Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Kan de burgemeester de onderwereld aan?

casarossoHoe voorkom je dat bepaalde branches worden overgenomen door de georganiseerde misdaad? Volgens de ene jurist, hier in het Nederlands Dagblad is de wet Bibob, die het mogelijk maakt om integriteit van ondernemers te toetsen, een gedrocht. Volgens de andere jurist tevens CDA-Kamerlid, heeft de overheid hiermee juist een ‘stuk naïviteit afgeschud’.

Bibob
staat voor Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur. De wet maakt het voor lokale overheden mogelijk om ondernemers die een vergunning vragen te screenen door inzage in de vertrouwelijke registers van politie en justitie. Lees hier een evaluatie van het adviesbureau Berenschot uit 2007 die positief uitviel.

De toepassing van de wet leidde de afgelopen jaren met grote regelmaat tot procedures bij de bestuursrechter. En daarbij trok de overheid regelmatig aan het kortste eind. Een terugkerend probleem is het functioneren van het Landelijk Bureau Bibob. Lees hier de kritiek van Fort Advocaten.

Maar ook rechters hebben forse kritiek op het LBB blijkens de volgende uitspraken. De Raad van State veegde in 2008 de vloer aan met een vergunningsweigering door de gemeente Groningen. De rechtbank van Haarlem vond het al niet beter bij een vergunningsaanvraag in Zandvoort. En onlangs veegde de rechtbank in Alkmaar de vloer aan met een besluit om de grootste bordeelexploitant op de Achterdam een vergunning te weigeren. Burgemeester Piet Bruinooge van Alkmaar zei deze week dat hij er ‘blind op wil kunnen vertrouwen’ dat de adviezen van het bureau voldoende betrouwbaar zijn. Hij vindt dat de rechter zulke strenge eisen stelt dat de wet nu is uitgehold.

Uit cijfers van de gemeente Amsterdam kan worden afgeleid dat Bruinooge een punt heeft. In meer dan vijftig procent van de gevallen waarin het LBB negatief adviseerde over een vergunningsaanvraag, kende de gemeente Amsterdam uiteindelijk toch een vergunning toe.

De ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie hebben nu reparatiewetgeving in de pen. Zij willen burgemeesters meer bevoegdheden geven. Volgens de Alkmaarse burgemeester Piet Bruinooge gaat de overheid daarmee voorbij aan de kern van het probleem: het niet goed functioneren van het Landelijk Bureau Bibob.

Wat vindt u:  Moet de burgemeester zelf inzage krijgen in de vertrouwelijke registers, zoals het kabinet voorstelt? Of moet het Landelijk Bureau Bibob zijn werk beter gaan doen, zodat de burgemeesters daarop bij de rechter kunnen vertrouwen?

Auteurs: Jos Verlaan en Jan Meeus

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.


Geplaatst in:
Bestuursrecht
Lees meer over:
Bibob
burgemeester
integriteit

5 reacties op 'Kan de burgemeester de onderwereld aan?'

Jan-Willem Navis

Het lijkt mij beter van niet, het LBB is immers opgericht om ervoor te zorgen dat de vertrouwelijke registers vertrouwelijk blijven, dat was volgens mij het idee achter de wet. Voor burgemeesters/stafambtenaren gelden natuurlijk dezelfde bezwaren als die IJsendijk heeft tegen het LBB, namelijk dat ze niet genoeg inhoudelijke kennis van strafzaken en -dossiers heeft om een goed oordeel te kunnen vellen. De meest opvallende uitspraken (m.n. de hierboven gelinkte) zijn heel uitgebreide vonnissen, waarbij de bestuursrechter bijna spreekt als strafrechter. Gezien de aard van de zaken lijkt me dat ook nodig.
Daar komt bij dat in een aantal gevallen burgemeesters de schijn tegen niet afdoende hebben kunnen ontkrachten, dat ze een bibob-procedure gebruiken om vraagstukken van ruimtelijke ordening op te lossen (de gijzeling in Almelo, 1012-project in Amsterdam)

Ben Joos

Ik vind dat bibob nog beter moet functioneren en de burgemeesters niet het laatste woord hebben.
Is beter voor de intregiteit.
Ben Joos

C. Wildschut

Ik sluit me van harte aan bij de opmerkingen van de heer Navis. Dat het LBB bestaat en dat vertrouwelijke gegevens niet verder komen dan dat bureau is heel gezond (een weldaad in onze samenleving waar de overheid te pas en te onpas de hand legt op onze persoonlijke gegevens!). Maar dan moet het LBB wel deugdelijke adviezen afgeven, een advies (al is het maar deels) gebaseerd op krantenknipsels en ‘waar rook is, is vuur’-suggesties, kán niet gebruikt worden om de rechten van burgers in te perken. Daar zal toch ook iedereen het mee eens zijn, zelfs de heer Haersma van het CDA.

Rob IJsendijk

Wat Navis zegt is m.i. juist: de ambtelijke staf van de burgemeester moet straks hetzelfde gaan doen als de medewerkers van het LBB nu, namelijk het beoordelen van (kleine) fragmenten uit (veelal grote) strafdossiers. Met alle respect, maar als speciaal daartoe aangestelde amtenaren bij justitie daar al de nodige beperkingen bij ondervinden hoe denkt de minister dan dat een ambtenaar die dit naast zijn vaste taken moet doen daar wel toe in staat zou zijn?

De veronderstelling dat de bestuursrechter in een aantal gevallen spreekt als strafrechter is bovendien onjuist. De rechter moet simpelweg de feiten toetsten op grond waarvan deze meent de bevoegdheid ex art 3 Wet Bibob te kunnen gebruiken.
Die feiten zouden moeten blijken uit het advies van het LBB en hoeven niet “wettig en overtuigend” bewezen te zijn zoals in het strafrecht. Die feiten hoeven niet meer dan “aanemelijk” te zijn zoals volgt uit de uitspraak van de Raad van State in de Yab Yum zaak. Vervolgens behoeft er niet meer dan een vermoeden te zijn dat de vergunninghouder “in relatie staat” tot die strafbare feiten. Op basis van aanemelijke feiten en een vermoeden omtrent een relatie tot die “feiten” kunnen burgemeesters de bibob-bevoegdheid gebruiken. Rechters toetsen die aanemelijkheid en vermoedens, meer niet. Als er nog minder aangetoond zou moeten worden (wat P Bruinooge kennelijk wil) wordt definitief de deur open gezet voor willekeur.

De Raad van Sate wil nog wel eens de beoordeling van het onderliggende feitencomplex (te) marginaal toetsen. Dat is m.i. in strijd met de kerntaak van de rechterlijke macht. Een overweging in de trend van “dat de burgemeester er vanuit mocht gaan dat de onderneming binnen een crimineel circuit is gebracht” spreekt in dat verband boekdelen en impliceert wel erg veel begrip voor bestuurlijke dilemma’s.

Van de nieuwe wet hoeven we derhalve niet veel verbetering te verwachten. Welliswaar kunnen burgemeesters nu ook zelf onderzoek gaan doen en zich daarmee vergewissen van de juistheid van de conclusies van het LBB, maar gezien de ambtelijke beperkingen is dit geen garantie voor verhoging van de kwaliteit. Integendeel.

Voorbeeld: bibob en de vastgoedfraude.
Het is aanemelijk dat werknemers van grote vastgoed ondernemingen (Bouwfonds, Philips pensioenfonds ed) zich schuldig maakten aan strafbare feiten (fraude), dat die feiten zich hebben voorgedaan binnen de sferen van de vergunningactiviteit bouwen en dat de (bouw)vergunninghouders in relatie staan tot die strafbare feiten (fraude). Bouwfonds etc waren immers werkgevers van de daders. Op grond van deze toets van de feiten kan ik vaststellen dat J Cohen bevoegd is de bouwvergunningen voor de Zuidas in te trekken. Daar heb ik geen LBB-onderzoek voor nodig. In geval van een rechtzaak zou de rechter dit vol moeten toetsen. De beslissing van Cohen de bevoegdheid niet te gebruiken en de bouwvergunningen niet in te trekken kan slechts marginaal getoetst worden. Daarbij kunnen immersa allerlei bestuurlijke, politieke en doelmatigheidsoverwegingen een rol spelen.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Schandelijk is dat het principe van hoor en wederhoor overboord gezet wordt in dit soort procedures.

En, hoewel er van formeel stafrecht geen sprake is, is sociale uitsluiting wel degelijk een zeer zware sanctie.

Om deze zo zonder omhaal uit de kast te trekken is schandalig, en lokt dan ook keer op keer de gepast maatschappelijke reactie uit.