Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 39: Zijn ouders aansprakelijk voor de websites van hun kinderen?

cruijff

Johan Cruijff (Foto: Bas Czerwinski)

Moeten ouders schade vergoeden als hun kinderen websites publiceren en daar met foto’s inbreuk op auteursrechten maken? Met commentaar van NJB-redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg en Eric Tjong Tjin Tai, hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.


De zaak.

Een jongen van 15 beheert samen met een paar vrienden uit liefhebberij een website over voetbal, met berichten, nieuws, beelden, uitslagen en columns. Zij plaatsen tot twee keer een foto van Johan Cruijff zonder toestemming van de maker. De jongens plukten de foto van internet met behulp van de afbeeldingenzoeker van Google. Bij de foto was niet vermeld dat er auteursrechten op rustten. Maar toch wordt de jongen in een eerdere rechtszaak veroordeeld tot een schadevergoeding van ruim 4000 euro. De jongen betaalt alleen niet. In deze zaak probeert de fotograaf het geld los te krijgen van de vader. Argument: de vader van de jongen had zijn zoon moeten beletten foto’s van anderen te publiceren zonder hun toestemming. De vraag is dus: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van ouders voor het handelen van hun kinderen op internet.

Wat zegt de wet?

De rechter moet deze bepaling uit boek 6:169 lid 2 van het burgerlijk wetboek toepassen. “Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een kind, dat de leeftijd van veertien jaren al wel maar die van zestien jaren nog niet heeft bereikt, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, aansprakelijk, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet”. Hadden de ouders dit gedrag dus moeten beletten en kan hen dat worden verweten?

Wat gebeurt er op de zitting?
Daar wordt wat geharreward over het feit dat de site kennelijk wordt gesponsord en bovendien is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Maar de rechter vindt de verklaringen van de ouders en hun zoon aannemelijk. Dit is liefhebberij, geen commercie. Er worden wat kosten gemaakt en die worden vergoed door een relatie. Verdiend wordt er niets. De vader zegt dat hij zich ‘totaal niet’ heeft bemoeid met de site en dat zijn zoon veel meer van websites en computers weet dan hij.

Welke norm legt de rechter aan?
Hebben de ouders „gedaan wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze van hen kon worden gevergd”. Een 15 jarige heeft immers „al een zekere zelfstandigheid en [...] vrijheid van handelen”. Permanent toezicht van ouders kan dan niet worden verwacht. Een kind dat zich normaal ontwikkelt kan af met toezicht dat zich ‘binnen zekere grenzen’ mag afspelen. Als die vrijheid van het kind normaal is dan hoeven ouders in het algemeen niet te bewijzen dat ze geen schuld hebben omdat ze hun kind niet beletten schade te veroorzaken. Degene die schade leed moet bewijzen dat dit kind extra toezicht behoefde.

Hoe beoordeelt de rechter de feiten?
Kinderen die zelf een website onderhouden vindt de rechter ‘niets bijzonders’. Het onderwerp, voetbal, vindt hij onschuldig en ‘volstrekt normaal’. Van bijzondere omstandigheden was hier evenmin sprake. De vader had dus niet extra hoeven opletten wat zijn zoon op internet deed. Hij is daarom niet aansprakelijk.

Het vonnis van de rechter is hier te lezen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
auteursrecht
bewijslast
schadevergoeding

5 reacties op 'Uitspraak 39: Zijn ouders aansprakelijk voor de websites van hun kinderen?'

NJB-redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg

In wezen is dit een redelijk rechttoe rechtaan aansprakelijkheidszaak. Twee echt interessante en fundamentele vragen spelen op de achtergrond. Is er nog een toekomst voor het huidige auteursrecht op internet? En: waar liggen de grenzen wanneer ouders geacht worden het online gedrag van onze kinderen in de gaten te houden?

Wat betreft de eerste vraag: de fotograaf probeert het auteursrecht op zijn foto te handhaven en spant een procedure aan. Zo ook probeert de Stichting Brein momenteel krampachtig namens vele rechthebbenden het auteursrecht in de huidige digitale knip-en-plak samenleving overeind te houden. Brein procedeert zich suf. Haalt af en toe een (pyrrus)overwinning binnen, zoals op 26 augustus j.l. bij de rechtbank Utrecht in de zaak tegen de exploitant (Mininova) van een platform voor het uitwisselen van muziekbestanden. Overigens in die zaak niet! op grond van een auteursrechtinbreuk. En inmiddels lijkt de organisatie zo wanhopig dat het een (in potentie zeer lucratieve) heffing voorstelde voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal op Hyves-pagina’s. Het voorstel is gelukkig weer van de baan en gekker moet het niet worden. Evenals Brein lijkt de fotograaf in deze zaak nog niet te beseffen dat de wereld om hem heen is veranderd en de enige echte oplossing een zoektocht naar nieuwe exploitatiemodellen is.

En dan het tweede punt. Moeten ouders inderdaad permanent om het digitale hoekje kijken en hun kinderen behoeden voor misstappen op het Internet? Stiekem digitaal met de kids meekijken, verplicht hun surfgedrag filteren, mobieltjes checken of een klein chipje (RFID) in hun kleding implanteren – zoals ouders in de VS inmiddels doen. Technisch kan het allemaal. Bovendien: uw kinderen hebben toch niets te verbergen? Of toch wel? Gelukkig hoeven we van deze rechter nog niet zo ver te gaan.

NJB-medewerker Eric Tjong Tjin Tai, hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg

Internet is een virtuele wereld, maar heeft wel echte effecten. Kinderen kunnen daardoor grote schade toebrengen, denk aan de jongens die overheidwebsites platlegden. Als ouders ben je daar niet altijd van bewust: zou je kind met je messenset naar buiten gaan, dan zou je wel ingrijpen, maar hoe weet je dat je kind boos opzet in de zin heeft als hij achter de computer plaatsneemt?

Bijvoorbeeld is het op Internet gemakkelijk om auteursrechtinbreuk te plegen. Rechthebbenden kunnen daardoor snel inkomsten mislopen; dat zij daar streng achteraan gaan kan hen op zich niet kwalijk worden genomen. Maar zij verspelen veel sympathie doordat zij ook achter toevallige en betrekkelijk onschuldig inbreuken aangaan: de ‘blogtaks’ van Buma/Stemra voor het tonen van filmpjes op hobby-websites, de procedures die de Amerikaanse RIAA aanhangig maakt met absurde schadeclaims roepen weerstand op doordat zij niet alleen regelrechte piraterij bestrijden maar ook individuen die geen kwaad in de zin hebben en meer door onwetendheid dan kwaad opzet inbreuk plegen.

In deze zaak komen deze ontwikkelingen samen. Dat de fotograaf boos is vanwege onbevoegd gebruik van zijn foto is op zich begrijpelijk: hij moet daar immers zijn brood mee verdienen. Maar het is weinig sympathiek dat hij een evident onbedoelde inbreuk door een minderjarige met zulke grove middelen aanpakt, vooral omdat hij waarschijnlijk geen werkelijk nadeel heeft ondervonden van de inbreuk. Nog minder sympathiek is dat hij vervolgens bij de ouders het geld probeert te halen.

De kantonrechter lijkt dit ook zo te zien en maakt gebruik van de uitzondering in de aansprakelijkheid van ouders voor kinderen van 14 en 15 jaar. Die uitzondering wordt meestal niet snel gebruikt, maar in dit geval is dat wel op zijn plaats. Het is gangbaar en ook volkomen geoorloofd om je kind toegang tot internet te verlenen, en dat hij een website opent en beheert zul je meestal niet weten en hoeft ook geen argwaan op te wekken. Een voortdurende controle op inhoud geldt zelfs niet voor de internetprovider (zie art. 6:196c BW), dat kan dan ook niet van de ouders worden gevergd.

Hoewel dit voor deze zaak tot een juiste uitkomst leidt, blijft daarmee wel het probleem bestaan dat kwajongensstreken op Internet veel grotere gevolgen hebben dan in de gewone wereld. Daar geeft deze uitspraak geen oplossing voor.

hans.niemeyer

Men kan uitgebreid argumenteren over wel en niet zijnde verantwoordelijkheid
van ouders.
Het gegeven blijft, ouderzijn is een vrijwillige beslissing dus zijn ouders
ten alle tijden verantwoordelijk ( zeker tot de wettelijke leeftijd die daarvoor
in het algemeen aangehouden word).

Antje Hage

Men is op auteursrechtgebeid een beetje de weg kwijt bij de rechterlijke macht. Een markant gefotografeerde burger heeft opeens geen recht op eigen beeld en mag pontificaal op een stockfoto in de consumentengids afgebeeld worden. De kroonprins en prinses die huilend zeggen 24×7 aan het werk te zijn (met 26 vakanties per jaar) krijgen ineens wel privacyrechten toegekend terwijl dit voor bekende nederlanders helemaal niet kan.
Dit vonnis is ook totaal van de wereld.
De rechten van de fotograaf zijn zonder twijfel geschonden. Evident heeft de website met een sponsor een commercieel belang en de verklaringen van vader en zoon zijn gedemonstreerd leugenachtig. Is de rechter compleet naïef?
We zullen maar hopen dat de Burafo het hogerop zoekt. Als de jongeman zo handig met internet is wist de webknutselaar ook wel dat de foto van een bekende (en iedere onbekende) fotograaf onder auteursrecht valt. Om het betaling te vermijden had de jongeman beter een rechtenvrije foto kunnen nemen. Of niets. Met James Brown: als je niet betalen wil neem je maar andere muziek om te samplen.
En is het eigendomsrecht al aangepast naar aanleding van het vele stelen van onder andere fietsen? Dus waarom zouden rechtenhouders ineens wel hun werk moeten afstaan?

B.Oosterveen

Eigenlijk is de vraag meer hoe de jongen en zijn ouders op het verzoek van de fotograaf hebben gereageerd. Fotomateriaal op internet is vrij naar te linken en/of eenvoudig te kopiëren. Vooral als niet is aangegeven op de foto dat er rechten aan verbonden zijn. Als er gewezen wordt op de rechten door in dit geval de fotograaf, dan lijkt me de keuze om a. te betalen of b. de foto te verwijderen.

Als de foto wordt verwijderd, houdt de claim van de fotograaf op. Dit is in overeenstemming met de werkwijze van andere sites, vergelijk YouTube.