Agent mag bezwaar tegen zichzelf beoordelen en beslissen

alcoholcontroleMag een individuele politieagent bezwaarschriften van de burger afhandelen tegen beslissingen die hij zelf nam? Het klinkt niet logisch. En daarom ging een automobilist die een rijverbod van zeven uur had gekregen wegens overmatig alcoholgebruik door tot de hoogste bestuursrechter. Maar die vond het goed.

Lees hier het bericht in het blad Binnenlands Bestuur en hier de uitspraak van de Raad van State. Het rijverbod werd opgelegd op 26 mei 2008. Dat blijkt juridisch een ‘beschikking’ te zijn, opgelegd door een ‘bestuursorgaan’. Zo’n rijverbod is dus geen strafrecht, maar bestuursrecht.

In het bestuursrecht is de hoofdregel dat de onafhankelijke rechter zich pas over je protesten buigt als de burger éérst een bezwaar heeft ingediend bij dat bestuursorgaan. Dat deed de automobilist. En die kreeg tweeënhalve maand later, op 14 augustus, van diezelfde politieagent een uitspraak. De agent had nog eens naar zijn eigen beslissing gekeken en niet geheel onverwacht besloten dat de automobilist geen gelijk had.

Daarna was de weg naar de rechtbank open. Maar ook daar ving de automobilist bot. Ook de bestuursrechter vond dat het rijverbod terecht was opgelegd. En een agent die zijn eigen beschikkingen opnieuw beoordeelt, is geen probleem.

Waarna alleen de Raad van State overbleef. Daar betoogde burger dat zijn bezwaar nooit serieus opnieuw bekeken is. Als het bestuursorgaan en een natuurlijke persoon dezelfde zijn is er geen sprake van onafhankelijkheid, zorgvuldigheid en onpartijdigheid.

Daar is de hoogste bestuursrechter het echter ook niet mee eens. De redenering in de definitieve uitspraak onder 2.3.1 luidt aldus: Bij het maken van bezwaar gaat het dus om een heroverweging van een besluit door het orgaan dat dat besluit heeft genomen. Dit geldt evenzeer indien dat bestuursorgaan een natuurlijke persoon is. Van vooringenomenheid is niet gebleken.

Is dit een cirkelredenering? Het is niet zo omdat het niet zo is?

Welke bestuursrechtelijke hobbyist of kenner wijst ons aan waar in de Algemene Wet Bestuursrecht te lezen is dat een en dezelfde ambtenaar mag beslissen op bezwaren die tegen zijn beschikkingen worden ingediend? En hoe zich dat verdraagt met het verbod van vooringenomenheid? En waarom dit strookt  met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?

Voorlopig kon de redactie van dit blog in de AWB alleen artikel 10:3, derde lid vinden. Daarin staat iets wat sterk op het tegenovergestelde lijkt: ´Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.´ En in lid 2 van artikel 2:4 staat: ´Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.`

Of mag je niet zomaar aannemen dat een agent een persoonlijk belang heeft bij het afwijzen van bezwaren tegen zijn eigen beschikkingen?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
politie
Raad van State

68 reacties op 'Agent mag bezwaar tegen zichzelf beoordelen en beslissen'

H.Chr. Heldens

Het uitgangspunt dat een en dezelfde ambtenaar mag beslissen op bezwaren tegen zijn beslissingen vind ik niet alleen haaks staan op mijn rechtasgevoel, maar ook op dat wat in de onze maatschappij gebruikelijk is. De kas wordt altijd door een ander dan de kassier gecontroleerd. Ik heb diverse malen in een bezwarencommissie gezeten bij gelegenheid van een bezwaar tegen mijn beslissing. Ik lichtte dan de argumenten van de afwijzingsbrief toe, maar de beslissing (gegrond of ongegrond) was aan de voorzitter die niet uit mijn directie afkomstig was.

Verder is het raar dat de betrokken agent nogmaals zijn werk moest controleren. Hij zal, voordat hij het papierwerk in de uitbak legde, de zaak zelf al kritisch hebben bekeken. Waarom dan nog een keer?

De lijn doortrekkend zijn de hogere colleges overbodig. De rechtbank zou dan zelf de beroepen kunnen afhandelen en van het fraaie gebouw van de Raad van State bijf. valt een exclusief appartementencomplex te maken.

Jan Dirk Snel

Ik snap het probleem niet. En van een cirkelredenering is ook geen sprake.

De Afdeling Bestuursrechtspraak is volstrekt helder: De hoofdagent “dient dan ook te worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Uit dit artikel volgt dat het indienen van een bezwaarschrift geschiedt bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij het maken van bezwaar gaat het dus om een heroverweging van een besluit door het orgaan dat dat besluit heeft genomen. Dit geldt evenzeer indien dat bestuursorgaan een natuurlijke persoon is.”

Kortom, bezwaar maken doe je bij degene (het bestuursorgaan) die (dat) het besluit waartegen je bezwaar maakt, heeft genomen. Dat is de essentie. Daarna kun je in beroep bij de onafhankelijke rechter. De systematiek is ook volstrekt helder: degene die het besluit heeft genomen, kan eerst nog eens kijken of het wel goed is genomen. In dit geval: stel dat de hoofdagent had moeten constateren dat er bij het noteren van het alcoholpercentage gegevens door elkaar waren gehaald en deze taxichauffeur in werkelijkheid helemaal een alcohol gedronken had, dan had hij moeten concluderen dat de rij-ontzegging onjuist (want ongefundeerd) was geweest. Maar zoiets deed zich niet voor.

De bedoeling is volstrekt helder: het bestuursorgaan dat een besluit heeft genomen, kan bij een bezwaar eerst zelf nog eens goed kijken of het wel deugde. Misverstanden, slordigheden, onzorgvuldigenheden kunnen zo door het bestuursorgaan hersteld worden, voordat de onafhankelijke rechter ernaar kijkt. De essentie van een bezwaar is dus dat degene tegen wie zich dat richt, nog eens een tweede keer goed naar het besluit kijkt.

De aangehaalde artikelen hebben hier geen relevantie. De bepaling over vooringenomenheid heeft betrekking op het oorspronkelijke besluit. Om van vooringenomenheid of persoonlijk belang te kunnen spreken zou er sprake van moeten zijn dat de agent de rij-ontzegging om andere redenen dan de aangetroffen hoeveelheid alcohol heeft opgelegd. Men zou dan al de fantastische mogelijkheid moeten opperen dat de agent even later buiten dienstijd als concurrerend taxichauffeur zou optreden en er dus belang bij zou hebben om een rivaal op de markt uit te schakelen. Absurd.

Het artikel over mandaat is ook niet relevant omdat hier niet gemandateerd wordt.

Kortom: kennelijk heeft de bezwaarmaker niet begrepen wat bezwaar maken inhoudt: namelijk degene die een besluit heeft genomen, vragen nog eens te kijken of het wel juist was.

Jan Dirk Snel

Herstel: ten onrechte had zich in mijn geest de gedachte vastgezet dat het om een taxichauffeur zou gaan. Dat staat nergens. Het gaat slechts om een automobilist. (In de derde alinea moet staan: … helemaal Geen alcohol …)

Robert Hijmans

Dat is nu precies het verschil tussen bestuursrecht en strafrecht. De bestuurder mag/moet eerst zelf zijn besluit heroverwegen op grond van een bezwaarschrift.
Zorgvuldigheid is daarbij wel geboden.
De redactie heeft het juiste artikel reeds gevonden, maar niet herkend. art.10:3 lid 3 is zeker niet het tegenovergestelde.
In geval van een bezwaar moet een andere ambtenaar dan de oorspronkelijk gemandateerde (= beslisser) aangewezen (gemandateerd) worden om een besluit op het bezwaarschrift te nemen.

Dan nog hebben we niet zo maar met een gemeente of ander bestuursorgaan te maken, maar met z.g. Mulder-gedragingen die door het OM bestuursrechtelijk mogen worden afgedaan. Echter wel volgens dezelfde bestuurlijke regels. Dus zeker niet dezelfde ambtenaar, c.q. politie-agent. Die kan echter wel de situatie het beste beoordelen. Hij was er immers bij en zijn collega’s niet.
De OvJ had het anders kunnen regelen.
Raar dat de bestuursrechter deze opemerking niet heeft gemaakt. Hoe heeft hij vastgesteld dat er geen sprake was van vooringenomenheid?

J. van der Hoeven

Het antwoord op de vraag ligt eigenlijk al besloten in de zinnen voorafgaand aan de geciteerde zin: 2.3.1. [...] Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen heeft de hoofdagent op grond van artikel 162 Wvw 1994 het rijverbod per beschikking van 26 mei 2008 opgelegd. Hij dient dan ook te worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

De agent heeft een eigen bevoegdheid, niet op basis van mandaat, maar op basis van artikel 162 Wvw. Als zodanig is het de agent zelf die als bestuursorgaan moet worden aangemerkt, ingevolge artikel 1:1 eerste lid onder b Awb. Dat de agent in dienst is van een korps dat onder de verantwoordelijkheid valt van de burgemeester doet daar niet aan af. Van mandaat is in dat geval geen sprake.
En inderdaad mag je niet aannemen dat een agent een persoonlijk belang heeft bij het afwijzen van bezwaren tegen zijn eigen beschikking, al zal dat wel behoren tot dat deel van de juridische werkelijkheid waar de niet-jurist met gefronste wenkbrauwen naar kijkt.

A.P. Veening

En zo brokkelt het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat steeds verder af.

J. van der Hoeven

Anders dan wat ik eerder schreef is de agent hoogstwaarschijnlijk een a-orgaan. Dat doet evenwel niet af aan het overige gestelde.

P. Lamers

Weet de redactie heel zeker dat dit in Nederland heeft afgespeeld, dit wil je toch niet geloven? als ik nou in Moskou zou wonen oké, maar daar kan ik mijn recht tenminste nog terugkopen.
Laten we wel wezen, niemand heeft een wetsartikel nodig om te begrijpen dat je nooit jezelf mag beoordelen als het om een conflict gaat, dat kan niemand, of misschien zou je moeten zeggen:
Dat zou niemand mogen kunnen.
Daar heb ik geen wetsartikel voor nodig een IQ van 80 of meer volstaat.

Jan Dirk Snel

Enkele reacties hier zijn verontrustend. Ze getuigen van een groot wantrouwen tegen onze rechtstaat. Kennelijk zijn ze gebaseerd op een onjuist idee omtrent wat bezwaar maken inhoudt. De mogelijkheid van bezwaar maken is juist ingesteld om een onnodig beroep op de onafhankelijke rechter te voorkomen. Als een besluit niet goed in elkaar zit en dat zo te zien valt, kan het betreffende bestuursorgaan de fout herstellen. Dat is voor beide partijen beter en de rechter wordt niet belast met onnodige zaken.

Kennelijk wordt de onduidelijkheid vergroot omdat soms volgens artikel 7:13 een adviescommissie kan worden ingesteld. Daarvan maakt de voorzitter dan geen deel uit van het betreffende bestuursorgaan en hij mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid ervan. Het verwarrende is dat zo in de bezwaarprocedure al een element van een zekere onafhankelijkheid wordt ingebouwd. Dat zijn mensen gewend als het om bijvoorbeeld gemeenten gaat en ze kijken dan kennelijk raar op als in andere gevallen, waarin het bestuursorgaan, zoals hier, uit een enkele persoon bestaat, die persoon (als bestuursorgaan) zelf rechtstreeks reageert op het bezwaar. In zekere zin wordt zo de indruk al gewekt dat het ook bij de bezwaarprocedure al om onafhankelijke rechtspraak zou gaan.

Het ware wenselijk dat beter duidelijk werd gemaakt dat het het maken van bezwaar altijd gaat om een vraag aan het bestuursorgaan om het besluit nog eens goed tegen het licht te houden. En dat onafhankelijke rechtspraak pas in een volgend stadium aan de orde komt.

H. Zijlstra

De burger gaat in bezwaar tegen de genomen beslissing en doet dit bij de bezwaarcommissie of adviescommissie. Voor deze commissie geldt dat deze kan bestaan uit internen en externen. Wat daarnaast geldt is dat voor internen geldt dat de voorzitter van de commissie niet betrokken mag zijn bij het besluit. Een lid kan dit dus wel. zie artikel 7.5 Awb.

uit de uitspraak blijkt niet dat er sprake is geweest van een commissie of dat de automobilist is gehoord door het bestuursorgaan. Hierover wordt helemaal geen woord gesproken zodat het lijkt alsof de hoofdagent het bezwaar zonder horen zelf heeft afgedaan. Er zijn dus vraagtekens zelfs na een uitspraak van de raad van State.

helaas komt het te vaak voor dat de hoogste rechtscolleges uitspraken doen die de normale burger niet meer begrijpt. Er is al eens gesteld dat deze colleges te ver van de werkelijkheid staan en dit soort uitspraken doen deze stelling juist waar worden.

Niek Heering

Goed dat een hoofdagent de automobilist een rijverbod opgelegde van zeven uur omdat de laatste met teveel drank achter het stuur zat: deze had ongelukken kunnen hveroorzaken, met zwaar gewonden en doden als gevolg. Gelukkig gebeurde dat niet. Uit zijn reactie blijkt dat hij de ernst van zijn vergrijp nog steeds niet inziet: hij voelt zich onrechtvaardig behandeld! Waarschijnlijk nog steeds aan de drank. Inbeslagname van zijn auto, inname van het rijbewijs en het gedwongen volgen van een anti-alkoholcursus ware in dit geval beter geweest. Juridisch hebben hierboven deskundigen meer dan voldoende van repliek gediend.

Harm Dost

@ P. Lamers schrijft dat niemand een wetsartikel nodig om te begrijpen dat je nooit jezelf mag beoordelen als het om een conflict gaat,

Dat mag mischien waar zijn, maar als je er beroep tegen wilt aantekenen als het wél gebeurt, moet het wel ergens in een regel zijn vastgelegd.

Of, zoals ik dat een Braziliaanse rechter ooit kernachtig heb horen uitdrukken:”Ik ga er niet over wat rechtvaardig is, ik pas slechts de wet toe”.

A.Blankert

Er is natuurlijk wel sprake van vooringenomenheid als iemand zijn eigen besluit herbeoordeelt. Je mag toch aannemen dat het mogelijk is dat iemand niet graag toegeeft dat een zelf genomen besluit bij nader inzien niet correct is.

H Smink

In eerste instantie meende ik dat de beoordeling van het bezwaar door de ambtenaar die de beslissing had genomen onjuist was. Maar omdat er nog beroep bij de rechter mogelijk was moet dit volgens mij toch kunnen.

Overigens heb ik zelf ook ervaring met iets dergelijks. Mijn bezwaar over een boete voor vervoer zonder geldig kaartje in het OV werd bij de HTM behandeld door de controleur die de bekeuring had uitgeschreven. Dit werd echter na een klacht hierover aan de directie keurig in mijn voordeel afgehandeld. De directie was van mening dat de betrokken ambtenaar niet over zijn eigen handelen moest oordelen.

Een ander geval betrof een bezwaarschrift aan de kantonrechter tegen een parkeerboete bij een (zeer slecht aangegeven) tijdelijk parkeerverbod i.v.m. werkzaamheden aan de weg. De betrokken ambtenaar liet zich bij de rechter, begrijpelijk, niet zo gemakkelijk aftroeven en kwam met geheel nieuwe argumenten die de rechter, als vanzelfsprekend, voor waar aannam. Mijn conclusie was dat de burger van zeer goede huize moet komen om het bij de kantonrechter van een ambtenaar te kunnen winnen.

Guus Harten

Het is precies zoals Jan Dirk Snel hierboven zegt, nl dat het juist de bedoeling van de wetgever is geweest om het bestuursorgaan eerst zelf nog eens naar het eigen besluit te laten kijken. De bezwaarprocedure wordt om die reden ook wel een “verlengde besluitvorming” genoemd ( je kijkt er niet 1x, maar 2x naar). Het bestuursorgaan moet dan volledig heroverwegen of het genomen besluit zowel rechtmatig als doelmatig is geweest. Er kan om doelmatigheidsredenen dus ook een ander besluit uit de heroverweging rollen en dat is iets wat de rechter in beginsel niet kan. De rechter beoordeelt in beroep eigenlijk alleen de rechtmatigheid van het besluit. En om het echt ingewikkeld te maken: dat is weer iets ruimer dan de wetmatigheidscontrole van de Braziliaanse rechter.

Jan Dirk Snel

De misverstanden woekeren voort.

H. Zijlstra (10) beweert nu dat de burger bezwaar maakt “bij de bezwaarcommissie of adviescommissie”. Dat is onjuist. Bezwaar maken geschiedt bij het bestuursorgaan dat het besluit genomen heeft, in dit geval dus de agent. De wet is daar volstrekt duidelijk over: “Onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.” (artikel 1:5)

Een bestuursorgaan kan soms gebruik maken van een adviescommissie (artikel 7:13), maar niet de commissie beslist op het bezwaar, maar het bestuursorgaan.

In dit geval was dus de agent als bestuursorgaan verplicht om op het bezwaar te beslissen. De kop boven het stukje is daarom al misleidend. De agent “mag” het bezwaar tegen zichzelf niet alleen beoordelen, hij is daartoe zelfs verplicht: hij moet dus beslissen op het bezwaar. En als hij als natuurlijk persoon samenvalt met het bestuursorgaan is hij ook de de enige die op het bezwaar mag en kan beslissen. Hier wordt een probleem geschapen dat helemaal niet bestaat: de agent deed alleen maar wat de wet hem voorschrijft.

Bij een eenvoudig geval als dit is niet duidelijk waarom de agent een adviescommissie had moeten instellen. Ook is het niet zo dat er altijd gehoord moet worden. Artikel 7:3 zegt dat van het horen kan worden afgezien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. Als het in het algemeen duidelijk is dat bij constatering van een bepaald te hoog ademalcoholgehalte een rijverbod van zeven uur normaal is, dan kan zich een dergelijk geval voordoen. Nergens uit de uitspraak blijkt dat de appellant gegronde redenen had om het geconstateerde ademalcoholgehalte of de duur van het rijverbod aan te vechten.

Ook de opmerking van A. Blankert (13) over de vooringenomenheid snijdt geen houdt. De essentie van een bezwaar maken is nu eenmaal dat de wet het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, verplicht om nog eens naar dat besluit te kijken. Het gaat niet om een onafhankelijk oordeel, maar om het heroverwegen: nog eens nagaan of het besluit klopt en of het bij een beroep, dat nu kan volgen, wel stand kan houden. Een bestuursorgaan dat zeker weet dat het besluit in beroep niet stand kan houden, zou wel dom zijn om het bewust zover te laten komen.

De wet verplicht een bestuursorgaan om zijn taak zonder vooringenomenheid te vervullen (artikel 2:4). Dat geldt dus voor al het handelen. De agent mag het rijverbod alleen maar geven op goede gronden – het aangetroffen ademalcoholgehalte – en niet omdat bijvoorbeeld het smoelwerk van de automobilist hem niet aanstaat. Ook bij de heroverweging op het bezwaar hoort hij naar de zakelijke argumenten te kijken. Maar dat hij zijn eigen besluit nog eens bekijkt, is geen vooringenomenheid, maar juist een taak die de wet hem oplegt.

Uit dit geval blijkt dat de praktijk van het voorkomen van adviescommissies verwarring zaait. Mensen gaan ten onrechte denken dat die altijd ingeschakeld moeten worden. De indruk wordt zo te veel gemaakt dat het bij bezwaar al zou gaan om een onafhankelijk oordeel, terwijl de essentie juist is dat een bestuursorgaan zelf nog eens zorgvuldig overweegt of een eenmaal genomen besluit wel stand kan houden. Het is het bestuursorgaan dat het bezwaar serieus dient te nemen. Zou het niet zo kunnen zijn dat juist het optreden van adviescommissies averechts werkt? Zo kan het zorgvuldig heroverwogen in feite gemakkelijk afgeschoven worden.

Robert Hijmans

Goed dat dit onderwerp hier ter sprake komt. Want alles overdenkende blijk ik zelf ook belanghebbende in een vergelijkbare kwestie te zijn geweest. Ik had bezwaar tegen een beslissing op mijn bouwvergunningaanvraag ingediend en dit bezwaar werd door dezelfde persoon van Bouw- en woningtoezicht afgehandeld. Dat kan dus ook niet.
In de Algemene wet bestuursrecht Awb staat vermeld welke organen bestuursorganen zijn (en daarmee impliciet welke niet). B&W is een bestuursorgaan. Bouw en woningtoezicht is onder meer een toezichthouder, die namens het bestuursorgaan handelt, vergunningen voorbereidt, toezicht houdt e.d. De bevoegdheden van een toezichthouder staan ook in de Awb genoemd. De Awb geeft indirect aan wanneer een toezichthouder buiten zijn boekje gaat, met name als het niet in de Awb staat vermeld of expliciet niet toegestaan is.

Verkeersovertredingen werden tot de Wet Mulder (1988) strafrechtelijk afgedaan. Door de Wet Mulder zijn bepaalde lichte strafbare feiten aangemerkt als ‘gedragingen’ die bestuursrechtelijk met een beschikking mochten worden afgedaan.
Dezelfde politie ambtenaar treedt dan op als toezichthouder en niet als opsporingsambtenaar. Hij heeft daarbij andere bevoegdheden en wel die van de Awb en niet van WvSv (strafvordering).
Om het nog ingewikkelder te maken, kent de Wet Mulder zelf ook enkele strafbare feiten, die dan weer volgens de WvSv moeten worden afgedaan. Bijvoorbeeld een bevel tot medewerking, zoals het doen stil houden van het voertuig, doet de ambtenaar op grond van Awb 5:20. Het niet voldoen aan dat bevel is weer een strafbaar feit en geen gedraging.
Dit zal gecombineerd bestuursrechtelijk/strafrechtelijk door dezelfde rechter (kantonrechter) worden behandeld.

Ik heb nog niet gekeken, c.q. geverifieerd of er daadwerkelijk sprake was van een Mulder-gedraging of een strafbaar feit, of een combinatie van beide.
Het opgeworpen probleem is echter de rechtsmacht op grond van de Awb.
Het bestuursorgaan is het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door de Officier van Justitie OvJ. De toezichthouder is de bewuste politieambtenaar.
Het bezwaar moet worden afgehandeld door het bestuursorgaan die hiervoor een ambtenaar mandateert. Dat moet dan een andere ambtenaar zijn.

Dan bekijken we de veroordeling zelf, die is gedaan op grond van Wvw art 162, rijverbod opgelegd door een opsporingsambtenaar, aangewezen op grond art 159. Dus geen Muldergedraging en geen bestuursrecht, maar gewoon strafrecht. Geen toezichthouder maar opsporingsambtenaar. De verwarring is ontstaan doordat ook een opsporingsambtenaar een ‘beschikking’, kernbegrip uit het Bestuursrecht, kan afgeven.
We moeten dit dus zien als een strafbeschikking en niet als eens bestuursbeschikking.

Robert Hijmans

Aanvankelijk kreeg ik de uitspraak niet geopend, maar dat is me nu toch gelukt.
citaat 1:
Niet in geschil is dat de hoofdagent een opsporingsambtenaar is als bedoeld in artikel 159, onderdeel a, van de Wvw 1994.

commentaar RH: dit bevestigt dat we te maken hebben met een opsporingsambtenaar en niet met een toezichthouder

citaat 2:
2.3.1. Dit betoog faalt. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen heeft de hoofdagent op grond van artikel 162 Wvw 1994 het rijverbod per beschikking van 26 mei 2008 opgelegd. Hij dient dan ook te worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

commentaar RH: niet 6:4, maar 1:1 is bepalend of we te maken hebben met een bestuursorgaan.
Er moet een wettelijke grondslag zijn om het bestuursrecht in plaats te mogen stellen van het strafrecht. Die ontbreekt.
De politieagent voldoet weliswaar aan 1:1 lid 1b, een persoon met enig openbaar gezag bekleed, maar valt vervolgens onder de uitzonderingen genoemd in lid 2.
Als opsporingsambtenaar is hij onderdeel van het Openbaar Ministerie. Dat orgaan mag slechts in bepaalde genoemde gevallen als bestuursorgaan optreden, zoals bij de Wet Mulder. Dat is dan een andere rol, gebaseerd op specifieke wetgeving.

Jan Dirk Snel

@ Robert Hijman. U zaait onnodig verwarring. De Afdeling Bestuursrechtspraak is met de rechtbank van oordeel dat de hoofdagent zelf als bestuursorgaan moet worden aangemerkt (uitspraak 2.3.1.). Hij gaf de beschikking dus niet af op mandaat, maar op grond van een hem toekomende bevoegdheid. Van mandaat is hier geen sprake. U zou aan moeten tonen waarom de hoofdagent geen bestuursorgaan zou kunnen zijn, voor u verder een tegenbetoog opzet.

Ook uw bewering dat in Awb vermeld staat “welke organen bestuursorganen zijn (en daarmee impliciet welke niet)” draait de zaken om. Wat bestuursorganen zijn, staat in artikel 1:1. De omschijving is algemeen en niet limitatief; welke organen, personen en colleges geen bestuursorganen zijn, wordt juist expliciet opgesomd.

P. Lamers

Eigenlijk is het probleem met huidige wetgeving dat de rechter niet in ‘de Geest’
van de wet durft recht te spreken, maar bij twijfel zich beroept op ‘haar letter’.
De burger ervaart dat beroep als verschuilen, wat het misschien ook wel is en in ieder geval als resultaat heeft dat het vertrouwen in de rechtstaat nog verder wordt ondermijnt.
Het wordt eens tijd dat ons hoogste rechtsorgaan zich dat aantrekt, zij is in eerste instantie verantwoordelijk voor de teloorgang van het vertrouwen in haarzelf.

Jan Dirk Snel

@ Robert Hijmans. (Excuus dat ik uw naam de vorige keer onvolledig spelde. Mijn reactie onder 19 betrof uw nummer 17 en nog niet nummer 18, dat ik toen nog niet kon zien.)

Over uw reactie onder 18 nu. Volgens mij moeten we de zinnen in de uitspraak over artikel 6:4 zo lezen, dat wordt gesteld dat dat artikel hier van toepassing is: dat artikel stelt dat het bezwaar moet worden gericht tot het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, in dit geval de beschikking die een rijverbod inhield. Er wordt alleen maar verklaard dat dit artikel op de hoofdagent in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan van toepassing is.

U verwijst verder inderdaad terecht naar artikel 1:1, maar u geeft niet aan waarom deze hoofdagent (opsporingsambtenaar) zou vallen “onder de uitzonderingen genoemd in lid 2”. Ik heb het artikel nog eens weer zorgvuldig doorgenomen, maar kan niets vinden dat uw bewering zou kunnen schragen. Kunt u de letter noemen en de bewoordingen citeren waarop u het oog hebt?

Uit het feit dat de hoofdagent als opsporingsambtenaar krachtens artikel 162 van de Wegenverkeerswet 1994 de bevoegdheid heeft om het rijverbod in een beschikking vast te leggen, moeten we kennelijk concluderen dat hij een bestuursorgaan is. Waarom u het Openbaar Ministerie hierbij haalt, is onhelder. De enige vraag is of de hoofdagent een bestuursorgaan is of niet. De rechtbank en de Afdeling Rechtspraak zijn van mening van wel.

@ P. Lamers (20). U maakt nog steeds niet duidelijk waarop uw geprononceerde wantrouwen, dat eerder (8) ook al tot uiting kwam, op gebaseerd is. Begrijpt u wel wat bezwaar maken inhoudt? De officiële definitie is hiervoor al uitvoerig geciteerd, maar voor u nog een keer: “Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.” (Awb, artikel 6:4, eerste lid)

Terecht haalt Guus Harten (15) de typering “verlengde besluitvorming” aan. Een bestuursorgaan neemt een besluit. Een belanghebbende is het daar niet mee eens. Voordat hij naar de onafhankelijke rechter stapt, vraagt hij eerst het bestuursorgaan nog eens goed te kijken of het besluit wel klopt. Bovendien kan hij in dit stadium ook nog punten aandragen waar het bestuursorgaan rekening mee kan houden, maar waar de rechter niet over zou kunnen oordelen.

Het gaat hier eenvoudigweg om een voorstadium van de gang naar de onafhankelijke rechter: het beroep. Je kunt dingen namelijk soms al eerder oplossen. Zowel de geest als de letter van het recht betekenen hier: het bestuursorgaan vragen om nog eens te kijken of het besluit wel klopte. De kern van de zaak is dus dat hetzelfde orgaan nog eens naar de zaak kijkt, niet een ander. Het gaat niet om het jezelf beoordelen, het gaat om nog eens goed naar een door jouw genomen besluit kijken: kan dat standhouden als vervolgens de onafhankelijke rechter er zich over buigt? Waar komt dan toch uw wantrouwen vandaan?

En in dit concrete geval: eerst heeft de agent nog eens naar zijn eigen beschikking gekeken, daarna heeft de rechtbank dat gedaan (op het beroep) en dan nu nog eens de Afdeling Bestuursrechtspraak. Keurig geregeld toch? Of had u liever dat we het eerste stadium er maar uithalen en rechtbanken overdreven veel werk bezorgen? Dus geen bezwaar meer, maar alleen nog maar beroep?

Jan Dirk Snel

Toevoeging: de officiële definitie van bezwaar maken citeerde ik onder nummer 16. Hiervoor citeerde ik het artikel hoe je dat doet, maar inhoudelijk geeft dat hetzelfde aan. Bezwaar komt voor het beroep. Zoals in het civiele recht de rechter vaak vraagt of de partijen er niet onderling uit kunnen komen en verstandige partijen dat zelf al proberen, zo bouwt het bestuursrecht voor het beroep op de onafhankelijke rechter een voorstadium in, bezwaar geheten, waarin bestuursorgaan en belanghebbende nog eens bekijken of ze er zo al uit kunnen komen.

P. Lamers

#21 Jan Dirk Snel zegt:
[@ P. Lamers (20). U maakt nog steeds niet duidelijk waarop uw geprononceerde wantrouwen, dat eerder (8) ook al tot uiting kwam, op gebaseerd is. Begrijpt u wel wat bezwaar maken inhoudt?]

IK begrijp het wel, ik kan meestal wel een bijdehand briefje schrijven waardoor ik mijn bezwaar gegrond verklaar krijg (bij twijfel laten lopen..)

U begrijpt mijn positie niet vrees ik, ik ben géén jurist.
Ik probeer hier duidelijk te maken dat de man en vrouw in de straat al dat juridisch geleuter niet meer kan of wil begrijpen.
Zij trekt meestal aan het kortste eind, en begrijpt niet eens waarom!
Uiteindelijk is het wetboek van strafrecht in eerste instantie tot stand gekomen door het gezond verstand te laten prevaleren en samen logische afspraken te maken die elke burger ook zonder kennis van het strafrecht kan begrijpen, zodat we allemaal weten wat wel en wat niet mag zonder daar jaren voor te hebben gestudeerd

Dit is typisch zo’n geval waar het recht krommer is dan haar spellingswijze.
Gezond verstand zegt dat mensen nooit in staat kunnen zijn hun eigen handelen te beoordelen. het gevolg zou dus moeten zijn dat in het wetboek van strafrecht artikelen zijn opgenomen die bovenstaande casus voorkomen.
Het zal mij werkelijk ‘de bout hachelen’ om het eens lekker plat te zeggen, of, en waar dat artikel staat, daar heb je juristen voor.
Wat ik veel belangrijker vindt is dat juristen nog maar amper in staat zijn te begrijpen wat het rechtsgevoel van een doorsnee burger behelst.
Ik zie wat er met burgers gebeurt die dit soort verhalen lezen.
Zij weten dat de agent fout zit, wat zij ervaren is een gevoel van opgelicht te zijn door justitie en de klasse van juristen die de wetten heeft opgesteld.
Waren burgers al wantrouwend omdat de taal van het wetboek niet te lezen is behalve voor de eigen juridische soort, als vervolgens in de praktijk blijkt dat het recht helemaal niet recht is maar krom, kun je er donder op zeggen dat die burger steeds calculerender wordt, zijn eigen gang gaat en gaat pakken wat hij kan.
Dat doen ‘de anderen’ in zijn ogen ook.
Dat is een ramp voor de samenleving, jammer dat juist binnen de juristenwereld er zo weinig mensen zijn die aanvoelen wat er mis gaat.
Te beperkt door hun eigen kennis wat mij betreft,
‘Door de wetten het recht niet meer zien’.
Uiteindelijk is de perceptie van de burger leidend, die kiest de politici, die vervolgens aan het wetboek gaan rammelen, ook niet wenselijk, juristen zouden beter afdalen uit de gebarricadeerde toren, want het fundament is rotter dan je kunt zien aan de buitenkant, die mogelijkheid is er al door zoals ik eerder heb betoogd, ‘de Geest’ te laten prevaleren boven ‘de Letter’.

Fred van Overbeeke

We hoeven natuurlijk niet allemaal kenners te zijn van de Algemene wet bestuursrecht om ons licht te doen schijnen over een vermeend ethisch vraagstuk zoals verwoord in de openingsvraag van de webmaster, namelijk: “ Mag een individuele politieagent bezwaarschriften van de burger afhandelen tegen beslissingen die hij zelf nam? Het klinkt niet logisch.”

Deze redenering is typerend voor juristen die zijn afgestudeerd vóórdat de Awb (beginnend in 1992) tot stand is gekomen. Ja, het klinkt inderdaad niet logisch als je spreekt over politieagent, maar natuurlijk wél logisch als je spreekt over ‘bestuursorgaan’. Ik geef toe, het is uiteraard moeilijk voor te stellen dat een persoon soms een orgaan kan zijn. Maar toch is het zo. Dat zegt de wet, zoals inzender Jan Dirk Snel in zijn eerste bijdrage terecht aanvoert. Zijn betoog kan ik onderschrijven.

Wie de geboorteweeën van de wetgeving rond het bestuursrecht heeft meegemaakt en zich vervolgens (zoals ik) de heldere systematiek van deze wetgeving, als student heeft eigen moeten maken, kan niet anders dan bewondering hebben voor de commissie-Scheltema die dit wetgevingsproduct tot stand heeft gebracht. Immers, voordien had de burger te maken met allerlei overheden die allerlei bevoegdheden hadden om ordenend op te treden. Zij meenden dat zij op grond van hun positie als openbaar gezag de bevoegdheid hadden de rechten en plichten van de burger eenzijdig te kunnen vaststellen of wijzigen. Wie daartegen in het geweer wilde komen zag zich geplaatst voor een wirwar van wetten en lagere algemeen verbindende voorschriften. Want wie zich geconfronteerd zag met een geweigerde of gekorte bijstandsuitkering moest weer een andere procedure volgen dan bijvoorbeeld bij een geweigerde bouwvergunning.

We spreken over honderden regelingen. Je had indertijd een gespecialiseerd advocaat nodig om het administratieve doolhof te doorgronden. Geen burger wist precies hoe hij kon protesteren en hoe hij gehoor kon vinden voor zijn klachten, want voor iedere wettelijke regeling lag vaak de verweerprocedure anders. Daar is nu door de Algemene wet bestuursrecht uniformiteit in gebracht. Tegen (bijna) elk besluit of elke beschikking kan de burger zich via een simpele procedure verzetten en tegen relatief weinig kosten na het maken van bezwaar via twee instanties in beroep gaan.

Dit is een stukje inleiding (niet direct dus on topic) op wat ik hierna over de bezwaarmakende bestuurder die een rijverbod heeft opgelegd gekregen, zou willen opmerken.

Wat is namelijk één van de kernen van het bestuursrecht zoals vastgelegd in de Awb? Dat is namelijk het geven van het recht aan iedere burger die geconfronteerd wordt met beslissingen van de overheid die hem in zijn vrijheid beperken zoals in dit geval het opleggen van een verplichting (u mag gedurende x-uren niet rijden), volgens een vaste procedure in beroep bij de rechter te gaan. Daartoe moet dan door de overheid een beschikking worden gegeven. Daar kan dan eerst bezwaar tegen worden aangetekend en vervolgens kan men naar de bestuursrechter en in hoger beroep. Een bezwaarprocedure is niet meer dan een verzoek om nog eens goed naar de opgelegde beschikking te kijken naar aanleiding van de aangevoerde bezwaren.

Laten we nu eens de hier betreffende situatie bezien.

Opsporingsambtenaren (art. 159 WvW 1994) houden een auto aan waarvan de bestuurder blijkt te veel te hebben gedronken. Daarvan wordt een strafrechtelijk proces-verbaal opgemaakt, dat vervolgens via de gebruikelijke vervolgingskanalen zal worden afgehandeld.

Het strafrechtelijke traject is met dit verbaal opgestart.

Daarnaast wordt een tweede procedure in gang gezet. Dit is een afzonderlijke rechtsgang die niets met het strafrecht te maken heeft. De beschonken bestuurder moet formeel worden aangezegd dat hij niet mag rijden. De betreffende ambtenaar is door art. 162 (van de Wegenverkeerswet 1994) gemachtigd om een dergelijke verplichting aan een burger op te leggen. Hij verordonneert namelijk dat er gedurende een aantal uren geen voertuig bestuurd mag worden. Dus niet rijden als bestuurder van een auto, (brom)fiets, invalidenvoertuig, etcetera.

Let wel, de agent handelt dus niet als een opsporingsambtenaar die een strafrechtelijke sanctie oplegt, maar als iemand die door de wet is gemachtigd om eenzijdig aan een burger een bestuursrechtelijke vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Dat heeft allemaal niets te maken met begrippen als: strafrecht, politie, openbaar ministerie, Wet Mulder of anderszins. In het strafproces wegens dronken rijden speelt deze beschikking geen enkele rol, tenzij uiteraard het rijverbod overtreden wordt en daarvoor een extra sanctie wordt opgelegd.

De bevoegdheid een rijverbod in te stellen is dus geen strafrechtelijke maatregel, maar een vrijheidsbeperkende maatregel. En dus wordt door de ambtenaar een beschikking volgens de Awb afgegeven, met daarop de verplichte aanduiding dat bezwaar kan worden gemaakt en bij wie. Aangezien de ambtenaar bij wet gerechtigd is een beschikking af te geven is hij formeel bestuursorgaan, en daarmee belast met de afwikkeling van het bezwaar.

Uit de reacties op dit topic wordt duidelijk dat velen menen dat de betreffende ambtenaar, die volgens de wet (Art. 162 Wvw), als bestuursorgaan dient te worden beschouwd en als zodanig met openbaar gezag is bedeeld, in beginsel zichzelf van iets zou kunnen vrijpleiten tijdens het behandelen van het bezwaarschrift. Dat is echter niet mogelijk. Immers, het proces ligt volledig vast. Laten we het traject eens volgen.

De bestuurder wordt aangehouden nadat (onder meer) de ademanalyse heeft uitgewezen dat er sprake is van rijden onder invloed.

Daarvan wordt behoorlijk proces-verbaal opgemaakt. Deze gaat naar het Openbaar Ministerie.

Daarnaast wordt, op grond van de in het P-V vermelde gemeten uitslag van de analyse, de beschikking voor het rijverbod opgemaakt. Voor het bepalen van het aantal uren dat dit geldt, wordt een tabel gehanteerd die is afgestemd op het gemeten promillage. Dus naarmate deze hoger is, neemt het aantal op te leggen uren toe. De tabel is opgemaakt in samenspraak met het OM en wordt landelijk gehanteerd.

Wie tegen deze beschikking bezwaar wil maken, kan dat. Maar moet dus wel beseffen dat de gehele procedure in regels is vastgelegd. De rechter ziet enerzijds het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal voor de strafrechtelijke afhandeling met daarin de uitslag van de analyse, en anderzijds de beschikking met de aan de tabel gerelateerde uren van het rijverbod. Alles is controleerbaar; voor individuele beïnvloeding is geen plaats. Het zal dan ook niet eenvoudig zijn een mate van ‘vooringenomenheid’ aannemelijk te maken.

Mocht mij in dit topic het verwijt van wijdlopigheid gemaakt worden dan zal ik daar geen ‘bezwaar’ tegen maken…

Robert Hijmans

@21 Jan Dirk Snel
Ik was al bezig in het klad met een antwoord op de vorige reactie op te stellen, die geef ik alsnog met het risico dat sommige passages al minder relevant zijn geworden.

Ik waardeer de commentaren die u op deze blog geeft. Die leveren een helder beeld van de mogelijkheden en onmogelijkheden van het bestuursrecht.
Voorts stelt u mij vragen, waarop de antwoorden al in mijn verhaal gegeven zijn.
Daar kunnen natuurlijk fouten of verkeerde zienswijze in zitten.
Hopelijk schept het volgende meer duidelijkheid. Ik wil geen verwarring stichten maar een eigen mening neerzetten. Die betreft de toepasselijkheid van het bestuursrecht in deze casus. Die is er volgens mij niet, strafrecht blijft dan strafrecht.
Een opsporingsambtenaar valt onder het Openbaar Ministerie en dat is een orgaan van de rechtspraak. Dus kan hij in dit geval nooit bestuursorgaan zijn.
Verwarrend is kennelijk dat een politie-ambtenaar twee petten op kan hebben, afhankelijk van de taken en bevoegdheden die hij uitoefent. Dat hoef ik u niet te vertellen, maar dat concludeer ik uit de reactie van een andere inzender. Een politie-ambtenaar heeft doorgaans meerdere functionele bazen. De OvJ als het om opsporing gaat en de burgemeester als het om openbare orde en veiligheid gaat.
Daarom is het zo belangrijk steeds te kijken in welke hoedanigheid hij optreedt.

Dan mijn toelichting op zinsneden:
Impliciet duidt op de toezichthouder. Als iemand toezichthouder is, is hij (impliciet) geen bestuursorgaan.
Expliciet: een opsporingsambtenaar, is weliswaar met gezag bekleed, kan ook beschikkingen afgeven, zoals een rijverbod Wvw art 162, maar is toch geen bestuursorgaan, want hij valt onder de uitzonderingsregel van Awb art 1:2. (OM, OvJ, orgaan van de Rechtspraak; dat is kennelijk het discutabele punt)
Handelt hij als toezichthouder, bijvoorbeeld op grond van de Wet Mulder, is hij ook geen bestuurorgaan. Dat is dan zijn baas, de Officier van Justitie.

De probleemstelling is echter: Mag een slager zijn eigen vlees keuren. Het betreft dan de formele kant van de zaak. Daar heeft u inzichtelijk antwoord op gegeven, dat is een kern van het bestuursrecht. Eerst naar de beslisser zelf toestappen. Als je met de juiste argumenten komt, zal het bestuursorgaan zijn besluit (moeten) herzien.
Ik verwacht overigens ook dat een slager zijn eigen vlees keurt, want ik wil lekker en betrouwbaar vlees bij hem kopen. Als dat niet goed gaat, kan ik bij hem klagen en als dat niet helpt ga ik pas naar de Voedsel en Waren Autoriteit.
Als de heroverweging, die natuurlijk ook buiten het bestuursrecht om kan plaatsvinden, niet aan zorgvuldigheidseisen voldoet, moeten er nog verder wegen open staan.

Als we naar de materiele, inhoudelijke kant van de zaak kijken, rijzen er diverse vragen.
Een van de bezwaren was dat het proces verbaal pas een maand later was opgemaakt. De essentialia, een getalsmatige uitslag van de blaastest en een volgens tabel opgelegd rijverbod van 7 uren, kunnen echter niet door de tand des tijds vertroebeld worden.
Wat bezielt de autobestuurder om bezwaar te maken tegen de beschikking? Heeft hij dan niet ter plaatse bezwaar gemaakt, of een bloedproef laten afnemen? In hoeverre claimt hij benadeeld te zijn? Ik zou dan te veel moeten onderstellen, zodat ik deze kant van de zaak laat voor wat hij is. Als de redactie hier aanvullingen op geeft, kunnen we eventueel verder.

Guus Harten

Alhoewel het juridisch allemaal geheel juist eraan toe is gegaan, komt het kennelijk niet tegemoet aan het gevoel van veel reageerders dat als het bestuursorgaan – zoals in dit geval – een persoon is, deze niet zelf of niet als enige opnieuw naar zijn beschikking moet kijken. Een soort “4-ogen-principe” (2 weten meer dan 1, waarbij de 2e beslist) zou wellicht aan dat gevoel tegemoet kunnen komen, maar zelf heb ik die behoefte aan een interne beroepsmogelijkheid helemaal niet. Ik ga ervan uit dat een redelijk denkend ambtenaar ook ontvankelijk is voor redelijke argumenten en zonodig bereid is om zijn eigen fouten te herzien of anderszins tegemoet te komen aan de bezwaren (binnen de grenzen van de wet). Dat pleit er toch voor om het hoorgesprek zoveel mogelijk te laten plaatsvinden. Met een goed gesprek wordt immers veel meer opgelost dan in procedures.

Jan Dirk Snel

@ P. Lamers (23). Ik begin te vrezen dat u het ook niet wilt begrijpen.

Het is volstrekt onhelder waarom u nu ineens over strafrecht en het wetboek van strafrecht begint. Dat heeft hier niets mee te maken. (Ik mag toch aannemen dat u dat toch nog wel beseft, maar waarom dan die irrelevante afleidingsmanoeuvres?) Hier gaat het om bestuursrecht. En de Algemene wet bestuursrecht is buitengewoon helder geformuleerd, met keurige definities aan het begin, en de grote lijnen kan ieder normaal mens begrijpen. Als de juristen nu ergens “afgedaald” zijn uit een veronderstelde toren dan is het wel in het bestuursrecht, dat voor iedereen zeer toegankelijk is en waarvan de hoofdlijnen heel begrijpelijk zijn.

En nee, u hebt nog steeds op geen enkele wijze onderbouwd waar uw wantrouwen op gebaseerd is. U beweert nu met veel aplomb dat “het recht krommer is dan haar spellingswijze” en dat burgers weten “dat de agent fout zit”. Maar u onderbouwt dat niet. Klopte het vastgestelde ademalcoholgehalte niet? Is zeven uur rijverbod een ongehoord lange duur voor iemand die te veel gedronken heeft? U geeft het niet aan. Toch hebben zowel de rechtbank als de Afdeling Bestuursrechtspraak zich als twee onafhankelijke rechters over de zaak gebogen. Hoe komt het dan dat u het beter weet? Beschikt u over extra informatie inzake dit geval? (Heeft de agent bijvoorbeeld meineed gepleegd volgens u?)

U beweert dat het “gezond verstand zegt dat mensen nooit in staat kunnen zijn hun eigen handelen te beoordelen.” Dat is een absurde stelling. Als een leraar tegen een leerling zegt: “joh, kijk die opgave nog eens na”, kan die leerling dan niet nagaan of hij misschien ergens een fout gemaakt heeft? Kan iemand die net de eerste versie van een tekst geschreven heeft, niet nakijken of daar geen verschrijvingen in voorkomen? Natuurlijk kunnen mensen hun eigen besluiten nog eens kritisch tegen het licht houden. En ze zouden wel dom zijn om dat niet te doen als ze weten dat daarna de onafhankelijke rechter ernaar gaat kijken.

Ik heb de indruk dat u nog steeds niet begrijpt wat bezwaar maken inhoudt: namelijk degenen die een besluit genomen heeft, vragen er nog eens goed naar te kijken. Bij bezwaar gaat het om een extra controle door de besluitnemer, bij beroep gaat het vervolgens om de onafhankelijke blik van een onafhankelijke instantie. Uw tegenstelling tussen geest en letter klopt hier niet, want de geest van de Awb is nu juist: eerst kijkt degene die het besluit genomen heeft, er nog eens naar, daarna volgt de onafhankelijke rechter.

U vergat op de vraag in te gaan: zoudt u de bezwaarprocedure afgeschaft willen zien en alleen de beroepsprocedure over willen houden?

Verder legt Fred van Overbeeke het allemaal nog eens uitstekend uit.

C Wildschut

@23, dhr. Lamers: uw opmerking dat juristen nog maar amper besef hebben van het rechtsgevoel van andere burgers, is werkelijk onjuist. De gemiddelde jurist staat niet alleen in de maatschappij (familie, vrienden, sportvereniging etc.) en weet prima wat er in de samenleving speelt. Vandaar ook het besef in de rechtspraak dat beslissingen van een duidelijke motivering zijn voorzien en daarvoor zijn al de nodige initiatieven ontplooid. Zo gebarricadeerd is de toren nu ook weer niet. Maar de onbegrijpende burger die beslissingen ontvangt moet óók willen/kunnen aanvaarden dat ‘juridisch geleuter’ ingewikkeld kan zijn en dus bereid zijn zich enigszins te verdiepen in de materie.
Om het met voetbal te vergelijken (wel zo inzichtelijk): als een speler niet wil uitzoeken wat buitenspel is, is het niet zo vreemd als hij steeds wordt teruggefloten en nooit scoort.

P lamers

Fred van Overbeeke #24, u bent inderdaad wijdlopig maar ook duidelijk.
De betrokken agent/ambtenaar heeft dus niet twéé petten op maar drie!
Te weten:
die van politieagent,
ambtenaar die een beschikking afgeeft,
ambtenaar die een bezwaar op een beschikking beoordeelt.

Mij interesseert het feit niet echt, wel dat dit niet uit te leggen valt aan een loodgieter, timmerman, verpleegkundige, schoonmaker, slager, bakker en al die anderen die zich steeds ongemakkelijker in onze maatschappij voelen.
U maakt voor mij wel duidelijk dat de Awb een verbetering was ten opzichte van de vorige situatie, maar hij is nog niet af wat mij betreft.
Twee opmerkingen;
-je hebt nog steeds een advocaat nodig om je recht te halen, het oerwoud is allang weer dichtgegroeid.
-Me dunkt dat een evaluatie van de Awb er indertijd bij ingeschoten is, want zo perfect functioneert hij (nog lang) niet.
Nomen est omen, QED.

P lamers

Nog een derde opmerking;
Juristen spreken misschien de taal van het wetboek, echter de taal van het wetboek is géén algemeen beschaafd Nederlands.

Jan Dirk Snel

Ik zal nog een allerlaatste poging doen. De automobilist hier ontving een beschikking waarin hem een rijverbod van zeven uur werd opgelegd. Tegen die beschikking kon hij gewoon bij de rechtbank in beroep gaan en dat heeft hij ook gedaan. De rechtbank gaf hem geen gelijk. Daarna is hij naar de Afdeling Bestuursrechtspraak gegaan. Ook die meende dat de beschikking niet onrechtvaardig was.

Kortom, deze automobilist heeft bij twee onafhankelijke rechters kunnen aanvoeren dat hij niet zoveel alcohol gedronken had als het proces-verbaal aangaf of dat de duur van het rijverbod onredelijk was. Kennelijk heeft hij de beide gerechtelijke instanties niet weten te overtuigen.

Waar het hier om gaat, is dat voor je bij de onafhankelijke rechter in beroep kunt gaan, eerst het bestuursorgaan dat de betwiste beschikking heeft afgegeven, nog eens moet vragen er nog eens naar te kijken. Dat heet bezwaar maken. Het is geenszins de bedoeling dat hier een onafhankelijk oordeel wordt geveld. De enige bedoeling is dat het bestuursorgaan, in dit geval de agent, nog eens kan kijken of hij geen fouten heeft gemaakt of dat de bezwaarmaker toch wel heel redelijke argumenten aanvoert. Dat is echt alles. Het gaat hier alleen om een voorstadium voor het beroep, waarin bestuursorgaan en belanghebbende er onderling uit kunnen komen, zodat een gang naar de rechter niet nodig is. Dat de agent zelf kijkt, is dus de essentie van de bezwaarprocedure.

In de praktijk ontstaat kennelijk verwarring omdat ook in de bezwaarprocedure al elementen van een onafhankelijk oordeel kunnen worden ingebouwd, namelijk wanneer sprake is van adviescommissies. Het zou misschien aanbeveling om die mogelijkheid in te perken, omdat de bezwaarprocedure zo al te veel de trekken van een beroepprocedure krijgt.

Jan Dirk Snel

@ Robert Hijmans (25)

Dank voor uw antwoord. Ik vrees dat uw opvatting dat de agent geen bestuursorgaan is, niet stand kan houden. Volgens de Wwv heeft hij de bevoegdheid een beschikking te geven en daarmee is hij een bestuursorgaan op het moment dat hij van die bevoegdheid gebruik maakt. Een hoofdagent is geen orgaan van rechtspraak, zoals genoemd in artikel 1:1, tweede lid onder c. Ook het Openbaar Ministerie en de Officier zijn trouwens geen “onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast”, integendeel. De relatie met van de hoofdagent met de Officier van Justitie is hier trouwens niet van belang, omdat het hier gaat om een bevoegdheid die hem rechtstreeks toekomt. Zowel de rechtbank als de Afdeling Bestuursrechtspraak hebben de automobilist hier ontvankelijk verklaard. Dat zouden ze niet gedaan hebben als ze niet meenden dat het hier om een administratiefrechtelijke zaak gaat.

@ P. Lamers (29)

Dit valt uitstekend uit te leggen aan de “loodgieter, timmerman, verpleegkundige, schoonmaker, slager, bakker” en vele anderen. Als de loodgieter een installatie bij u thuis aanlegt en het ding doet het niet goed, loopt u dan onmiddellijk naar de rechter? Welnee, u trekt eerst bij de loodgieter aan de bel. Hij kan dan bijvoorbeeld constateren dat er inderdaad iets verkeerd is gedaan en de fout herstellen. Het kan ook zijn dat de installatie wel degelijk goed werkt, maar dat u de gebruiksaanwijzing niet goed begrijpt en dat u na uitleg wel weet hoe alles werkt. Als u vermoedt dat het vlees dat u net bij de slager gekocht heeft, niet in orde is, gaat u eerst terug naar de slager. En zo verder. Zo is het ook hier. Als u meent dat de beschikking die de agent afgegeven heeft, niet deugt, gaat u eerst terug naar de agent. Als hij dan niet aan het bezwaar tegemoet komt, gaat u naar de onafhankelijke rechter. Elke loodgieter, schoonmaker of bakker kan dat begrijpen. Zo eenvoudig is het.

Bovendien heb je juist in het bestuursrecht echt geen advocaat nodig in eenvoudige gevallen als dit. Als de automobilist meent dat het alcoholpercentage niet goed is vastgesteld, kan hij dat zelf aan de rechter uitleggen. Niets ingewikkelds aan. Als je je brief met bezwaar of beroep per ongeluk aan de verkeerde instantie stuurt, is die verplicht om het naar het juist bestuursorgaan door te sturen. Het bestuursrecht is heel simpel en toegankelijk.

@ Guus Harten (26). U hebt gelijk dat diverse mensen kennelijk niet begrijpen wat bezwaar maken inhoudt. U hebt ook gelijk met uw opmerkingen over een goed gesprek. En ook mij lijkt een tweede paar ogen niet nodig. Het lijkt me zelfs de vraag of dat altijd wel gunstig werkt. Een mens kan gemakkelijk eigen (domme) fouten toegeven, maar het is veel pijnlijker om door een onafhankelijke commissie op de vingers getikt te worden. Bovendien lijkt het gevaar me niet denkbeeldig dat een min of meer onafhankelijke adviescommissie vooral marginaal gaat oordelen, terwijl de oorspronkelijke behandelaar veel grootmoediger naar de bezwaren zou kunnen kijken. Het lijkt me beter om in de bezwaarprocedure zo weinig mogelijk elementen van een beroepsprocedure in te bouwen.

Wel zou misschien bij een besluit of beschikking beter aangegeven moeten worden hoe de systematiek is. Dat het onafhankelijk oordeel pas begint bij het beroep. En dat het maken van bezwaar niet meer is dan een tussenstadium of voorstadium om dingen alvast onderling op te lossen en misverstanden en fouten uit de weg te ruimen. Men ziet hier immers dat het beroep op rechtsgevoel hier voorkomt uit

Guus Harten

Ja meneer Lamers, ik kan aan mijn kinderen, waarvan 1 toevallig verpleegkundige is, uitstekend in gewoon Nederlands uitleggen dat als je van een agent een rijverbod krijgt en je bent het daar niet mee eens, dat je dan eerst eens met die agent moet praten. Die kan je dan uitleggen dat als de ademanalyse een bepaalde alcoholwaarde aangeeft, dat je dan volgens de wet (zie deze tabel op http://www.wegenverkeer.nl/live/details/toelichting/wvw/Art-162-WVW.html ) in ieder geval een x uur niet mag rijden omdat je een gevaar op de weg bent. Lijkt me een uiterst nuttig gesprek over gezond verstand en de geest van de wet. Daar hoeft geen rechter aan te pas te komen.

Jan Dirk Snel

Het slot was per ongeluk niet gekopieerd. Alsnog:

Men ziet hier immers dat het beroep op rechtsgevoel hier voorkomt uit een onjuist begrip van de procedure. Daar komt de hele vraag trouwens uit voort.

Piet Holtrop

Ik vraag me af of de veronderstelling dat het recht ver afstaat van de burger wel waar is. Ik ben zo brandend nieuwsgierig naar een goede uitleg van dit gevoel. Wat je dan krijgt is een beroep op “de domme medemens”.
Wat paternalistisch overigens ook om zo gemakkelijk over die bakkers en loodgieters etc te oordelen. Ik vermoed dat de meeste mensen in dat soort beroepsgildes meer common sense hebben dan de lieden die met het veronderstelde gebrek van deze mensen aan de haal gaan.

Zouden ze niet denken van: Ja, teveel gezopen en toen mocht ‘ie niet meer rijden. Nog een keer nagevraagd: nee, hij was echt te bezopen. Ja, heel terecht.

Misschien een idee om een á la carte oplossing voor de verlengde besluitvormingsprocedure te introduceren voor de verongelijkte burger:
1. Je wordt aangehouden.
2. Je moet blazen.
3. Je bent te dronken om nog verder te rijden.
4. Je bent het niet eens met die beschikking (Tuurlijk niet, want je bent dronken)
5. Je mag nog een keer blazen, maar nu krijg je het blaasapparaatje van agent nummer twee.
6. Je bent nog steeds te dronken.
7. Je bent te dronken om nog verder te rijden.
8. Je mag geen bezwaar meer aantekenen en gelijk naar de politierechter de volgende dag, en je mag daar je kater op schoot houden.

En meneer Snel, veel dank voor uw heldere uitleg en uw bewonderenswaardige portie geduld. Klasse.

Robert Hijmans

@24 Fred van Overbeeke
Een uitstekend verhaal, maar naar mijn mening is de wetgever onvolledig gebleven.
Je kunt niet zo maar met de ene hand ongedaan maken wat je met de andere hand hebt geregeld.
De Awb heeft het Openbaar Ministerie uitgesloten, dan kun je door een bevoegdheidstoekenning die uitsluiting niet weer (impliciet) ongedaan maken. Dat moet je expliciet regelen. Naar ik begrepen heb is dat ook de bedoeling.
Hoewel ik er veel woorden aan besteed heb, vind ik deze formele kant van de zaak eigenlijk niet zo belangrijk. Want aan de orde is het probleem of de handelwijze van de hoofdagent (zelf het bezwaarschrift in eerste instantie afhandelen) voor de leek begrijpelijk is. De lezers van dit blog zouden het inmiddels moeten begrijpen, namelijk dat het in wezen correct is.
Een ander punt is dat een bestuurorgaan en een rechter hun uitspraken moeten motiveren. Ik vind dat hier zwak gedaan. (Niet is gebleken …).
De rechtspraak worstelt uberhaupt met het fenomeen dat haar natuurlijke gezag tanende is en meer en meer toelichting op en verantwoording van uitspraken nodig zijn. Nog meer werk voor de persrechter of nog uitgebreidere uitspraken?
Wat je ook beluistert is de algemene klacht dat er als burger met je gesold wordt. Dat zegt ook iets over de integriteit van de overheid, dan wel van sommige ambtenaren. Die zou boven alle twijfel verheven moeten zijn. De harde realiteit is dat we te veel blunders hebben meegemaakt, getuige bijvoorbeeld veroordeelden die onschuldig vast hebben gezeten.
Ook in dit simpele geval met de hoofdagent weten we natuurlijk niet in hoeverre er met feiten gemanipuleerd is. Vooralsnog geef ik de hoofdagent het voordeel van de twijfel.

A. Toebes

De uitspraak van de Afdeling is juist.

De bezwaarschriftenprocedure moet worden onderscheiden van de beroepsprocedure.
De bezwaarschriftenprocedure is er om het bestuursorgaan zijn eigen besluit te laten heroverwegen. Dat gebeurt door hetzelfde bestuursorgaan.
De beroepsprocedure is er ten behoeve van een onafhankelijk oordeel van de bestuursrechter over het besluit van het bestuursorgaan.

In dit verband kan ook worden gewezen op artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht. Als de bezwaarmaker meent dat het ‘zinloos’ is om bezwaar in te stellen, kan hij het bestuursorgaan verzoeken om rechtstreeks in beroep te gaan bij de bestuursrechter. De bezwaarfase wordt in dat geval overgeslagen en de bestuursrechter wordt direct betrokken.
Als betrokkene daarom in casu had verzocht, had hij dus meteen een onafhankelijk oordeel van de bestuursrechter gekregen.

Nu resteert de vraag: wat is de functie van bezwaar? Zal een bestuursorgaan ooit van zijn oorspronkelijke besluit afwijken?
Het antwoord is: de bezwaarfunctie heeft vele belangrijke functies.

Hier er een aantal:
1. Het biedt een relatief snelle en goedkope wijze van rechtsbescherming (rechtsbeschermingsfunctie)
2. Het bestuursorgaan kan zelf zijn fouten herstellen, waardoor er minder beroep hoeft te worden gedaan op de bestuursrechter (filterfunctie).
3. Het geschil tussen bestuursorgaan en burger wordt beter afgebakend (dossiervormingsfunctie).
4. Het bestuursorgaan kan de beslissing heroverwegen in het licht van de toepasselijke regelingen en uit te voeren beleid (heroverwegingsfunctie).
5. De overheid kan zelf leren van eventuele fouten (leerfunctie).

En verder is belangrijk:
Een bestuursorgaan kan beoordelen of het besluit ook wel doelmatig is. Een rechter kan dat principieel niet, omdat hij dan op de stoel van het bestuursorgaan gaat zitten (en dat mag de rechter niet, want hij is niet democratisch gelegitimeerd).

Robert Hijmans

Toch nog even de formele kant aan de orde stellen.

Ik ben het eens dat de opsporingsambtenaar als bestuursorgaan aangemerkt dient worden, als hij aan alle vereisten voldoet. Zo is de Inspecteur van Belastingen, een persoon, ook een bestuursorgaan, als hij een aanslag oplegt, maar die valt verder niet onder uitzonderingen.
De crux is natuurlijk: behoort een opsporingsambtenaar tot het Openbaar Ministerie, of is hij alleen maar werkzaam voor dat orgaan. Is er iemand die daar duidelijkheid over kan verschaffen? Waar blijkt dat precies uit? Wat zegt dat bijvoorbeeld over de hulp Officier van Justitie, die een aangewezen politieambtenaar is? Hoe moet hij op zijn besluiten worden afgerekend?
Ik herinner mij vaag een passage dat de hulp-OvJ niet tot het OM behoort, maar kan dat niet terugvinden.
Bij voorbaat dank.

Harm Dost

Schitterende discussie, zoiets vindt je alleen in het NRC. Dat bedoel ik niet cynisch, dat meen ik. Ondanks het feit dat ik halverwege het loodje heb gelegd.

Als ik het goed begrijp gaat het om overbodige regelgeving die ingesteld is om de rechterlijk macht te ontlasten, mede omdat het complex van regels en bevoegdheden nog ingewikkelder was, maar desondanks tot gevolg heeft dat de burger zijn geloof in het systeem verliest, omdat hij desalniettemin door de bomen het bos niet meer ziet.

Als ik er naast zit, dan hoop ik dat iemand me alsnog kan vertellen hoe het dan wel zit.

Guus Harten

@ Hijmans: u moet even de strafrechtknop omdraaien: het gaat hier niet om strafrechtelijke handhaving, dus OM, opsporingsambtenaar, hulp-OvJ, toezichthouder, etc. komt helemaal niet in beeld. Het gaat hier om een ambtenaar die een bestuursrechtelijke maatregel oplegt als zijnde een bestuursorgaan.

Guus Harten

@ Dost: Minder belasting van de rechterlijke macht is een gunstig neveneffect, maar de hoofdregel in het bestuursrecht is toch dat als je het niet eens bent met een beslissing van de overheid, je eerst eens in gesprek moet komen met degene die de beslissing heeft genomen. Dat is niet overbodig, maar uiterst nuttig en effectief. Conflicten en meningsverschillen moet je niet direct vergroten door rechterlijke procedures te voeren, probeer er eerst eens met elkaar uit te komen.

Paul lamers

##32 en anderen.
Kennelijk haalde ik bestuur en strafrecht door elkaar, het feit dat ik moeite heb met het verschil zou de juridische wereld aan het denken moeten zetten.
Voor wie is het straf en bestuursrecht in eerste instantie bedoeld?
Is het bedoeld om alles juridisch gezien sluitend te krijgen of is het om de burger een handvat te geven hoe zich te gedragen in de maatschappij (en daar hoort ook het geven van het goede voorbeeld bij)
Wat ik wil vragen is om de ‘juridische bril’ af te zetten en met een ‘boerenverstand’ naar bovenstaande casus te kijken. en dan niet blindstaren op het gepleegde feit, iemand die dronken is mag niet rijden, maar op de verschillende functies die de ambtenaar bekleed en wat dat doet met het gevoel van rechtvaardigheid van de doorsnee burger.

Zo vanzelfsprekend is dat niet, die verschillende functies.

Mag ik een dubbel praktijkvoorbeeld geven (niet juridisch):
Ik pleeg mijn geld te verdienen met het verbouwen van huizen, daarnaast wordt ik om advies gevraagd over geleverd werk, soms ingehuurd door een derde partij voor vergelijkbaar advies.

Zou het acceptabel zijn als ik een huis heb verbouwd.
Daar vervolgens de klant niet tevreden over is.
Wij overeenkomen een derde partij in te schakelen om een advies/oordeel over het werk te leveren.
Ik door die derde partij benaderd wordt om een advies/oordeel te geven over bovenstaand geval.
Ik heb een donkerbruin vermoeden dat ‘de klant’ onaangenaam verrast is als ik op de stoep sta.
En dan kan het onafhankelijke adviesbureau wel beweren dat het te geven advies/oordeel echt onafhankelijk is en volgens regels en procedures wordt uitgevoerd, de klant gelooft daar natuurlijk niets van en heeft vermoedelijk zelfs een sterk argument als het tot een rechtszaak zal komen waarin het advies/oordeel wordt gebruikt.
Nu niet juridisch gaan muggenziften, het gaat mij om de perceptie.

Ik heb zelf overigens exact zo iets mee mogen maken.
Ik huurde een woning van de gemeente waar ik woonachtig was.
Deze woning werd beheerd door een derde partij, ingehuurd door de gemeente.
Op deze woning zat een aanschrijving wegens achterstallig onderhoud.
(de relatie met de beheerder was niet optimaal, met onderhield niet, de gemeente had op papier aan haar plicht voldaan, maar buiten haarzelf gerekend)
Deze aanschrijving is verlopen tot aan de op te leggen dwangsom.
Vier dagen voor het aflopen van de definitieve oplegging van de dwangsom, stond er een aannemer op de stoep om een offertetje te maken, deze heb ik de deur gewezen er waren jaren genoeg verstreken om de aanschrijving op te lossen.
Paniek bij de gemeente en die stuurde een controleur, om (nogmaals) een definitieve (uitgebreide) lijst met werkzaamheden op te stellen.
Deze ‘ambtenaar’ kwam samen met een vertegenwoordiger van de beheerder.
Weer de deur gewezen, ik spreek graag vrij mijn ongenoegen uit over de beheerder tegen de vertegenwoordiger van de eigenaar/gemeente.
Helaas bleek de vertegenwoordiger van de gemeente ingehuurd te zijn, inderdaad op de loonlijst van hetzelfde bedrijf wat verantwoordelijk was voor zwaar achterstallig onderhoud.
En zo iemand moet controleren of zijn eigen werkgever het goed heeft gedaan?, daar komt het namelijk op neer, ook al is het namens de gemeente.
(Het gevolg is dat de beheerder noodgedwongen het beheer heeft moeten teruggeven en de gemeente zelf het onderhoud weer ter hand moest nemen, met het gewenste resultaat, namelijk het oplossen van de problemen)

Bovenstaande casus lijkt daar op. of in ieder geval dat is wat er bij de niet juridisch geschoolde blijft hangen, en daarom lijkt het mij onjuist, dus niet of het juridisch in de haak is, maar omdat het niet te begrijpen is voor de doelgroep.

En dan nog een opmerking over bestuurs en strafrecht, voor wie is het handig? voor de burger of voor de jurist?
Soms is de snelste weg niet de beste, als je een toerist in je stad de weg wijst is het soms verstandiger hem/haar hoofdwegen te laten bewandelen, ook al maak je een omweg.
Houdt het simpel voor de burger, dus procedures overal hetzelfde, regels idem, en als dat resulteert in dubbel werk voor juristen, jammer dan, dat merkt de burger toch niet, als hij maar begrijpt wat er gebeurt en het gevoel heeft dat er recht wordt gedaan, dat belangrijker dan men denkt.

Paul lamers

Aanvulling op ##42;
De rechter beoordeelt of de ambtenaar bevoegd is over zijn eigen handelen te oordelen, antwoord (volgens bestuursrecht) ja.
Het gevolg is wel dat de burger zichzelf een doodlopende straat in heeft gemanoeuvreerd en daar boos over is.
Hij weet nu niet meer hoe hij zijn vermeende recht moet halen.
Daar wringt nog wel een schoentje.
Hij moet dus een professional inhuren om zijn weg te vinden, maar dat was nu juist niet de bedoeling als ik het goed begrijp.

Robert Hijmans

Wanneer is er sprake van bestuursrecht en wanneer van strafrecht?
Ik ben er nog niet uit, maar wil het volgende delen. Bedenk daarbij dat in de wetgeving wel een Algemene wet bestuursrecht Awb en een Wetboek van Strafrecht WvSr bestaan, maar dat die in bijzondere wetten nog verder kunnen terugkomen.

De overheid kan burgers eenzijdig verplichtingen opleggen. Een doen of een nalaten. Dat is het kenmerk van bestuursrecht (en staatsrecht). De Awb geeft onder meer aan hoe de burger zich tegen onjuist opgelegde verplichtingen kan verweren.
Het strafrecht is een bijzondere tak van overheidsingrijpen. Het algemene deel van het strafrecht WvSr verbiedt de burger niets, maar stelt wel straf op bepaalde gedragingen. Het is niet expliciet verboden om te stelen, te vervalsen of te doden, maar als je het doet ben je strafbaar en kan je worden vervolgd door de overheid (het OM). Eigen rechter spelen mag niet. In bijzondere delen van het strafrecht, opgenomen in aparte wetten, staan vaak wel geboden en verboden. De Wegenverkeerswet Wvw en de Wet Economische Delicten WED bijvoorbeeld bevatten eveneens strafbepalingen, vaak in een apart hoofdstuk geplaatst.
Als er strafrecht van toepassing is (OM) is er geen bestuursrecht (bestuursorgaan) en vice versa. Maar …

Het handhaven van bestuursrechtelijke normen kan op drie manieren gebeuren:
o bestuursrechtelijk (via bestuurorgaan door toezicht, dwang en bestuursrechtelijke boete)
o strafrechtelijk (via OM met hechtenis, ook boete, maar dan strafrechtelijk en diverse maatregelen)
o privaatrechtelijk (via civiele rechter overtreder aanspreken op onrechtmatige daad)

Binnen het bestuursrecht doet op die manier dan toch deels het strafrecht zijn intrede.
Een bestuursrechtelijke sanctie mag/kan echter nooit gevangenisstraf zijn. Dat kan alleen via het OM. Dus bestuursrecht kan ook niet leiden tot een strafblad.

De openbaring op dit blog was dat ook een individueel persoon ‘een bestuursorgaan’ kan zijn, mits hij maar bevoegd is om besluiten met enig openbaar gezag te nemen. In studieboeken tref je dan als voorbeeld aan: de keurmeester van het APK-station. Hij kan goedkeuring weigeren en daarmee een voor bezwaar vatbaar besluit nemen.

Een sterk voorbeeld van een direct bevoegd persoon is dat elke burger wettelijk bevoegd is om bij een heterdaad de dader aan te houden, om hem vervolgens aan de politie over te dragen. Dit recht is hem verleend in het Wetboek van Strafvordering WvSv.
De vraag is dan of deze burger een bestuursorgaan is, dan wel door de Awb hiervan is uitgesloten.
Bovendien verricht deze burger een feitelijke handeling, maar neemt geen besluit, c.q. verricht geen rechtshandeling. (graag tegenspraak op dit punt) De aangehoudene kan hem hooguit betichten van onrechtmatige daad (privaatrecht). Bij eventueel opgelopen letsel door schuld komt het strafrecht weer om de hoek kijken (de dief gaat vooralsnog op vrije voeten en de aanhouder wordt zelf aangehouden).

Als bestuursrecht met strafrecht verweven kan zijn (keuze voor strafrechtelijke afhandeling), kan strafrecht dan ook met bestuursrecht verweven zijn?

Een opsporingsambtenaar handelt op grond van het strafrecht en ten behoeve van het OM.
Het rijden onder invloed is zo’n strafbaar feit. De opsporingsambtenaar is ook bevoegd in het kader van de verkeersveiligheid bevelen te geven.
Een bijzonder bevel is het rijverbod voor bepaalde tijd, in de vorm van een direct te overhandigen schriftelijk stuk, de beschikking. Als het bestuursrecht is, zou er sprake zijn van bestuursdwang en moet er op de beschikking ook vermeld staan hoe hij bezwaar kan maken.
Als het geen bestuursrecht is, zou het een dwangmiddel in het kader van het strafrecht kunnen zijn, maar dan opgenomen in een bijzonder deel van het strafrecht, niet in WvSv zelf.

Ook maatregelen als inbeslagname zijn mogelijk. Het OM kan bij een verdachte beslag leggen op banktegoeden, eigendommen, andere goederen. Stillegging van het bedrijf op grond WED is eveneens een strafrechtelijke maatregel. Deze sanctie is echter ook bestuursrechtelijk mogelijk, dan is er sprake van bestuursdwang.
Hoe maak je bezwaar tegen een onrechtmatig toegepaste strafrechtelijke maatregel? Niet via de procedures van de Awb. Maar eigenlijk zou er geen verschil mogen zijn.
Vaak helpt de wetgever met de keuze. Als jouw auto in beslag wordt genomen op grond van de Wvw, te danken aan een gepleegd strafbaar feit, kun je bestuursrechtelijk tegen die inbeslagname bezwaar maken omdat het expliciet in de Wvw vermeld staat met de artikelen van de Awb erbij.

Moeten we dit allemaal als burger weten? Welk praktisch verschil maakt het uit? Ik neem aan dat het sanctie opleggend overheidsorgaan zelf de gronden en de route aangeeft.
Zo op het oog heb je in het bestuursrecht een stap extra, eerst indienen van bezwaar bij het bestuursorgaan, om je eventuele recht alsnog te krijgen. Daarna kom je pas bij de bestuursrechter.
Nadeel van het bestuursrecht is dat er door de rechter vaak alleen procedureel naar de zaak behoeft te worden gekeken. Op die manier had de autobestuurder bij de rechter weinig kans, want iets zorgvuldig overdoen behoeft zeker niet tot een ander oordeel te leiden. Of zoals de jurist aanbeveelt: breng vooral materiele, inhoudelijke bezwaren te berde en weinig formele gronden. Die laatste zijn eenvoudig te repareren.

P. Lamers

Robert Hijmans #44; Dank,
Uw reactie bevestigd mijn vermoeden, of eigenlijk wist ik het al in tegenstelling tot wat b.v. Jan-Dirk Snel lijkt te denken.
Het mag procudureel allemaal makkelijker zijn geworden maar dan vooral voor de juridische professional, voor de burger, voor wie het allemaal bedoeld zou moeten zijn is het een juridische ramp, een onontwarbare kluwen van regeltjes die tot doel lijkt te hebben diezelfde burger ‘kalt te stellen’, of in de hoek te drijven.
Je kunt als burger hier helemaal niets mee, een foutje en je recht is vervlogen, en je komt er pas achteraf achter dat je die fout hebt gemaakt en ‘recht’ is ‘krom’.
Wat ik me afvraag is: Was dat nu juist niet de bedoeling?, op papier mooi weer spelen, maar in de praktijk die vervelende en mondige burger weg zetten. Dat is namelijk de indruk die bovenstaande casussen achterlaat, het is jammer dat vooral de beroepsbeoefenaars dat niet in zien.
De burger begrijpt misschien niet wat het verschil is tussen Awb en Wvs, maar begrijpt echt wel wat recht is en wat krom, je hoeft een mens niet uit te leggen dat je niet mag stelen, daar gaat het niet om.
Nu lijkt het systeem zo ingericht dat het vooral de beroepsbeoefenaar beschermt en niet de burger die zijn (vermeende) recht zoekt. Die indruk is dodelijk en moet koste wat kost weg genomen worden.
Beter was geweest, het niet te laten gebeuren.

Michiel Jonker

Misschien mosterd na de maaltijd, maar ik wil toch P. Lamers deels bijvallen als het gaat om de werking van de bezwarenprocedure in de praktijk. Dat doe ik aan de hand van drie citaten: twee uit deze discussie, één uit mijn eigen bijdrage over hetzelfde onderwerp in een vergelijkbare discussie op de website van het blad Binnenlands Bestuur.

(1)32. Jan Dirk Snel zegt: (…) Een mens kan gemakkelijk eigen (domme) fouten
toegeven, maar het is veel pijnlijker om door een onafhankelijke commissie op de vingers getikt te worden. Bovendien lijkt het gevaar me niet denkbeeldig dat een min of meer onafhankelijke adviescommissie vooral marginaal gaat oordelen, terwijl de oorspronkelijke behandelaar veel grootmoediger naar de bezwaren zou kunnen kijken. Het lijkt me beter om in de bezwaarprocedure zo weinig mogelijk elementen van een beroepsprocedure in te bouwen.

Commentaar MJ: Het is zeer naïef om te denken dat mensen, en vooral ook mensen in functie, in de praktijk makkelijk hun fouten toegeven tegenover buitenstaanders. Het gebeurt bij hoge uitzondering, dus: bija nooit. Het klopt wel dat bezwarencommissies heel vaak marginaal oordelen (alsof ze net als de bestuursrechter alleen op rechtmatigheid hoeven te letten en niet op doelmatigheid). En dat het bestuursorgaan vervolgens, na het advies van de bezwarencommissie, tevreden verzuimt dit manco te verhelpen. Daardoor is de bezwarenprocedure in veel gevallen een wassen neus.

(2) 37. A Toebes zegt: (…) Nu resteert de vraag: wat is de functie van bezwaar? Zal een bestuursorgaan ooit van zijn oorspronkelijke besluit afwijken?
Het antwoord is: de bezwaarfunctie heeft vele belangrijke functies.

Hier er een aantal:
1. Het biedt een relatief snelle en goedkope wijze van rechtsbescherming (rechtsbeschermingsfunctie)
2. Het bestuursorgaan kan zelf zijn fouten herstellen, waardoor er minder beroep hoeft te worden gedaan op de bestuursrechter (filterfunctie).
3. Het geschil tussen bestuursorgaan en burger wordt beter afgebakend (dossiervormingsfunctie).
4. Het bestuursorgaan kan de beslissing heroverwegen in het licht van de toepasselijke regelingen en uit te voeren beleid (heroverwegingsfunctie).
5. De overheid kan zelf leren van eventuele fouten (leerfunctie).

En verder is belangrijk:
Een bestuursorgaan kan beoordelen of het besluit ook wel doelmatig is. Een rechter kan dat principieel niet, omdat hij dan op de stoel van het bestuursorgaan gaat zitten (en dat mag de rechter niet, want hij is niet democratisch gelegitimeerd).

Commentaar MJ: Hier wordt de theorie verwoord. In de praktijk vallen bij de vijf genoemde functies de volgende opmerkingen te maken:
Ad 1: De bezwaarprocedure leidt voor de bezwaarde vooral tot uitstel en/of afstel van toetsing door de onafhankelijke rechter.
Ad 2: In de praktijk herstellen bestuursorganen vooral formele (rechtmatigheids-)gebreken en gebruiken zo de bezwarenprocedure om hun positie ten opzichte van bezwaarde te versterken zonder werkelijk te heroverwegen.
Ad 3: In de blijven bestuursorganen zich zo lang mogelijk in vaagheid hullen, om de bezwaarde zo min mogelijk handvatten te bieden in een eventuele beroepsprocedure. Bezwaarde is echter wel genoodzaakt al zijn kaarten op tafel te leggen, want alles wat hij in deze fase niet noemt, telt in principe niet meer mee.
Ad 4: Bestuursorganen doen dit over het algemeen niet of nauwelijks (zij beperken zich tot marginale toetsing) en worden daarvoor door de rechter niet of nauwelijks op de vingers getikt.
Ad 5: Bestuursorganen richten zich in de praktijk vooral op het wegwerken van bezwaren. Als ze er iets van willen leren, is het vooral hoe ze in de toekomst andere bezwaren effectief kunnen wegwerken.

(3) Citaat uit mijn bijdrage aan een discussie op de website van Binnenlands Bestuur:

“Gezien de belabberde manier waarop bestuursorganen in de praktijk met de bezwaarprocedure omgaan, zou de wetgever de bezwaarprocedure in zijn geheel moeten schrappen. Of de rechter zou in beroepszaken serieus moeten gaan toetsen of het bestuursorgaan wel een echte, “integrale” heroverweging heeft gemaakt.

Want zoals het nu gaat, is de bezwaarprocedure niet meer dan een soort extra verkeersobstakel waarmee rechtzoekende burgers van de weg worden gedrukt – ook als ze volkomen nuchter achter het stuur zitten.”

Jan Dirk Snel

@ Paul Lamers

Opnieuw komt u aan met beweringen over recht dat krom zou zijn. Bij nummer 27 heb ik u al gevraagd om uw bewering te onderbouwen – “Klopte het vastgestelde ademalcoholgehalte niet? Is zeven uur rijverbod een ongehoord lange duur voor iemand die te veel gedronken heeft?” – maar op die vragen hebt u geen enkel antwoord gegeven. Het is dan ook volstrekt onduidelijk waarop uw voortgezette wantrouwen is gebaseerd. Beschikt u over insiderinformatie over dit concrete geval of roeptoetert u maar wat?

Het enige punt dat ik u toe wil geven, is dat het voor de burger verwarrend kan zijn om met een combinatie van strafrecht en bestuursrecht te maken te krijgen. Er zou mijns inziens veel voor te zeggen te zijn om iemand die bezopen in zijn auto zit, alleen met strafrecht te confronteren – en om een rijverbod als een straf en niet als een bestuursrechtelijke beschikking te zien. Maar dat zou een enorme herziening van het recht vergen De rechtszekerheid voor de betrokken automobilist zou daar overigens waarschijnlijk niet door toenemen, integendeel.

Voor de betrokken burger hebben de beschouwingen van Robert Hijmans overigens weinig relevantie. De burger heeft niets aan uitvoerige theoretische uiteenzettingen, die wil gewoon weten waar hij aan toe is. Uit de uitspraak blijkt dat de automobilist in dit geval uitstekend wist hoe hij zijn recht moest zoeken. Eerst heeft hij bezwaar gemaakt bij de agent en vervolgens is hij in beroep gegaan bij de rechtbank en vervolgens is hij naar de Afdeling Bestuursrechtbank gegaan.

Uw bewering onder 42 dat de burger nu “niet meer weet hoe hij zijn vermeende recht moet halen”, is in dit geval ook empirisch onjuist. Deze burger heeft de weg naar de rechtbank en de Afdeling Bestuursrechtspraak perfect weten te vinden. Het merkwaardige is alleen dat deze automobilist boos werd omdat de agent precies deed wat er van hem werd verwacht: namelijk het bezwaar tegen zijn beschikking nog eens bekijken. (Dat u bij 42 nog eens schrijft: “De rechter beoordeelt of de ambtenaar bevoegd is over zijn eigen handelen te oordelen, antwoord (volgens bestuursrecht) ja” moet als een geval van hardnekkigheid beschouwd worden. U weet inmiddels heel goed dat het gaat om heroverweging van een door het bestuurorgaan genomen besluit en dat dat niets met “beoordelen” van eigen handelen te maken heeft. Ik moet u dergelijke eigenzinnigheden ontraden, want ze maken redelijke discussie zo lastig.) Blijkens de uitspraak had zijn verweer vooral betrekking op de datum waarop het proces-verbaal is opgemaakt. Het zou sterker zijn als hij had kunnen aangeven waarom de feiten – het alcoholpercentage – of de duur van het opgelegde rijverbod niet klopten.

U schrijft dat de burger “een professional” moet “inhuren om zijn weg te vinden”. Kunt u aangeven op welke passage in de uitspraak u dat baseert? Uit niets blijft dat deze automobilist een jurist in de arm heeft genomen. Als hij dat wel gedaan had, had hij mogelijk niet zo in zijn misverstand volhard en zich waarschijnlijk afgevraagd of hij steekhoudende argumenten tegen de beschikking had kunnen inbrengen. Het aardige van bestuursrecht is nu eenmaal dat je vanzelf de weg wordt gewezen. Je krijgt een beschikking en er staat keurig bij hoe je bezwaar kunt maken. Vervolgens word je keurig uitgelegd hoe je in beroep kunt gaan en daarna wordt keurig de weg naar de Afdeling Bestuursrechtspraak gewezen. De automobilist in deze casus lijkt al die inlichtingen gretig gebruikt te hebben, echter zonder op het idee te komen goed uit te leggen wat er nu eigenlijk mis was met de beschikking.

Maar waarom schrijft u dan “een foutje en je recht is vervlogen, en je komt er pas achteraf achter dat je die fout hebt gemaakt”. Het tegendeel is het geval: je kunt je brief bijvoorbeeld aan de verkeerde instantie richten en het bestuursrecht zorgt ervoor dat het ding toch op de goede plek terechtkomt. Allerlei mogelijke fouten worden bij voorbaat ondervangen en zorgen er allerminst voor dat je recht vervlogen is. En nogmaals: in dit geval heeft de automobilist eerst bezwaar kunnen maken en vervolgens twee onafhankelijke rechterlijke oordelen op zijn beroep gekregen. Niets vervlogen recht dus, maar uitvoerige aandacht.

Uw veronderstelling dat dit “voor de burger, voor wie het allemaal bedoeld zou moeten zijn””een juridische ramp” is, “een onontwarbare kluwen van regeltjes die tot doel lijkt te hebben diezelfde burger ‘kalt te stellen’, of in de hoek te drijven”, is dan ook volstrekt ongefundeerd. Hoe komt u er eigenlijk bij dat het de bedoeling zou zijn om “op papier mooi weer spelen, maar in de praktijk die vervelende en mondige burger weg zetten”? Zou men voor dergelijke vergaande beweringen niet op zijn minst enkele aanwijzingen moeten hebben? Maar u weet helemaal niets te noemen.

Het tegendeel van wat u beweert, lijkt me waar: het systeem is niet “zo ingericht dat het vooral de beroepsbeoefenaar beschermt en niet de burger die zijn (vermeende) recht zoekt”. Nee, juist de burger wordt uitentreuren beschermd. Het is de vraag of die bescherming niet veel te groot is in een geval als dit. Omdat het bestuursrecht een algemene systematiek kent, gelden in kleine en grote zaken precies dezelfde regels. Een automobilist die kennelijk te veel gezopen heeft en daarop een rijverbod van zeven uur krijgt opgelegd, wordt in de gelegenheid gesteld om eerst bezwaar te maken en daarna nog eens twee keer om het onafhankelijke oordeel van de rechter te vragen, zoals hier geschied is. Men kan zich afvragen of dat niet wat al te veel van het goede is.

Het probleem is bovendien dat door zo overdreven veel rechtsbescherming de ontevredenheid kennelijk alleen maar toeneemt: de man heeft nu vier keer het lid op de neus gekregen. Eerst krijgt hij een rijverbod, waar hij het met zijn dronken kop kennelijk niet mee eens is. Daarna wordt zijn bezwaar afgewezen. Vervolgens is niet alleen boos over de beschikking, maar ook nog eens over het feit dat de agent keurig op zijn bezwaar ingegaan. En vervolgens krijgt ook nog eens twee keer van de rechter ongelijk. Waarschijnlijk was het voor hem beter geweest als hij wat minder juridische mogelijkheden had gehad en meer tegen zichzelf in bescherming was genomen.

Maar, meneer Lamers, het wordt nu tijd dat u uw lang volgehouden ongenoegen, dat u nog voor geen millimeter onderbouwd hebt met harde gegevens, gaat verklaren: u moet over meer gegevens beschikken en het wordt tijd dat u ze op tafel legt.

P. Lamers

#47 Jan Dirk Snel; zoals eerder duidelijk gezegd het gaat mij niet om het gepleegde feit, het gaat mij om de rechtsbeleving van de doorsnee burger.
Dus laat die dronken bestuurder er alstublieft nu een keer buiten, in deze discussie wordt niet gevraagd of iemand met zijn dronken kop een auto mag besturen maar of een agent een bezwaar tegen zichzelf mag beoordelen, daar reageer ik op, en niet op iets anders.

Op dat punt geeft u mij in uw tweede alinea gedeeltelijk gelijk want bestuurs en strafrecht zijn voor een burger moeilijk uit elkaar te houden.
Mijn opmerking dat je als burger een professional in moet huren heeft die verwarring dan ook als achtergrond.
Bewandel je de verkeerde weg word je met behulp van de procedure opzij gezet.
Ik chargeer hier, maar ook weer niet, ik probeer in de huid van de gefrustreerde burger te kruipen en hier te duiden hoe deze een bovenstaand geval zou kunnen ervaren (de agent dus, niet het feit!).

Ik ken een geval van ‘een burger’ die een deel van haar ontvangen subsidie moet terug betalen omdat haar inkomenstoets te hoog was uitgevallen.
Ik heb de stukken ingezien en het begint al bij de berekening van dat vermogen.
Van de 4 op te tellen getallen zijn er 2 feitelijk en aantoonbaar onjuist, de uitkomst van deze 4 getallen is dat ook, (een simpel optelsommetje!).
Bij een juiste berekening zou er nooit iets terug betaald hoeven worden.
Toch moet dat wel.
Deze burger was onvoldoende gewezen op het feit dat zij volgens de procedure bezwaar moest maken bij de belastingdienst die verantwoordelijk was voor de berekening (alle informatie ging via het betrokken ministerie).
Zij maakte dus bezwaar bij het ministerie wat dat bezwaar vervolgens afwees.
Motivatie ontbrak, de juiste procedure was niet doorlopen dus einde oefening!
Het was te laat om de juiste procedure nog te doorlopen, het ministerie had anderhalf jaar op een antwoord laten wachten, zonder dat dat gevolgen had voor het ministerie.
En daar is het recht krom geworden.
Volgens de cijfers hoeft deze persoon niets terug te betalen, volgens het ministerie en de ‘correct’ gevolgde procedure wel.
‘Correct’ staat hier tussen ‘ ‘ omdat het ministerie zelf meer dan eens te laat was met beantwoorden.
Als de bezwaartermijn is verstreken krijg je geen tweede kans, ook al maakt het ministerie aantoonbare (procedure) fouten.
De zaak is opgelost door onder dwang akkoord te gaan met een betalingsregeling die nog wel een paar eeuwen duurt, want dat is dan de andere kant van ministeries die niet bijtijds reageren, ‘de truuk’ kan ook omgedraaid worden; onder protest akkoord gaan en een symbolisch bedrag overmaken mag als geaccepteerd worden beschouwd al er geen bezwaar wordt gemaakt (en aangegeven in aangetekend schrijven!) en dat bezwaar had het ministerie hier niet gemaakt.

In bovenstaand voorbeeld is mijns inziens sprake van het meten met twee maten, namelijk géén gevolgen bij het niet volgen van de juiste procedure voor het ministerie, wel gevolgen voor de burger. Ook al staat de burger in zijn recht, er is gewoon niemand geweest die naar de rechtmatigheid heeft willen kijken van de vordering, procedureel gemiereneuk met als vermoedelijk doel niet toegeven dat er een fout is gemaakt.

Het gevolg laat zich raden en heb ik hierboven al enkele keren proberen te duiden, en lijkt mij maatschappelijk meer dan ongewenst, dat burgers een foute indruk van het rechtssysteem krijgen of misschien al hebben.
De opkomst van het populisme maar ook de verruwing in de maatschappij zijn slechts enkele van de gevolgen.

Leest u reactie #46 ook eens door en aub niet meer beginnen over dat rijverbod dat is niet de vraag die de krant ons stelt, de vraag was en is;
Mag een agent zichzelf beoordelen?
Nogmaals mijn antwoord NEE.
Waarom;
Omdat dat het rechtsgevoel van de burger ondermijnt, en die prijs mij te hoog is.
Een evaluatie van de verhouding tussen, en werking van bestuurs en strafrecht zou geen overbodige luxe zijn.
En dan maar hopen dat alle partijen mogen meepraten, dus ook die burger die zich aan die wetten moet houden, niet louter juristen, die zijn wat mij betreft veel te beperkt door hun kennis!

P. Lamers

ik ben niet de enige die moeite heeft met de wijze van rechtspreken in ons Nederland zie de Telegraaf:
http://www.telegraaf.nl/binnenland/6728346/__Onvrede_over_werkwijze_civiele_rechtbanken__.html?cid=rss-koppensneller

Michiel Jonker

@ Jan Dirk Snel

En wat vind u van mijn betoog (no. 46)? Samengevat: het maakt niet veel uit of een functionaris een bezwaar tegen zijn eigen besluit beoordeelt, of dat dit bijvoorbeeld door een formeel onafhankelijke bezwarencommissie wordt gedaan. In beide gevallen functioneert de bezwaarprocedure niet goed, omdat bestuursorganen in de praktijk niet of nauwelijks inhoudelijk willen heroverwegen, en op dit punt door rechters ook niet of nauwelijks worden gecorrigeerd in de beroepspocedure.

A. Toebes

Beste Michiel Jonker,

Ik zal niet ontkennen dat er een hoop verschil is tussen praktijk en theorie. Het gaat mij overigens te ver met dit argument de functie van de bezwaarfase te marginaliseren tot miniem. Wellicht dat de studies van Marseille/Van der Veer uitkomst bieden in deze discussie, maar ik heb ze helaas even niet voor handen.

Een ander punt dat ik in de discussie zou willen brengen is de discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan. Als het bestuursorgaan bij zijn besluit veel beslissings- en beoordelingsvrijheid heeft, dan zal een rechter zich terughoudend opstellen wanneer hij dit besluit moet toetsen aan het recht. Er volgt slechts een ‘marginale’ toets.
Deze terughoudende rechterlijke opstelling volgt uit het feit dat de rechter niet democratisch is gelegitimeerd en zodoende niet het besluit voor het bestuursorgaan mag nemen. Zou hij dat wel doen, dan zou hij op de stoel van het bestuursorgaan gaan zitten.

Het bestuursorgaan, dat het oorspronkelijke besluit heeft genomen, kan dit wél doen, omdat het deze bevoegdheid toekomt.
Een bezwaarprocedure is dus meer dan alleen een toets aan het recht. Het is een waarborg voor argumenten buiten het recht vallen, en waarvoor de rechtbank niets kán en mág betekenen.

A. Toebes

En wat betreft uw punt dat bestuursorganen in de praktijk niet of nauwelijks inhoudelijk willen heroverwegen: waarop baseert u dat?

Michiel Jonker

@P. Lamers

Misschien een interessant boek voor u: De dynamiek van bestuur en recht (Stavros Zouridis, 2009). Nogal vriendelijk voor het bestuur en de rechterlijke macht, maar allerlei issues worden wel aangestipt.

Over de bezwaarprocedure schrijft Zouridis (pag. 69): “Een ander interessant inzicht uit de eerste evaluatie van de Awb betreft de functie van bezwaar. (…) Die heroverweging [van bestuursorganen], zo bleek uit de evaluatie, kwam in de praktijk vooral neer op een rechtmatigheidstoets. Bestuursorganen overwogen bijvoorbeeld niet beleidsmatig.”

Zouridis wijt dit, net als Jan Dirk Snel, vooral aan het bestaan van externe bezwarencommissies. Dat is naïef. Hooguit kun je stellen dat de *attitude* van externe bezwarencommissies hiervan een oorzaak is. Maar diezelfde attitude tref je zeker ook bij insiders aan.

P. lamers

Michel Jonker, dank.
Ook rechtspreken is mensenwerk gelukkig maar, anders kunnen we net zo goed rechtsprekende computers om een ‘oordeel’ vragen.
Dat laat onverlet dat ‘de mens’ wel het streven zou moeten hebben haar handelen indien nodig te corrigeren, dus ook de rechtsprekende mens.
Helaas is niets menselijk de praktijk vreemd en zie je dus de mechanisaties in werking treden die het individuele handelen maskeren.
Door zich te verschuilen achter de theorie en het handelen van individuen ‘te mechaniseren’ graaft (in b.v bovenstaand geval) de rechtspraak wel haar eigen graf.
Volg ik de redenering van JDS dan kun je net zo goed een computer vragen om het bezwaar te beoordelen, de menselijke maat is zoek.
Het is dus zaak dwingende regels te hebben die twijfel over integriteit zoveel mogelijk elimineren.
Het beoordelen van een bezwaar inzake een maatregel genomen door diezelfde (opsporings)-ambtenaar/bestuurorgaan/of hoe je het maar wilt noemen, zou niet mogelijk moeten zijn, omdat het de twijfel over een eerlijk oordeel versterkt, en zo het rechtsgevoel wordt ondermijnt.

Ik ken overigens gevallen die wél zuiver zijn, zo was er ooit een rechter die bij het zien van een verdachte zichzelf van een zaak afhaalde, omdat hij de man kende van het uitlaten van zijn hond.
Vervelend voor de verdachte die voor niks was komen opdraven, maar het werd wél gewaardeerd door de verdachte.

Mijn voorbeeld dekt misschien niet bovenstaande casus, maar het geeft wel een grens aan, voor een goed en onafhankelijk oordeel mag er op geen enkele wijze een relatie zijn met de beoordelaar en de gesanctioneerde.
Dus ook niet als er een relatie is ontstaan door een eerder opgelegde sanctie.

Guus Harten

“Dat laat onverlet dat ‘de mens’ wel het streven zou moeten hebben haar handelen indien nodig te corrigeren”.
Dat is nou precies de bedoeling van de bezwaarfase meneer Lamens! De agent die zo nodig zichzelf corrigeert.

P. lamers

#55 Guus Harten, kent u die uitdrukking; ‘De kat op het spek binden’?
Wees niet zo naïef, de een gaat uit van een systeem (JDS) dus maakt het niet uit dat dezelfde persoon zijn eigen handelen beoordeelt, u vind dat de agent zichzelf mag corrigeren, dat is niet hetzelfde al lijkt dat zo.

Het bezwaar, de procedure en de eventuele correctie zijn niet probleem, het probleem is dat het rechtsgevoel word aangetast als er twijfel wordt gezaaid over de integriteit van de uitvoerenden.
De agent zou er beter vanaf komen als hij zijn eigen handelen niet hoeft te beoordelen, dan hoef je op het oordeel ook geen kritiek te hebben en kun je het weer over de inhoud gaan hebben, twijfel over het handelen wordt zo uitgesloten.

Recht is niet zo simpel als een lekkende kraan, daar kun je de techniek nog de schuld van geven, bij fouten in het recht wordt de eigen bekwaamheid beoordeelt en dat kan pijn doen.
Ik heb niet de indruk dat ze zo masochistisch zijn bij justitie.
Regels aanpassen zodat het niet meer mogelijk is het eigen handelen te beoordelen beschermt niet alleen een verdachte of gesanctioneerde maar ook de betrokken medewerkers van justitie.

Regels moeten zo in elkaar zitten dat een mens van normale intelligentie ze begrijpt en niet twijfelt over de rechtmatigheid van het oordeel, bovenstaand geval roept vragen op, dus hier klopt de regel niet.

P. lamers

Wellicht is een nadere toelichting op zijn plaats.

Voor een goed functionerend rechtssysteem is vertrouwen nodig.
Elke aantasting van dat vertrouwen, terecht of onterecht, tast het functioneren aan.
Zonder vertrouwen werkt een rechtssysteem alleen nog maar door het uitoefenen van repressie.
Mijn keuze is die van het vertrouwen te herstellen door de wetten en procedures zo in te richten dat dat vertrouwen zo min mogelijk in twijfel word getrokken.
Repressie is mijns inziens ineffectief.

Michiel Jonker

@ A. Toebes (51. en 52.)

Mijn idee over de slechte manier waarop bestuursorganen de bezwaarprocedure hanteren, baseer ik op mij bekende casussen, waarbij ik vooral ook heb gekeken naar de motiveringen van besluiten op bezwaar, en op nieuwsberichten, opiniestukken e.d. Op een gegeven moment ben ik een patroon gaan zien in de manier waarop bestuursorganen naar hun eigen belang toeredeneren en onwelgevallige informatie negeren.

Op zich zou de bezwaarprocedure van mij niet “gemarginaliseerd” hoeven te worden, mits rechters aan de hand van de motivering van het besluit op bezwaar serieus gaan toetsen of(!) er een echte heroverweging heeft plaatsgevonden. Ze zouden dan niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten, want ze oordelen niet over de doelmatigheid van het bestreden besluit. Maar ze zouden wel beoordelen of die doelmatigheid serieus is heroverwogen aan de hand van de argumenten die bezwaarde heeft aangevoerd. Die mogen dan door het bestuursorgaan dus niet meer worden genegeerd of met dooddoeners afgedaan, en ook evidente strijdigheid met logica in de motivering van het bestuursorgaan kan dan leiden tot vernietiging van het besluit op bezwaar.

De rechter toetst dan dus de basale kwaliteit van het besluit op bezwaar, en herstelt en passant het oude beginsel in ere dat het motiveringsvereiste een materieel vereiste is. Kortom, de rechter gaat toetsen zoals de wetgever van de Awb het destijds bedoelde, of althans voorgaf te bedoelen.

Uw opmerking dat de bezwaarprocedure een “waarborg” biedt voor de behandeling van argumenten die buiten het recht vallen, is onjuist. De bezwaarprocedure biedt daarvoor een mogelijkheid, maar geen waarborg. In de praktijk maakt dat een wereld van verschil. Juist door het feit dat er geen adequate waarborg is ingebouwd, staat de burger vaak met lege handen.

Met de “discetionaire bevoegdheid” snijdt u inderdaad een ander heikel punt aan. Deze bevoegdhed wordt door bestuursorganen soms opgerekt tot een argument / vrijbrief voor ongemotiveerde willekeur. Ook daarbij worden bestuursorganen te vaak gedekt door rechters, die zich kennelijk wel kunnen vinden in een dergelijke regenteske bestuursmentaliteit. Verlicht despotisme blijft niet lang verlicht als de despoot geen grenzen tegenkomt.

Michiel Jonker

@ P. Lamers (54.)

Het lijkt of u doelt op “geprefabriceerde beslissingsschema’s” zoals bijvoorbeeld genoemd in het artikel “De rechtspraak bureaucratiseert” van Frank Kuitenbrouwer in NRC Handelsblad, later opgenomen in zijn bundel “Recht en vrijheid – De burger in de klem” (Uitgeverij NRC Boeken, 2010).

Zulke schema’s zijn inderdaad funest als rechters ze niet langer beschouwen als secundaire hulpmiddelen, maar als een vervanging van hun eigen beoordeling van “de aard van het concrete geval” in relatie tot het doel van de wet.

P. lamers

#59 Michel Jonker; Ik ken de bundel van Frank Kuitenbrouwer niet, maar u zit aardig in de richting.
Ik ga vooral op mijn gevoel en gezond verstand af, en aangezien dat redelijk ontwikkeld is geraakt in de loop van de tijd, krijg ik weleens vragen en casussen voorgelegd van bekenden die aan mij duiding vragen.

Helaas bevestigd die vaker wel dan niet, mijn bezwaren over de huidige gang van zaken in het Nederlands straf en bestuursrecht.
Ik begeef me ook in kringen waar de discussie misschien niet op NRC-niveau word gevoerd, maar waar men zeker niet dom is, of beter gezegd; waar men donders goed aanvoelt wanneer je ‘genaaid’ wordt om het maar eens plat te zeggen.
Dat laatste gevoel hebben steeds meer mensen in onze maatschappij, nog lang niet zoveel als in Italië, maar toch.
Of ‘men’ daadwerkelijk ‘genaaid’ wordt doet er niet eens zoveel toe, de automatismen en mechanisaties die we zien optreden veroorzaken dat gevoel.
Mensen voelen zich niet serieus genomen als slechts de procedure leidend is.
Ze weten dat ze een procedureel gevecht altijd verliezen, zonder ‘dure’ professionele hulp.
Mensen hebben niet het gevoel dat er naar hun bezwaar geluisterd is en dat maakt de bezwaarprocedure zoals hij in de praktijk word toegepast nutteloos.
Let wel toegepast! We moeten het dus zo inrichten dat het zó niet toegepast kán worden.
Dus niet je eigen bezwaar beoordelen, omdat dat twijfel oproept, andere argumenten zijn daaraan ondergeschikt

Robert Hijmans

Wat mij opvalt is hoe er steeds gependeld wordt tussen de ist-situatie en de soll-situatie. Wat is de praktijk en hoe zou het idealiter moeten zijn? Waarborgen blijken vaak geen waarborgen te zijn. Hoe overbrug je de kloof?
Daar waar we verschillen constateren tussen ‘ist’ en ‘soll’, willen we dat óf op de koop toe nemen óf willen we regelgeving gaan repareren, met als gevolg dat er een nog grotere lappendeken ontstaat.

In de rechtspraak kunnen fouten van de eerste en tweede orde worden gemaakt. Onschuldigen worden veroordeeld, schuldigen worden vrijgesproken. Omdat we doorgaans nu eenmaal de ware toedracht (de waarheid) niet uit de eerste hand kennen. Waarheidsvinding behoort het doel te zijn, maar ‘rond maken’ blijkt vaak de praktijk.
Om te voorkomen dat onschuldigen gestraft worden hebben we de verdachte rechten toegekend die het tevens makkelijker maken dat schuldigen worden vrijgesproken. Toch zou het zo moeten zijn dat zo veel mogelijk schuldigen (uitsluitingsgronden daargelaten) gestraft worden. Alleen de schuldige zelf kent echter de volledige waarheid. Hoe zou je hem kunnen dwingen de waarheid te vertellen en hoe verifieer je dat het echt de waarheid is?

In het bestuursrecht hebben we ook met een vorm van waarheidsvinding te maken. Een integer bestuur (soll-situatie) wordt geacht prima in staat te zijn een eigen besluit te heroverwegen en tot een eerlijker oordeel te komen. In de praktijk zien we dat het niet (altijd) zo is.
Daar zijn in de Awb enige waarborgen, zoals een gedelegeerd ambtenaar moet een heroverweging aan een andere gedelegeerd ambtenaar overlaten. Ben je echter in persoon direct bevoegde, dan mag je ook je eigen besluit heroverwegen (het centrale onderwerp van deze blog). Dat wringt natuurlijk. Het wringt omdat we op praktische gronden bij voorbaat geen vertrouwen hebben in de integriteit van die ambtenaar. Jammer.

In het strafrecht komt die onvoldoende integriteit inmiddels door spraakmakende zaken (zoals Schiedammer Parkmoord) ruimschoots aan het licht. In het bestuursrecht zien we dat nog nauwelijks. Er bestaat ook zelden enige sanctie op door bestuursorganen slecht genomen besluiten.
Het zoeken van de mazen in de wet is niet alleen een eigenschap van de slechtwillende burger, het is ook een eigenschap van de onder prestatiedwang opererende gezagsdrager. Bovendien, zelfs al is een gezagsdrager goedwillend, dan nog zal hij door onkunde of onwetendheid verkeerde beslissingen kunnen nemen.

Sommige respondenten wijzen op de kosten die dit ‘gedoe’ – het halen van je recht – allemaal met zich brengt. Hoe meer herstelmogelijkheden je biedt, des te kostbaarder zal het worden. Dat is alleen maar te voorkomen, door een zaak in één keer goed af te handelen en dus door een integere en bekwame overheid te creëren. In hoeverre mag je middelmatigheid kwalijk nemen, dan wel moet je het accepteren?
Wat de wetgever ook doet, pak het probleem bij de wortels aan. Tref zo veel mogelijk fundamentele maatregelen en neem zo weinig mogelijk ‘end-of-pipe’ beslissingen. Zorg voor een systeem waarin je intrinsiek zo weinig mogelijk besluiten hoeft te repareren. Helaas is ook dat een onbereikbaar ideaal. Toch is het benaderbaar.

Robert Hijmans

Hoewel niet helemaal toepasselijk is de volgende link toch wel aardig.
http://www.judex.nl/rechtsgebied/strafrecht/het-openbaar-ministerie/praktijkvoorbeelden/94/strafbeschikking-wegens-rijden-onder-invloed.htm

Ik heb de tekst tevens gekopieerd en hieronder afgedrukt.

Bob is op 1 augustus 2008 aangehouden in zijn auto. Hij moet blazen. Uit de blaastest komt de indicatie dat Bob heeft gedronken Hij moet dus mee naar het bureau dat toevallig om de hoek zit voor een ademtest. Bob heeft zijn naam geen eer aan gedaan.
Uit de ademanalyse blijkt gelukkig dat Bob niet al te veel had gedronken. Toch moet hij even op het bureau blijven om te ontnuchteren. De politie maakt proces verbaal tegen hem op wegens het rijden onder invloed.
Nadat Bob is ontnuchterd wordt hij weer vrijgelaten. Bob hoort enige tijd niets, maar ontvangt dan twee maanden later een brief van het CJIB. In de rechter bovenhoek staat strafbeschikking.
De officier van justitie verklaart Bob schuldig aan het rijden onder invloed en legt hem een geldboete op van 350 euro. Bob, die nog een blauwe maandag rechten heeft gestudeerd. vindt dat de ademtest niet goed is uitgevoerd. Hij heeft tijdens zijn studie ooit eens gehoord dat er 20 minuten moeten zitten tussen de blaastest op straat en de ademanalyse op het bureau. In het geval van Bob was dit niet gebeurd. Bob is het niet eens met de beschikking. Bob stapt direct naar een strafrechtadvocaat om er werk van te maken.
De advocaat van Bob stelt binnen 14 dagen na de datum van de beschikking verzet in. Hij doet dit door een in een brief uitvoering uit een te zetten waarom Bob het niet eens is met de strafbeschikking. Deze brief heet een verzetschrift. Hij stuurt een kopie van de strafbeschikking als bijlage mee, zodat de officier precies weet om welke zaak het gaat.
De advocaat van Bob legt uit dat Bob de geldboete in afwachting van de behandeling van zijn zaak door de rechter nog niet hoeft te betalen.
Bob ontvangt 4 maanden later een dagvaarding. Hij moet verschijnen bij de strafrechter. De rechter stelt Bob in het gelijk. De rechter komt tot het oordeel dat nu de 20 minuten-termijn niet in acht is gehouden, er geen sprake is van een ademonderzoek in de zin van de Wegenverkeerswet. Er is niet voldaan een deze waarborg. De politierechter spreekt Bob dan ook vrij.

Michiel Jonker

@ Rober Hijmans

Bij de overbrugging van de kloof tussen “soll” en “ist” kun je ook een benadering kiezen waarbij je de nadruk legt op “deugd” en op de geest van de wet, en dus op training van overheidsdienaren (zowel bestuurders en ambtenaren als rechters) om met de hun gegeven bevoegdheden om te gaan in de geest van de wet.

Als het gaat om bestuursrecht is er in beginsel minder verandering van regelgeving nodig dan je op het eerste gezicht zou denken, maar vooral een verandering van de interpretatie en toepassing ervan. Ik gaf eerder al het voorbeeld van bestuursrechters die ervoor kiezen om niet te toetsen of er in de bezwaarprocedure überhaupt wel een heroverweging van de doelmatigheid van besluiten heeft plaatsgevonden. Als ze op dat punt wel serieus gaan toetsen, zouden bestuursorganen zich ook anders gaan gedragen.

Maar hoe krijg je onafhankelijke bestuursrechters zover dat ze de geest van de wet niet telkens weer ombuigen in het nadeel van rechtzoekende burgers?

Volgens mij kan een benadering van “naming and shaming” werken. In het strafrecht heeft prof. W.A. Wagenaar recent een poging daartoe gedaan in de zaak Lucia de Berk (artikel “Wraak!” in NRC in april). Als je kijkt naar de reactie van de voorzitter van de Raad van de Rechtspraak, Erik van den Emser (eveneens in NRC), was dit nog niet voldoende om hoge rechters tot enige reflectie te bewegen. Toch zullen rechters binnenskamers wel inzien dat er op deze manier voor de rechterlijke macht een geloofwaardigheidsprobleem ontstaat. Alleen al om pragmatische redenen zullen sommigen van hen hun attitude toch enigszins aanpassen.

Maar zoals we uit de wetenschapsfilosofie weten, vinden echte paradigma-wisselingen meestal plaats in samenhang met generatiewisselingen.

Michiel Jonker

@ P. Lamers

Ik herken de problematiek waar u op doelt. Het probleem is dat veel rechters, bestuurders en ambtenaren hem onvoldoende (willen) herkennen. Hun wereld is te zeer verwijderd geraakt van die van de mensen waarover ze beslissingen nemen. Ze identificeren zich in hun werk zozeer met een bepaalde rol, dat zelfs hun eigen privé-ervaringen hen niet beschermen tegen een elitaire tunnelvisie.

Soms zie je dat er bij zo iemand het licht doorbreekt. Bijvoorbeeld bij de ziekenhuisdirecteur die in zijn eigen ziekenhuis werd opgenomen en er daarna heel anders tegenaan keek.

In de kern is het mijns inziens een sociaal probleem: de tweedeling in de maatschappij ontstaat niet alleen op het gebied van inkomen, opleidig en connecties, maar ook op het gebied van perceptie.

Je ziet wel dat verschillende politieke partijen daarop inhaken, bijv. de SP en de PVV. Het succes van de SP onder leiding van Marijnissen kwam mede voort uit het feit dat hij door zijn persoonlijkheid en achtergrond die kloof in perceptie kon overbruggen, en daarmee een heleboel mensen hoop kon geven. Op dit moment zie ik landelijk geen leidende politici die dat zo goed kunnen.

P. lamers

@ M. Jonker, ik kan het alleen maar met u eens zijn.
Nu zijn juristen niet de enige beroepsgroep die te zeer beperkt (is geraakt) door kennis.
Er zijn ook beroepsgroepen waar het in ‘de uitvoering’ beter gaat.
Denk aan o.a. de luchtvaart of de zorg.
Ten eerste kennen die beroepsgroepen een registratie/brevet-systeem die het mogelijk maakt om mensen uit het beroep te zetten door deze registratie/brevet in te trekken.
Natuurlijk kan daar wel wat aan verbeterd worden maar bij de rechterlijke macht en zeker bij het OM zie ik niets.
Natuurlijk kunnen individuen wel eens ontslagen worden maar er is geen vastgelegd protocol/procedure om de bevoegdheden in te trekken, of het werkt niet en als het er wel zou zijn, ik ken het niet.
De luchtvaart en de zorg kennen uitgebreide protocollen, check-lijstjes wat te doen als het mis gaat/is gegaan, onverwachte situaties optreden, etc., kent de juridische macht die ook?
Iets van gezien na de Schiedammer-parkmoord of de marteling van Lucia de Berk?
Was er een goed werkend protocol geweest en had dat in alle openheid gefunctioneerd, waren fouten uit het verleden een waarborg geworden voor het vertrouwen in de beroepsgroep, het tegenovergestelde is de huidige praktijk.
Maar de discussie is gelukkig niet dood en er zijn er meer die de ogen niet sluiten, we zijn nog geen Italië.
Een goed begin van een protocol is natuurlijk de regel dat een agent nooit het bezwaar op zijn/haar eigen handelen moet beoordelen, dat moet je die agent ook niet aandoen, vergeet niet dat hij/zij er op aangekeken wordt, niet de veroorzakers van het wantrouwen.
‘Perceptie’ (in dit geval van het recht=krom) is dan ook zoals u terecht opmerkt cruciaal voor de maatschappij, ik zou het dan ook ‘de smeerolie van de maatschappij’ willen noemen.

De wraakgedachte van prof. Wagenaar heeft zich jaren geleden al in mijn hoofd genesteld, helaas ben ik veel te laf om wetsovertreder te worden.

Michiel Jonker

@ P. Lamers

Even om misverstanden te voorkomen. Prof. Wagenaar pleitte niet voor wraakneming, laat staan voor wetsovertreding, maar voor het wraken van rechters die zulke ernstige fouten hebben gemaakt dat van hen geen onbevooroordeelde rechtspraak meer kan worden verwacht. De kop van het artikel in NRC (“Wraak!”) was grappig gevonden, maar misleidend.

P. lamers

@ M. Jonker, ik ben bekend met de betekenis van ‘wraak’(ing) in de rechtspraak.
Ik had het wel wat duidelijker mogen opschrijven, dan wel ‘ ‘ moeten gebruiken.

Robert Hijmans

Post Scriptum

Toevallig zag ik dat deze weblog nog niet afgesloten was.
Daarom neem ik de gelegenheid te baat mijn voortgeschreden inzicht aangaande de Awb (Algemene wet bestuursrecht)hier in te brengen. (Valt het OM onder de uitzonderingen?)
Openbaar Ministerie (OM) en rechters (verbonden aan rechtbanken , gerechtshoven en Hoge Raad) behoren tot de rechterlijke macht.
Rechters worden voor het leven benoemd en zijn daardoor onafhankelijk.
Het OM wordt door de Minister aangestuurd en moet in voorkomende gevallen diens aanwijzingen volgen.

Van de Awb worden alleen uitgesloten, c.q. zijn geen bestuursorgaan, art 1.1 lid 2c.: onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast, alsmede de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden;

Aldus is het OM (en degenen die in dat traject werkzaam zijn, zoals opsporingsambtenaren) niet tot de uitzondering en is ‘gewoon’ een bestuursorgaan. Ze zijn immers niet met rechtspraak, maar juist met opsporing en vervolging belast. (En de beslissing of iets voor de rechter zal worden gebracht)

Echter een belangrijk deel van de Awb wordt op andere manier voor het OM uitgesloten:
Awb Artikel 1:6
De hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van deze wet zijn niet van toepassing op:
a. de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; …..

Het OM is en blijft dus een bestuursorgaan, waarbij een groot deel van de handelingen buiten de Awb valt. Die zijn zoals bekend te vinden in het Wetboek van Strafvordering (Wsv). Wat over blijft valt automatisch wel onder de Awb.

De agent was dus wel bestuursorgaan (uitsluitend aangaande het rijverbod), maar heeft discutabel (zie reacties) zelf het bezwaar afgehandeld. Daarna stond pas de weg naar de rechter open.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief