Advies aan EU-hof: verbiedt ongelijke behandeling op basis van statistieken
Verschillen die verzekeraars bij premies en uitkeringen maken tussen mannen en vrouwen zijn vaak in strijd met het Europees recht. Dat concludeert advocaat-generaal Juliane Kokott in een advies dat zij eind vorige week uitbracht aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Lees hier haar conclusie. Neemt het Hof haar advies over, dan heeft dat ingrijpende gevolgen voor premies en uitkeringen van veel verzekeraars in Europa.
Kokott baseert zich op de in de Europese Unie geldende grondrechten. Deze houden onder meer in dat “de gelijkheid van vrouwen en mannen moet worden gewaarborgd op alle gebieden, met inbegrip van werkgelegenheid, beroep en beloning”. Zie hiervoor het EU-verdrag (art. 6) en het Handvest van de grondrechten.
Dit uitgangspunt is onder andere vertaald in de zogenoemde antidiscriminatie-richtlijn uit 2004. Daarin staat dat het beginsel van gelijke behandeling inhoudt dat directe en indirecte discriminatie op grond van geslacht verboden is. Daarvan mag alleen worden afgeweken als dat stoelt op “betrouwbare onderliggende actuariële statistische gegevens”, aldus de richtlijn. Volgens Kokott is deze uitzonderingsbepaling (art. 5) in strijd met de grondrechten. Zij adviseert het Hof deze bepaling ongeldig te verklaren. Alleen biologische verschillen tussen man en vrouw mogen volgens haar tot ongelijke behandeling leiden.
Het standpunt van de advocaat-generaal is niet bindend. Maar als het Hof haar volgt heeft dat verstrekkende gevolgen voor de wijze waarop verzekeraars in veel EU-landen premies en uitkeringen vaststellen. Want niet alleen levens- en pensioenverzekeringen, maar ook aansprakelijkheidsverzekeringen voor motorvoertuigen en (particuliere) ziektekostenverzekeringen zijn vaak gebaseerd op statistieken die leiden tot verschillen in premies en uitkeringen tussen mannen en vrouwen.
Ongelijke behandeling op grond van geslacht is volgens Kokott “alleen toegelaten wanneer met zekerheid kan worden vastgesteld dat relevante verschillen tussen mannen en vrouwen een dergelijke ongelijke behandeling vereisen”. Maar juist deze zekerheid ontbreekt wanneer premies en uitkeringen op basis van statistieken voor mannen en vrouwen verschillend worden berekend, aldus de advocaat-generaal. “Er wordt dan globaal verondersteld dat de – louter statistisch aan het licht komende – verschillende levensverwachting van mannelijke en vrouwelijke verzekerden, hun verschillende bereidheid tot het nemen van risico’s in het wegverkeer en hun verschillende aandrang tot gebruikmaking van medische prestaties, op doorslaggevende wijze kunnen worden toegeschreven aan hun geslacht.”
Maar in werkelijkheid spelen volgens Kokott talrijke andere factoren een belangrijke rol bij de beoordeling van deze verzekeringsrisico’s, zoals economische en sociale omstandigheden en levensgewoonten (aard en omvang van beroepsactiviteit, familiaal kader en sociaal milieu, voedingsgewoonten, gebruik van genotmiddelen, vrijetijdsbesteding, sportbeoefening).
Alleen duidelijk aantoonbare biologische verschillen tussen de seksen kunnen volgens Kokott een ongelijke behandeling rechtvaardigen. In dit verband wijst zij erop dat geslacht een kenmerk is dat, net als ras en etnische afkomst, onlosmakelijk is verbonden met de persoon van de verzekerde en dat deze daarop geen enkele invloed heeft. “Het zou zonder enige twijfel uitermate ongepast zijn, wanneer bijvoorbeeld in het kader van de ziekteverzekering een verschillend risico op huidkanker in verband wordt gebracht met de huidskleur van de verzekerde en derhalve een hogere of lagere premier van hem wordt verlangd.” Er is, aldus Kokott, geen objectieve reden om aan het verbod van discriminatie op grond van geslacht een beperktere reikwijdte toe te kennen dan aan het verbod van discriminatie op grond van ras en etnische afkomst.
Uit het oogpunt van rechtszekerheid stelt de advocaat-generaal voor de seksegerelateerde verschillen bij verzekeringspremies en -uitkeringen niet ter discussie te stellen voor het verleden, maar geslachtsneutraliteit alleen voor nieuwe contracten tot richtsnoer te nemen. Verder stelt zij een overgangsperiode voor van drie jaar vanaf de datum van het arrest van het Hof. Dat arrest komt naar verwachting begin volgend jaar.
Het Verbond van Verzekeraars hoopt dat het Hof het advies van de advocaat-generaal in de wind slaat. Lees hier zijn reactie. Anders dan in veel andere EU-landen mag in Nederland bij bijvoorbeeld auto- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen geen onderscheid worden gemaakt naar geslacht voor een individuele aanvrager. Bij levensverzekeringen wel. Zo is de premie van een overlijdensrisicoverzekering voor vrouwen doorgaans lager. Volgens het Verbond voorziet dit onderscheid in “een consumentenbehoefte” en moet het mogelijk blijven.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
