Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 44: Asielzoeker verliet Nederland een paar dagen en krijgt nu geen pardon

asielzoekerEen uitgeprocedeerde asielzoeker wordt geweigerd voor de pardonregeling. Hij verbleef sinds 2001 drie dagen in Frankrijk. Met commentaar van NJB-medewerker Carolus Grütters, onderzoeker migratierecht  aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

De zaak.
Een 31-jarige asielzoeker uit Sierra Leone vraagt om in aanmerking te komen voor de zogeheten pardonregeling. Die is bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers die sinds 1 april 2001 onafgebroken in Nederland zijn. Zij moeten Nederland in die periode aantoonbaar niet hebben verlaten.

De feiten.
Deze man was echter in 2001 één dag in Frankrijk en werd meteen teruggestuurd. In 2005 was de man twee dagen in Frankrijk om medische redenen. Maar ook ‘uit wanhoop’: hij diende er een asielverzoek in. Maar keerde snel terug ‘toen bleek dat hij in Frankrijk geen opvang kon krijgen’. Er is dus hard bewijs dat hij in negen jaar verblijf in Nederland drie dagen in Frankrijk verbleef.

Wat besloot de IND?
Die weigert de man voor de pardonregeling omdat zijn verblijf in Nederland ‘niet ononderbroken’ was. Die ene dag dat hij in Frankrijk was wordt niet meegeteld. Dat gebeurt pas als er duidelijke indicaties zijn dat de asielzoeker zich inderdaad elders heeft willen vestigen. Dat neemt de IND pas aan als iemand langer dan twee weken in het buitenland was, er een asielverzoek indiende of als er ‘anderszins indicaties’ zijn dat hij wilde verhuizen. De twee dagen verblijf in Frankrijk uit 2005 telt de Staat daarom wel mee. Een asielverzoek indienen is een duidelijk bewijs dat iemand Nederland wil verlaten.

Welke argumenten voert de asielzoeker aan?
De kern is dat zijn Franse asielverzoek niet serieus genomen moest worden. En dat de Staat bij de pardonweigering naar alle omstandigheden had moeten kijken. Zijn wanhopige situatie, de achteraf zeer korte duur van zijn Franse verblijf, zeker in verhouding tot de twee weken die alle asielzoekers sinds 2001 buiten Nederland mochten mogen verblijven. Dan is het niet eerlijk om die twee dagen zo zwaar te rekenen: dat is rechtsongelijkheid. Ook staat er in de wet dat bij ‘bijzondere omstandigheden’ de overheid niet verplicht is beleidsregels te volgen als de uitkomst ervan ‘onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen’. De man zegt destijds ziek te zijn geweest: de pardonregeling is juist ingesteld om mensen zoals hij te helpen. Een weigering is onredelijk zwaar.

Wat zegt de rechter?
De asielzoeker heeft niet gewezen dat hij destijds niet echt de bedoeling had om zich in Frankrijk te vestigen. Wie ergens asiel vraagt er ook wil gaan wonen, is volgens de rechtbank een redelijke conclusie van de IND. Ook het feit dat hij snel terugkwam toen zijn asielverzoek geen opvang ‘genereerde’, steunt dat. Van ongelijke behandeling ten opzichte van asielzoekers die twee weken weg ‘mochten’ blijven is ook geen sprake. De gevallen zijn immers niet gelijk. De ene categorie vroeg wel asiel, de andere niet. De pardonregeling is verder niet bedoeld om asielzoekers met medische problemen te helpen, die overigens door de man niet zijn aangetoond. De conclusie dat de man volgens de wet dus ‘niet ononderbroken’ in Nederland was sinds 2001 klopt dus. Hij moet vertrekken.

Lees hier de uitspraak van de vreemdelingenrechter.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Lees meer over:
bewijslast

12 reacties op 'Uitspraak 44: Asielzoeker verliet Nederland een paar dagen en krijgt nu geen pardon'

NJB-medewerker Carolus Grütters, onderzoeker bij het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen en auteur van het boek Praktijk van de Pardonregeling (Sdu)

Is de Pardonregeling een Europese regeling?

Het doel van de Pardonregeling was om de achterstand van ruim 30.000 asielverzoeken die nog onder de oude vreemdelingenwet waren ingediend nu eindelijk ‘in-een-klap’ weg te werken. Een van de overwegingen daarbij was dat de doelgroep moest worden beperkt tot die asielzoekers die nog steeds in Nederland verbleven. Men wilde immers geen pardonvergunning verstrekken aan vreemdelingen die ooit in Nederland een asielverzoek hadden ingediend, maar na afwijzing daarvan naar een ander land waren gegaan.

In de Pardonregeling werd daartoe het vereiste van ‘ononderbroken verblijf’ opgenomen. Omdat de controle daarop problematisch zou kunnen zijn, werd in de Pardonregeling expliciet aangegeven dat het niet voldoen aan dit vereiste kon worden afgeleid uit de omstandigheid dat de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland was vertrokken.

Tijdens de uitvoering van de Pardonregeling rees echter al snel de vraag welke concrete situaties nu onder deze kwalificatie ‘aantoonbaar vertrek’ vielen. Boodschappen doen over de grens, het ondergaan van een medische behandeling of gewoon even weg? Als nadere invulling werd vervolgens gesteld dat de intentie van de asielzoeker om zich in het buitenland te vestigen van belang was. Maar ja, het vaststellen van iemands intentie kan niet op dezelfde wijze plaatsvinden als het meten van iemands schoenmaat. De intentie om zich te vestigen in het buitenland werd derhalve ‘afgelezen’ uit de omstandigheid dat iemand langer dan twee weken buiten Nederland was geweest dan wel een asielaanvraag in een ander land had ingediend.

In de uitspraak van deze week is juist de vraag naar die intentie aan de orde.
Een asielzoeker uit Siërra Leone vraagt eerst in Nederland onder de oude vreemdelingenwet asiel aan. Jaren later vraagt hij in 2005 eveneens asiel aan in Frankrijk maar is na 2 dagen weer terug in Nederland.

De periode buiten Nederland, is in ieder geval korter dan twee weken en is dus niet problematisch. De omstandigheid dat de asielzoeker in Frankrijk asiel heeft aangevraagd is lastiger. In eerste instantie lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat iemand die in een land asiel aanvraagt zich ook daar wenst te vestigen. In de EU hebben de lidstaten echter afgesproken dat een asielverzoek maar in één land kan worden ingediend. Elk land dat daarna wordt geconfronteerd met dezelfde vreemdeling als asielzoeker, stuurt deze vreemdeling direct terug naar dat eerste land. Deze regel is geformuleerd ter voorkoming van het fenomeen asielshoppen en wordt al enige jaren consequent toegepast.

In wezen betekent dit dat de EU in de praktijk maar één asielprocedure heeft, zij het aan verschillende nationaal vormgegeven loketten. Het indienen van een (tweede) asielverzoek bij een andere EU-lidstaat is dan zinloos omdat het daar niet in behandeling zal worden genomen en de betreffende vreemdeling onmiddellijk zal worden teruggestuurd naar – in dit geval – Nederland. De vraag is dan of er nog steeds sprake kan zijn van de intentie om zich buiten Nederland te vestigen als de kans op succes bij voorbaat nihil is.

Dat roept de vraag op of de intentie om zich buiten Nederland te vestigen niet zou moeten worden gelezen als de intentie om zich buiten de EU te vestigen.
En dat is in deze casus niet het geval.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Juridische haarkloverij waar uiteindelijk niemand iets mee opschiet.

De kern van de zaak is dat iemand met ambitie en doorzettingsvermogen kapotgemaakt wordt door de bureaucratie. Dat doen we willens en wetens, omdat “we” minder asielzoekers willen.

Maar is deze behandeling nu humaner dan ze gewoon op willekeur of lottotrekking afwijzen of toelaten?

D.Verbaan.

De regel is zwart-wit. De minister moet goede regels maken. Het zoveelste slachtoffer van bureaucratie.

Mariëtte Glaser

Het lijkt zo simpel. Iemand heeft na 4 jaar onzekerheid, mede veroorzaakt door de toenmalige laksheid van het asielzoekersbeleid in Nederland, ook in een ander land een aanvraag ingediend. Mijn veronderstelling is dat hij in zijn wanhoop hoopte daarmee een nieuwe kans te maken en zeer waarschijnlijk van te voren onvoldoende voorlichting heeft gekregen welke mogelijke consequenties er aan deze stap verbonden waren.
Alsof het om een onwettelijk verwerpelijke daad gaat wordt nu eind 2009 beslist dat iemand die 2 dagen in Frankrijk is geweest, met deze daad al zijn mogelijkheden om voor de pardon regeling in aanmerking te komen verspeeld heeft.
Het moet mij van het hart, dat het me zeer gestoord heeft dat gedurende lange jaren mensen in onzekerheid zijn gehouden die met gegronde reden asiel hebben aangevraagd, zonder recht op werk en scholing. En dat het me zeer verbaasd dat in dit geval deze man uit Sierra Leone die nu tenminste al bijna 9 jaar in Nederland woont met dergelijke regels alsnog afgewezen wordt.

J.Noordam

Terechte toepassing van de regels.
En waar blijkt uit dat deze man overloopt van ambitie en doorzettingsvermogen? Eerder het tegenovergestelde; dan was hij niet naar Frankrijk gegaan om daar zijn geluk te beproeven maar was in Nederland gebleven om zijn zaak hier te bepleiten.
En de echte doorzetters vinden in eigen land wegen om daar te zaken op te bouwen, en daar hun bijdrage aan te leveren. Maar die ambitie ontbreekt!

Filip S. de Goede

“Dat roept de vraag op of de intentie om zich buiten Nederland te vestigen niet zou moeten worden gelezen als de intentie om zich buiten de EU te vestigen”

Ik vind dit een enigszins vreemde argumentatie van de NJB-medewerker. Aangezien, voor zover ik weet, ook Noorwegen en Zwitserland dezelfde regels hanteren maakt een verzoek alleen kans buiten Europa. Het “intentie”-argument verwordt dan tot een dode letter. Ten eerste mag niet verondersteld worden dat grote groepen de middelen hebben om een asielprocedure buiten Europa voort te zetten of dat het aannemelijk is dat een asielzoeker zijn positie in Europa opgeeft voor een verzoek in landen er direct omheen. Ten tweede wordt op deze wijze de haalbaarheid van de intentie het criterium. Ook in bijv. Australie, Japan of de VS maakt een dergelijk verzoek geen enkele kans, maar zou er dan wel aan het “intentie-argument” voldaan zijn ? Natuurlijk niet een reis buiten Europa op kan, gelet op de omstandigheden, alleen maar beschouwd worden als de ‘intentie’

Hoewel de beleidsregel dat intentie blijkt uit een asielverzoek in den vreemde ook een erg magere onderbouwing is (er zijn nogal wat alternatieven) verdient het wel de voorkeur om de argumentatie van de rechtbank boven de “dode letter” waar dhr. Grutters voor pleit.

H.J. de Vries

Het valt mij op dat er eigenlijk niet meer reacties op dit bericht zijn gekomen. Heel NL wil toch al die mensen het land uit hebben? Of juist reacties van de “linkse elite” die van schande spreken.

Ik kan mij geheel vinden in de opmerking van Martin, maar ben ook van mening dat er juridisch wat aan de uitspraak schort.. Veel hangt aan de “intentie” van de vreemdeling die zou blijken uit de asielaanvraag. En er zijn overwegingen ten aanzien van de medische omstandigheden en artikel 4:84 Awb..

Uit het indienen van de asielaanvraag zou je ook juist de intentie kunnen lezen dat betrokkene zich nimmer in dat tweede land heeft willen vestigen. Het indienen van de asielaanvraag is immers DE manier om ze snel mogelijk te worden teruggestuurd. Ook asielzoekers weten van het bestaan van de Dublin verordening…

Ten aanzien van de overwegingen ex 4:84 Awb oordeelt de rechter wel heel makkelijk dat de medische aspecten niet kunnen worden betrokken. “De medische problemen van eiser zijn geen omstandigheden die te relateren zijn aan de met de pardonregeling te dienen doelen.” Opvallend is dat de rechter in zijn uitspraak in het geheel geen overweging heeft gewijd aan de doelen van de beleidsregels… En het moge misschien zo zijn dat de medische omstandigheden niks te maken hebben met de “doelen van de beleidsregels”, maar daar gaat 4:84 Awb niet over. Artikel 4:84 Awb zegt dat je moet afwijken indien het volgen van de beleidsregels wegens bijzondere omstandigheden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Artikel 4:84 Awb, maakt/legt geen relatie tussen de aard van de omstandigheden en de te dienen doelen van de een beleidsregel.

Als het doel van de pardonregeling gelegen is in het oplossen van een probleem van moeilijk tot niet uitzetbare mensen en een eind maken aan rechtsonzekerheid. En daarnaast ook een oplossing vinden voor het stuwmeer aan zaken die zijn ontstaan onder de oude VW, dan zal wellicht een andere afweging gemaakt moeten worden. Helemaal als deze doelen juist gediend kunnen worden door af te wijken en het handhaven van de regel tot een situatie leidt die onevenredig bezwarend is voor de betrokkene….

Jan Mango

Ik denk dat de invalshoek van sommige van de schrijvers hierboven onjuist is, en wel hierom. De Tweede Kamer heeft besloten dat er een pardonregeling moest komen. Vervolgens heeft de bewindspersoon in nauw overleg met diverse politieke partijen een beleid vastgesteld over wie een verblijfsvergunning zou moeten krijgen, maar ook: wie niet.

De politiek heeft onder meer besloten dat personen die in een ander land asiel hadden aangevraagd niet onder de het pardon vielen. Ook is bewust gekozen ten behoeve van de uitvoering ervan de regeling zo simpel mogelijk te houden, dus geen mitsen en maren die alleen maar tot interpretatieverschillen en dus weer tot nieuwe procedures zouden leiden.

In dit geval staat het vast dat deze persoon asiel in een ander land heeft aangevraagd. Er zijn in het beleid bewust geen mitsen en maren opgenomen die dit verschoonbaar zouden maken (zoals medische omstandigheden). Dus: de casus is zo helder als glas, de persoon valt niet onder het pardon.

De bewindspersoon heeft een volledige beleidsvrijheid op dit punt. Er is geen dwingende (inter-)nationale regelgeving van toepassing. Argumenten over `intenties` zijn bij de uitvoering van het beleid zinloos. De uitvoerende macht (de IND) en de rechterlijke macht (die controleert of de IND juist heeft gehandeld) hebben op grond van de scheiding der machten niet de bevoegdheid alsnóg een andere draai aan het geheel te geven. Ook artikel 4:84 Awb kan op dit geval niet worden toegepast: dat deze persoon niet onder de pardonregeling valt is niet een onvoorziene omstandigheid maar een logisch gevolg van het uitvoeren van het beleid.

Juridisch gezien is deze casus noch bijzonder, noch ingewikkeld. Dat deze casus voor dit gremium is uitgekozen is dan ook vreemd. Het suggereert dat de IND en/of de rechter tot een andere uitspraak hadden moeten of kunnen komen. Dit is niet het geval, zij hebben daartoe simpelweg niet de bevoegdheid.

De kern van de zaak is het politieke besluitvormingsproces waaruit deze keuzes zijn voortgekomen. Daar kun je het mee eens zijn of niet.

Eduard Pijl

Het is weer op Nederland op z’n smalst. Regels om de regels. Dezelfde onredelijkheid hebben wij zelf meegemaakt tijdens een periode van aanvraag van een verblijfsvergunning voor mijn vrouw. Ze mocht het land niet uit, terwijl een huwelijksreis niet erg ongebruikelijk is. Toen ik ging bellen met immigratie begon de ellende. Als je na meerdere malen doorverbonden te zijn geworden uiteindelijk iemand te spreken kreeg bleek deze veelal de Nederlandse taal zelf niet erg machtig. Er was niemand die ons ook maar iets kon uitleggen en verder kon helpen. Het deed ook weer denken aan die dame bij gemeente Amsterdam die, ook nauwelijks verstaanbaar, suggereerde dat ik misschien maar 2 weken niet moest autorijden omdat ik mijn rijbewijs moest inleveren en maar te wachten had op een nieuw exemplaar. Dat was toen ik te kennen gaf niet zonder rijbewijs te willen autorijden. Onze overheid en al zijn ABU’s (Ambtenaren met Behoud van Uitkering) denken zelden in oplossingen. Regels zijn hier voor de regels. Basta.
Het is toch al belachelijk dat zo’n asielprocedure jaren in beslag neemt. Je zou als verantwoordelijke, minister of andere ABU, niet jezelf durven aan te kijken in de spiegel als zo’n procedure jaren moet duren. Ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige Nederlander ben die zich veelal achterover schaamt voor dit land

A. van der Walle

Het betreft een uitgeprocedeerde asielzoeker, die zonder pardonregeling Nederland al lang had moeten verlaten. De pardonregeling is met een stem meerderheid door een kersverse 2e kamer afgedwongen. De pardonregeling is een braakbal van politiek sentiment als persoonlijke reactie op mevr. Verdonk (ijzeren Rita). De regeling vond geen steun onder de bevolking doch slechts in het Haagse pluche, dat mevr. Verdonk een lesje wilde leren.
Mijn mening is, dat wie niet 100% voldoet aan de criteria gewoon uitgezet moet worden. Er zijn in NL ook VWO leerlingen, die op 1/100 van een punt hun eindexamen of de norm niet halen en daardoor voor hun droomberoep uitgeloot worden.
Juridisch lijkt het mij ook vrij simpel. Er is een asielverzoek in alle instanties afgewezen. De asielprocedure is formeel afgesloten. Er is hooguit sprake van een verzoek om gedoogd te worden. De norm hiervoor wordt op een klein punt niet gehaald. Gevolg… uitgeloot. En terecht!!

Ton Doesburg

90% Van de zogenaamde asielzoekers is gewoon immigrant. Deze uitgeprocedeerde man kwam niet in aanmerking voor politiek asiel, en dus is hij hier gekomen voor een(economisch)beter leven. Anders niet.Dat is best te begrijpen, maar Nederland kan niet alle mensen opnemen die het in Afrika, Azië en Zuid-Amerika niet naar de zin hebben. Dus: veel eerder terug sturen. En voor de krant: hou op met het gebruik van het woord asielzoeker, want nog geen 10% van de mensen die dit land bereiken, is dat ook. Noem het beestje bij de naam: immigrant.

Aad Molenkamp

Ik kan niet geloven dat voor iemand die voor drie dagen in Frankrijk verblijft (Hoe controleer je dat?)
het immigratie doek valt, na negen jaar Nederland.
Hier moet iets anders achter zitten en Folkert J. zou dat moeten uitzoeken en niet dit larmoyante verhaaltje schrijven.
Dit kan een rechter of wie dat dan ook beslist en uitspreekt niet zonder lachen doen. Toch?
Ik ben het trouwens 100% eens met #11 Ton Doesburg.
Asielzoekers: gemiddelde leeftijd:24, geslacht: mannelijk, wensen: BMW, leren jasje en mobieltje.