Volkenrecht speelde geen rol bij steun Den Haag aan inval Irak in 2003
Het volkenrecht speelde bij de steun aan de inval in Irak in 2003 nauwelijks een rol. Fijn als het uitkomt, maar zo niet dan gaat de politieke band met de VS gewoon voor. Uit het rapport van de Commissie Davids doemt een deprimerend beeld op van een rechtsgebied dat juist als hoeksteen van Nederlands buitenlands beleid geldt.
De commissie Davids schrijft in de conclusies dat de kwestie van de volkenrechtelijke legitimatie van de inval in Irak ‘ondergeschikt werd gemaakt’ aan de beleidslijnen van Buitenlandse Zaken uit 2002. „Het besluit de inval in Irak te steunen was vooral gebaseerd op overwegingen die waren ontleend aan de buitenlandse politiek”. Door het ontbreken van een „solide volkenrechtelijke grondslag” en door zijn beleid te grondvesten op een „volkenrechtelijk standpunt dat niet goed te verdedigen viel”, bewees het kabinet „zichzelf geen dienst”, aldus de Commissie.
De veiligheidsresoluties uit de jaren negentig over Irak gaven trouwens ‘geen adequaat mandaat’ voor het ingrijpen van de Britten en Amerikanen. De commissie maakt op pagina 271 ook gehakt van de zogeheten ‘corpustheorie’ die de Nederlandse regering aanhing. Die redenering luidde dat het ‘samenstel’ (lichaam, corpus) van de VN resoluties over Irak samen een rechtvaardiging van de militaire inval vormden. Die theorie was een Britse uitvinding en werd overgenomen door het kabinet dat daarover geen advies vroeg aan het eigen ministerie van Buitenlandse Zaken of Defensie.
Ook was het Nederlandse beroep op een ‘wezenlijke schending’ door Irak van zijn plicht tot ontwapening niet geldig. Dat begrip komt voor in het verdragenrecht en geeft een verdragpartij het recht om zelf tegenmaatregelen te nemen. Maar ‘in dit geval kan dat alleen de Veiligheidsraad zijn’, aldus de Commissie. Niet individuele lidstaten. ‘Het hek raakt immers van de dam’ als bijvoorbeeld militair machtige VN landen eigenmachtig ‘zich opwerpen als deurwaarders voor uitvoering van besluiten van de Veiligheidsraad’. De ‘eigen afweging’ die Nederland steeds zei te willen maken kon hierop ook geen betrekking hebben. Het vaststellen of Irak z’n volkenrechtelijke plichten ‘wezenlijk schond’ is ook voor Nederland geen eigen bevoegdheid.
De adviezen die het kabinet wel vroeg aan Buitenlandse Zaken waren overigens niet tot stand gekomen „op basis van een degelijke en actuele juridische voorbereiding”. Dat er op het ministerie van Buitenlandse Zaken verdeeldheid heerste over de rechtsgrondslag van geweldgebruik tegen Irak noemt de commissie „hoogst ongelukkig” en schadelijk voor het aanzien van de overheid. Lees hier berichtgeving op deze site over het beruchte memo DJZ/IR/2003/158.
Het commissielid Van Walsum, oud topdiplomaat, heeft in het rapport een ‘kanttekening’ laten plaatsen. Hij zegt dat een ‘verantwoordelijke regering zich niet alleen door de regels van het volkenrecht maar ook door de eisen van de internationale politiek laat leiden”. ‘Vitale politieke doelstellingen’ kunnen niet steeds voor het volkenrecht wijken. Achteraf had hij het beter gevonden als de regering meteen had duidelijk gemaakt dat er voor de inval „volkenrechtelijk geen overtuigende rechtsgrond was”. Dat had inderdaad veel vrome taal gescheeld.
Het complete rapport is hier te vinden.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
