-tv/video/11815635/amsterdammers-mogen-niet-meer-samenwonen-zonder-relatie.aspx

Jansen

Mischien kunnen we net zoals in Singapore lekker alles strak houden. Gewoon alles vastleggen. Overal is legitimatie verplicht. Huurcontract + Passport of ID kaart. We leven in Nederland nog steeds alsof het Lutjelollum is en iedereen rond de dorpskerk elkaar kent. Natuurlijk moet een inspecteur onaangekondigd kunnen langskomen. Regels zijn regels. Mischien moeten we dan beginnen met al die scheefwonende artsen, advocaten en zakenmensen in Amsterdam aan te pakken die nog steeds huursubsidie vangen…ongeloofelijk. De overheid moet al zijn bestanden koppelen en de bezem er door halen..

Nancy van Dijke

Om hoeveel geld gaat het hier eigenlijk? Wat is het verschil tussen twee gehuwden-uitkeringen en twee afzonderlijke uitkeringen?

Ik heb het gevoel dat deze gemeente zich wel met belangrijker zaken kan bezighouden, zeker bij zoveel twijfel omtrent beide ex-echtelieden.

L.D. Westera

Beste T. Mensink,
U mist de portee van mijn betoog, kennelijk omdat ook u er moeite mee hebt, net als de Raad en de hoogleraren, twee plus één op te tellen. Als een kind verwekken bij je ex en er dagelijks over de vloer komen, tafel en bed delen zogezegd, al geen uitzonderlijke situatie is die huisbezoek rechtvaardigt, dan is er vrijwel geen enkele situatie meer denkbaar die dat wel doet.

L.D. Westera

Geachte heer Nacinovic,

Dank voor uw interessante reactie. Op één belangrijk punt slaat u de plank m.i. evenwel mis. Het gaat om uw opmerking: “De gestelde frequente aanwezigheid van de man in de woning van de vrouw blijkt helemaal niet te kunnen worden onderbouwd.” U volgt hierin het oordeel van de Centrale Raad, die bepaalt dat de telefonische contacten onvoldoende aanleiding zouden hebben gegeven voor verdenking. De Raad schrijft: “Daarbij is van betekenis dat omtrent de telefonische contacten van de klantmanager met appellante en [B.] uit het dossier niet blijkt wanneer die hebben plaatsgevonden, hoe vaak en op wiens initiatief, zodat de door de klantmanager waargenomen regelmatige aanwezigheid van [B.] bij appellante niet verder kan worden geduid.”

Deze opvatting van de Raad over de documentatie van de telefonades is erg formalistisch en doet in het geheel geen recht aan de omstandigheid dat interpretatie van de situatie nu juist iets is dat aan de klantmanager is toevertrouwd als onderdeel van zijn werkzaamheden. Als vaststaand mag in elk geval worden aangenomen dat bij herhaling, dus minimaal tweemaal, de ex op de achtergrond is waargenomen bij telefoontjes met mevrouw, en zelfs neemt hij de telefoon aan (of over) en bemoeit zich -zeer ongepast- met haar inkomstenverstrekking. Dat de rechtbank de situatie desondanks niet weet te “duiden”, omdat niet bekend is of er twee telefoontjes hebben plaatsgehad of twintig en precies wanneer, is een afwijzingsgrond die geen navolging verdient. Kan een gerechtvaardigde verdenking dan niet ook al uit maar enkele telefonische contacten worden afgeleid? En tellen telefonische contacten niet mee waarvan de datum en duur niet is vastgelegd, of wie er wie (terug)belde? En doet het er evenmin toe dat bij het geweigerde huisbezoek de ex ter plekke werd aangetroffen? De eis tot dossiervorming die de Raad in feite stelt gaat kennelijk voorbij aan de praktijk.

Het is evenwel niet juist om uit de opmerkingen van de Raad te concluderen dat de mogelijkheid van frequente aanwezigheid -het gaat hier immers alleen nog maar om de controle van een mogelijkheid- “helemaal niet” zou zijn onderbouwd. Deze mogelijkheid was wel degelijk onderbouwd, al vond de Raad dat te mager om te kunnen duiden, om redenen waar men het al dan niet mee eens kan zijn.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Wat een gedoe om niks. Zorg voor een individueel minimum, zonder al die samenwoon/kinder/langdurigheidsongein. Dan hoef je ook niet zoveel te controleren. En maak het aantrekkelijk om eruit te komen, zonder armoedeval, dat scheelt ook weer een hoop controles.

A.van der Vorst

Er lijkt veel veranderd in dit soort zaken, de laatste jaren.

Toen ik zo’n 30 jaar geleden een paar jaar in de bijstand zat, werd ik op een ochtend wakker en zag twee mannen met de neuzen tegen het raam van mijn slaapkamer gedrukt.
Even later belden ze aan en maakten zich bekend als opsporingsambtenaren van de gemeente.
Overdonderd en niksvermoedend liet ik hen binnen. Het bleken de burgemeester en loco-burgemeester van het dorpje waar ik toen woonde. Ze kwamen onderzoeken hoe het stond qua economische eenheid, tandenborstels, etc.
Een paar weken later kreeg ik een brief met de uitspraak, zoals gedaan door…..de burgemeester. (uitkering ingetrokken).
Daartegen ben ik in beroep gegaan, bij een commissie, o.l.v……de burgemeester (beroep afgewezen).
In beroep bij de provincie met als tegengetuige….de burgemeester.(beroep afgewezen)
Pas bij de Hoge Raad werden de burgemeester en loco-burgemeester hartelijk uitgelachen en op de vingers getikt voor deze werkwijze en werd ik met terugwerkende kracht in het gelijk gesteld.

Gezien bovenstaande ervaringen misschien vreemd, maar de situatie in de krant vind ik zeer dubieus en ik hoop van harte dat de instanties het op een andere manier kunnen onderzoeken en bewijzen.

Ineke de vries

De Centrale Raad van Beroep legt in zijn uitspraak van 21 september 2010 de drempel voor een huisbezoek door de Sociale Dienst te hoog.
Ik ben het met Westera eens dat wanneer op grond van twijfel een huisbezoek niet mag plaatsvinden er dus eigenlijk geen gegronde reden zich meer kan voordoen om deze wel te laten plaatsvinden. Verder is het zo dat andere controlemiddelen zoals bijvoorbeeld een observatie van buitenaf ook geen gegronde feiten op kunnen leveren om alsnog een huisbezoek te laten plaatsvinden. Met een observatie van buitenaf kun je niet laten blijken of het wel of geen gezamenlijke huishouding is.
De Sociale Dienst moet op grond van fraude een huisbezoek kunnen doen ongeacht of hier sprake is van twijfel.
Door twijfel haal je meestal wel de meeste fraude naar boven.
En hoe wil je situaties aanpakken waarbij alleen sprake mag zijn van gegronde redenen en niet van twijfel? Het is dus eigenlijk zo dat er massaal fraude gepleegd kan worden en iedereen zich dan kan beroepen op het feit dat er een huisbezoek heeft plaatsgevonden waarbij sprake is van twijfel.
Fraude wordt nou niet echt wat je zegt in het openbaar gepleegd meestal wordt dit in het geheim gedaan hoe wil je dan hier achter een passende reden komen om een huisbezoek te laten plaatsvinden?
Als je niets te verbergen hebt waarom laat je dan de Sociale Dienst niet even binnen, inderdaad om de wasmand of kast te controleren?

Sjuul van Dissel

Helaas voor de slachtoffers. Weigeren of verwelkomen van huisbezoek van de sociale dienst of het nou door een stel of een eenzame ziel gebeurd. Het maakt allemaal niks uit.
Een paar citaten uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, meervoudige kamer op het hoger beroep van J. van Dissel, wonende te Lelystad (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 maart 2009, 08/1182 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad (hierna: College). Datum uitspraak: 16 november 2010
“4.2. De Raad ziet, onder verwijzing naar zijn uitspraak van 23 maart 2010, LJN BM0861, in het onderhavige geschil aanleiding onderscheid te maken in verschillende periodes vanwege het verschil in toetsingskader bij die te onderscheiden periodes. Voor de periodes waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden ligt het op de weg van de aanvrager nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan te voeren op grond waarvan er voor het bestuursorgaan aanleiding moet zijn op zijn eerdere besluitvorming terug te komen. Voor de periodes waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden en die liggen voor de datum van aanvraag/melding bij het CWI, wordt volgens vaste rechtspraak inzake toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB in beginsel geen bijstand verleend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.”
“III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.”
Hier staat in feite dat een bestuurder altijd gelijk heeft en elke maatregel mag nemen die hem het beste uitkomt. Uiteraard in naam van het College.

Mijn probleem was de door de gemeente gecreëerde onbereikbaarheid. Ze sturen je gewoon weg, desnoods met behulp van een opgeroepen politieagent. Wat mij ook al een keer is overkomen. Maar bewijs al die keren dat je onverrichter zaken weer op straat staat maar eens.
Let op hoe ook de algemene opinie er over denkt. En waartoe zulk een bestuursbeleid kan leiden en dat ook doet. En lees de reactie van H. Timmermans op mijn inslaan van de ramen van het stadhuis goed. En lees deze blog over mijn ‘snel’ woedend worden ‘als klant van de staat’. Wat denken ze wel.
http://www.nrc.nl/opinie/article1991164.ece/Een_klant_van_de_staat_wordt_snel_woedend

Lees mijn 1 maand oude blogje die precies om dit probleem in de Nederlandse rechtspraak is gestart.