'Ervaren rechercheurs wanhopig van nieuw rechercheconcept'
Het opsporen van misdrijven mag niet meer afhankelijk zijn van incidenten en toevalstreffers. Professioneel recherchewerk moet het resultaat zijn van doordachte strategieën en analyses waardoor de criminaliteit doelmatig kan worden bestreden. Dat concept van 'informatie gestuurd opsporen' moet in 2012 bij alle politiekorpsen zijn ingevoerd. Maar deskundigen waarschuwen voor bureaucratie en tweedeling van de politieorganisatie.
Breaking news in 2001: van de 1,1 miljoen aangiftes die de politie jaarlijks ontvangt, worden er slechts 250.000 onderzocht. Breaking news in 2010: van de 1,2 miljoen aangiftes (2009) worden er inmiddels 350.000 in behandeling genomen, 150.000 blijven ‘op de plank liggen’. Een stijging van zo’n 40 procent van de aangiftes die wél in behandeling worden genomen, in vergelijking met zo’n tien jaar geleden.
Is het glas nu half vol of half leeg bij de politie? Korpschef Stoffel Heijsman zei vorige week in het NOS-journaal namens de Raad van Korpschefs dat het nauwelijks uit te leggen is waarom zaken niet worden opgepakt. „Niet omdat er geen bewijs is, maar omdat er onvoldoende rechercheurs zijn.”
De stijging van het aantal wél in behandeling genomen aangiftes wordt toegeschreven aan de prestatiecontracten die toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, Johan Remkes (VVD) in 2003 invoerde. De politie kreeg toen de verplichting om jaarlijks een minimaal aantal aangiftes in behandeling te nemen. Als gevolg daarvan investeerden alle politiekorpsen in extra personeel voor het in behandeling nemen van aangiftes.
Die financiële ruimte was er ook. Het jaarlijkse politiebudget bedroeg in 2004 vier miljard euro en is gegroeid tot 4,8 miljard in 2010. Ook het aantal formatieplaatsen steeg: van 51.000 in 2006 naar 54.000 in 2010.
Maar extra ‘blauw’ en extra geld was in de afgelopen jaren niet de enige verandering in politieland. De politieke commotie over het grote aantal plankzaken leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Nationale Recherche. Om een einde te maken aan de lappendeken van politieteams dat Nederland toen kende. En de Raad van Hoofdcommissarissen gaf in 2001 het startschot voor een nieuwe politiestrategie: die van de ‘informatie gestuurde opsporing’.
Recherchewerk mocht niet meer het resultaat zijn van incidenten en toevalstreffers, maar van doordachte strategieën en analyses waardoor de criminaliteit doelmatig kon worden bestreden. In 2008 adopteerde de Raad van Hoofdcommissarissen die aanpak formeel en doopte die om tot het ‘Nationaal Intelligence Model’: eind 2012 moeten alle politiekorpsen ‘informatiegestuurd’ werken. Bij de opsporing moeten keuzes gemaakt worden, op basis van ‘gewogen en veredelde informatie’ die inzicht moet geven in de criminaliteitskaart van Nederland. Dat inzicht moet vervolgens weer leiden tot strategische keuzes in de opsporing en vervolging. De klassieke tactische rechercheur kreeg nieuwe collega’s: informatiespecialisten, ict-deskundigen, tactische verhoordeskundigen.
Maar de praktijk staat het ambitieniveau van het Nationaal Intelligence Model in de weg. Zo is er nog steeds onvoldoende inzicht in het grote aantal ‘plankzaken’ dat her en der op politiebureaus op nadere bestudering ligt te wachten, zo blijkt uit recent onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV).
En daar kunnen dossiers tussen zitten die nét tot die andere strategische beslissing hadden geleid als die informatie wel bekend was geweest. Verder schort het aan informatie-uitwisseling met het openbaar ministerie, de partij die uiteindelijk eindverantwoordelijk is voor opsporingsonderzoek van de politie, zo blijkt uit dat onderzoek.
In de praktijk heeft dat nieuwe rechercheconcept ook een tweedeling veroorzaakt tussen die informatieanalisten en de klassieke rechercheur met twintig jaar misdaadbestrijding, zegt de criminoloog en politie-kenner bij uitstek, professor Cyriel Fijnaut vandaag in NRC Handelsblad. „Zo kan het gebeuren dat een rechercheur met twintig jaar ervaring voor informatie moet aankloppen bij een analist met weinig of geen ervaring. Dat is de wereld op zijn kop. Het leidt alleen maar tot bureaucratie en vertraging. Het is een klein drama. Ervaren rechercheurs worden wanhopig van deze nieuwe werkwijze. Er is een absurde tweedeling ontstaan tussen opsporing en informatievergaring.”
Het is bovendien maar de vraag of alle politiekorpsen in staat zijn om dat nieuwe rechercheconcept op tijd in te voeren, zo blijkt uit ander onderzoek van de IOOV. Maar volgens plaatsvervangend korpschef en per augustus de nieuwe directeur van de Nationale Recherche, Wilbert Paulissen, is er geen weg terug. „We moeten niet doen alsof de wereld stil staat. Er is een overstelpende hoeveelheid informatie beschikbaar die vraagt om nieuwe werkwijzen”, zegt hij vandaag in NRC Handelsblad.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
