Uitspraak 48: Spookdonor gezocht na foutieve inseminatie
Hoeveel moeite moet een gynaecoloog doen om de identiteit van een spookdonor te achterhalen na een foutieve inseminatie? Met commentaar van NJB-medewerkers Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht in Tilburg, Caroline Forder bijzonder hoogleraar Rechten van het kind in Amsterdam en Michiel van Emmerik, hoofddocent staatsrecht in Leiden.
De Zaak.
Een lesbisch stel wil kunstmatige inseminatie met sperma van een vriend van wie zij al een dochter hebben. Na de behandeling krijgen zij echter een zoon met een donkere huid en zwarte krullen. Hun donor was blank. Het ziekenhuis maakte dus een fout. Het zaad blijkt van een Arubaanse man die ooit met een andere patiënte meekwam. De naam van deze man is niet bekend. Het stel wil er alles aan doen om diens identiteit te achterhalen. Ze hebben haast: het jongetje is zeven, de gynaecoloog gaat met pensioen.
De feiten.
De gynaecoloog zocht destijds de vrouw op wier vriend per ongeluk vader werd. Maar zij wil niet zonder overleg zijn identiteit prijsgeven. Daarna laat zij weten de man niet te kunnen bereiken en ook geen moeite meer te willen doen. De dokter kan later geen contact meer met haar krijgen. Hij stelt de eisers voor namens hen een brief te bezorgen bij de vrouw. Daarin kunnen zij uitleggen waarom ze de naam van de Arubaanse man willen.
Wat eisen de ouders?
Afgifte van de ‘laatst bekende’ naam en adres-gegevens van de Arubaanse man en van de vrouw. Hetzij verstrekking van die gegevens aan de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting.
Wat voert het ziekenhuis aan?
De zaak is zo fundamenteel dat die ongeschikt is voor een kort geding. Ook is het geen spoedkwestie. En het ziekenhuis kent de Arubaanse man evenmin. Het beroepsgeheim van de gynaecoloog verhindert het noemen van de naam van de vrouw. Het ziekenhuis belooft de naam in de kluis te zullen bewaren. Ook deponeert het ziekenhuis de naam van de vrouw bij de Stichting Donorgegevens.
Wat zegt de kort gedingrechter?
Hij beoordeelt eerst het argument van de eisers dat ze wèl haast hebben. Een gewone (bodem) procedure kan jaren duren. De gynaecoloog kan bij de uitspraak wel dood zijn en de vrouw en haar Arubaanse relatie spoorloos. Dat levert voor het gezin te veel onzekerheid op; wachten kan niet gevergd worden. De rechter vindt dat dit meevalt. De ouders en de dokter hebben ‘min of meer in gezamenlijkheid’ geprobeerd de biologische vader te achterhalen. De pensionering van de dokter is niet zo belangrijk. Ook de dokter kent de naam van de vader niet. En wat hij wel weet wordt in de kluis en bij de stichting gedeponeerd. Het aanbod om een brief ‘door te geleiden’ is door de ouders trouwens afgeslagen. Daarom is „op dit moment nog niet alles ondernomen om de gegevens van de man vrijwillig te verkrijgen”.
De rechter vindt dat onzekerheid over biologische herkomst voor deze kinderen er bij hoort. Dat leidt hij af uit de nieuwe wet Donorgegevens. Daarin staat dat een kunstmatig verwekt kind pas op z’n 12e iets te horen mag krijgen over de donor: fysieke kenmerken, sociale achtergrond, opleiding en beroep. Pas als het kind 16 is mag het naam, adres en woonplaats van de donor leren kennen. Ook dit kind en zijn ouders moeten dus wachten. En eerst die brief naar de vrouw schrijven.
Lees hier de uitspraak van de rechter. En hieronder een item van RTV Noord, via youtube.
[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=sTF6oHdK-1M[/youtube]
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
