Rechter wijst twee bezwaren van Wilders tegen dagvaarding van de hand
De rechtbank Amsterdam wijst het bezwaar van PVV leider Wilders tegen de omvang van de tenlastelegging af. Het openbaar ministerie krijgt de kans om ook het delict van groepsbelediging van moslims te bewijzen. Lees- en linkwijzer bij de uitspraak en de dagvaarding.
Lees hier de uitspraak van de rechtbank op het bezwaar van de advocaat van Wilders, mr. Bram Moszkowicz. En hier hoe Wilders zijn eerste zitting ervoer in een naar zijn zeggen ijskoud zaaltje. Journalisten mochten bij deze besloten procedure niet op de gang wachten. Ze werden zelfs uit het gebouw van de rechtbank geweerd. Lees hier een bericht.
De beoordeling van de rechtbank van het bezwaar begint in de tekst van de uitspraak bij overweging 6 en omvat 9 alinea's. Het bezwaar van Wilders is samengevat vanaf overweging 3 En de reactie van het openbaar ministerie vanaf nr. 4
Wilders bleek twee bezwaren te hebben ingebracht. In de eerste plaats vindt hij dat een recente uitspraak van de Hoge Raad over groepsbelediging al duidelijk maakt dat hij daar evenmin voor zal worden veroordeeld. Een vervolging is daarom onredelijk. De rechtbank stelt echter in overweging 6.3 vast dat de wetgever een 'limitatieve opsomming' geeft van wat als een 'nieuw feit' mag gelden. Daar staat geen 'nieuwe jurisprudentie' bij. En dus telt dat arrest in deze fase van het proces niet.
Het tweede bezwaar van Wilders is dat het openbaar ministerie hem voor meer delicten vervolgt dan waartoe het Hof heeft bevolen. Het zou alleen de bedoeling zijn geweest hem te vervolgen wegens het aanzetten tot haat tegen en discriminatie van moslims. Het OM heeft daar Marokkanen en/of niet-westerse allochtonen aan toegevoegd. En het Hof zou juist alleen aanstoot hebben genomen aan Wilders' vergelijkingen tussen moslims en nazi's. In de dagvaarding heeft het OM het echter ook over fascisme. Ook dat zou buiten de opdracht van het Hof vallen die het alleen over nazi's had.
De rechtbank zegt in overweging 6.6 de opdracht van het Hof ruim te lezen. Er waren ook klagers die bezwaar maakten tegen Wilders' teksten over Marokkanen en andere allochtonen. Dus heeft het openbaar ministerie 'de grenzen van de vervolgingsopdracht niet [...] overschreden.' Het Hof heeft bij het bevel Wilders te vervolgen bovendien nazisme en fascisme door elkaar gebruikt, zodat 'klaarblijkelijk' beide begrippen werden bedoeld. Ook dat bezwaar wordt niet gehonoreerd.
Lees hier de dagvaarding. Wilders wordt verdacht van overtreding van de artikelen 137 c (groepsbelediging) en 137 d (aanzetten tot haat en discriminatie) van het wetboek van strafrecht. Zijn uitlatingen over moslims worden samengevat onder 1, 2 en 3 op bladzijde 1, 2 en 11. Zijn uitlatingen over Marokkanen en/of niet-westerse allochtonen onder nummer 4 en 5 op bladzijde 20.
De uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van vorig jaar op het bezwaar tegen de beslissing van het openbaar ministerie om de aangifte juist te seponeren staat hier op rechtpsraak.nl De motivering van het oordeel dat Wilders toch vervolgd moet woren begint ongeveer bij 12. 'inhoudelijke beoordeling'. Het verweer van Wilders begint bij 5. In de uitspraak is vanaf 6. 'de inhoud van het verslag' te vinden waarom het openbaar ministerie destijds ook vond dat Wilders niets strafwaardigs heeft gezegd. Het commentaar van de krant op het bevel Wilders toch te vervolgen is hier te vinden.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
