Europees Gerecht wil dat Hof alsnog voor VN buigt, ondanks inbreuk op EU regels
Wel eens een lager rechtscollege ruzie zien maken met een hoger college? In een nieuwe uitspraak in de zaak Kadi gaat het Europese Gerecht verbaal op de vuist met het Europese Hof, waar het eerder door werd terecht gewezen. Morrend volgt het Gerecht wel de lijn die het Hof voorschreef. De zoveelste poging door het EU sanctie comité om een VN-resolutie uit te voeren wordt grondig getoetst aan het EU recht. En daar klopt (wederom) niets van. De rechten van Yassin Abdullah Kadi zijn door de EU met voeten getreden. De VN zette deze Arabische sjeik op een zwarte lijst wegens vermeende contacten met terreurorganisaties, waarna de EU al zijn tegoeden in Europa bevroor.
Volgens het Gerecht heeft Kadi uitsluitend op de meest formele en oppervlakkige manier de gelegenheid gekregen zich te verdedigen. Het sanctiecomité heeft niet echt gelet op wat Kadi ter verdediging heeft aangevoerd. En verder had Kadi slechts de ‘geringst denkbare toegang’ tot het bewijs dat tegen hem was ingebracht. Lees hier het persbericht van het EU gerecht. En hier eerdere berichtgeving over de zaak Kadi.
Maar eigenlijk wìl het Gerecht helemaal niet met het EU recht in de hand de toepassing van VN-resoluties controleren. De beslissing van het Hof dat zoiets wel is toegestaan heeft immers voor veel kritiek gezorgd ‘in legal circles’. En die kritiek is niet geheel ‘without foundation‘. Sterker, wie zich door de overwegingen 115 tot 126 heen ploegt, leest daar hartelijke instemming met die kritiek.
Het komt zelden voor dat een lagere instantie zo scherp en zo duidelijk het debat heropent met een hogere instantie. Lees overweging 199 waarin met verbazing wordt geconstateerd dat het Hof het EU recht ziet als een ‘geheel autonome wettelijk systeem, niet onderworpen aan de regels van hoger internationaal recht, in dit geval de wettelijke regels die voortvloeien uit het VN – charter ‘.
Aanleiding voor het scherpe meningsverschil is de zwarte lijst die de VN in 2002 vaststelde van organisaties en personen die werden verdacht van banden met Al Qaeda. De EU sprak met de VN af die lijst over te nemen en alle tegoeden van die personen te bevriezen. Het gerecht van eerste aanleg had die stap aanvankelijk goedgekeurd omdat het internationale recht immers van een hogere orde is dan het EU-recht. Maar het Hof vernietigde die uitspraak in 2008 wegens een ‘error of law’ en toetste de VN sancties wel inhoudelijk, onder meer aan het Europese grondrecht op een eerlijk proces.
Het Gerecht is deze terechtwijzing als een graat in de keel blijven steken. In overweging 124 zegt het nu dat het ‘juist’ is dat VN resoluties uitdrukking zijn van de primaire verantwoordelijkheid van een wereldorganisatie om de vrede te handhaven. En dat de VN dus ook het recht heeft om aan te duiden wie die vrede bedreigen en wie niet. De EU moet daar rekening mee houden. In overweging 120 herinnert het Gerecht eraan dat het VN verdrag uit 1948 ouder is dan het Verdrag van Rome (1957). In het EU verdrag staat in art. 234 hier dat ‘rechten en verplichtingen’ uit oudere verdragen door het EU verdrag ‘niet wordt aangetast’. Met andere woorden – VN plichten gaan voor. Het Hof moet al deze ‘vragen’ nog maar eens beantwoorden in een toekomstige zaak, zo zegt het Gerecht minzaam in overweging 121.
Wat vindt u? Als de VN banktegoeden van een burger laat bevriezen mag de Europese rechter dat toetsen aan het Europese recht of gaan de VN voor? Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
