Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 47: heel stil hennep kweken en dan toch de openbare orde verstoren?

20060118 6716Mag een gemeente bewoners drie maanden uit hun huis zetten als ze illegaal hennep kweken zonder daar overigens enige overlast mee te veroorzaken? Met commentaar van NJB-redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staatsrecht in Leiden.

De Zaak
De gemeente Venlo besluit gedurende drie maanden een woning dicht te timmeren van een stel dat in een schuur bij hun woning 48 hennepplanten kweekte. Illegale teelt van hennep zorgt namelijk voor ‘overlast, verloedering en gevaarzetting in woonwijken’. Bewoner en eigenaar krijgen eerst een waarschuwing. Negeren ze die, dan grijpt de burgemeester naar artikel 174a van de Gemeentewet. De bewoners moeten tijdelijk verhuizen. Ook de eventuele eigenaar kan niet over het huis beschikken. De bewoners werden in 2007 al gewaarschuwd omdat er ook in hun toenmalige woning een hennepkwekerij werd aangetroffen. Daarna verhuisden ze. Maar ook in de schuur bij hun nieuwe woning kweekten ze hennep.

Wat voert de gemeente aan bij de rechter?
De hennepkwekerij in de schuur van het stel veroorzaakte concreet geen overlast in de buurt, erkent de gemeente. Maar het is een ‘feit van algemene bekendheid’ dat illegale teelt voor verloedering zorgt. En volgens de politie werd er stroom illegaal afgetapt. Het ‘enkele feit’ dat er een hennepkwekerij is gevonden vindt de gemeente voldoende om het huis dicht te timmeren. De wet schrijft niet voor dat er van concrete overlast sprake moet zijn, vindt de gemeente.

Wat staat er in de wet?
Volgens 174a Gemeentewet mag de burgemeester een woning, een ‘lokaal’ en een daarbij behorend ‘erf’ sluiten „indien door gedragingen [...] de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord”.

Welke vraag moet de bestuursrechter beantwoorden?
Is de enkele aanwezigheid van een hennepkwekerij voldoende is om van verstoring van de openbare orde te spreken? Of moet er sprake zijn van een ‘gedraging’ – en kun je hennepkweken zonder dat iemand er iets van merkt zo noemen.

En welke vraag niet?
Mag je hennep kweken en hebben ze dat ook gedaan? Dat is voor de strafrechter, voor wie de bewoners zich ook moeten verantwoorden. In deze kwestie gaat het om een bestuurlijke sanctie, opgelegd door de burgemeester: drie maanden je huis uit. Vergelijkbaar met een gebiedsverbod, een huisverbod bij relatiegeweld, een meldingsplicht en andere maatregelen ter bescherming van de openbare orde die de burgemeester mag opleggen.

Wat zegt de bestuursrechter?
Die ‘vermag niet in te zien’ waaruit de verstoring van de openbare orde in dit concrete geval bestaat. Van illegaal stroom aftappen is niet gebleken. Er is op z’n best sprake van ‘de vrees voor het ontstaan’ ervan. Om een woning te sluiten moeten zware eisen van proportionaliteit (verhouding middel tot doel) en subsidiariteit (waren er ook minder zware middelen) toegepast. Dat geldt ‘te meer’ als het om aantasting door de overheid van een burgerrecht gaat: hier de bescherming van de persoonlijke levenssfeer uit artikel 10 van de Grondwet. Er moet overtuigend worden gemotiveerd dat de openbare orde is verstoord.

Daarvan was hier geen sprake. En dus was Venlo niet bevoegd deze woning te sluiten. Het gemeentelijk beleid is ‘onverbindend’, het besluit tot ‘sluiting’ wordt geschorst. Venlo moet de kosten van de bewoners betalen, ongeveer 900 euro.

Lees hier de uitspraak van de rechtbank.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
burgemeester
softdrugs

12 reacties op 'Uitspraak 47: heel stil hennep kweken en dan toch de openbare orde verstoren?'

NJB-redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staatsrecht in Leiden

De gemeente Venlo is een proeftuin voor bestuurlijke maatregelen tegen drugsoverlast. De bevoegdheden die de burgemeester zich probeert aan te meten om een einde te maken aan drugsoverlast vanuit woningen namen enorm toe nadat handelaren en kwekers er achter kwamen dat burgemeesters wel voor publiek toegankelijke gebouwen konden sluiten, maar, vanwege het huisrecht en het recht op privacy, geen woningen.

Rond 1995 werd in Venlo – misschien wel tegen beter weten in – een Algemene Plaatselijke Verordening ingevoerd die sluiting van drugswoningen mogelijk beoogde te maken. Op basis daarvan werden woningen gesloten. Uiteindelijk bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak in 1995 (uitspraak van 28 augustus 1995, AB 1996, 204) dat deze praktijk in strijd was met het recht op privacy van artikel 10 Grondwet. De Haagse politiek pakte deze kwestie op en Venlo gaf daarmee de aanzet tot het in de Gemeentewet opnemen van het huidige artikel 174a.

Op basis daarvan zijn de afgelopen jaren – ook in Venlo – de nodige drugswoningen gesloten door burgemeesters. Daarbij werd per casus steeds concrete en ernstige overlast aangetoond door de burgemeester. Kennelijk vond men het in de strijd tegen de serieuze drugsoverlast in Venlo nu nodig nog een stap verder te gaan en te bezien of men daarmee bij de rechter zou kunnen wegkomen.

Uit de uitspraak blijkt namelijk dat er algemeen beleid is vastgesteld op basis waarvan buiten gevallen van recidive ook zonder concreet aangetoonde overlast tot sluiting wordt overgegaan. Bovendien deed de gemachtigde van de burgemeester ter zitting bij de rechter geen enkele poging om concrete overlast aannemelijk te maken. Deze betoogde slechts dat het een feit van algemene bekendheid is dat de illegale teelt van hennep zorgt voor overlast, verloedering en gevaarzetting in woonwijken.

Dit duidt er op dat Venlo deze zaak mogelijk wederom ziet als een proefprocedure, wellicht om uiteindelijk aan de landelijke politiek duidelijk te maken dat de bevoegdheden van de burgemeester nog steeds ontoereikend zijn en dat een nadere aanvulling van de wet nodig is om ook buiten recidive bij de enkele aanwezigheid van een hennepkwekerij zonder concrete overlast al een woning te kunnen sluiten.

Voor we weten of het zover komt, moet eerst de uitspraak van de rechtbank in de bodemprocedure worden afgewacht (er is nu alleen een voorlopige uitspraak) en een eventueel hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Nu maakt de nieuwe Venlose aanpak niet veel kans. Vervolgvraag is of een eventuele wetswijziging de toets aan het privacyrecht zou doorstaan. Ik twijfel daar zeer over nu het gaat om een ernstige grondrechtenaantasting en het lastig is aannemelijk te maken dat eventuele overlast niet ook bestreden kan worden met de bestaande bevoegdheden die al behoorlijk ver gaan. Maar misschien slaagt de gemeente Venlo daar alsnog in.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Waar gaat het nu eigenlijk om bji deze “War on Drugs”? Om het bestrijden van overlast, wat ik prima zou vinden, of om het met wortel en tak uitroeien van drugsgebruik, waarvan ik denk dat het sop de kool niet waard is.

Als mensen zonder overlast te veroorzaken mogen ze wat mij betreft hun gang gaan, ik vind het al erg genoeg dat er zoveel van mijn belastinggeld aan dit soort onzinacties wordt besteed.

Johan Kruif

Ik vind het al erg genoeg dar er zoveel van mijn belastinggeld gaat naar de gevolgen van dit soort criminelen, ik denk aan ziektes, overstap naar harddrugs, verloedering van de jeugd, verkeersongelukken, belastingontduiking, fraude, diefstal van energie, milieuverontreiniging, onveiliheid, meer?

Jacqueline Gaertner

In amerika zijn er staten waar er met vergunning hennep wordt gekweekt op legale wijze.Zo ziet de belastingdienst er ook iets van en je sluit criminelen uit.Dan zou een touwslagerij ook weer echte hemp kunnen maken zonder voor crimineel te worden uitgemaakt.Soms hebben de amerikanen niet zulke gekke ideen?

J.Gaertner

In amerika wordt legaal hennep gekweekt in een aantal staten.Zo sluit je criminelen uit en de belastingdienst ziet er ook wat van.Soms hebben de amerikanen best goede ideeen hoor.

T.F. Lina

De wetgever is de gemeente Venlo naar mijn idee al tegemoet gekomen in de vorm van art. 13b Opiumwet. Dit artikel is gewijzigd na het besluit van het bestuursorgaan. Mocht deze kwestie zich nu voordoen dan kan de burgemeester zich op art. 13 b Opiumwet beroepen.
Op grond van dit artikel is namelijk geen verstoring van de openbare orde vereist.

Niek Sprakel

De gevolgen van het verbod op cannabis zijn vele malen schadelijker dan de mogelijke gevolgen van cannabis zelf.
Er is geen enkel verschil tussen de georganiseerde criminaliteit die zich bezig hield met de productie en handel in alcohol tijdens de drooglegging en de criminaliteit die door de overheid in de hand gewerkt wordt door lukraak een genotmiddel zoals cannabis te verbieden. Cannabis is minder schadelijk dan alcohol en tabak en dus is er geen enkele reden waarom cannabis niet zoals alcohol en tabak gereguleerd zou kunnen worden en dat is veel beter voor de samenleving dan het indirect sponsoren van de georganiseerde criminaliteit met behulp van een verbod op cannabis. Hoe repressiever het beleid, hoe lucratiever de handel in cannabis. Het is absurd dat er zoveel belastinggeld verspild wordt aan een krankzinnige en contraproductieve oorlog tegen drugs.
Het idee dat de overheid weldenkende en goed geïnformeerde volwassenen kan voorschrijven wat ze wel en niet met hun eigen lichaam en geest doen is op zich al in tegenspraak met elementaire mensenrechten.
De overheid ondermijnt haar eigen geloofwaardigheid door aan de ene kant volwassenen toe te staan om onbeperkt alcohol aan te schaffen voor recreatieve doeleinden en aan de andere kant als een overspannen kinderjuf moeilijk te doen over volwassenen die meer dan 3 of 5 gram wiet willen aanschaffen.
Leg je de cijfers wat betreft de schadelijkheid van alcohol en cannabis naast elkaar (bv. wat betreft het risico op verslaving of het risico om ziek te worden of te overlijden ten gevolge van overmatig gebruik), dan is er geen enkele grond voor dat verschil in benadering.

Mr. M. Vols (RUG)

Het college van B&W had hier artikel 97 Woningwet moeten gebruiken. Het kweken van hennep in een woning is in strijd met het Bouwbesluit en de bouwverordening. Voor sluiting op grond van voornoemd artikel is geen verstoring van de openbare orde nodig.

In reactie op T.F. Lina: bij de totstandkoming van artikel 13b Opiumwet is expliciet gesteld door de regering dat hennepteelt niet onder het bereik van dit artikel valt.

Ik heb contact gezocht met de gemeente Venlo. Mij bleek dat zij niet aan 97 Woningwet hadden gedacht. Ik ben derhalve van mening dat hier geen sprake is van een oproep tot meer bevoegdheden. Het besluit is heeft gewoon de verkeerde wettelijke grondslag.

In het februarinummer van het tijdschrift Jurisprudentie voor Gemeenten verschijnt een noot van mijn hand over deze zaak.

R. Verduijn

De voorzieningenrechter van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch is recent (3 februari 2010, LJN: BL3755) ingegaan op de toepasbaarheid van art. 13b Opiumwet bij het telen van hennep. Naar het voorlopig oordeel van deze voorzieningenrechter ziet deze bepaling op – samengevat – de verkoop van verboden middelen aan consumenten en niet – slechts – het telen ervan. Het ging daarbij overigens om zeecontainers en een loods, en dus niet om een woning. Het oordeel komt op mij als juist over.

In hoeverre art. 97 Woningwet de gemeente wel soelaas had kunnen bieden vraag ik mij af. Dat het telen van hennep in strijd zal zijn met de normen uit het Bouwbesluit en/of bouwverordening wil ik graag aannemen. Maar art. 97 vereist tevens dat de overtreding gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid. Het (enkel) telen van hennep leidt niet per definitie tot aantasting van de leefbaarheid. Een technisch juist aangelegde plantage hoeft de veiligheid of gezondheid niet perse te bedreigen. Bovendien zal deze bedreiging of het gevaar zijn geweken zodra de kwekerij buiten werking is gesteld. Dit artikel biedt m.i. dan ook niet de mogelijkheid om een lokaal gesloten te houden voor de duur van (bijvoorbeeld) een half jaar (of vaak zelfs een jaar) na ontmanteling ervan. En dat is m.i. nu juist hetgeen veel gemeenten in het kader van een ‘daadkrachtig beleid’ nastreven, hoewel dit om overduidelijke redenen nooit met zoveel woorden uitgesproken zal worden.

Prof. mr. T. Barkhuysen (Universiteit Leiden)

Het is – anders dan mr Vols beweert – de vraag of artikel 97 Woningwet voor dit geval soelaas biedt. Deze bepaling vereist namelijk voor een sluiting dat sprake is van “een bedreiging voor de leefomgeving of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid” en “een klaarblijkelijk gevaar (…) op herhaling van de overtreding”. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat ook hier steeds sprake moet zijn van een zekere extern(e) – buiten de betreffende woning gevoelde – overlast of gevaar. Om deze reden geeft de Memorie van Toelichting aan dat sluiting op grond van artikel 97 Woningwet alleen mogelijk is bij “grootschalige hennepteelt” (Kamerstukken II 2004/05, 30091, nr. 3, p. 23). Uit het feitenrelaas in de uitspraak maak ik op dat allerminst zeker is dat het in casu gaat om dergelijke teelt. Ik betwijfel dan ook of Venlo alleen de verkeerde wettelijke grondslag heeft gebruikt en dat het gevoelde bevoegdheidstekort via artikel 97 Woningwet kan worden gedicht.

Mr. M. Vols (RUG)

In reactie op R. Verduijn: de uitspraak van 3/2/2010 is ook naar mijn mening in overeenstemming met het recht. Toevallig dat het nu twee keer ‘misgaat’ in korte tijd.

Tijdens de parlementaire behandeling van artikel 97 Woningwet is hennepteelt expliciet genoemd als activiteit die tot sluiting van een bouwwerk kan leiden. Wanneer geen brandgevaar aanwezig is, kan m.i. toch snel sprake zijn van bedreiging van van de leefbaarheid. Het lijkt er op dat de wetgever uitgaat van een geabstraheerde bedreiging van de leefbaarheid: hennepteelt leidt automatisch tot verloedering van een wijk.

Sluiting van een hennepwoning voor een half jaar of zelfs jaar lijkt mij niet effectief. Het ligt meer voor de hand om de woning kort te sluiten en vervolgens de mogelijkheden van artikel 14 Woningwet (Victor) in te zetten. In het geval van een huurwoning kan de huurovereenkomst ontbonden worden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW.

Mr. M. Vols (RUG)

In reactie op prof. Barkhuysen: tijdens de parlementaire behandeling is door de PvdA-fractie uitleg over het begrip ‘grootschalige hennepteelt’ gevraagd. De regering stelt dat dit begrip gebruikt is ‘om aan te geven dat hierbij niet op de gebruikershoeveelheid van vijf planten wordt geduid’.Daarnaast stelt de regering dat ‘woningen niet geschikt zijn om hennep te telen op een wijze, waarbij sprake is van aanpassing met het oogmerk een optimaal groeiklimaat te garanderen. Het kan onder meer aanpassingen betreffen aan de gas-, water- en lichtinstallatie, de mate van isolatie en ventilatie of aanpassingen aan de indeling van het gebouw’ (zie Kamerstukken II, 2004-2005, 30091, nr. 8, p. 38-39.)

Wanneer geen brandgevaar aanwezig is, kan m.i. toch snel sprake zijn van bedreiging van van de leefbaarheid. De regering spreekt in voornoemde bron ook van ‘relatief ruime sluitingsgronden’. Het lijkt er op dat de wetgever uitgaat van een geabstraheerde bedreiging van de leefbaarheid: hennepteelt leidt automatisch tot verloedering van een wijk.