Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 52: Vergiftigd door nalatigheid van de werkgever en dan?

graanWie recht zoekt, moet geduld hebben en diepe zakken. Door nalatigheid vergiftigt een werkgever drie medewerkers. Met commentaren van NJB-redacteur en hoogleraar staatsrecht in Leiden Tom Barkhuysen en letselschade-expert Yvonne Waterman.

De Zaak. Een aantal werknemers valt eind 1999 definitief uit met zware vermoeidheid, concentratiestoornissen en problemen met het kortetermijngeheugen. Ze werkten jaren als analist op de schoningsafdeling van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed, een semi-overheidsinstelling. Daar ontdoen ze zakjes graszaad van kaf, verontreiniging en onkruid door het machinaal te zeven. De vrouwen klagen over vrijkomend stof. De arbodienst en de arbeidsinspectie controleren. Een medisch specialist noemt blootstelling aan endotoxine als mogelijke oorzaak. Achteraf wordt vastgesteld dat ze blootgesteld zijn aan microbiologische gifstoffen in een concentratie die de norm vijfduizend maal overschrijdt, een piekbelasting die nooit eerder is gedocumenteerd. De afzuiginstallatie bleek afgekoppeld, maanden voor een aangekondigde verhuizing. In de nieuwe ruimte is de afzuiging niet gecontroleerd – net zomin als de luchtkwaliteit.

Waarom wordt daar al elf jaar over gevochten?

Tussen de werkgever en de FNV, die de zaak op zich nam, wordt van 2000 tot 2003 gecorrespondeerd over de aansprakelijkheid. Eind 2003 daagt de FNV het laboratorium voor de kantonrechter, maar verliest in 2004. De vrouwen gaan in beroep, waarna het hof in Arnhem in de jaren erna vier tussenarresten wijst. Drie van de zes vrouwen worden afgewezen. Voor drie vrouwen wordt vastgesteld dat hun schade is veroorzaakt door de blootstelling. Het hof wijst een deskundige aan, die in 2008 rapport uitbrengt, waartegen de werkgever bezwaren indient. In maart 2010 is er dan het slotarrest. Maar nog is het niet klaar. De werkgever gaat naar de Hoge Raad. De totale procedure is mogelijk in 2011 of 2012 afgerond.

Wat zegt die deskundige?

Na 1996 is het werkproces zo gewijzigd dat de grasmonsters vochtiger bleven. Daardoor kreeg fusarium een kans, een schimmel dat voor grote hoeveelheden mycotoxine zorgde. Door de warmte en de gebrekkige afzuiging konden bacteriën gedijen die endotoxinen produceerden. Er was ook te veel organisch stof, waarin zich ook endotoxine bevond. De werkgever kon weten dat deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid. Hun aandoening, organic dust syndrome, is bekend sinds 1986.

Zijn de werknemers eigenlijk ernstig ziek?

Het drietal kan ‘alleen overzichtelijke en niet-onverwachte (huishoudelijke) taken uitvoeren’. Sociale contacten zijn snel vermoeiend. Reizen of zelf autorijden is niet mogelijk.

Welke bezwaren voert de werkgever aan?

Die werkgever klaagt over het dossier, dat niet volledig zou zijn. En de deskundigen zouden zich baseren op eenzijdige stellingen, verdiepten zich ‘niet werkelijk’ in de ‘technische realiteiten van het zaaizaadonderzoek’. Ze gaan te veel af op eenzijdige verklaringen van de gedupeerden en trekken conclusies die andere deskundigen niet delen.

Hoe beoordeelt het hof de bezwaren?

Die wijst ze allemaal af. De deskundigen deden een eigen medisch onderzoek en een labonderzoek. De werkgever had ‘specifieker moeten stellen’ waarom de medische informatie dan onvoldoende was. ‘En dat heeft zij nagelaten’. Dat de klachten voor de deskundigen uitgangspunt voor het onderzoek waren lijkt het hof onvermijdelijk. Het is niet noodzakelijk dat er extra onderzoek plaats vindt. De werkgever moet daarom een voorschot van 45.000 euro voor het drietal gezamenlijk betalen. De FNV gaf tot nu toe 75.000 euro aan advocatenkosten uit.

Lees hier de uitspraak.  Eerder werd hier op dit blog over werkgeversaansprakelijkheid na beroepsziekte geschreven. Hier het bericht op de website van het bureau Beroepsziekten van de FNV.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
arbeidscontract
bewijslast
schadevergoeding

2 reacties op 'Uitspraak 52: Vergiftigd door nalatigheid van de werkgever en dan?'

NJB-redacteur Tom Barkhuysen, advocaat in Amsterdam, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden

Behoorlijk omgaan met schadeclaims

Deze zaak laat zien hoe lastig het kan zijn om definitief uitsluitsel te krijgen over de vraag of een werkgever aansprakelijk is voor een ziekte die tijdens het werk werd opgelopen. Werkgevers zijn, al dan niet op last van hun verzekeraars, vaak niet geneigd aansprakelijkheid te erkennen. De noodzakelijke rechterlijke procedures kunnen daardoor heel lang duren. Voor een deel is dat moeilijk te voorkomen. Het gaat vaak om complexe medische vragen waarover ook medisch deskundigen hun oordeel moeten geven. Daarmee is tijd gemoeid. Beide partijen hebben in een dergelijke procedure ook recht op een eerlijk proces. Dit betekent dat zij de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten goed voor het voetlicht te brengen. Ook moeten ze kunnen reageren op deskundigenrapporten, eventueel door een eigen deskundige in te schakelen. Tegelijkertijd hebben partijen – en met name de zieke werknemer – ook recht op een uitspraak binnen een redelijke termijn. In dit soort complexe procedures is de redelijke termijn langer dan in eenvoudiger geschillen. Behalve wanneer een partij dreigt te overlijden. Dan is de redelijke termijn weer korter.

Kan de afhandeling van dit soort zaken niet worden versneld zonder aan de kwaliteit van het uiteindelijke oordeel afbreuk te doen? De rechter zou partijen en deskundigen met het oog daarop kunnen binden aan kortere termijnen en de gestelde termijn streng bewaken. Gewaakt moet worden voor vertragingstactieken. Daarnaast valt er in de Nederlandse civiele rechtspraktijk ook aan de zijde van de rechter nog de nodige tijdwinst te boeken.

Daarmee zijn we er niet. Het zou nog beter zijn wanneer de partijen, óók de verzekeraars, zich daadwerkelijk zouden houden aan een aantal uitgangspunten voor een behoorlijke omgang met dit soort schadeclaims. Zo is in juni 2006 de Gedragscode Behandeling Letselschade gepresenteerd, ontwikkeld door de Universiteit van Tilburg. Het Verbond van Verzekeraars heeft deze gedragscode per 1 januari 2007 verplicht voorgeschreven voor de aangesloten verzekeraars (zie http://www.verzekeraars.nl/Publicaties.aspx?publicatieid=27). Het streven is dat alle partijen die bij het letselschadeproces betrokken zijn (verzekeraars, advocaten, vertegenwoordigers van de letselslachtoffers, enzovoort) de code naleven. De afwikkeling van de letselschadezaak verloopt dan voor het slachtoffer sneller en inzichtelijker. Kernwaarden in de code zijn: het slachtoffer centraal stellen, respect, vertrouwen, overleg in harmonie, een goed tempo , problemen samen oplossen en elkaar op het goede spoor houden. Deze kernwaarden worden vervolgens uitgewerkt in 20 beginselen. Ook de rechtbanken proberen tegenwoordig hun steentje bij te dreigen door vaker te bezien of mediation een langdurige rechterlijke procedure kan voorkomen. Voor de zaak die hier centraal staat lijken deze uitgangspunten voor een behoorlijke omgang met schadeclaims helaas te laat te zijn gekomen.

Mr. dr. Yvonne Waterman, gepromoveerd op werkgeversaansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, juridisch adviseur
Folkert Jensma

Beroepsziekten: stiefkindjes van de wetgever
”Laat dan mede geoorloft zyn om er dese Vraag by te voegen, wat Ambagt dat hy doet.” Zo luidde het advies van Hippocrates volgens Heijermans in zijn standaardwerk ‘Handleiding tot kennis der beroepsziekten’ uit 1908. Deze vraag moest het stellen van de juiste diagnose bevorderen.

Rond 1908 waren beroepsziekten het signatuur van de arbeider: de bakker kon herkend worden aan zijn astma, de katoen- en vlasspinster aan haar verdraaide rechterschouder, de diamantslijper aan zijn oog- en maagklachten, de mijnwerker aan longtering. Kinderen vanaf vijf, zes jaar konden aan hun zwakke en vergroeide lichaampjes herkend worden als fabrieksarbeiders. Niemand durfde zijn broodheer aansprakelijk te stellen, dus of de gezondheidsklachten nu een beroepsziekte betroffen of niet, deed er niet toe. Dat is in deze tijden van sociale zekerheid wel anders; vooral nu de uitkeringen dalen. Anno 2010 heeft een werknemer er financieel belang bij om de gevolgen van zijn beroepsziekte op de aansprakelijke werkgever te verhalen. Maar een gemakkelijke opgave is het zeker niet.

Waarom is het voor werknemers met een beroepsziekte dikwijls zo’n zwaar, lang en kostbaar gevecht om in rechte erkenning en schadevergoeding te verkrijgen? De verklaring hiervoor ligt in het verleden. De wetgever van de voorlaatste eeuwwisseling dacht bij de aansprakelijkheid van de werkgever eigenlijk alleen aan arbeidsongevallen en enkele beroepsziekten, waarbij het verband tussen de blootstelling en de aandoening bewezen en onmiskenbaar was. De bewijslast van beroepsziekten werd in feite geheel afgestemd op de kenmerken van arbeidsongevallen. In ruim honderd jaar tijd is deze benadering nauwelijks veranderd. Maar er zijn belangrijke juridische verschillen tussen arbeidsongevallen en beroepsziekten: zo is letsel door een arbeidsongeval gemakkelijk in tijd en plaats aantoonbaar, zorgt het voor onmiddellijke consternatie (en getuigen), heeft het een duidelijke, eenduidige oorzaak; allemaal aspecten waarin beroepsziekten kunnen verschillen.

Deze achtergebleven rechtsontwikkeling van beroepsziekten maakt het voor slachtoffers van ‘moderne’ beroepsziekten vaak erg moeilijk om het causaal verband aan te tonen tussen hun gezondheidsklachten en hun arbeidsomstandigheden. Hartklachten door hoge werkdruk, luchtwegklachten vanwege vergaste containers, laagfrequente geluidstrillingen en slechte luchtkwaliteit in de vliegtuigindustrie die tot epilepsie en verdikte bloedvaten leiden, zijn niet zo gemakkelijk en evident aantoonbaar het gevolg van de arbeidsomstandigheden als het gebroken been van de gevallen bouwvakker. Let wel: ieder jaar lopen duizenden werknemers een beroepsziekte op.

Moet het werkelijk zo moeilijk zijn voor slachtoffers van beroepsziekten om hun recht te halen? Vast niet. Een officiële beroepsziektelijst met een bewijslastregeling, zoals in vele Europese landen bestaat, zou veel juridisch leed en jarenlang durende rechtszaken kunnen voorkomen. Het opmerkelijke is dat Nederland zich tot zo’n lijst heeft verplicht door in 1966 IAO-verdrag nr. 121 te ratificeren – en vervolgens de uitvoering van deze verplichting volledig te negeren. Ook de belangstelling van de Nederlandse overheid voor preventie en signalering van beroepsziekten is ver te zoeken. Het is triest maar waar: slachtoffers van beroepsziekten komen er in Nederland in vele opzichten bekaaid van af.