Uitspraak 37: Smeergeld aan Irak betalen doet men op eigen risico
Een manager die smeergeld in Irak betaalde moet als particulier de schikking vergoeden die zijn werkgever trof met Justitie om vervolging te voorkomen. Kan ‘goed besturen’ soms strafbaar handelen inhouden?
Met commentaar van NJB-medewerkers H.C.F. Schoordijk emeritus hoogleraar privaatrecht, Reinout Wibier hoofddocent privaatrecht in Tilburg tevens advocaat en NJB-redacteur Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht Nijmegen.
De Zaak.
Irak heeft in 2000 behoefte aan pootaardappelen en belt een Nederlandse handelaar in de Noordoostpolder. Die vliegt naar Bagdad en boekt er een order voor 1000 ton Desirée aardappelen à raison van ruim 650.000 euro. Hij laat het contract door de VN goedkeuren in het kader van het ‘Voedsel voor olie’ project. Maar hij betaalt de Iraakse ambtenaren prive via Dubai ruim 50.000 euro: 10 procent smeergeld dus.
Voor dat strafbare feit wordt hij later in Nederland vervolgd. Het exportbedrijf, waarmee de handelaar een managementovereenkomst had, schikt in 2008 met justitie voor bijna 175.000 euro.
Eind goed, al goed?
Nee, het bedrijf eist het geld terug van de handelaar. Die wist of had moeten weten dat smeergeld betalen strafbaar is. Door dat toch te doen pleegde hij wanprestatie. En handelde hij onrechtmatig jegens het bedrijf, met wie hij een managementovereenkomst had. Kan het bedrijf de schade afwentelen op zijn bestuurder?
Wat zegt de handelaar?
Smeergeld betalen is in het Midden-Oosten gebruikelijk. De order bracht het bedrijf in een ‘unieke positie’. Het contract liet ruimte’ voor een kick-back, commissie. Dat er VN- sancties tegen Irak golden bleek hem pas toen de bank een garantiestelling weigerde. Dus nadat hij het contract ondertekende. Alsnog afzeggen zou de positie van het bedrijf weer bederven en toekomstige schade opleveren. De order was strategisch belangrijk voor de markt in het Midden-Oosten.
Verder is het bedrijf akkoord gegaan met een veel te hoge boete. Die zou nooit meer dan zo’n 17.000 euro zijn. De zaak van het OM was zwak: vrijspraak had ook gekund. Het bedrijf heeft de schade niet beperkt, wat wel moet. Ook zijn er nog een aantal vervolgorders door Irak geplaatst. Dat is een direct gevolg van dit contract. Het voordeel dat het bedrijf zo had moet met deze vordering worden verrekend.
Wat zegt de rechter?
De handelaar wist destijds wel degelijk dat wat hij deed niet mocht. Dat blijkt uit het voorleggen van de order aan de VN. Hij nam ‘de kwade kans op de koop toe’ dat hij strafbaar handelde.
Dat de handelaar ‘niet anders kon’ en het contract niet kon terugdraaien accepteert de rechter niet. Hij was immers ervaren in het Midden-Oosten, kende de kick-back gewoonten en had daarop dus bedacht moeten zijn. De commissarissen of de aandeelhouders hadden hem evenmin gezegd het contract door te zetten. Was dat wel gebeurd dan zouden de zaken anders hebben gelegen.
Als maatstaf voor onrechtmatigheid neemt de rechter handelen ‘waarover geen verstandig ondernemer twijfelt’. Dat geldt zeker voor strafbare feiten plegen. Dat is ook een duidelijk tekortschieten tegenover het bedrijf. Dat de opbrengst van vervolgorders ook de handelaar kan worden toegerekend is ‘gesteld noch gebleken’.
En de rekening bedraagt…
Behalve de kosten van de eigen advocaat en de 174.170 euro van de schikking moet de handelaar ook de proces- en advocaatkosten van het bedrijf betalen: 9585,80 euro In 2003 is vastgesteld dat het Olie voor Voedsel programma de Iraakse autoriteiten 1.3 miljard dollar smeergeld opleverde.
Lees hier de uitspraak. Lees hier en hier commentaar op deze uitspraak van advocatenkantoren.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding
