Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 56: Is zwijggeld voor de minnares aftrekbaar als kantoorkosten?

sekswerkValt seks onder kantoorkosten? Een overspelige advocaat probeert de kosten van een geheime affaire af te trekken. Met commentaar van NJB-medewerkers Richard Happé en Peter Essers, hoogleraren belastingrecht in Tilburg.

De Zaak. Een advocaat begint een liefdesaffaire met een cliënt. Maar het tweetal krijgt ruzie en de vrouw dreigt hun affaire openbaar te maken. Om dat te voorkomen, betaalt de advocaat haar een fors bedrag, 112.500 euro. Hij vreest namelijk schade aan zijn reputatie en daarmee ook aan zijn praktijk als advocaat. Althans, dat zegt hij tegen de belastinginspecteur. Hij zou tot de betaling zijn gedwongen door ‘chantage, afpersing en oplichting’. En het zou dienen om ‘schadelijke publiciteit’ voor zijn kantoor te voorkomen. Daarom zijn het volgens hem (aftrekbare) ‘ondernemingskosten’.

Mocht de inspecteur dat niet geloofwaardig vinden, dan stelt de advocaat voor het bedrag dan maar te beschouwen als ‘alimentatie’ voor het kind dat zij samen kregen.

Wie is de tegenpartij en wat zegt die?

Dat is de belastinginspecteur, die de hoogte van de aanslag moet vaststellen en dus de omvang van het belastbaar inkomen. De inspecteur maakt korte metten met het verhaal en zegt dat kosten die voortvloeien uit de liefde een privé-uitgave zijn en niets met de onderneming te maken hebben. De advocaat gaat in bezwaar.

Wat zegt de bestuursrechter?

Die stelt vast dat de betaling direct verband houdt met een seksuele relatie. En seks is volgens de rechter het gevolg van ‘toegeven aan of streven naar persoonlijke behoeftenbevrediging’. Het doel van de onderneming, het advocatenkantoor, staat daar verre van. Anders gezegd, de advocaat neukte niet voor z’n werk. Privé dus. En overigens was ‘alimentatie’ een leugen. Er kon geen sprake zijn van een onderhoudsverplichting in de zin van de Wet inkomstenbelasting, en wel omdat „het kind ter zake waarvan de betalingen zijn verricht, niet belanghebbendes kind blijkt te zijn”.

Zaak gesloten?

Nee, belastingrechtspraak is vertrouwelijk, dus vrees voor slechte publiciteit is er niet. De anonieme advocaat gaat in beroep.

Hoe denkt het hof over seks als kantooruitgave? Net als de rechtbank: seks is privé en niet zakelijk. De raadsheren zoeken er nog een recente andere zaak bij als extra steun. Daarin trachtte een internist de kosten die voortvloeiden uit zíjn seksuele relatie met een patiënte ook buiten de belasting te houden. Deze dokter moest een ton schadevergoeding betalen en trachtte dat ook aan te merken als ‘praktijkkosten’. In zijn geval oordeelde de bestuursrechter dat een dokter die een patiënt beschadigt de kosten daarvoor alleen aan zijn praktijk kan toerekenen als de schade uit de behandeling voortvloeide. Het hof dacht niet dat een seksuele relatie uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst kon voortvloeien. De boekhouding van de internistenpraktijk stond er dus geheel buiten. Een schadevergoeding als gevolg van de particuliere seksuele bevrediging van dokters mag niet als kostenpost voor de praktijk gelden. Het is gewone besteding van al verworven inkomen. De internist moest dus betalen. De dokter ging nog naar de Hoge Raad. Maar daar verloor hij. En daarom verliest nu ook de advocaat.

Lees hier de uitspraak van het Hof Den Bosch (LJ BM5101) over de advocaat. En hier de uitspraak van het Hof Leeuwarden (LJ AV5119) over de arts.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
advocatuur
arts
echtscheiding
sexueel misbruik

10 reacties op 'Uitspraak 56: Is zwijggeld voor de minnares aftrekbaar als kantoorkosten?'

NJB-medewerker Richard Happé, hoogleraar belastingrecht in Tilburg

Sommige procedures vallen je als fiscalist op, zelfs als ze fiscaal-juridisch volstrekt niets nieuws bevatten. Ze vallen je op vanwege de feiten. Zo’n procedure is onlangs gevoerd voor de rechtbank Breda en in hoger beroep voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De belastingplichtige, een advocaat, heeft in het verleden een relatie onderhouden met een vroegere cliënte. Men is duidelijk niet als vrienden uit elkaar gegaan: de advocaat voelde zich volgens zijn zeggen gedrongen om ruim € 110.000 aan haar te betalen. Deze drang, zo stelde de advocaat, vloeide voort uit chantage, afpersing en oplichting door zijn oud-cliënte, tevens voormalig vriendin. Aldus kunnen we opmaken uit de door de rechtbank vastgestelde feiten.
Zoals gezegd is het fiscaal kansloos om te trachten zulke kosten ten laste van de winst van de onderneming te brengen. Op het randje van het betamelijke komt het te liggen als in de uitspraak van het Hof te lezen valt dat hij blijkbaar subsidiair bedoeld heeft te stellen dat het hier om een betaling van alimentatie gaat voor een kind bij zijn voormalige vriendin. In de procedure bij de rechtbank komt echter vast te staan dat het niet om een kind van hem gaat, waarbij ik aanneem dat belastingplichtige daarvan al ten tijde van de procedure bij de rechtbank op de hoogte was.
Wat hier van te vinden? Iedere jurist, ook als je geen fiscalist bent, had kunnen weten dat het hier om een kansloze procedure ging. Dan moet je niet willen procederen. Iedere belastingplichtige, maar zeker een advocaat, moet geen onwaarheden aan de rechter vertellen, zoals blijkbaar in dit geval is gebeurd. Iedereen had zich met de uitspraak van de rechtbank in de hand een moment van bezinning moeten gunnen en het erbij moeten laten. Iedere advocaat, zo stel ik mij voor, zou zijn cliënt, ook als deze zelf advocaat is, hebben afgeraden om in hoger beroep te gaan. Dat brengt mij tot de kern van mijn verbazing: het ontbreken van schroom, van ethische terughoudendheid, niet ten aanzien van de privé-aangelegenheid van het aanknopen van een relatie met alle vervelende gevolgen van dien, maar wel ten aanzien van de poging om de financiële schade af te wentelen op de fiscus en daarmee op alle andere belastingplichtigen. Dat laatste moet je gewoon niet willen.

NJB-medewerker Peter Essers, hoogleraar belastingrecht in Tilburg

Een belastingplichtige die als ondernemer kwalificeert voor de inkomstenbelasting kan alle uitgaven die hij doet met het oog op de zakelijke belangen van zijn onderneming in aftrek brengen bij het berekenen van zijn fiscale winst. Daarbij mag de belastinginspecteur niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Hij mag dus niet zeggen dat bepaalde uitgaven beter achterwege hadden kunnen blijven omdat deze in zijn ogen geen optimale bijdrage aan het doel van het bedrijf hebben geleverd, bijvoorbeeld omdat ze te hoog zijn uitgevallen. Alleen als de inspecteur kan aantonen dat geen zinnig denkend ondernemer deze uitgaven zou hebben gedaan, zoals bijvoorbeeld het geval was bij een medicus die een Cessna-vliegtuigje gebruikte om naar medische congressen te reizen, mag de inspecteur de extra kosten in vergelijking met een ‘normale’ wijze van vervoer schrappen, ook al staat vast dat ook die extra kosten zijn gemaakt in het kader van de onderneming van belastingplichtige. De inspecteur heeft derhalve slechts een marginaal toetsingsrecht. In dit verband kan het voorkomen dat de wetgever het niet gewenst vindt dat bepaalde kosten die op zich wel in de ondernemingssfeer worden gemaakt en daaruit voortvloeien als ondernemingsuitgaven worden aangemerkt. Dan moet de wetgever deze categorie expliciet in de wet uitsluiten. Dat is bijvoorbeeld gebeurd ten aanzien van de kosten die criminelen maken voor wapens of gevaarlijke dieren (art. 3.14 Wet IB 2001).
Ofschoon de inspecteur slechts een marginaal toetsingsrecht heeft, heeft hij wel een onderscheidingsrecht. Dat wil zeggen dat hij nauwlettend zal toezien of belastingplichtige zijn ondernemingsuitgaven goed heeft onderscheiden van zijn privé-uitgaven. Privé-uitgaven zijn uitgaven die louter met een privé-motief zijn gedaan. Deze kunnen niet in aftrek worden gebracht bij de fiscale winstberekening. Daarvan was sprake in de onderhavige uitspraak van Hof Den Bosch. In navolging van Rechtbank Breda beslist het Hof dat de uitgaven die de desbetreffende advocaat heeft gedaan om een seksuele relatie met een vroegere cliënte geheim te houden in de privé-sfeer van deze advocaat liggen. Het feit dat de seksuele relatie waarschijnlijk is ontstaan omdat de advocaat ook een zakelijke relatie had met de desbetreffende dame, is onvoldoende om deze uitgaven als ondernemingsuitgaven aan te merken. Daarmee blijven Rechtbank en Hof volledig in de lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad, die in een geval waarin een psychiater een seksuele relatie was aangegaan met een patiënte heeft beslist dat de daaruit voorvloeiende schadevergoeding tot de privé-sfeer moest worden gerekend.
Overigens zou ons de onderhavige zaak waarschijnlijk bespaard zijn gebleven als fiscale rechtspraak niet anoniem zou zijn.

Liudger Silva

- de voormalig cliënte/vriendin van de advocaat dient natuurlijk ook schenkingsdrechten te betalen, tenzij dit extra inkomen door haar beroepsmatig werd verworven(?).
- vermoedelijk heeft de advocaat alle etentjes en hotelbezoeken met deze mevrouw ook als fiscaal aftrekbare kosten ingebracht. Mogelijk was er meer binnen te halen door de fiscus.
- de arts had kunnen stellen dat hij met gebruik van de Cessna later weg kon en eerder terug was, zodat hij meer patiënten kon helpen. In elk geval een reden om die specifieke reiskosten met de Cesna als fiscale kosten te bezien.

M.J. Hoogendoorn

Helaas. Het zou anders een mooie manier zijn om je urencriterium vol te krijgen…

N. van Dijke

Ik neem toch aan dat als wél zakelijk kosten zouden zijn gemaakt i.v.m. ‘chantage, afpersing en oplichting’, deze evenmin afgetrokken konden worden…
Ik denk aan een plastisch chirurg die een patiënt met een mislukte ingreep met verminking als gevolg, aan de deur krijgt en die handje contantje geld eist, anders gaat ze de pers inlichten.

Chantage, afpersing en oplichting kunnen, neem ik toch aan, in geen geval opgevoerd worden als kostenpost…

Remy Lang

Dat er sprake kan zijn van een gevalletje afpersing is nog niet eens zo ver gezocht. Maar dan had de advocaat zich tot de politie moeten wenden. De betaling had dan misschien nog wel via een civiele procedure als schade als gevolg van een misdrijf kunnen worden teruggevorderd.

A.P. Veening

@Remy Lang

Leuk idee, maar niet practisch haalbaar in verband met de wens de zaak buiten de publiciteit te houden.

I. van der velde

Schaamteloze actie.

Co Stuifbergen

Ik sluit mij aan bij Remy Lang, woensdag 9 juni 2010, 11:29 uur .

Cadeautjes, etentjes en condooms zijn een privé-uitgave.

Maar uitgaven wegens afpersing van het bedrijf lijken mij geen privé-uitgave.
(al twijfel ik ernstig aan de schade voor het bedrijf, mij lijkt dat de advocaat als privé-persoon afgeperst wordt).

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Aan de eerdere afpersing had hij zich moeten onttrekken. Overigens was de advocaat in kwestie vast en zeker alleen kantoorhoudend. Een aftrek door de maatschap of een compagnon tav afpersing had zeker een aardige kans gemaakt.