'Nederlands bedrijfsleven sterk betrokken bij corruptiepraktijken in het buitenland'
Nederland scoort wereldwijd nog steeds hoog in de top 10 van landen met de minste corruptie. Met een zevende plaats op de Corruption Perceptions Index van Transparancy International hoort Nederland tot de lijst ‘fatsoenlijke landen’ en moet het in Europa alleen landen als Denemarken, Finland en Zweden op die lijst voor laten gaan.
Maar oud-bestuurder van de Wereldbank en voorzitter van de Nederlandse afdeling van Transparency International, Paul Arlman, tempert het enthousiasme over die hoge plek in de top-10. Want die plek komt weliswaar overeen met het beeld dat de meeste mensen hebben over corruptie in Nederland, maar klopt dat wel? Arlman noemt als voorbeeld corruptiepraktijken van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland, waar jaarlijks mogelijk miljarden euro’s mee gemoeid zijn. Niemand kent er de werkelijke omvang van.
Maar sinds kort kan daar wel een voorzichtige schatting van gemaakt worden. Vertrouwelijk onderzoek van PricewaterhouseCoopers naar dergelijke omkooppraktijken in het Engelse bedrijfsleven wees uit dat daar direct of indirect vier procent van het Bruto Nationaal Product mee gemoeid is. Arlman geeft het Nederlandse bedrijfsleven het voordeel van de twijfel: stel dat Nederlandse ondernemers twee keer eerlijker zijn dan hun Engelse collega’s, en het in Nederland dus om twee procent van het BNP zou gaan, dan gaat het nog om een bedrag van 10 miljard euro.
Maar PwC betwijfelt of het Nederlandse bedrijfsleven minder corrupt is dan elders. Nederlandse bedrijven zijn immers actief in opkomende, corruptiegevoelige markten als India, Rusland, China en Afrikaanse landen, aldus Darren Tapp, van PwC eerder deze maand op een door TI georganiseerd symposium over corruptie.
Omkoping van buitenlandse ambtenaren is sinds 2001 ook in Nederland strafbaar. Het Openbaar Ministerie krijgt sindsdien signalen over omkopingspraktijken in het buitenland, maar kent de omvang ervan niet. Een strafzaak, inclusief veroordeling hebben die signalen nog niet opgeleverd. Wel heeft OM heeft een aantal bedrijven transacties opgelegd, die ook betaald zijn.
Volgens Arlman is het OM nauwelijks in staat om te vervolgen als gevolg van gebrek aan mankracht en expertise en weten ze daar dus ook nauwelijks wat er werkelijk gebeurt in de wereld van het internationale bedrijfsleven. En dat daar veel mis is, blijkt volgens Arlman niet alleen uit de PwC-rapport, maar ook uit de recente affaires rond de omkoping van Nederlandse topfunctionarissen bij de aankoop van pepperspray of de schorsing van twee FIFA-bestuurders op verdenking van omkoping bij de toewijzing van het komende WK-voetbaltoernooi. „Ik gun voetballievend Nederland en België dat WK-voetbaltoernooi in 2018. Maar ik vraag me af of Nederland voldoende weerbaar is om dergelijke omkooppraktijken te voorkomen.”
Wat denkt u? Maakt het Nederlandse internationale bedrijfsleven zich even schuldig aan omkoping in het buitenland als concurrenten?
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
