Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Advocatenpraktijk blijkt al jaren ontspoord

advocaat_togaEen zeldzaam inkijkje in een ontspoorde advocatenpraktijk. Dat bieden drie recente uitspraken van de Raad en het Hof van Discipline tegen een Haagse vreemdelingenadvocaat die voor het leven werd geschorst. Lees hier het nieuwsbericht.

En lees hier de uitspraak van de Raad van Discipline. Schorsingen ‘voor onbepaalde tijd’ zijn zeldzaam. Onlangs schorste de Raad van Discipline in Amsterdam de advocaat Dion Bartels wegens wanbeheer. Deze zaak lijkt er een beetje op – overigens is de uitspraak nog niet onherroepelijk. De advocaat gaat met bijstand van advocaat Gerard Spong in beroep en is overtuigd daar te winnen.

De uitspraak van de Haagse Raad van Discipline behandelt de kwaliteit van zijn rechtshulpverlening (vanaf 2.7), de gang van zaken rond toevoegingen (vanaf 2 .17) en de financiën (vanaf 2.20). Deze advocaat wordt  het voeren van kansloze procedures, het niet communiceren met cliënten, het eigenmachtig procederen, het ontduiken van regels bij het aanvragen van subsidie en een slordige boekhouding verweten. De advocaat nam honderden kansloze zaken per jaar aan, procedeerde zo lang en zoveel mogelijk en vroeg op naam van kantoorgenoten daarvoor subsidie aan. Ook betaalden vreemdelingen hem voorschotten, die hij onvoldoende verantwoordde.

De advocaat is al vaker door de tuchtrechter gecorrigeerd. Er  zouden ‘zware maatregelen’ zijn opgelegd. Althans in 2.9 en 2.18 worden eerdere uitspraken van de beroepsinstantie, het Hof van Discipline aangehaald. Maar hoe vaak, hoe zwaar en hoe lang geleden is onduidelijk. De Orde van Advocaten geeft geen informatie over het tuchtrechtelijk verleden van advocaten.  Later dit jaar wil de Orde wel de namen van geschorste of definitief geschrapte advocaten actief bekend maken. Nu blijft dat beperkt tot verwijdering uit de officiële verwijssite of de vermelding ‘tijdelijk geschorst’. Uitspraken van de Raden voor Discipline en het Hof worden vermeld op  deze nieuwe website van de rijksoverheid. Maar die bevat alleen geanonimiseerde uitspraken en is bovendien nog nauwelijks gevuld. Dat maakt dus nieuwsgierig naar de eerdere uitspraken tegen deze advocaat.

Dit blog kon tot nu toe twee eerdere uitspraken van het Hof achterhalen. Deze, van 29 augustus 2008. En deze, van 22 december 2005.

In 2005 kreeg hij een schorsing van een half jaar waarvan drie maanden voorwaardelijk. De Haagse deken verweet hem ook toen ontduiking van de regels voor financiële rechtsbijstand. De advocaat ontdook de regels voor een maximum aantal toevoegingen door handje-klap te doen met een collega, die hij als stroman gebruikte. Hij vroeg op diens naam subsidie aan en gaf 20 procent van de vergoeding als commissie. Ook rekende hij soms dubbel: èn de cliënt moest betalen èn de Raad voor de rechtsbijstand. De afspraken die hij met zijn cliënten maakte, meestal buitenlanders, karakteriseerde de deken destijds als een ‘vrijbrief om te handelen naar eigen goeddunken en in eigen financieel belang’. Zie het bezwaar van de deken onder 1.1

In 2008 kreeg hij een schorsing van twaalf maanden. Het gaat dan weer om de wijze waarop de advocaat afspraken met zijn hoofdzakelijk buitenlandse cliënten maakt. Vreemdelingen die zich bij hem meldden kregen een folder die onder 4 is beschreven onder het kopje ”aanvraag van een verblijfsvergunning’. Strekking: 350 euro betalen en de advocaat gaat in beginsel automatisch tegen alles in beroep. Wie wil horen hoe het met zijn zaak gaat is op het ‘inloop spreekuur’ welkom. Het Hof vond dat onbehoorlijk. Procedure stappen mogen alleen worden gezet na overleg met de cliënt. Ook moet er steeds over kansen, kosten, strategie en ontwikkelingen worden overlegd. De advocaat moet zelf het initiatief nemen om te rapporteren.

Welke vragen blijven nog liggen? Heeft de Raad voor de Rechtsbijstand wel voldoende opgelet? Uit de meest recent uitspraak blijkt dat dit kantoor ‘structureel en op grote schaal’ aanvragen deed op naam van kantoorgenoten die ‘soms niet eens op de hoogte zijn van het bestaan van de cliënt’.  Dit zou bovendien ‘onderdeel van het systeem’ van ontduiking en misleiding zijn. De Raad kon vandaag niet reageren.

Ook de rechtbank Den Haag, waar de advocaat dus 998 ‘kansloze’ zaken heeft lopen,  moet iets zijn opgevallen. Of zou men daar gewend zijn aan advocaten die hun buitenlandse cliënten niet kennen? Rechtbankpresident Frits Bakker belt terug. Hij zegt in zijn reguliere overleg met de plaatselijke deken van de orde van advocaten de naam van deze advocaat wel te hebben ‘gesignaleerd’. “En dan is het aan de deken om te beslissen of hij dat oppakt”. Wat er dan precies gesignaleerd is wil hij niet zeggen. “Je moet oppassen je een oordeel aan te matigen over advocaten. Dat past niet bij de neutrale rol van de rechter”. Het gaat de rechtbank bovendien meer om de cliënt dan om de advocaat. En of zaken kansloos zijn valt in beginsel niet van tevoren te zeggen, merkt hij op. Zeker in een vreemdelingenkwestie kan een advocaat best een processtap zetten die op zichzelf kansloos is, maar een asielzoeker wat extra verblijfstijd in Nederland oplevert. “Bijvoorbeeld om hier een eindexamen te kunnen doen´.

Wordt  vervolgd

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

voor hem geldende regeling van de Raad voor Rechtsbijstand met betrekking tot het
maximum aantal toevoegingen dat aan hem verleend kan worden, zijn toevlucht
neemt tot misleiding van die Raad door inschakeling van een stroman die namens de
cliënten van verweerder op eigen naam toevoegingen aanvraagt en die daarbij zonodig
een door verweerder in strijd met de waarheid opgemaakte en door de betrokken cliënt
HOF VAN DISCIPLINE vervolg beslissing no. 4482 – 8 -
ondertekende verklaring als bedoeld in art. 16 (sub a) van de Wet op de rechtsbijstand
overlegt. Door zijn handelen heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur ernstig
geschaad.
Geplaatst in:
Civiel recht
Tuchtrecht
Vreemdelingenrecht
Lees meer over:
advocatuur

14 reacties op 'Advocatenpraktijk blijkt al jaren ontspoord'

Liudger Silva

Of een zaak kansloos is, zal pas achteraf blijken. Er is immers altijd de mogelijkheid, dat een rechter op grond van de argumentatie anders beslist dan uit de jurisprudentie te verwachten viel. De rechter gaat in zo’n geval “om”.

J v Bijsterveld

Rechters moeten zich realiseren dat je niks aan een rechtbank hebt als je je zaak niet gerepresenteerd kunt krijgen op een fatsoenlijke manier.

Deze case gaat niet over een foute advocaat maar over een rechtsgang die een voedingsbodem is voor parasieten. Goed, je kunt deze advocaat opruimen. En eindeloos discussiëren over of de beroepsgroep of rechters dat zouden moeten doen. Maar als ik in mijn directe omgeving kijk dan zie ik zo een voorbeeld van een andere beroepsgroep die heeft ontdekt hoe je geld en positie kunt verwerven door de rechtsgang te manipuleren. Ze zijn slechts symptomen. Zoals schimmel een symptoom is dat je je woning niet goed schoon maakt.

Rechters zijn mijn inziens niet verantwoordelijk voor alleen een ordelijk proces in dat kleine rechtzaaltje maar vanaf dat een crimineeltje iets stouts doet tot aan dat zij een oordeel vellen.

Herman Knepper

Het is wat raar zaken van burgers die gebruikmaken van wettelijke mogelijkheden als kansloos te kwalificeren. Misschien biedt de wetgeving (om diverse redenen) wel te veel ‘kansloze’ rechtsmiddelen. Taak van de advocaat is om gebruik te maken van die rechtsmiddelen. De toevoegings-vergoedingen voor dit soort zaken zijn zeer laag – anders dan de door de NOVA (de Deken) wordt gesteld bieden die vergoedingen geen ruimte voor gesprekken met de cliënt. Niet valt in te zien waarom die gesprekken niet zouden kunnen plaatsvinden op een spreekuur. Verder wringt het dat de Raad voor de Rechtsbijstand (de overheid) oordeelt over de kansen van een procedure (tegen de overheid). En wat is kansloos voor mensen die van de ene ‘kansloze’ situatie naar de nadere zijn gegaan? 900-zoveel van hen hebben blijkbaar alleen al in het Haagse de weg naar het kantoor van deze advocaat gevonden.

Jeroen Bartels

gebrek aan een winkans maakt een vreemdelingenzaak niet per definitie kansloos. Als het in het belang van je cliënt is om zijn verblijf te rekken, dan stel je een rechtsmiddel in. Juridisch wellicht kansloos maar cliënt heeft er baat bij.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Die schijn wordt nu toch wel gewekt, vooral door de gebruikte argumentatie.

Waarom niet wat meer aangehaakt bij de beroepseer van de advocatuur. Of is dat een te schimmig begrip geworden?

van bemmelen

(Deel)betaling voor rechtshulp zou paal en perk stellen aan het onnodig procederen.

Niet alleen advocatenkosten ook het hele apparaat

P.B.Ph.M. Bogaers

Saillant detail: Mr J.P.H. Thissen was tientallen jaren griffier van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ik heb mij altijd verbaasd,
waarom een man van zo’n standing advocaat wilde worden. Waarom heeft hij de Raad van State verlaten?

En dan de door de overheid gefinancierde rechtshulp.

De NRC-redactie kent het boek “Van forfaitaire rechtshulp naar pseudorechtshulp”, Onderzoek naar het functioneren van de Raad voor Rechtsbijstand, publicatiedatum 17 september 2009, ISBN-nr: 978-90-806406-8-5, 92 pagina’s, te bestellen via overschrijving van €23,- ,inclusief verzendkosten op ING-bankrekeningnr 2704951 ten name van P. Bogaers te Bussum onder vermelding van “rechtshulp”, plus naam en adres.

De door de overheid gefinancierde rechtshulp is volledig geblokkeerd geraakt. Adequate rechtshulp in dikwijls ingewikkelde zaken wordt niet meer betaald. Advocaten zoals ook Thissen mogen nog een beperkt aantal uren aan een zaak besteden en dan houdt het op. In het vreemdelingenrecht acht uren, bij echtscheidingen tien uren, in arbeidsongeschiktheidszaken acht uren.

Declareert de advocaat per toevoeging minder dan zes uren, dan hoeft deze zich niet te verantwoorden.
Het spreekt voor zich dat vanaf het begin van door de overheid gefinancierde stelsel advocaten massaal hebben ingezet omp een zo hoog mogelijke omzet, dus zo weinig mogelijk tijdsbesteding per zaak per toevoeging, en nog het liefst onder de zes uren. Dat de sociale advocatuur, zoals men zich noemt weig sociaal hoeft te zijn behoeft geen betoog: het stelsel zet een premie op nietsdoen. Advocaten zijn binnen dit gefinancierde stelsel- daarin niet gecontroleerd door de Raad voor Rechtsbijstand- ambtanaren geworden.

In het bovengenoemde boek komen 23 advoacaten aan het woord die hun vak en hun cliënten wel serieus wensen te nemen. Zij weten zich belemmerd door dezelfde Raad voor Rechtsbijstand, die vindt dat advocaten hun tijdsbesteding boven het per soort zaak toegekende aantal uren, de forfaitair in 1997 vastgestelde gemiddelde aantallen uren maar uit eigen portemonnee moeten betalen. Nu moesten advocaten al tot drie kunnen tellen, want het stelsel bepaalde, als voorbeeld, dat men tien uur betaald kreeg in een echtscheidingszaak, de forfaitaire grens. Dan moest men onbetaald de daarop volgende twintig uur werken. Kwam de advocaat boven driemaal het forfaitair bepaalde aantal punten (=uren), dan mocht men, als men van tevoren daarvoor toestemming had verkregen, boven de dertig uren (in echtscheidingszaken) weer tegen betaling werken. In vreemdelingenzaken (Thissen en zo’n 400-600 anderen) kreeg en krijgt men de eerste 8 uur betaald, dan 16 uur niets en dan (tot 1 januari 2008) eventueel wel boven de 24 uur.

In feite was dat overdrukventiel al in het overgrote deel van Nederland kapot gedraaid, maar per 1 januari 2008 sloot ook de Raad voor Rechtsbijstand in Amsterdam zich hierbij aan.

Iedereen weet, dat het recht op elk terrein in Nederland steeds ingeikkelder is geworden. Zeker in het bestuursrecht, het werkterrein van Thissen en de vreemdelingenadvocatuur, is er sprake van een overheid en een IND, die van oudsher alleen maar nee zegt tegen mensen, die vanuit het buitenland zich hier willen vestigen of door politieke omstandigheden gedwongen hier veiligheid pogen te vinden.

Een uiterst kwetsbare groep. Zij zijn afhankelijk van sociaal advocaten, die weten, dat hun werkterrein enorme eisen stelt aan hun inzet en arbeidsvermogen. Zij weten ook, dat echte inzet niet wordt beloond, en zij weten vooral, dat halfwerk of nauwelijks werk het meeste loont. De Raad voor Rechtsbijstand heeft daar geen moeite mee, of zoals Van den Biggelaar, Hoofd Stelsel bij de aanbieding van het bovengenoemde boek en ook nadien systematisch verklaarde:”95% van de toevoegingen levert geen problemen op”. Hij bedoelt daarmee ook die kennelijk 1000 zaken van Thissen, waarmee de rechtbank zit opgescheept. Echter Thissen stond en staat niet alleen. In elke stad of gemeente van enige omvang zijn advocatenkantoren en advocaten aan te duiden, die evenals Thissen hun eigen omzet belangrijker vinden dan het belang van hun cliënten. Hoeveel advocaten komen al halverwege het jaar aan het nu gemaximeerde aantal van 250 toevoegingen op jaarbasis? Wat is de kwaliteit van hun handelen? Hoe wordt hun werk kwalitatief beoordeeld door hun cliënten, alleen al in de communicatieve sfeer? Op basis van door mij in mijn advocatenpraktijk in de afgelopen jaren uitgezette evaluatieformulieren, is de gemiddelde waardering voor de asieladvocatuur (een belangrijk onderdeel van het werk van Thissen)een 2. Deze formulieren zijn ingevuld door personen die een prima vergelijking konden maken in de taakopvatting van vaak meerdere advocaten, waarmee zij te maken hebben gehad. Dikwijls kon ik hun situatie drastisch ten positieve ombuigen na overname van hun zaak. Aan een gemiddelde instroom van zo’n twintig zaken per jaar in deze door voorgaande advocaten vaak volledig kapotgemaakte zaken, betaald door de Raad voor Rechtsbijstand, had ik meer dan genoeg werk omhanden voor een werkweek, die zich niet beperkt van 9 tot 5.

Nederland is ziek. Thissen heeft zich door het volledig ontbreken van enige aandacht voor inhoudelijke kwaliteit evenals vele advocaten kunnen handhaven. Het falen is op alle rechtsterreinen structureel.

Zo’n 28.000 uitgeprocedeerden in het asielrecht waren niet alleen het gevolg van de macabere uitvoeringspraktijk van de IND, maar ook het gevolg van een advcatuur die het gemiddeld gesproken heeft laten afweten. Het optreden van de Raad voor REchtsbijstand leidt tot dit soort toestanden. Men doet alsof zijn neus bloedt.
Lees mijn boeken.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

P.B.Ph.M. Bogaers, bioloog, advocaat bestuursrecht te Nieuwegein

t

Van Schaik

Kansloos bestaat niet. Gelukkig ook maar, anders kon de rechtspraak ook wel middels een call-centre met ruime keuzemogelijkheden uitgevoerd worden. En dat niet kansloos zijn geldt nog meer voor zaken waarbij de achterliggende wet- en regelgeving, en politiek beleid, en inzichten voortdurend en snel wijzigen. Dus met name voor het bestuurs- en vreemdelingenrecht. Maar al te vaak blijkt daar bij een uitspraak het ex tunc toch een beetje ex nunc te worden. Het kan – ook daarom – voorts in het belang zijn van betrokkenen in appel te gaan. Los van de voordelige kanten die het gebruikmaken van de lange duur van procedures – op zich – soms ook voor een betrokkene kan hebben.

Neemt niet weg: Je maakt je als rechtshulpverlener wel erg ongeloofwaardig als het eigen financieel gewin voorop staat. Hoewel dat gewin in het geval van toevoegingszaken veelal ver te zoeken zal zijn.

P.B.Ph.M. Bogaers

Mag het ingezonden artikel van Mr. J. Luscuere, advocaat uit Rotterdam, NRC-editie van maandag 1 februari 2010 hier worden opgenomen. Uitstekend artikel. Zelfs het voorblad verwijst ernaar. Zie pagina 7.

P.B.Ph.M. Bogaers

Inmiddels is bekend, dat de artikelen in het NRC over de rechtshulp de aandacht hebben getrokken van de rechtbank, advocatuur en cliënten. Waarom reageert de Raad voor Rechtsbijstand niet? Waarom wordt dit stelsel geaccepteerd?
Verdient het geen aanbeveling dieper te gaan zoeken.
Het artikel van Folkert Jensma biedt daartoe volop aanleiding. Of zoals een rechtshulpverlener mij zei:
“het is niet erg als dingen fout gaan, erger is te doen alsof het goed gaat”.
Waar blijven de advocaten van de VAJN (Vereniging asieladvocaten en -juristen in Nederland) en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) met hun reacties?
Zouden journalisten niet verder kunnen gaan met hun onderzoek? Waarom niet undercover bezoeken brengen aan kantoren en advocaten? Ideeën genoeg. Het auditsysteem van de Nederlandse |Orde van Advocaten blijft alleen aaan de buitenkant steken. Vraaag het aan Mr. Joop Seegers,auditor en advocaat in Amsterdam. Hij kreeg de hele vergadering en Orde over zich heen, toen hij publiekelijk in de Roode Hoed op 10 december 2008 zijn zorg uitsprak over wat hij als auditor had waargenomen bij een inspectie op een kantoor in vreemdelingenzaken. Hij mocht het niet zeggen.
Ook is bekend, hoe de Raad voor rechtsbijstand een geruststellingsoffensief heeft gevoerd in 2009 onder advocaten op vier bijeenkomsten voor advocaten in Noord-Holland. De notulen zouden openbaar worden gemaakt. Zo ook van de vierde bijeenkomst in het Spoorwegmuseum in Utrecht op 15 mei 2009. Ondanks
de belofte van de Raad, dat de notulen voor 1 november 2009 dan eindelijk zouden afkomen, is dit nooit gebeurd. Hoe kan dit?
De grote onvrede onder advocaten over het functioneren van de Raad voor Rechtsbijstand moet onder de mat blijven, of is het onder de pet? De belangrijkste grief van advocaten tegen de Raad is, dat de Raad advocaten die hun werk serieus wensen te nemen tegenwerkt in het bieden van kwaliteit, lees tijd te nemen voor een zaak en de cliënt, en zaken goed uit te zoeken en de belangen van hun cliënt verantwoord te behartigen.

De Raad bewijst alleen lippendienst aan kwaliteit door wel allerelei eisen te stellen aan kantoorinrichting en het volgen van bijscholing, maar als de advocaat het geleerde in de praktijk wil brengen, wordt hij/zij daar niet voor betaald.

Medewerkers van de Raad voor rechtsbijstand worden geacht onderling niet te spreken over kwaliteit. Het is een verboden onderwerp. Op 9 december 2009 werd er een symposium georganiseerd door de Amsterdamse Orde van Advocaten en de Raad voor Rechtsbijstand in de Roode Hoed over n.b weer de kwaliteit van de gefinancierde rechtshulp in gecompliceerde zaken. De kritiek was vlijmscherp. Maar de medewerkers van de Raad waren niet aanwezig. Ook hier zijn notulen niet opgemaakt. Men gaat over tot de wanorde van de dag.

P.B.Ph.M. Bogaers

Op zaterdag 6 februari 2010 liet de Deken uit Den Haag weten dat Mr Luscuere zich vergist met zijn artikel in de krant van 1 februari 2010 “Vreemdelingenrecht vrijhaven voor prutsers”.

De Deken deelt mee: “In het vreemdelingenrecht werken advocaten die alles uit de kast halen om ervoor te zorgen dat hun cliënt goed geholpen wordt. In de Haagse zaak gaat het om een uitzondering (…). De Haagse Raad van Toezicht heeft een onderzoek gelast bij het desbetreffende advocatenkantoor nadat er in 2009 signalen kwamen dat daar een niet juiste constructie was opgebouwd. Uitgeprocedeerde vreemdelingen werden geronseld met de belofte op legaal verblijf. Dit systeem kwam vooral de laatste tijd tot wasdom”.

De Deken begrijpt niet, dat ook Mr Thissen aan het einde van de voedselketen staat. Talloze advocaten gingen hem voor in de zaken die uiteindelijk bij hem kwamen. Die advocaten, zo weet ik, hebben niet alles uit de kast gehaald wat geboden was om hun cliënt te helpen. Vaak integendeel. Zij voeren nauwelijks een gesprek met hun cliënt, inventariseren de probleemstelling niet goed en doen op halfhartige wijze verslag van hun bevindingen. Zij zorgden ervoor dat hun cliënten uitgeprocedeerd raakten. Zo kwamen deze bij advocaten zoals Thissen. Die wetmatigheid is mij uit duizenden dossiers bekend.

Het gaat niet om incidenten. Bovendien, deze zaak van Thissen loopt al zeker tien jaar en niet eerst sinds 2009. Advocaat Luscuere kreeg direct een bedankje vanuit de IND. Ook ikzelf vernam van een ambtelijk medewerker van de IND dat Thissen ook in 2004 er enorm gekleurd op stond, ten detrimente van de IND-medewerkers en zijn cliënten.

Wytzia Raspe

Ik kan niet anders als het standpunt van mr Luscuere over de kwaliteit in de vreemdelingenrechtadvocatuur onderschrijven. Sinds 1999 ben ik in het vreemdelingenrecht werkzaam geweest als procesvertegenwoordiger bij de IND, als rechtbank medewerker bij de vreemdelingenkamer, als projectleider bij Vluchtelingenwerk, docent vreemdelingenrecht en vele jaren in de advocatuur en ik heb ook al jaren websites en een weblog over het vreemdelingenrecht in de hoop zo goede voorlichting te bieden en de kwaliteit te helpen opschroeven. In al die jaren heb ik wel het één en ander zien langskomen. Zeker omdat veel clienten met problemen mij mailen via mijn site http://www.vreemdelingenrecht.com. (En die is 100% pro deo want daar verdien ik niets mee.)

De kwaliteit in de vreemdelingenrechtadvocatuur is bij een substantieel gedeelte bedroevend. Soms komt dat omdat de vreemdeling koste wat het kost zijn procedure wil rekken en er eigenlijk geen goede juridische argumenten tegen het standpunt van de IND zijn in te brengen. Hier valt de advocaat niets te verwijten als hij zijn client er maar van doordrongen heeft dat de procedure kansloos is en het handig is om aan mogelijkheden van terugkeer te denken. Maar er lopen ook veel advocaten en juristen rond die gewoon standaard slechte kwaliteit leveren. Zowel inhoudelijk als qua uitvoering.

Ikzelf ben ooit na mijn jaren IND in de advocatuur gaan werken en werd daar binnen de kortste keren op staande voet ontslagen omdat ik mijn verbazing liet blijken toen mijn patroon duidelijk maakte dat hij alleen de pleitnota doorlas als hij naar zitting ging en verder nooit in het dossier las noch ooit gelezen had (zaak was van een voorgangster van mij geweest). Terwijl ik toch als IND-er had geleerd het hele dossier in mijn hoofd te hebben voor de zitting zodat ik de vragen van de rechter goed zou kunnen beantwoorden. De Deken die dit verhaal aanhoorde gaf aan te weten dat deze meneer zo slecht werk leverde maar niets te kunnen doen als de clienten niet protesteerden. Maar hoe kunnen zij dit weten? Ik snap dan niet dat dan geen contact wordt opgenomen met de rechtbank want bij de rechtbank was de advocaat berucht zo vernam ik later. Er is toch ook zo iets als een ambtshalve klacht van de Deken mogelijk?

Als deze wanprestatie nu een incident was maar helaas komt dit veelvuldig voor. Ik zou u zo een aantal namen kunnen geven. Laat ik een aantal voorbeelden geven:

- Nog iemand die waarneemt zonder een dossier door te lezen en dan de zaak verliest doordat ze de vragen van de rechter verkeerd beantwoordde. En dan een paar weken later niet snapt dat als er een uitgebreid schriftelijk beroep in een bewaringszaak is opgestuurd dit duidt op een ingewikkelde zaak en dan zelf maar niet naar zitting wil gaan want “de pleitnota is zo kort”.
- Dan de advocaten wiens beroep in asielzaken bestaat uit het slechts samenvatten van het vluchtrelaas.
- Verder heb je de advocaten die ondanks dat je de client aanvullende beroepsgronden laat sturen deze niet doorzend naar de rechtbank en de IND en je met een klacht moet gaan dreigen om dit toch voor elkaar te krijgen en die dan vervolgens als de zaak daar op gewonnen wordt de eer naar zichzelf toe trekken.
- De advocaten die niet juristen hun zaken laten doen en hen ook de toevoeging uitbetalen;
- De advocaten die ondanks verzoeken daartoe geen contact met de client opnemen;
- De kantoorgenoten zonder kennis van het vreemdelingenrecht die de zaken voortzetten van vertrokken specialisten;
- Advocaten die de nieuwe advocaat niet of pas heel laat het dossier sturen;
- Advocaten die “vriendjes” In het Huis van Bewaring hebben die andere advocaten bellen zogenaamd als hun client of de tolk van de client en aangeven dat die van advocaat wil ruilen terwijl dat vaak niet zo is en dan vervolgens prutkwaliteit leveren of de brutaliteit hebben de oude gemachtigde te bellen en te vragen wat die voor beroepsgronden in gedachte had gehad voor de zaak werd overgenomen;
- Advocaten die niet doorhebben dat een rechter tegenwoordig niet zelf meer mag toetsen in het asielrecht maar zich aan de beroepsgronden moet houden en de zaak dus verpesten door slechts een paar inhoudelijke regels beroep aan te leveren waardoor een rechter met kromme tenen van ergernis zit en soms probeert de advocaat dan maar op zitting te souffleren en ze dan nog te stom zijn om het door te hebben.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Dan heb je nog de advocaten die een algemene praktijk doen en het vreemdelingenrecht er leuk bij doen. En dat kan niet. De benodigde kennis van het vreemdelingenrecht wordt sowieso onderschat. De wet mag dan niet al te groot zijn maar hieraan hangt een lijvig boekwerk beleid en nog belangrijker een praktijk van case law waar een wekelijkse geupdate kennis van noodzakelijk is.

Wel dient vermeld dat er ook zeer goede vreemdelingrecht advocaten en juristen zijn. En voor hen is een toevoeging vaak geen vetpot omdat er maar een vast bedrag wordt uitbetaald en iemand die dus veel moeite voor een zaak doet dief van zijn eigen portemonnee wordt.

Daarom zie je dat veel vreemdelingenrecht juristen gewoon overstappen op een betalende praktijk of zelfs nooit geen advocaat worden. Immers goede kwaliteit kan ook geleverd worden zonder invloed van de Orde en de Raad.

Ik vind het pijnlijk dat mr Luscuere die op wil komen voor mensen die hun stem in Nederland niet goed kunnen laten horen, de vreemdelingen, en die zelf wel kwalitatief goed werk levert zo door zijn vakbroeders en de Orde van Advocaten op hun site wordt afgevallen. Het was passender geweest om eerst eens een onderzoek te doen bij een bredere kring dan advocaten vreemdelingenrecht zelf of de Raad voor de Rechtsbijstand die geacht wordt toezicht te houden bij toevoegingszaken. Vraag eens rechters, IND-ers, clienten, Vluchtelingenwerk etc.

P.B.Ph.M. Bogaers

Wytzia Raspe spreekt over de reactie van de collega-advocaten en de NOVA in hun website op het artikel van Luscuere (zie hierboven onder 12, laatste alinea).

Het betreft http://www.advocatenorde.nl/nieuws, een bijdrage van Tatiana Scheltema, citaat:

“De onlangs opgerichte Specialistenvereniging migratierecht advocaten (SVMA) herkent zich niet in de openlijke kritiek van vreemdelingenadvocaat Luscuere (…) in het NRC Handelsblad (van 1 februari 2010, P.B.). Het artikel wekt de indruk dat alle vreemdelingenadvocaten zakkenvullers zouden zijn. Een prominent vreemdelingenadvocaat overweegt zelfs een klacht tegen hem in te dienen.
Voorzitter Annelies Hoftijzer van de SVMA: “Luscuere haalt een onderzoek uit 2006 aan. Nadien zijn veel maatregelen getroffen, zoals de oprichting van de SVMA. Onze leden moeten aantoonbaar het grootste deel van hun praktijk aan vreemdelingenrecht besteden en jaarlijks opleidingspunten halen”.

Tot zover dit citaat:

Echter:

De vereniging is nauwelijks opgericht, heeft nog geen opleiding georganiseerd, en dan komt Hoftijzer met zo’n verweer tegen Luscuere, die heel goed weet, waarover hij het heeft. Ook heer Thissen uit Den Haag haalde braaf zijn opleidingspunten (jaarlijks 16 punten of uren, nu uitgebreid tot 20).

Onder verwijzing naar mijn reactie van 8 februari jl.(hierboven nr,11, alinea 3) is duidelijk dat veel vreemdelingen/cliënten massaal in de steek gelaten worden door hun advocaten, de goede niet te na gesproken, die daardoor uitkomen bij advocaten zoals Thissen en hoe ze ook mogen heten.

Mevrouw Hoftijzwer weet heel goed, dat op de vergadering ter bekrachtiging van de oprichting van de SVMA op 15 januari 2010 in Amsterdam elke poging tot kwaliteitsbewaking bij de toelating van leden tot deze vereniging in de knop is gebroken. Ook de SVMA geeft geen enkele garantie, dat daar geen personen onder zitten zoals Thissen c.s., die in elke gemeente van enige omvang zijn te vinden.

Zie de reactie ook van mevrouw Wytzia Raspe en mijn reactie van 31 januari 2010, (hierboven nr.7, alinea 9). Daar doet de NOVA niets aan, evenmin verenigingen in oprichting of de Raad voor Rechtsbijstand.

Wytzia Raspe

Al jaren hou ik gratis een website bij met de contactgegevens van juristen en advocaten op het gebied van het vreemdelingenrecht http://www.advocatenvreemdelingenrecht.nl en daar staat mr Luscuere genoemd als één van mijn persoonlijke aanraders. Het is en blijft echter moeilijk om van een afstand de prutsers in het vreemdelingenrecht te ontdekken. Dus heeft u echt heel slechte ervaringen mail mij dan met naam en toenaam. Komt de naam van een jurist te veel voor dan zal ik diegene dat voorleggen en aangeven dat als zijn of haar verdediging daartegen niet goed is de vermelding op de site geschrapt wordt.