Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Peuter moet achternaam inleveren – maar rechter grijpt in en buigt de wet bij

toddlerKan de gemeente je kind een andere achternaam opdringen? Namelijk de naam van de man, terwijl vader èn moeder de naam van de vrouw willen? Het overkwam een Egyptische man en een Nederlandse vrouw, die voor hun kind een Nederlandse achternaam willen. Maar de officier van justitie eiste naamsverandering.

In juni 2006 trouwt het stel in Egypte, waar hun huwelijk ook wordt geregistreerd. Ze verhuizen naar Nederland, waar in 2008 hun kind wordt geboren. Bij de bevolkingsadministratie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waar ze aangifte doen van de geboorte staan zij echter niet als getrouwd geregistreerd. Daardoor krijgt het kind automatisch de achternaam van de moeder. Zo is dat wettelijk geregeld. Op de geboorteakte van het kind komen dan ook alleen de persoonsgegevens van de moeder te staan. En dat is ook precies zoals het stel het graag wil hebben.

Bij de balie van het gemeentehuis hadden ze tevoren geïnformeerd hoe dat geregeld moest worden – hun kind moet de naam van moeder krijgen, niet van vader. Diens achternaam maakt namelijk duidelijk dat de vader een islamitische achtergrond heeft. Maar dat geloof heeft hij zelf inmiddels verlaten. Hij wilde zijn kind dan ook geen islamitische achternaam geven. Hen werd verteld dat het kind ‘automatisch’ de naam van de moeder zou krijgen. De baliemedewerker had niet door dat het stel in werkelijkheid getrouwd was. En aangenomen mag worden dat het stel dit ook niet vertelde.

Dat ze in Egypte getrouwd waren bleek de gemeente  pas na een poosje – hoe precies, vermeldt het vonnis, dat hier is te vinden, helaas niet. Maar de bevolkingsadministratie kreeg een kopie van de Egtypische huwelijksakte in handen, concludeerde dat de ouders van het kind getrouwd waren en dat het kind mogelijk ook de Egyptische nationaliteit had, naast de Nederlandse.

En dan is het naamrecht onverbiddelijk: de achternaam van de vader is verplicht. Inleveren dus, die Nederlandse familienaam. De geboorteakte was onjuist en die moet dus veranderd worden. Dan krijgt dat kind maar een andere naam. De officier van justitie werd te hulp geroepen en een procedure bij de rechtbank Utrecht was het gevolg.

Die zat nu met een probleem, want de wet kent wel degelijk voor getrouwde stellen het recht om de geslachtsnaam van het kind te kiezen. Maar dat moet dan wel uiterlijk bij de aangifte gebeuren. En niet twee jaar later. Materieel staan de ouders dus in hun recht, maar formeel kan het niet meer.

Wat te doen? De rechter zoekt een creatieve oplossing. Eerst wordt de jurisprudentie van de Hoge Raad geraadpleegd, waarin het naamrecht wordt getoetst aan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het IVBPR. In het bijzonder aan artikel 26, het gelijkheids- of ook wel non discriminatiebeginsel geheten, dat hier is te lezen. In 1988 heeft de hoogste rechter vastgesteld dat vader en moeder evenveel recht hebben op de achternaam van hun kind. Dat heeft de wetgever vervolgens in 1998 uitgewerkt in art 5 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, dat hier is te lezen.

In overweging 3.7 wordt vastgesteld dat àls de ouders deze mogelijkheid hadden gekend, ze er zeker gebruik van zouden hebben gemaakt. Alleen kan dat nu niet meer door ‘buiten (de) ouders gelegen omstandigheden”. Als de rechter nu de letter van de wet zou volgen zou dat echter leiden tot discriminatie en daar voor is ‘geen objectieve en redelijke rechtvaardiging’. Toepassing van het burgerlijk wetboek zou dus tot discriminatie leiden, dat ook wordt verboden door art. 14 en art. 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat zijn respectievelijk het discriminatieverbod en het recht op familieleven.

Kortom, de wet deugt niet. Maar hoe nu te handelen? Daartoe grijpt de rechter naar een andere wet, die hier niet van toepassing is, maar wel in een vergelijkbare gevallen voor een oplossing zorgt. Wie namelijk met een Nederlands kind dat in het buitenland is geboren hier arriveert met een geboorteakte waarop nog geen naamkeuze is gedaan, mag dat tot twee jaar na de geboorte alsnog doen. Prima voorbeeld, die Wet Conflictenrecht Namen, ook voor dit geval. En dus ‘verzet niets zich ertegen’ om ook deze ouders toe te staan ‘alsnog een dergelijke verklaring af te laten leggen’. Zo kregen de ouders gelijk en blijft de  naamkeuze bij rechterlijke uitzondering alsnog geldig.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Personen- en familierecht
Lees meer over:
discriminatie

9 reacties op 'Peuter moet achternaam inleveren – maar rechter grijpt in en buigt de wet bij'

Antje Hages

Gelukkige afloop na zoveel ambtelijke regel en dwangzucht.
Sommigen vragen zich nog af hoe de bezetter het in de oorlog toch allemaal zo geregeld kreeg. Dat is met dit soort ambtenarij ineens een stuk gemakkelijker te begrijpen.

P. lamers

Vreemd. ik heb precies het tegenovergestelde meegemaakt.
Wij zijn ook in het buitenland getrouwd en ondanks dat je allerlei geboortebewijzen moet overleggen (ook van mijn (schoon)ouders o.a. werd ons niet vertelt dat je huwelijk in Nederland niet rechtsgeldig is als je het niet laat omzetten daar heb je namelijk een ‘apostille-stempel voor nodig. die we hadden kunnen krijgen bij de huwelijksvoltrekking hadden we er om verzocht.
Daar kwam ik dus achter toen ik ons eerste kind wilde aangeven en die mijn achternaam wilde geven.
Ik had niet vóór de geboorte het kind erkend, en dan krijgt het dus automatisch de achternaam van de moeder.
De beruchte ‘apostille-stempel’ kon niet binnen een dag geregeld worden, het kon wel maar duurde een paar maanden.
Probleem dus, opgelost overigens door een zeer behulpzame ambtenaar die in de geest van de wet heeft gehandeld door de aangifte wel te verwerken maar (nog) niet door te sturen. Toen de stempel binnen was hebben wij weer contact met haar opgenomen en alles kwam alsnog goed, nog bedankt!

Het lijkt mij dezelfde wetgeving maar bij ons werkte het dus net andersom, de overeenkomst is dat hierboven de rechter en bij ons een ambtenaar van de burgerlijke stand de wet hebben toegepast zoals hij bedoeld was en zich niet aan die vermaledijde letter hebben gehouden.

Vreemd, omdat als ik het bovenstaande goed begrijp en met de uitleg van de wet waar wij mee werden geconfronteerd er geen probleem had moeten zijn.
Namelijk een buitenlands huwelijk, geen erkenning vooraf, geen ‘apostille’ dus de naam van de moeder, zo zou het bij ons zijn gegaan zonder die ambtenaar die wel nadacht, en dan had bovenstaand stel dus juist geen probleem gehad.
Er word geen melding gedaan van ‘apostille of erkenning maar het geval lezende ga ik er van uit dat dat niet het geval was, vergelijkbaar dus.
De nationaliteit van de vader lijkt mij geen beletsel als je de naam niet wilt gebruiken, omgekeerd, als je de naam van de vader juist wel wil gebruiken zou ik me dat met tegenzin nog kunnen voorstellen.

Ik ben benieuwd of iemand dit begrijpt, wat ik wel weet is dat aan de balie de benodigde kennis ontbreekt, mijn vrouw was zichtbaar zwanger toen we de papieren op haalden om in het buitenland te kunnen trouwen, dus wat extra informatie had op zijn plaats geweest.
Maar of je dergelijke complexe wetgeving door een balie-ambtenaar kunt laten uitleggen betwijfel ik.
En dan heb je dus een probleem. nu nog de vraag hoe het kan dat wij met het ene en zij met het andere probleem werden geconfronteerd, terwijl de wet gelijk zou moeten zijn.

Ik hoop dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug hier reageert, want waarom een probleem maken wat er niet had hoeven zijn.
Zij hebben namelijk wél die ‘vermaledijde letter’ gevolgd, dat wil ik wel eens uitgelegd zien.
Hoeveel ‘letters’ zijn er eigenlijk en hoe en wanneer worden die toegepast.

I. van der velde

Typische weer een juridisch monstrum om recht te trekken dat de staat veel en veel te diep met zijn tentakels in het privéleven van haar burgers zit. Laat die mensen, en alle mensen, zelf bepalen wat ze voor achternaam willen. Als het beestje maar een naam heeft. Wat een belachelijke vertoning van die officier van justitie. Heeft die werkelijk niets anders te doen dan hier het belastinggeld aan te verspillen? Ga svp iets doen aan al die geseponeerde misdrijven en ander achterstallig juridisch onderhoud waar nog wel mensen zoals slachtoffers belang bij hebben. Dit is een privékwestie waar de staat zijn neus niet in behoort te steken.

JGaertner

Keurig opgelost hoor.Complimenten voor de rechter.

Fred van de Biezen

We moeten wat minder schimpen op de wet. Wetten ontstaan op een bepaald moment. De samenleving verandert en de rechter maakt zo goed en zo kwaad als mogelijk gebruik van de wet of zoekt naar de geest van die wet.
Dat vind ik juist prachtig aan onze samenleving, dat de samenleving verandert en dat rechters dat inzien en laten zien dat je met een wet nog lang uit de voeten kunt zonder die elk moment te hoeven aanpassen.
Chapeau voor onze rechterlijke macht.

mr drs R. Winter

@4. Een rechter complimenteren vind ik wel nogal aanmatigend voor een persoon, die in de zorgsector werkt en zelf geen juridische opleiding heeft gevolgd.

Ik trof een rechter die – ongevraagd – besloot de dubbele samengestelde achternaam van een kind te wijzigen in een enkele achternaam, omdat dit in Nederland meer gebruikelijk zou zijn.

Herman Traudes

@6: Kat op kat is niet mijn gewoonte, maar waarom mag een niet-jurist geen rechter complimenteren? Misschien als het beroep van rechter de perfecte wetsuitvoerende robot zou zijn geweest zouden wellicht uitsluitend vakgenoten – maar dan toch waarschijnlijk wel van hoger niveau dan een gewone ‘mr drs’ – het recht hebben op waardering.
Gelukkig zijn rechters geen machines, zoals elders wordt aangehaald, en omdat ze juist de maatschappelijke en menselijke kant van het recht vertegenwoordigen, mag m.i. iedereen het al of niet met ze eens zijn. En dat uitdrukken.

mr drs R. Winter

@7. Even een uitleg voor de minder geschoolden. Het beoordelen van het werk van een rechter door een niet-jurist durft alleen de beroepsgroep der verpleegkundigen, die niets met de zaak te maken hebben. Kennelijk behoort het hun attitude om zich boven academische professionals en zelfs rechters te plaatsen en hen een compliment te geven voor de goede beoordeling van de zaak.

Michiel Jonker

Curieus: het artikel stelt dat, als er sprake is van een kind dat “mogelijk ook de Eyptische nationaliteit” heeft, het naamrecht onverbiddelijk vereist dat het kind de achternaam van de vader krijgt. Waarom?

Spelen hier verdragsrechtelijke (en dus internationaal-politieke) factoren mee? En/of heeft het te maken met het Egyptische naamrecht, dat dan kennelijk van invloed is op de naamgeving van kinderen die in Nederland uit hier woonachtige ouders worden geboren waarvan ten minste één de Nederlandse nationaliteit heeft? Dat zou verontrustend zijn, vooral omdat hier mogelijk sprake is van discriminatie naar geslacht.

Kan een deskundige hier uitleg over geven?

Eens met reactie van I. van der Velde (no.3) dat de staat (of staten…) zich hier ten onrechte mengt in iets wat de privé-beslissing van een ouderpaar zou moeten zijn. Pas als de ouders het onderling niet eens zijn, of als ze een fantasie-naam willen, zou de staat zich ermee moeten gaan bemoeien.

@ mr. drs. R. Winter (no’s 6 n 8). Ondanks uw juridische opleiding begrijpt u kennelijk niet dat het in een democratische rechtsstaat niet alleen toegelaten, maar ook nodig is dat iedere burger zich in beginsel vrij voelt over alles zijn mening te geven. Dat is niet aanmatigend, maar maatschappelijk betrokken. Rechterlijke uitspraken moeten worden gehoorzaamd, maar het is goed dat die worden besproken, bekritiseerd en geprezen. Daarvan leren zowel rechters als burgers.