Uitspraak 57: Kun je een religieuze schenking terugdraaien wegens misleiding?
Kun je een schenking aan een sekte terugdraaien als het voorspelde einde van de wereld zich toch niet voordeed? Met commentaar van NJB-medewerkers H. Schoordijk, emeritus hoogleraar Anglo-Amerikaans privaatrecht, en Eric Tjong Tjin Tai hoogleraar privaatrecht in Tilburg.
De Zaak. Een voormalig lid van een religieuze sekte wil het geld terug dat hij, naar eigen zeggen, onder druk heeft geschonken. Hij heeft destijds al zijn eigendommen verkocht en ruim zes ton weggegeven.
Wat waren de omstandigheden? Het zogeheten Efraïm-genootschap vormt een groep die ‘tot de bruid van Jezus Christus is toegetreden’, maar overigens ontkent een kerk te vormen. Eind 2001 zouden de uitverkoren leden ervan in de hemel worden opgenomen. Mits zij ‘los waren gekomen’ van hun ‘aardse bezittingen, mensen en dieren’. Die zouden zij ook niet meer nodig hebben. Het einde van de wereld werd namelijk begin 2002 verwacht.
De leider noemde zich de ‘profeet Elia’ en zei ‘namens God’ op te treden en de Bijbel te volgen. Hij spoorde de leden aan ‘volledig’ van alles afstand te doen om zo de ‘opname’ van andere leden niet te verhinderen. Wie aarzelde of regels overtrad, moest voor een tribunaal verschijnen, werd de ‘eeuwige duisternis’ aangezegd of kreeg huisbezoek van de ‘profeet’. Het slachtoffer werd diverse keren gebeld door de sekteleider met de vraag of hij zijn bedrijf en onroerend goed al had verkocht en of het geld binnen was.
Wat is de rechtsvraag? Heeft de sekteleider onrechtmatig gehandeld door misbruik te maken van de omstandigheden? Is er sprake geweest van een noodtoestand of afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid? Deze criteria komen uit artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek: een rechtshandeling is vernietigbaar wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
Wat is het verweer van de sekteleider? Ik trad op namens God. En: ik geloofde het zelf ook, dus ik hoefde helemaal niet te begrijpen dat ik de schenker had moeten weerhouden. Ook zegt hij de schenker nooit te hebben gedwongen en dat de leer van het genootschap alleen inhoudt dat men geestelijk loskomt van aards bezit. Verder zat de schenker zelf (ook) in de leiding van het genootschap. Hij had dus zelf controle over het geld. Het geld ging niet naar hem persoonlijk, maar naar het genootschap. De schenker kwam uit vrije wil en bij z’n volle verstand bij het genootschap.
Wat zegt het gerechtshof? Die vindt, mede op basis van getuigenverklaringen, dat de sekteleider zichzelf gezag wist te verlenen, angst inboezemde en druk uitoefende. Dat de schenker in een ‘abnormale geestestoestand’ verkeerde, lijkt het hof ook aannemelijk. De schenker vreesde te moeten achterblijven op aarde, als ‘verdoemde’. Dat had genoeg moeten zijn om hem te weerhouden van de schenking. Vooral omdat die ruim zes ton de totale opbrengst van zijn eigendom was.
Verder had de schenker geen toegang tot de bankrekeningen van het genootschap. Hij had dus geen financiële controle, maar net als de rechtbank vindt het hof dat de schenker ook zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen. Een vermindering met 25 procent vindt het hof billijk. In totaal moet de sekteleider ruim 227.000 euro terugstorten.
Lees de volledige uitspraak hier. LJ-nummer BL0403
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
