Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 59: Mag een directeur sigaren roken in zijn eigen werkkamer?

niet-roken2Mag een directeur sigaren roken in zijn eigen werkkamer? Met commentaar van NJB-medewerker Matthias Borgers, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De Zaak. Een graveerbedrijf krijgt bezoek van de Voedsel en Waren Autoriteit, die het rookverbod komt controleren. Het is de tweede keer. Zo’n twee jaar geleden was het de controleur opgevallen dat er op de eerste etage van het bedrijf gerookt was. Er hing een sterke tabakslucht en er werd een asbak aangetroffen met peuken. Het bedrijf was toen schriftelijk gewaarschuwd dat bij herhaling een boete zou worden opgelegd.

Nu is het opnieuw raak. In het proces-verbaal schrijft de controleur dat er in het gebouw wordt gewerkt en dat het wederom sterk naar tabak ruikt. Hij treft op kantoor weer een asbak aan, met sigarenpeuken, en schrijft een boete uit, van 300 euro.

Had het bedrijf de waarschuwing in de wind geslagen? Nee, integendeel. Degene die in het bedrijf rookte, was de directeur. Het waren zijn sigarenpeuken in zijn asbak. Na het eerste controlebezoek had hij aan zijn eigen kantoordeur een bordje bevestigd: ‘Kantoorruimte [...] Holding B.V. Geen Toegang. Bel Ext. 19 voor een eventuele afspraak”. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in borden: bewegwijzering, reclame en naamplaten. De directeur denkt in bordjes. Zijn werknemers hoeven niet zijn werkkamer binnen te komen. „Ze kunnen een afspraak maken, dan kom ik naar ze toe”, verklaarde hij.

Bij het controlebezoek stond de deur van zijn kamer echter open. En de VWA-inspecteur stelde een ‘heterdaadje’ vast. Er kwam namelijk ‘een man’ in de deuropening staan die aan de directeur vroeg of de showroom afgesloten kon worden. Dat bleek een werknemer. „Hierdoor werd betreffende medewerker blootgesteld aan tabaksrook, aangezien er in deze kantoorruimte gerookt was” zo vermeldt het proces-verbaal.

Wat zegt de wet?

Artikel 11a van de Tabakswet verplicht werkgevers „zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.”

Had de directeur nog andere argumenten?

Ja, maar die zijn vooral juridisch formeel van aard. Over de vermelding van een verkeerde bedrijfsnaam, te veel tijd tussen inspectie en verhoor, het ontbreken van de naam van de verbalisant en het verzwijgen van de ‘cautie’: het recht om te zwijgen.

Hoe oordeelt de bestuursrechter? Is het bordje ‘geen toegang zonder afspraak’ voldoende om hinder van tabaksrook voor werknemers te voorkomen? De rechter maakt korte metten met de formele bezwaren van de directeur. Die ‘cautie’ is bij het inspectiebezoek misschien niet gegeven, maar wel bij het verhoor dat later plaatsvond. De directeur betwist ook niet dat de controleur in zijn kamer is geweest, dat daar gerookt wordt en „dat er personeel aanwezig was om en nabij die werkkamer.” Wie daar werkt wordt blootgesteld aan tabaksrook, constateert de rechter. Artikel 11 a van de tabakswet legt de werkgever ook een resultaatsverplichting op. De directeur mag het niet laten bij een inspanning om z’n werknemers uit de tabaksrook te houden; zijn maatregelen moeten afdoende zijn. Leuk zo’n bordje, maar niet genoeg. De boete was terecht.

De uitspraak (LJ BL9871) is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
privacy
Rookverbod

25 reacties op 'Uitspraak 59: Mag een directeur sigaren roken in zijn eigen werkkamer?'

Kees Simons

Heeft die inspectie echt niks beter te doen? Je gaat heus niet dood als je een paar seconden of zelfs een paar minuten in een kamer bent waar gerookt wordt. Loop eens door een drukke straat in een willekeurige stad en je krijgt heel wat meer ongezonde uitlaatgassen in je longen. Nee, hier is elk gevoel voor verhoudingen zoek.

Jean-Luc Auteuil

Ik heb vrijwel uitsluitend slechte ervaringen met ‘directeuren’. Niet alleen op dit gebied. Ze zien zichzelf te vaak als uitzondering op allerlei gebieden: wat voor iedereen geldt kan onmogelijk voor hun gelden. Zij zijn immers de directeur? Of ze hun taak goed uitvoeren is vaak slecht te meten omdat de effecten van een gemaakte beslissing veelal alleen achteraf duidelijk wordt en ze zich vaak weinig interesseren voor het personeelsbeleid. Zoiets als roken wordt daarbij nog te vaak gezien als iets te triviaal om je druk over te maken en veel te licht opgevat. In gebieden in de wereld met zwakke wetgeving of -handhaving zie je steeds weer de aap die boven op de rots zit zich gedrag toe te staan dat de rest van de groep irriteert, maar waardoor de top-aap zich extra duidelijk laat manifesteren.

NJB-medewerker Matthias Borgers, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit

Het rookverbod blijft de gemoederen bezig houden. De afgelopen twee jaar is veel aandacht uitgegaan naar het verzet vanuit de zogeheten kleine horeca tegen het rookverbod in eenmanszaken. Dat verzet valt goed te verklaren. Rechtssociologe Heleen Weyers heeft erop gewezen dat in de kleine horeca het percentage rokende gasten veel hoger is dan in de rest van de horeca. Dat brengt niet alleen met zich dat de kleine horeca door het rookverbod in hogere mate te kampen heeft met ontevreden klanten, maar ook dat die klanten de kroegeigenaren in hun gevoelens van onrechtvaardigheid bevestigen. Dit ligt anders in de ‘grote’ horeca, waar het overgrote deel van de klantenkring juist tevreden is met het rookverbod. Daardoor ondervindt dit deel van de sector niet alleen de lasten, maar merkt men juist ook de baten van dat verbod.
Ook buiten de horeca leidt het rookverbod tot verzet. Ook werkgevers hebben zo hun frustraties. Kennelijk wilde de directeur van de firma Gijtenbeek zijn kamer laten gelden als een van het rookverbod uitgezonderde privéruimte. Maar erg handig had hij dat niet aangepakt, aangezien er gewoon werknemers op zijn kamer kwamen. Dan is elk verweer kansloos. Het zou ook vreemd zijn wanneer dat anders zou zijn. Een werkkamer van een directeur behoort geen onbereikbaar fort te zijn, maar daar moeten werknemers gewoon naar binnen kunnen zonder hinder te ondervinden van sigarenrook. Bij de huidige stand van zaken zit er voor de directeur weinig anders op dan in het kantoorgebouw een afzonderlijke rookruimte in te richten, die niet samenvalt met zijn kantoor.
Hoe moet het nu verder met het rookverbod? De vele rechtszaken omtrent het rookverbod en ook de terughoudendheid die nog steeds wordt betracht met de handhaving van het rookverbod in de kleine horeca, zouden de indruk kunnen wekken dat het rookverbod zijn langste tijd heeft gehad. Ook in de recente verkiezingsstrijd hebben verschillende partijen – waaronder de tot voor kort op een consequente handhaving van het rookverbod gestelde PvdA – zich voorstander getoond van afschaffing of afzwakking van het rookverbod. Maar in zekere zin wordt hier een rookgordijn opgetrokken. Opinieonderzoek van TNS NIPO laat zien dat het draagvlak voor het rookverbod in de horeca groot is en blijft toenemen. Onder jongeren is dat draagvlak zelfs nog groter dan onder volwassenen. Relativering van het rookverbod zou dan ook het paradoxale effect kunnen hebben dat de commotie juist groter wordt, doordat de voorstanders van dat verbod zich dan gaan roeren. Bovendien toont de huidige minister van VWS zich niet blind voor de kwetsbare positie van de kleine horeca. Klink heeft herhaaldelijk aangegeven te studeren op de mogelijkheden die moderne afzuiginstallaties bieden. Daarin lijkt hij een mogelijkheid te zien om de kleine horeca – en in het verlengde daarvan wellicht ook (sommige) werkgevers – tegemoet te komen, zonder de volksgezondheidsbelangen op het spel te zetten. We mogen dan ook hopen dat de nieuwe regering zich niet zal laten verleiden tot misplaatste fermheid door het rookverbod zo maar overboord te gooien.

Christine Karman

Het rookverbod moet gewoon aangepast worden. Niet het roken zelf moet strafbaar zijn, maar het blootstellen van derden aan tabaksrook, waar, hoe en in welke mate dan ook.

Frits Burghardt

Ik heb voor mijn pensionering gewerkt bij een kleine rijksdienst, onderdeel van WVC!, waar het rookverbod tot veel strubbelingen leidde. Eerst werd aangevoerd dat het verbod alleen zou moeten gelden voor publieksruimten, zodat werkkamers uitgezonderd zouden zijn. Daarna werd vastgesteld dat gedeelde werkkamers rookvrij zouden zijn maar dat in kamers met maar 1 persoon gerookt mocht worden – uiteraard de leidinggevenden. Iedereen liep altijd bij iedereen naar binnen, dus de sigarenrook was in het gehele pand te ruiken. En de rokers betoogden dat ze toch altijd hun deur dicht hielden; de klap was dan des te groter als je daar op bezoek ging/moest. Verslavingen kunnen diep zitten, en het vlees was zwak. Om nog maar te zwijgen van het gebrek aan fatsoen dat betrokkenen etaleerden.

Lia Trentelman

Volkomen terecht en niet overdreven, deze uitspraak. Ik heb ook eens een directeur gehad die (als enige) het roken niet kon laten op zijn kamer. Op een rookvrij VWS nota bene. Er zijn maar weinig werknemers die die daar in zo’n situatie wat van durven te zeggen!

Josefien Jansen

In de tijd dat roken in bedrijven nog geoorloofd was, werd me eens tijdens een sollicitatiegesprek gevraagd: “Rook je?” Die mijnheer rookte zelf en had liever een roker op zijn kamer. Als je er problemen mee hebt, kun je elders gaan werken.
Werkgevers (maar ook de ‘gewone’ burger) krijgen steeds meer regeltjes opgelegd waarvan je denkt: moet dat nou?
Ik heb nu zelf een bedrijf en ik werk alleen met veel verschillende freelancers, ik neem met opzet geen mensen aan; ik laat mijn leven niet regelen door honderden wetten en regeltjes.

Fokkelien von Meyenfeldt

Ik ben geen roker, mijn man is gestorven aan een kwaal die door roken is veroorzaakt en ik houd zeker niet van meeroken. Desondanks vind ik het rookverbod zwaar overdreven en derhalve het betoog van nr. 3 een verademing.
Hoewel ik zelf van een goed glas houd, heb ik veel meer moeite met alcoholgebruik. Een roker schaadt in de eerste plaats zichzelf, een drinker schaadt vooral anderen.
Ik ben niet zo van de repressie, maar mijns inziens zouden de prioriteiten anders moeten liggen.

H.J. van Sandwijk

De heer Auteuil heeft kennelijk ‘een stok gevonden om de hond te slaan’ i.c. een sigaar om hiermede “directeuren” te lijf te gaan.
Zijn ervaringen/klachten zijn wellicht interessant genoeg voor verdere bespreking, maar dan in een ander kader , niet in dat van het rookverbod.
Overigens heb ik met instemming de beslissing van de bestuursrechter gelezen.

HJ van der Laan

Die directeur moet gewoon een bordje `rookruimte` op je deur spijkeren en daar lekker aan het werk.

Pieter ter Steeg

Ik heb de maatschappelijke schade van roken uitgerekend. 350000 mensjaren per jaar a 80,000 Euro ( bron: Raad van Volksgezondheid en Zorg)= 28 miljard Euro per jaar of 28 Euro per pakje. De belastingbetaler sponsort de roker. Nederland hoeft slechts 18 miljard te bezuinigen.Zullen we nu eindelijk eens serieus aan onze begrotingsproblemen werken.

C. Eigenhuis

Ben niet iemand die gauw reageert, maar heb nu met verbijstering het stuk over de rokende directuer gelezen. War is de zaak: directeur rookt op zijn eigen werkkamer op zijn eigen bedrijf, is slordig met de deur waardoor de werknemers ook af en toe een snufje rook opdoen. Een ambtenaartje met een ‘ordnung muss sein”-mentaliteit zegt: ha, betrapt en vervolgens Kassa!
Deze zaak gaat niet over gezondheid en rookregels. Deze zaak gaat over indivduele vrijheid en leven en laten leven. Krijg steeds meer de indruk dat we niet langer leven in een vrij land, maar in een land van ambtenaartjes met wetjes en regeltjes. Misschien wordt het tijd te emigreren!!

Hens Kolff

Ik ben het met alle voorgaande commentaren eens :-).
Maar: ik ben 76 jaar oud en rook al 46 jaar niet meer. Daarvoor een pakje half-zware per dag, tikt wel aan.
Maar laten we wel wezen: in een kleine kroeg, met eigen baas komen alleen mensen die het NIET ERG vinden, of zelfs GRAAG willen roken. Dus de wet zodanig veranderen dat het daar mag. Vwb die Directeur: die is een tikkie dom bezig. Ongeacht het bordje op zijn deur: ook hij moet het goede voorbeeld geven. En dus …..
Mvg, Hens.

erik geven

ik vind het niet kunnen,een ieder moet zich aan de regels houden .
een directielid of bestuurder heeft een voorbeeld
functie .
ik rook zelf ook op het werk is het best moeilijk om
niet een shaggie te draaien maar goed het zij zo
(ik werk in de banden industrie).
trouwens ben je weleens een kroeg binnen gelopen zonder afzuiginstal… ???????????????
groeten van uit het buitenland De

C. Arends

Ik vind het hele nederlandse rookverbod en het anti-rook-klimaat in geen enkele verhouding staan tot de situatie in grote delen van de (3e)wereld, waar door de tabaksproducenten nog altijd gratis sigaretten op straat uitgedeeld worden aan jongeren ter promotie van hun handelswaren.De gezondheid van deze 3e wereldburgers doet er kennelijk veel minder toe als die van ons.
Liever geld en energie spenderen aan de échte misstanden dan aan onbenullige juridische procedures in Nederland. Er is wèl wat beters te doen.

Hans Koudenburg

Meer dan lachwekkend!!!Wat een land leven wij in!

Roland Heinrichs

@8 Hoezo een roker schaadt in de eerste plaats zichzelf en een drinker de ander?

Als ik samen in een kamer zit met iemand die één sigaret rookt heb ik daar last van, als ik echter een of meerdere biertjes drink in datzelfde kamertje zal niemand daar wat van merken. Tenzij het mensen betreft die dagelijks twee kratten bier wegzetten, die willen nog wel eens vervelend worden.

Maar er zijn toch nog steeds meer mensen die regelmatig een sigaretje roken dan mensen die zich zodanig bezatten dat ze echt overlast veroorzaken.

Zorgde de rokers er zelf maar voor dat niet-rokers, de meerderheid, geen last van ze had. Dan was het verbod niet nodig geweest.

A. Koppelman

Er is hier behalve een wettelijk probleem ook een maatschappelijk probleem aan de orde. Deze direkteur staat het zichzelf toe om te roken op de werkplaats door een bordje te hangen op zijn deur. Het rookverbod in zijn ogen is dus geldig voor alle werknemers in dit bedrijf behalve de direkteur. Hiermee plaats hij zich boven de wet en boven de anderen. Het getuigt van een “lack of respect” voor zijn eigen werknemers. Tijd om een andere werkgever te vinden.

Jean-Luc Auteuil

@9: Ik begrijp de reaktie van HJvS op mijn eerdere reaktie wel, maar, terwijl de hele wel-of-niet roken discussie voor mijn omgeving een lang geleden gepasseerd station is – met als conclusie dat roken een vieze, ongezonde en asociale 19e eeuwse gewoonte is – zie ik een parallel tussen het uitzonderingsgedrag van deze directeur met o.a. het financiële graaigedrag van andere.
Ik ben zelf directeur van drie wijngaarden in Frankrijk en van een industriële onderneming in Quebec. Bij ons wordt niet gegraaid en niet gerookt, de directie-deur staat altijd open, we eten in dezelfde kantine en we kleden ons netjes maar informeel. Iedereen draagt aan de onderneming bij naar taak en kunnen. Bij ons geen uitbundig geaccentueerd klasseverschil.

Herman Traudes

@12: Helaas heerst in NL een diepgewortelde reflex om in elke controlerende ambtenaar, treinconducteur of politieagent een nazi te zien, waarop, zonder nadenken, met een bij voorkeur Duitse term gereageerd moet worden. Zo ook deze reaktie “Een ambtenaartje met een ‘ordnung muss sein”-mentaliteit zegt: ha, betrapt en vervolgens Kassa!” terwijl de hoognodige gezondwording van NL en het eindelijk kunnen afschudden van het tabaksjuk voor een groot deel afhangt van deze mensen die elke dag bespuwd en veracht worden tijdens hun broodnodige wetshandhavingswerk.

Overigens: wat een domme direkteur, om zoveel redenen. Zouden zijn klanten en andere kontakten zijn walm op prijs stellen? Ik zou daar weg blijven.

Ed Damvelt

Peter ter Steeg, nr. 11: Prachtig emotioneel gedram, Uw “berekening”. Lees eens hier een niet-emotionele berekening van de gezondheidskosten van rokers, dikkerds en gezonden:

http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270751015.pdf

“Gezonden” kosten in hun leven zo’n slordige E60.000 meer dan rokers en brengen ook niet méér op aan belastingen omdat hun rheuma, Alzaheiners etc. pas na hun produktieve leven optreedt.

Hans Steinebach

De genoemde directeur zocht slechts, zoals vele rokers, een manier om zowel te roken als te werken. Het feit dat hij de gelegenheid heeft om een mogelijkheid te scheppen om dat te kunnen is niet disrespectvol naar zijn personeel. Hij is echter helaas niet in staat deze methode ook voor zijn personeel toe te passen.
Voorlopig rookt eenderde van de bevolking nog steeds en het zou van respect getuigen om daar rekening mee te houden als wetgever (stel: eenderde van de bevolking stemt op een partij: dat is dan de supergrootste!)en meer te helpen bij stoppen dan repressief optreden tegen rokers.
(Ik ben overigens gestopt, maar ben geen agressieve stopper)

Paul Rubingh - de rokende directeur

Met de nodige verbazing heb ik de commentaren gelezen betreffende onze zaak; Prima dat een ieder zijn eigen zegje heeft over deze zaak, maar waar haalt u het recht vandaan om een oordeel te kunnen vellen over de persoon achter de directeur? Dit soort ‘neerzetten’ van onbekende personen en/of groeperingen past in mijn beleving niet bij het NRC, maar beter bij andere media.

Ik kan u heel simpel van repliek dienen; u kent ongetwijfeld nog het spotje ‘Roken? Dat lossen we samen wel op’.
Bij ons bedrijf hadden we het dus al opgelost, totdat de ‘sterke arm’ voorbij kwam. Met onze collega’s hadden we namelijk de afspraak gemaakt dat mijn werkplek zou worden gebruikt als rookruimte. We hebben namelijk als klein bedrijf geen extra ruimte (en geld!) om een speciale ruimte in te richten. En de ‘directeur’ heeft er geen bezwaar tegen. Het is dan ook zo dat, ook in mijn afwezigheid, er in mijn werkruimte wordt gerookt.
Dit is een unanieme beslissing geweest.

Last? Mijn werkkamer is op de 1e verdieping aan het eind van een gang. De kamer is geïsoleerd en de deur is altijd dicht (automatisch). Verder staat er een luchtfilter en staan de ramen altijd in de tochtstand.
Naar aanleiding van het bezoek van onze wetsdienaar, hebben we aan buitenstaanders (onpartijdig!) gevraagd of er een rooklucht hing in het gebouw. We scoorden wederom unaniem!

Waarom dan toch een boete? Heel simpel: Het is een werkplek.

Nog even aan de heer Jean-Luc Auteuil: Ik loop in vrijetijdskleding op mijn werk, mijn salaris is het minimum dat wettelijk voor een Besloten Vennootschap is toegestaan, ik eet altijd in onze kantine.

Aan de NRC redacteur: U bent vergeten een klein feitje te vermelden van onze verdediging: Er huizen 3 bedrijven in dit pand. Mijn werkkamer is de kantoorruimte van een ander bedrijf, waarvan ik de enige werknemer ben. De werknemers van de andere bedrijven hebben niets te maken met dit bedrijf.

Dan leg ik u allen nog het volgende voor:
Het is gebruikelijk bij ons bedrijf dat de rokers tijdens de pauze buiten gaan roken (bij een speciaal gecreëerde rokersplaats, achter het pand). De niet-rokers gaan er altijd bij staan.
Moeten we, als bedrijf, dat verbieden?
Want als een werknemer niet vrijwillig in de deuropening mag gaan staan, mag hij dan wel vrijwillig bij de rokersplaats gaan staan?

J.muters

Ik had graag nr 3 Borgers van repliek willen dienen. Maar enigszins afwijkende edoch waarheidgetrouwe meningen worden schijnbaar niet gewaardeerd. Het zij zo
Mijn stelling is in feite dat heel dat onderzoek naar de gevaren van Meeroken door de gezondheidsraad totaal politiek corrupt is. Er is dus helemaal nog geen onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de gevaren van meeroekn. Ergo: Meeroken is niet gevaarlijk. Waarom dan dat rookverbod ( politieke en economische belangen van de pillendraaiersmaffia, verzekeraars en andere stropdassen waar veel bonussen aan blijven plakken.)
Eerst goed anafhankelijk onderzoek en tot dan weer gewoon roken in kroegen etc..

Otto Braackenssieck

Deze wetgeving, in eerste instantie bedoeld ter bescherming van niet-rokend personeel, is inmiddels uitgegroeid tot een aan dictatuur grenzende ingreep op vele persoonlijke belevingswerelden. En dat waar een bordje “roken”, of “niet roken” voldoende zou moeten zijn om volwassen mensen, bezoekers zowel als personeel, zelf hun keuze te kunnen laten maken. Zo bespaart men ook nog eens een, op zijn minst, honderden miljoenen verslindende, strenge controle van de overheid op naleving van deze dictatoriale wetgeving. Als de bedenkers van dit absurde rookverbod willen ontdekken wat echt ongezond, ja zelfs dodelijk is, dan moeten ze eens een kwartiertje met lopende motor in een afgesloten garage verblijven. (Niet doen natuurlijk, dit is maar bij wijze van spreken). Omdat minister Klink de brutale arrogantie had, om op 4 juli 2008 te verklaren:”Nederland moet gezonder gaan eten” vrees ik dat in korte tijd de cafetariahouders wel aan de beurt zullen zijn. Het zal beginnen met een sticker op iedere kroket: “DEZE KROKET IS VET EN KAN DODELIJK ZIJN