Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Vrijheid en gelijkheid – zo zijn 'Wij, burgers van…'

grondwet_1848_kl Vrijheid en gelijkheid zijn de waarden die ‘Wij, burgers van Nederland’ het vaakst noemen als er een aanhef voor de grondwet verzonnen moet worden. De posting van 1 augustus leverde ruim 100 reacties op en ruim 30 inzendingen per e-mail. Die staan vanaf vandaag ook online, met toestemming van de inzenders.

Twee uitgenodigde staatsrechtkenners van het Nederlands Juristenblad, Willem Witteveen en Inge van der Vlies kozen een winnaar.  Hieronder leggen zij uit waarom zij beiden, onafhankelijk van elkaar, de inzending van Wouter Beekman het mooist vonden. Hij schreef: ‘Wij, de burgers van Nederland, zijn verantwoordelijk voor onze rijk geschakeerde samenleving, die gebaseerd is op de beginselen van vrijheid, gelijkheid, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en  duurzaamheid. Ons land is een open, democratische en pluriforme rechtsstaat, en maakt deel uit van een sterk en bezield Europa.’

Het aantal reacties overtrof onze verwachtingen. De tien meest genoemde kernbegrippen of idealen van het Nederlanderschap bleken:

1. Vrijheid

2. Gelijkheid

3. Welvaart

4. Respect

5. Democratie

6. Veiligheid, vrede

7. Openheid

8. Geluk, strijd tegen het water

9. Ontplooiing, verantwoordelijkheid,

10. Tolerantie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, dierenbescherming, solidariteit

Uiteraard was dit een aselecte steekproef, die geheel bestond uit ‘zelfmelders’ – (web)lezers die de opdracht de moeite waard vonden. De uitslag is dus vooral anekdotisch.

Sommige inzenders willen de  grondwet beginnen met een eigen  politiek programma. Bijvoorbeeld het  recht op „gezonde voeding, zuiver  drinkwater, zuivere lucht, liefdevolle sex, huisvesting en verwerven van middelen voor zijn of haar  bestaan”. (I.D. Broersma)

Natuurlijk klopte het politieke  thema van dit moment aan de  deur. Hoe nationaal, Nederlands,  patriottisch mag zo’n tekst eigenlijk zijn? In de meeste inzendingen bleef de Nederlander een wereldburger met een internationale, solidaire blik. „Wij, burgers van  Nederland, delen 99,9 procent van  onze genen met burgers, waar dan  ook”, meende S. Kollaard en dus is  „ons lot niet gescheiden van het  lot van wie dan ook”.

Dat nam niet  weg dat menigeen toch ook een  poging deed om de „eigen identiteit” van de Nederlander te definiëren. Volgens W. D. de Vries zit  die in de nationale geschiedenis  sinds Willem van Oranje, „onze  christelijk West-Europese cultuur  en de culturele instroom van onze  overzeese gebiedsdelen”.

Wat er ook van zij – de staatscommissie mag nu verder nadenken over de vraag of zo’n preambule nuttig is om de grondwet meer tot leven te brengen voor de burger. En als ze dat vinden, moeten ook zij met een tekstvoorstel komen. Het juridisch weblog De Uitspraak biedt dit vooronderzoek geheel gratis aan, ter inspiratie.

De lijst genoemde Nederlandse waarden op alfabetische volgorde is als volgt: asielrecht, bestaanszekerheid, beleefdheid, burgerschap, democratie, driekleur, eenheid, eerlijkheid, eerlijk delen, eigen verantwoordelijkheid, gastvrijheid, gelijkheid, geloof, geluk, gezondheid(zorg), gezond verstand, gemeenschapszin, hoop, mensenrechten, monarchie, natuur- en dierenbescherming, nuchterheid, onverschrokkenheid, openheid, ontplooiing, onderwijs, passie, respect , rechtsstaat, rechtvaardigheid, scheiding kerk en staat, solidariteit, tolerantie, vrede, vrijheid, veiligheid, vechten tegen water, verdraagzaamheid, waardigheid, welvaart, wellevendheid, zelfbeschikking.

Of hebben we toch nog iets vergeten?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.




Geplaatst in:
Staatsrecht
Lees meer over:
grondwet

10 reacties op 'Vrijheid en gelijkheid – zo zijn 'Wij, burgers van…''

NJB-redacteur Inge van der Vlies, hoogleraar staatsrecht

Krachtig en mooi geschreven
Wij, inwoners van Nederland, laten ons geen knollen voor citroenen verkopen. Het voorstel om een preambule te formuleren maakt in brede kring dat gevoel los. Wat hebben we aan een preambule? We hebben meer aan goed beleid en het waarborgen van mensenrechten. En als er dan toch een preambule moet komen, dan maar een die dit gevoel tot uitdrukking brengt. Maar zo’n preambule vind ik niet zo mooi. Ook preambules die hoofdzakelijk naar het verleden verwijzen, trekken me niet zo aan. De gevoerde strijd tegen het water bijvoorbeeld slokt te veel op van de toegestane 52 woorden.
Een constitutionele preambule heeft in ieder geval betrekking op de ethische en juridische waarden van burgers en de samenleving, die de actuele politieke strijd ontstijgen. Verwijzingen naar verwerpelijke wensen van nationalistische partijen of de economische crisis of de invoering van het toetsingsrecht horen er niet in thuis.
Ik heb gezocht naar teksten die toch niet los zijn van de tijd waarin zij zijn geschreven. Die tijd biedt de aanleiding en zal de preambule kleuren. Het opstellen van de preambule voor de Bataafse Republiek stond in het feestelijke teken van de eerste nationale Grondwet. Deze keer zou de optekening in het feest van de verbondenheid met andere gemeenschappen, zoals de Europese en de internationale, kunnen staan.
Mijn selectie leidde tot de teksten die tot uitdrukking brengen dat de Nederlandse samenleving betrokken is bij bovennationale gemeenschappen en dat zij universele rechtsbeginselen huldigt. Daarbij moest weer gekozen worden tussen teksten met een accent op staatsrechtelijke beginselen als democratische legitimatie en controle, scheiding der machten en onafhankelijke rechtspraak en teksten met een accent op mensenrechten. Voor de zeggingskracht van de preambule koos ik voor het laatste accent. En dan natuurlijk moet het mooi en krachtig zijn geschreven. Er mag in de taal blijken dat de preambule een bijzonder karakter heeft. Een tekst in de stijl van een belastingaanslag is als preambule niet herkenbaar, hoe verantwoord de inhoud ook is. De tekst moet aanspreken en moet uit te spreken zijn. Dat blijkt een lastige eis. Die van Wouter Beekman is gewoon het mooiste geschreven en is wat mij betreft de beste.

NJB-medewerker Willem Witteveen, hoogleraar encylopedie van het recht in Tilburg

Poëtisch en verantwoordelijk
Heeft een grondwet een preambule nodig? Nee, natuurlijk. De juridische betekenis schuilt in de bepalingen die erop volgen. Mooie woorden vooraf vervullen hooguit een poëtische functie. Ze zeggen immers wie wij als burgers zijn, waar wij naar streven, wat we beschouwen als onze gezamenlijke politieke missie of staatkundige ideaal. Om zeggingskracht te hebben moet de preambule goed verwoord zijn en makkelijk in het gehoor liggen. Je moet zo’n tekst hardop kunnen voordragen zonder je te schamen. Het is een exercitie in verheven retoriek.
In de VS is dat goed gelukt. ‘We the people’: deze taalhandeling roept zomaar een volk van vrije en gelijke burgers in het leven. En dat volk somt een aantal waarden op, zoals rechtvaardigheid, veiligheid, orde en de zegeningen van de vrijheid, om zo een nog betere gemeenschap te worden. (‘to form a more perfect union’).
Ik heb de inzendingen langs de maatlat van deze poëtische functie gelegd. De versie van Wouter Beekman kreeg mijn voorkeur. ‘Wij, de burgers van Nederland, zijn verantwoordelijk voor onze rijk geschakeerde samenleving, die gebaseerd is op de beginselen van vrijheid, gelijkheid, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en duurzaamheid. Ons land is een open, democratische en pluriforme rechtsstaat, en maakt deel uit van een sterk en bezield Europa.’
Grondwetspoëzie is niet louter vorm; de vorm vult zich vanzelf met inhoud. Wat aanspreekt in deze tekst is dat de burgers zelf verantwoordelijkheid zeggen te nemen voor hun democratische rechtsstaat. Dit betekent een einde aan het afschuiven van verantwoordelijkheid naar andere instanties, alsof burgers zelf niets met politiek te maken hebben.
De vele mooie woorden houden evenzoveel lastige opdrachten in. Hoe geven we in een financiële crisis eigenlijk vorm aan de solidariteit, de rechtvaardigheid en de duurzaamheid? Wat moeten we doen als er strijd geleverd wordt tussen verschillende denkbeelden over vrijheid en gelijkheid? Het is aan de burgers om antwoorden te geven en het debat aan te gaan; ze moeten dat niet mokkend aan hun politieke vertegenwoordigers overlaten. En daarbij moeten we – als de burgers van Nederland die we door deze preambule heten te zijn – over grenzen blijven kijken. Dat sterke en bezielde Europa zullen we ook mede zelf moeten scheppen.

Jitso Keizer

Nederland heeft een piramidale samenleving met meer- en minderwaardigen. De eersten krijgen uit de schatkist, hetzij rechtstreeks of via een mooi baantje. De anderen zijn voor zo’n betrekking altijd minder geschikt, vooral indien ze geen lid van een politieke partij zijn. Ook kunnen zij in de vernederende Bijstand terecht komen. Zij worden niet goed vertegenwoordigd in het parlement, want dat is toch onmogelijk door personen die elke maand bijna tien mille vangen. Vandaar dat “Den Haag” geen referenda wil. Dat zou maar leiden tot machtsdeling en forse nivellering. De rechters doen aan het valse spel mee, beschermen de bovenlaag en profiteren zelf van de gemene hypotheekrenteaftrek en het geniepige pensioenfondsensysteem, beide de welgestelden voordeel opleverend dat in strijd is met het door het volk gewilde belasting betalen naar draagkracht. Die rechters bedotten ons door art 1 der Verklaring van de rechten van de mens niet te willen erkennen, terwijl al in het voorwoord van het door Nederland ondertekende Internationale Verdrag op Burgerrechten de inhoud van dat art bevestigd wordt en dus geldig is. Het art heeft ongetwijfeld trouwens ook materiele componenten, zoals recht op een eigen minimale plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen tegen je wil daar munt uit slaan. Zoals daar zijn huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken en professoren die overmatig salaris ontvangen, geld overhouden en arme lieden “helpen” aan een huurhuis. Als de huren tenminste hoog zijn.
Merk op dat art 3 van de huidige Grondwet volop gesaboteerd wordt. Immers impliceert het eerlijke en open sollicitatieprocedures en mag nooit voor het leven benoemd worden. In werkelijkheid wordt bijvoorbeeld 95% der bevolking, geen lid zijnde van een partij, de facto buitengesloten van het burgemeestersambt en als dergelijke practijk zich in de lagere regionen voortzet zal NL nog flink moeten stijgen op de lijst met corrupte landen.
Daarom in plaats van een preambule met vrijblijvend gepraat wellicht een belofte of eed: Ik beloof mij te zullen verzetten tegen ieder die zich met blauw bloed, politieke binding of Mammon’s hulp boven anderen tracht te verheffen danwel steun verleent en daartoe gepaste wapenen op te nemen.

J. van den Berg

Ik zou letterlijk de tekst van het eerste artikel van de Duitse grondwet overnemen. Die luidt ongeveer als volgt:

De menselijke waardigheid is onaantastbaar. Die te beschermen en te bevorderen is het doel van alle staatsmacht.

En wel omdat hiermee het beginsel wordt vastgelegd dat de staat er is voor de burger, en vooral niet andersom, en dat de staat de integriteit en de privacy van zijn burgers dient te respecteren. Dit principe wordt in onze controle, bemoeizuchtige en wantrouwende staat sterk verwaarloosd, zelfs in zoverre dat steeds vaker de bewijslast wordt omgekeerd, i.c. de verdachte wordt niet onschuldig verklaard tenzij het tegendeel wettig en overtuigend bewezen wordt, steeds vaker worden individuen bij voorbaat schuldig verklaard en ligt de bewijslast bij de verdachte.

Van Schaik

Bij een preambule zal met name naar voren moeten komen waarom, in materiele zin, een afspraak, een regeling, een wet, en dus ook een Grondwet op papier wordt gezet. Het is ook welhaast een dagelijks gebruik dat te doen. Men kijkt er de afkondigingen van wetten en regelingen in de Staatscourant maar op na. En verder zou zij een legitimatie van zichzelf moeten inhouden

Laten we daarom wel bedenken dat de mens in principe genoeg zou hebben aan een enkele universele wet: “Geniet ten volle van de tijd die u is gegeven op deze aarde, zie er op toe dat u dat zo lang mogelijk kunt doen, en doe dat alles op een wijze waarbij de ander, die dat vanzelfsprekend ook wil doen, geen schade of leed wordt toegebracht, en bied de ander bij zijn oprechte streven daarbij steun wanneer dat nodig is en wanneer dat binnen uw mogelijkheden ligt .” Punt. Elke andere bepaling is overbodig, en in wezen slechts een uitwerking daarvan.

Alle andere bepalingen ? Neen, want waar wij, niet in het minst tengevolge van het naleven van die ene wet, onvoorzien met zovelen de aarde, en met name bepaalde regios daarvan, zijn gaan bewonen, werd het allengs moeilijker aan deze universele grondwet in de praktijk ook daadwerkelijk vorm te geven, en werd de uitoefening van macht om de naleving van deze wet af te dwingen, als noodzakelijk ervaren. Als je tenminste wilt voorkomen dat elk dat voor zichzelf doet, want dan zou de wereld alleen maar uit Kain’s en Abels bestaan. Dat zal in de afgelopen hondduizenden jaren ook wel regelmatig zo zijn gebeurd, waardoor de bevolkingsaantallen weer op peil kwamen, en men weer een tijdje verder kon met alleen die ene wet, maar inmiddels zijn we zo ver dat dat macht uitoefenen ter naleving van die ene wet wordt geaccepteerd, en dus is gelegitimeerd. Dat macht uitoefenen kan met behulp van een God, en met een kaste van priesters, maar ook door dreiging met geweld of isolering of verbanning door een wereldelijke macht. En dus zal er naast die ene wet ook een wet moeten zijn die de naleving regelt. Bijvoorbeeld: “Het dorpshoofd beslecht de geschillen”

Al het overige dat wij verder hebben ontwikkeld, is in wezen slechts een uitwerking van dat oer-beginsel, dat wij ook in welhaast elke godsdienst terugvinden: “Heb uw naaste lief gelijk u zelf” of varianten daarop. Goed, vergissingen zijn er in de historie genoeg gemaakt, waarbij dat oerbeginsel geweld werd aangedaan, op soms verschrikkelijke wijze, en wetten wel heer ver ontaardden, maar we zijn als mensheid ook nog maar aan het inrijden, en dat herstelt zich steeds wel weer. Een wet houd uiteindelijk toch alleen dan slechts stand als zij in overeenstemming met het oerbeginsel is.

Een preambule van een Grondwet zou dan ook juist die oorsprong van de vele regelgeving moeten aangeven:

“Omdat wij met zovelen zijn, en in de tijd bewezen en beproefd is dat het beginsel, dat de mens zijn korte aardse bestaan alleen ten volle kan ervaren indien het gebaseerd is op enige vorm van samenleven en op het uitgangspunt dat de mens zijn naaste dient lief te hebben gelijk hemzelf, hebben wij daartoe – voor zo lang het stand houdt – het volgende afgesproken:”

Dat oerbeginsel, dat uiteindelijk ook de legitimatie van de wetgeving zelf is, mis ik in de bijdragen. Enige reflectie over de noodzaak van een wet, en dus ook van de Grondwet zelf, zou ik in zo’n premabule op zijn plaats vinden. Als we dan verder ook nog het renteverbod vastleggen in de Grondwet, en zo de wezenlijke oorzaak van machtsmisbruik, en het leegroven en de vernietiging van de aarde wegnemen, en een toetsing van elke afspraak, regeling of wet aan dat oerbeginsel opnemen, ben ik tevreden. Dan kunnen wetten ook wel wat korter.

J. van Vorden

Wat ik mis is een verwijzing naar “broederschap” of “sense of community”. “Solidariteit” en “eerlijk delen” komen enigszins in de buurt, “gemeenschapszin” is nog wat sterker, maar niet helemaal het idee dat mensen ook verantwoordelijk voor elkaar zijn.
Als bioloog kan ik er niet onderuit dat de mens een sociaal beest is, en dat het besest niet kan leven zonder dat anderen verantwoordelijkheid voor elkaar opnemen. Nu besef ik ook wel dat het tegenwoordig bon ton is om steeds maar eigen verantwoordelijkheid te roepen, en dat daar ook een sterke politieke kleur aan zit, maar het is in biologisch en moreel opzicht volgens mij onjuist om dit aspect te vergeten als basis voor een volk of een gemeenschap. Of we ons dan moeten beperken tot de nederlandse dan wel de europese dan wel de werreldgemeenschap is een punt van discussie die de staatscommissie mag meenemen.
De in het lijstje hier boven genoemde edele eigenschappen waarop een volk zich zal moeten of kunnen verenigen weerspiegelen in my humble opinion voortreffelijk het denken van de gegoede burgerij.

K Wijnne

Doet het er iets toe? Over een eeuw loopt Nederland onder water en worden de overgebleven gebieden aan Duitsland en Frankrijk toegevoegd. Dat geeft dan een nieuwe mening aan ‘ik ben van Duitschen bloed’ als de Nederlanders samen huddelen in Europese vluchtelingenkampen. “Vrijheid”? “Gelijkheid”? Ik hoop het maar.

D.Verbaan.

In de grondwet moet de verenigde macht van het volk weerklinken. Nu de koning alle macht heeft en de ministers daarvoor verantwoordelijk zijn, kun je het overige niet regelen zonder de instemming van de koning. Daardoor is de democratie een fopspeen en toneel. ” Wij het souvereine volk van Nederland.” Al het ander is wel waar, maar mist de “volkskracht”.

Marco Veldman

Op dit moment zijn havo4 en vwo4 leerlingen bij maatschappijleer bezig met het maken van een lijst met waarden die zijzelf belangrijk vinden. Interessant genoeg worden vrijwel dezelfde waarden genoemd als hierboven. Helaas verwijst de uitleg waarom een bepaalde waarde voor hem of haar belangrijk is, vaak een belang. Bijvoorbeeld: “Ik vind respect een belangrijke waarde, want als je zelf niet respectvol bent, zijn anderen dat naar mij ook niet.”

Ik heb dus nog werk te doen…

Marco Veldman
docent Maatschappijleer
mede-auteur van Seneca

j. Jan Willem van Waning

Zolang in onze Grondwet staat dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert (Art.90), mag revisionistische ‘Groot-Israel’ zionist Geert Wilders geen deel uitmaken van enig kabinet.
Laat dat duidelijk zijn bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Het nastreven van een Groot-Israel waar geen plaats is voor een soeverein Palestina met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, is strijdig met alle VN/VR-resoluties terzake.

Art. 93 van de Grondwet luidt: Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.

Art. 94: Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

http://www.vkblog.nl/bericht/306046/Revisionistische_%27Groot-Israel%27_Zionist_Geert_Wilders_mag_niet_regeren