*

Straatsburg oordeelt negatief over huiszoekingen in Nederland :: nrc.nl

Straatsburg oordeelt negatief over huiszoekingen in Nederland

straatraceHet Europees Hof voor de rechten van de mens (EVRM) heeft vanochtend Nederland veroordeeld, wegens schending van artikel 10, de persvrijheid. Het Nederlandse wetboek van strafvordering  biedt onvoldoende controle door een onafhankelijke rechter bij inbeslagname en huiszoeking. In dit geval bij het tijdschrift Autoweek, in 2002.

Lees hier de uitspraak van de ´Grote Kamer´. Eerder oordeelde het Hof nipt, met vier tegen drie, dat de Nederlandse praktijk wel door de beugel kon. Het voltallige Hof heeft een verzoek voor herziening ingewilligd en nu krijgt Nederland een stevige tik op de vingers.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten ziet er een erkenning van de magere bronbescherming voor journalisten in. Lees hier de NVJ-reactie. Ook het Persvrijheidsfonds steunde uitgever en redactie financieel. Straatsburg vindt vooral de macht die de officier van justitie heeft bij inbeslagname te groot. In artikel 96a van het Wetboek van Strafvordering staat dat de ´´opsporingsambtenaar een persoon die redelijkerwijs moet worden vermoed houder te zijn van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp´´ kan bevelen dat af te geven. Het Hof heeft er vooral problemen mee dat de rechter zo´n bevel niet tevoren controleert. De officier is immers partij. In overwegingen 93, 98 en 100 noemt Straatsburg deze gang van zaken ´scarcely compatible with the rule of law´.

Bij Autoweek hebben ze acht jaar geleden gemerkt hoe die macht in de praktijk werkt. Uitgerekend in het weekend van het huwelijk van de kroonprins dreigde de officier met een huiszoeking die mogelijk de gehele productie bij Sanoma uitgevers (Story, Libelle etc.) zou kunnen verstoren. Minister Hirsch Ballin (justitie) laat weten dat er al lang en breed een wetsvoorstel is dat personen die journalisten beschermt die ´´in het kader van beroepsmatige berichtgeving´´ informatie hebben verzameld waar justitie belangstelling heeft. Zij kunnen zich ´verschonen van het afleggen van een verklaring´. ´. Lees hier het wetsvoorstel. Dat voorstel kwam tot stand na de vórige veroordeling van Nederland wegens onvoldoende respect voor de persvrijheid, de zaak Voskuil. Lees hier op het blog Mediareport van advocatenkantoor Kennedy van der Laan hoe dat ook alweer zat. Dit kantoor stond nu ook Sanoma bij.

Aanleiding voor de zaak was een reportage over illegale straatraces, waarbij Autoweek de deelnemers anonimiteit beloofde. Justitie wilde later de foto´s in beslag nemen, omdat men vermoedde dat één van de auto´s was gebruikt bij een ramkraak. Lees hier het bericht bij Autoweek.

Voor de fijnproevers: de Nederlandse rechter in het Hof, Egbert Myjer, schrijft in een aparte ´concurring opinion´ dat hij als lid van de Kleine Kamer eerst tegen Sanoma had gestemd, maar nu in de Grote Kamer toch maar voor. Als een uitgever  in Nederland van Straatsburg het met zo weinig rechterlijke bescherming moet doen, wat voor signaal gaat daar dan wel niet van uit naar de ´nieuwe democratieën´ in midden- en oost Europa. Zo vroegen collega´s in raadkamer hem ,,Het was het laatste duwtje dat ik nodig had om van mening te veranderen.´´ (overweging 5) Een zeldzaam inkijkje in de rechterlijke oordeelsvorming dat in het Nederlandse recht nooit wordt gegeven. De eigen mening van Myjer is onderaan het arrest toegevoegd.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
EVRM
openbaar ministerie
vrijheid van meningsuiting

6 reacties op 'Straatsburg oordeelt negatief over huiszoekingen in Nederland'

Joris Teunissen

Schitterend een rechter die ook gewoon zegt dat hij van mening verandert. Blijkbaar is een rechterlijke uitspraak ook gewoon een (optelling van) mening(en). Dat wisten we al, maar er werd altijd zo moeilijk over gedaan: en zo luidt het Oordeel van het Hof. Een rechterlijke uitspraak is dus een mening.

Wanneer houdt die meningsvorming bij het EVRM eens op en komt die gewoon terug te liggen bij mensen.

C Wildschut

@1: Myjer heeft zich laten overtuigen met argumenten, dat is toch heus iets anders dan een optelsom van meningen.
U wilt dat de meningsvorm teruggaat naar mensen; ik zou niet willen zeggen dat ze bij het EHRM niet menselijk zijn. Verder, dat de meningsvorming over juridische zaken bij de rechtspraak (dus niet alleen de Europese hoven) is gelegd, is omdat daar mensen zitten met kennis en verstand van zaken. Of in ieder geval met veel meer kennis en verstand van zaken dan anderen die niet dagelijks met rechtszaken bezig zijn. Je moet een rechter niet vragen om te boekhouden, en een boekhouder niet om een vonnis te schrijven.

J. Lindeman

Ik heb een opmerking over het bericht hierboven en ook op de berichtgeving in NRC gistermiddag. Er wordt in deze berichtgeving (met name het bericht op p. 2 van NRC) in heel algemene termen gesteld dat het EHRM vindt dat de macht van het OM om huiszoekingen te doen te groot is. Daar gaat de uitspraak echter niet over.

Ten eerste gaat de uitspraak over een heel specifieke situatie: namelijk het gebruiken van dwangmiddelen tegen journalisten. Dat het gebruik van dwangmiddelen t.o.v. andere burgers te ruim zou zijn blijkt er niet uit.

Daarnaast gaat de uitspraak over de bevoegdheid van opsporingsambtenaren (dus de politie) en de officier van justitie om een bevel tot uitlevering van journalistiek materiaal te doen. Zo’n bevel tot uitlevering is iets heel anders dan een huiszoeking (in het wetboek van strafvordering overigens ‘doorzoeking’ genoemd).

Het bevel tot uitlevering (geregeld in artikel 96a van het Wetboek van Stafvordering) vereist geen voorafgaande rechterlijke toets. In artikel 96a Sv is geregeld dat de traditionele verschoningsgerechtigden niet hoeven in te gaan op die vordering, maar journalisten vallen niet onder dat verschoningsrecht. Daarover is overigens wel wetgeving in voorbereiding. Vooralsnog zijn journalisten echter strafbaar als ze niet aan de vordering meewerken.

Het EHRM vindt dus dat ten aanzien van journalisten een betere bescherming voorhanden moet zijn. De vordering tot uitlevering zou op zijn minst door een onafhankelijke rechter (als de rechter-commissaris) moeten worden getoetst.

Wel is er door het OM gedreigd dat de redactielokalen van het tijdschrift zouden worden ‘bevroren’ en zouden worden doorzocht als niet aan de vordering zou worden meegewerkt. Die doorzoeking heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden. Het EHRM heeft dit dreigement ook veroordeeld, maar dit moet m.i. echter niet worden verward met het daadwerkelijk uitvoeren van een doorzoeking. Met deze uitspraak is dus niet gezegd dat het EHRM de wetgeving omtrent doorzoekingen ook veroordeelt. Daarover kan overigens wel gediscussieerd worden, want ook het doorzoeken van redactielokalen is een bevoegdheid die de OvJ in bepaalde gevallen op eigen titel (dus zonder voorafgaande rechterlijke machtiging) kan uitoefenen (artikel 96c Wetboek van Strafvordering). De kans is uiteraard groot dat ook die praktijk in Straatsburg geen genade zou vinden. Maar die vraag was nu dus niet voorgelegd. Het lijkt wellicht juridisch geneuzel, maar je kunt nu eenmaal niet meer conclusies aan zo’n arrest verbinden dan de inhoud ervan rechtvaardigt.

Jos van Dijk

De journalist verdient dus een betere bescherming volgens het Hof. Dat kan onder meer bereikt worden door een voorafgaande rechterlijke toets. Die beperkt dan de vrijheid van politie en justitie. De stelling van Lindeman dat het niet over de macht van het OM gaat begrijp ik dus niet (kan het niet verder controleren want de link naar het vonnis werkt niet).
Interessant is dat de speelruimte van het OM ook in het geding is bij de voorgestelde aanpassing van de wet bestrijding computercriminaliteit. Het voorstel de officier van justitie de mogelijkheid te geven een website te blokkeren zonder rechterlijke toetsing is terecht bekritiseerd door allerlei belangenorganisaties (zie http://www.geencommentaar.nl/media/Brandbrief-wetsvoorstel-computercriminaliteit.pdf). Het vonnis van het Hof over Sanoma kan goed gebruikt worden om deze kritiek kracht bij te zetten.

Gert Haverkate, directeur van het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie

Het blogartikel waarop deze bijdrage een reactie vormt heeft als kop “Straatsburg oordeelt negatief over huiszoekingen in Nederland”. Het is verwant met het bericht dat op 14 september 2010 op pagina 2 van de papieren krant verscheen onder de titel “Europa: Nederland schendt rechten van mens”. Zowel in het blogbericht als in het krantenbericht wordt een weergave gegeven van de uitspraak van die datum van de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het Hof) in de zaak van Sanoma Uitgevers B.V. tegen Nederland.

In deze uitspraak is, kort gezegd, beslist dat de kwaliteit van de Nederlandse wetgeving, voor zover die betrekking heeft op de inbeslagneming van journalistiek materiaal, gebrekkig is (Engels: ‘deficient’). In het bijzonder ontbreekt, aldus het Hof, in de Nederlandse wetgeving een procedure die verplicht tot een voorafgaande rechterlijke afweging van enerzijds het recht op vrije meningsuiting (inclusief het belang van bescherming van journalistieke bronnen) en anderzijds het opsporingsbelang.

De uitspraak staat dan ook bij uitstek in het teken van de vraag of er in dit geval een inbreuk is gemaakt op het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals dat recht is verankerd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Deze vraag wordt bevestigend door de Grote Kamer beantwoord.

Er zijn in het hierboven bedoelde krantenbericht twee passages die aan de uitspraak een veel verdergaande strekking geven dan het in werkelijkheid heeft.

De eerste passage wordt gevormd door de allereerste twee zinnen, luidende: “De macht van het Openbaar Ministerie om huiszoekingen te doen in Nederland is te groot. Omdat controle door een onafhankelijke rechter nagenoeg ontbreekt, schendt Nederland het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)”. In de Sanoma-beslissing van het Hof wordt nergens in het algemeen over huiszoekingen gesproken. Dit ligt alleen al hierom niet voor de hand omdat in de Sanoma-casus geen sprake was een huiszoeking (tegenwoordig in de Nederlandse wet ‘doorzoeking’ genoemd). Bijgevolg wordt er ook niet in dergelijke termen over de (te grote) macht van het OM bij doorzoekingen in het algemeen gesproken. Vooralsnog houd ik het er dan ook voor dat de Sanoma-uitspraak geen enkele betekenis heeft voor – al dan niet met een doorzoeking gepaard gaande – inbeslagneming door de officier van justitie in aangelegenheden waarbij artikel 10 EVRM geen rol speelt. (Bijvoorbeeld: de officier van justitie doorzoekt een loods of een bedrijfspand en neemt wapens of verdovende middelen in beslag.) Een dergelijke betekenis wordt in de geciteerde zinnen echter wel aan de uitspraak toegekend.

De tweede passage luidt: “In de Nederlandse procedure rond huiszoeking ontbreekt echter een duidelijke rol voor de onafhankelijke rechter. De officier van justitie heeft het nu hoofdzakelijk voor het zeggen. En dat deugt niet”.

Zelfs wanneer zij, zoals vermoedelijk het geval is, de uitspraak van het Hof parafraseren en niet de mening van de redactie weergeven, bewegen deze zinnen zich te ver weg van de kernrol die in het arrest is weggelegd voor artikel 10 EVRM. Zoals gezegd: de Sanoma-casus ging niet over een doorzoeking en de uitspraak gaat niet over de doorzoekingsprocedure in het algemeen. Het EHRM heeft nergens gezegd dat als artikel 10 EVRM niet aan de orde is in de Nederlandse procedure rond doorzoeking een duidelijke rol voor de onafhankelijke rechter ontbreekt.

De beide passages en de kop van het blogbericht zijn dus veel te generaliserend.

En dat deugt niet.

Mr.J.Riemersma

De wettelijke term is nog steeds inbeslagneming en niet inbeslagname = germanisme.

Met groet,

Mr.J.Riemersma