Uitspraak 63: moet de man betalen of had de vrouw pech toen hun huis haar bedolf?
Mag een invalide vrouw haar eigen man aansprakelijk stellen omdat ze samen verzekerd zijn tegen de schade die zij leed doordat een deel van hun gezamenlijke woning instortte?
Commentaar op deze uitspraak door NJB-redacteur Ton Hartlief, hoogleraar burgerlijk recht in Maastricht, is hier te vinden.
De Zaak.
Een jonge vrouw bevestigt in de tuin van hun nieuwe huis een hangmat aan de gemetselde pilaar waar ook de tuinpoort tegen dichtslaat. Door haar gewicht breekt de pilaar bij de grond af en valt over haar heen. Zij raakt zeer ernstig gewond. Door een hoge dwarslaesie belandt zij verlamd in een invalidenwagen. Zij is voortaan afhankelijk van de hulp van anderen.
Welke rechtsvragen zijn er?
Waarom viel de pilaar om? Is dat iemand aan te rekenen? Moet diegene ook de schade van het omvallen betalen? Draagt het slachtoffer zelf schuld?
Wat zegt de wet?
In boek 6 artikel 174 Burgerlijk Wetboek staat dat de bezitter van een gebouw een risico aansprakelijkheid heeft. En wel voor een gebouw dat niet „voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert”.
Welke conclusie trekt het slachtoffer hieruit? Zij meent dat haar man als mede-eigenaar van het gebouw ook mede-aansprakelijk is als er iets instort. Die verzekering hebben ze destijds samen gesloten ten behoeve van hen beiden. Zij eist vergoeding van alle huidige en toekomstige schade. Het stel heeft twee jonge kinderen en is vijf weken na het ongeluk getrouwd, in het ziekenhuis. Haar opname duurde ruim een jaar.
Deugde die pilaar inderdaad niet? Nee, stelden deskundigen vast. De pilaar stond ‘solitair’ naast de poort, die vooral aan het huis hing. Door het dichtslaan van de poort en de invloeden van het weer was de pilaar gammel. Het metselwerk was broos. De pilaar bleek bovendien hol en gevuld met puin.
Hoe verweert de verzekeraar zich?
Die zegt dat de ene mede- bezitter van een gebouw niet de andere mede-bezitter aansprakelijk kan stellen voor eigen schade. Dit is pech door eigen schuld. Verder vindt de verzekeraar dat de schade mede aan haar kan worden toegerekend. Het was immers ook haar pilaar. Zij had ook voor onderhoud moeten zorgen om instorten te voorkomen. En als de rechter al tot schadevergoeding besluit dan moet dat beperkt ‘in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen’. De héle schade afwentelen op de medebezitter is zéker niet fair.
Wat zegt de rechtbank?
De rechtbank vindt het redelijk om mede eigenaren hun eigen schade te laten dragen ‘naar ratio van hun medebezit’. Stel dat in een appartementsgebouw met honderd mede-eigenaren door slecht onderhoud de waterleiding springt. Daardoor wordt één flat geruïneerd – dan zou het unfair zijn om alle andere medebezitters van schadevergoeding vrij te stellen. Terwijl iedereen wel zou moeten betalen als het water schade aanrichtte buiten de flat. In deze wet staat de bescherming van de benadeelde voorop. Dat moet hier dus ook zo zijn. De vrouw krijgt een vergoeding van vijftig procent. De verzekeraar vraagt daarop spoed hoger beroep..
Lees hier de uitspraak (LJ BH 0728) De Hoge Raad heeft deze week dit oordeel bevestigd. Lees hier een samenvatting van het arrest (LJ BM6095).
Reageren? Nuanceren en argumenteren erplicht. Volledige naamsvermelding.
