Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 36: Ruzie in de tandartspraktijk

mondhygienistWat mag een mondhygieniste aan de eigen patienten schrijven over de oorzaak van haar eigen vertrek? Niet veel, zo lijkt het.

Met een commentaar van NJB-medewerker Eric Tjong Tjin Tai, hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg


De Zaak.
Een mondhygiëniste en een tandarts krijgen ruzie over de behandelruimte en de apparatuur. De ruimte is slecht onderhouden, de apparatuur deugt niet en het werkklimaat is ook niet goed. Tenminste, dat vindt zij. Maar de tandarts wil er niets aan doen. Het duo heeft samen een huur- en verwijzingscontract. De tandarts verwijst standaard zijn patiënten door naar haar. Hij zorgt voor de ruimte, betaalt de vaste lasten en doet de administratie. De tandarts houdt in ruil daarvoor 25 procent van haar omzet in. Zij vindt na een poosje de toestand ´onhoudbaar’ en zegt het contract op.

En waar draait het echt om?
Over de vraag hoe deze scheiding aan de patiënten mag worden verteld. In het bijzonder door de mondhygiëniste. Zij hangt een briefje op in de wachtkamer waarin ze uitlegt dat ze ‘na meer dan 20 jaar’ heeft besloten de praktijk te verlaten. En ze kondigt een brief aan ‘met daarin informatie over de eventuele voortzetting van de behandelingen’. Aan die brief neemt de tandarts zoveel aanstoot dat hij haar dagvaardt wegens onder meer reputatieschade.

En wat staat daar in?
Het draait om deze zin: ,,De reden van mijn vertrek ligt in het feit dat ik mijn kwaliteiten als mondhygiëniste niet langer kan waarborgen binnen de huidige situatie van de praktijk”. Zij geeft ook twee adressen van ‘vrij gevestigde mondhygiëniste’ in de woonplaats van de tandarts en haar eigen (nieuwe) adres.

Wat doet de tandarts?
Die klimt ook in de pen en schrijft zijn patiënten dat er ‘helaas bij menigeen verwarring is ontstaan’ over de brief van de mondhygiëniste. En hij belooft dat bij het volgende controlebezoek een ‘persoonlijk vervolgtraject’ zal worden besproken. Contact opnemen met andere praktijken is ‘nog niet nodig’. Met andere woorden – de tandarts probeert de schade te beperken. En hij eist bij de kantonrechter van de mondhygiëniste 214,40 euro kosten terug die hij aan deze brief kwijt was. Maar ook 4500 euro immateriële schadevergoeding.

Wat is de maatstaf van de rechter?
Die weegt het recht af op eer en goede naam van de tandarts tegen de vrijheid haar mening te zeggen van de mondhygiëniste. En tekent daarbij aan dat die vrijheid beperkt is. Volgens de kantonrechter mag ze in een briefkaart aan patiënten ‘niet de bedoeling [hebben] te kwetsen’. En ze dient ‘met het oog op het te dienen belang’ in haar woordkeus ‘niet onnodig grievend of onjuist’ te zijn.

En hoe luidt het oordeel?
De mondhygiëniste handelde ‘onrechtmatig’. In haar woordkeus ‘wekt zij ondubbelzinnig de suggestie dat binnen de praktijk een serieuze misstand aan de orde zou zijn’. En wel zodanig ‘dat van een tandheelkundige verantwoorde stand van zaken niet gesproken kon worden’. Door twee andere praktijken te vermelden ‘wordt een beeld gecreëerd dat patiënten in de praktijk niet meer in goede handen zouden zijn’. Van de tandarts is een ‘onnodig schadelijk beeld’ ontstaan, waardoor hij nogal wat ‘spanning en frustratie’ heeft ervaren. De hygiëniste moet de 214,40 euro van de tandartsbrief betalen. En de schade voor diens ‘onheuse’ behandeling. Die stelt de kantonrechter op 500 euro.

Lees hier de uitspraak van de kantonrechter, die overigens niet op rechtspraak.nl is gepubliceerd.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
schadevergoeding

14 reacties op 'Uitspraak 36: Ruzie in de tandartspraktijk'

Eric Tjong Tjin Tai, hoofddocent privaatrecht Universiteit van Tilburg

Waar twee kijven hebben twee schuld?

Het komt vaker voor dat beroepsbeoefenaren met ruzie uit elkaar gaan, en soms moeten zij daar iets over mededelen aan klanten. Je zou denken dat je meestal wel moet mogen uitleggen wat de reden was, vooral vanwege de vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid is bij commerciële zaken echter niet zo groot als daarbuiten. Het Europese Hof voor de Rechten van de mens laat dan sneller een beperking toe, zie bijvoorbeeld EHRM 20 november 1989 (Markt Intern Verlag/Duitsland). Bedrijven willen niet zomaar zwart gemaakt worden door zakenpartners en concurrenten. Zij hebben een belang bij een goede reputatie.

Daar tegenover staat dat bedrijven ook tegen een stootje moeten kunnen, vooral als mededelingen, zoals in dit geval, vrij zakelijk worden gedaan. Maar de rechter vindt, als hij het heel precies leest, dat er toch een onterechte beschuldiging in zit. Dat lijkt wel erg erg lichtgeraakt. Maar we kunnen niet precies achterhalen wie nu echt gelijk had en wie er moeilijk deed: daarvoor zou je zelf de situatie moeten zien. Dergelijke vonnissen zijn de reden dat bedrijven vaak erg voorzichtig zijn om iets negatiefs te zeggen.

Bij de schadevergoeding gaat de rechter op de rem staan. De materiele schade valt erg mee, alleen de kosten van het sturen van briefkaarten. Opvallend is dat er immateriële schadevergoeding (smartengeld) is toegekend. Dat is zeldzaam in zakelijke kwesties, maar niet onmogelijk. De rechter houdt het wel op een klein bedrag. De tandarts lijkt trouwens te denken dat verlies aan reputatie smartengeld is, maar dat is niet waar, dat is gewoon materiële (vermogens)schade.

Een zakelijke burenruzie, dat is dit. Twee mensen zijn boos op elkaar en roepen stoute dingen, en de rechter moet erbij komen om het op te lossen. En zoals het dan vaak gaat laat de rechter zijn onpartijdigheid zien door beiden een beetje ongelijk te geven. Als buitenstaander bekruipt je het gevoel: was dit allemaal nodig? Voor de mondhygiëniste en de tandarts zal dat ongetwijfeld anders zijn: zij zijn duidelijk beiden diep gegriefd, en zo’n uitspraak zal dat niet verhelpen.

Jos van Dijk

Bij deze ‘zakelijke burenruzie’ heeft nog een derde partij belang: de patiënt/klant. Die komt helaas in het oordeel van de rechter niet voor. Ik vind het vreemd dat de mondhygiëniste haar beeld van de situatie niet mag openbaren. Als patiënt zou ik die informatie wel willen hebben. Ook als het eenzijdige informatie is. De tandarts heeft ook een brief gestuurd. Iedereen kan nu zijn conclusies trekken. Kan de rechter daar dan niet beter buiten blijven? Een beperking van de vrijheid van meningsuiting is in dit soort gevallen in het nadeel van de patiënt/klant/consument.

auagusta hermans

de mondhygieniste beklaagt de slechte werkruimte en ondeugdelijke apparatuur, Dat is dan toch waar het om draait en waarschijnlijk de oorzaak is van de ontstane irritatie. Volgens mij is de rechter voorbijgegaan aan de oorzaak en alleen het gevolg heeft beoordeeld. Beiden hebben een beetje schuld. Hier is geen recht gesproken, maar zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is: “u bent hier bijeen gekomen om een compromis te zoeken”. Daarvoor heb ik geen rechter nodig en kan een bemiddelaar het doen.
Worden de patienten nu verder behandeld met ondeugdelijke apparatuur???

M.J. Hoogendoorn

Zou, in plaats van de mondhygiëniste zelf, een journalist van een lokale krant over deze vermeende misstand bericht hebben, dan betwijfel ik of deze door de rechter teruggefloten zou zijn.

Echter: Jeder Konsekwenz führt zum Teufel. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de rechter een in potentie eindeloze guerrilla van vrije meningen heeft willen smoren in een kussen van afgewogenheid.

Theo Hooij

Na lezing van de uitspraak ontstaat bij mij de indruk dat het hier een geschil betreft met de trekken van ‘Een storm in een glas water’ Het artikel zou winnen aan informatie als een schatting zou worden opgenomen van de kosten van inschakeling door eiser en gedaagde terzake professionel rechtshulp, alsmede de maatschappelijke kosten van deze zaak voor het kantongerecht. Jammer dat het niet tot de mogelijkheden van de rechter behoort zo’n zaak direct te verwijzen naar een mediator. De zaak van de schone apparatuur is kennelijk voor geen van beide partijen en of de inspectie van de volksgezondheid verder de moeite waard. Mij is voorts niet duidelijk waarom de schade als compensatie voor de onheuse behandeling van de tandarts als ‘smartengeld’ wordt betiteld. Ik associeer smartengeld met fysiek ongemak, dan wel een handicap die iemand overhoud aan een voorval.

Martien Tazelaar

Nou, nou! Zijn dit niet een beetje lange tenen van mijnheer de tandarts?

Als ie zo overtuigd is van de kwaliteit van z’n praktijk & goede contacten met de patiënten, waar heeft ie die rechtzaak dan ècht voor nodig?

Rob Nuijten, Amsterdam

Wanneer de tandarts degene was geweest die de klanten een brief had geschreven, om uit te leggen dat de mondhygiëniste onredelijke eisen ging stellen, zou zij snel begrepen hebben dat ‘it’s not done’. Zoiets doe je niet. Roddel desnoods in je eigen tijd, maar niet naar je gedeelde klantenbestand. Wanneer zij meende dat er onoorbare toestanden waren, die slecht waren voor de klanten, had zij vast wel bij een organisatie die haar beroepsgroep bedient van dergelijke oordelen, een klacht kunnen indienen.

Van Schaik

De juiste weg voor de mondhygieniste was geweest de misstanden te melden bij a. de tandarts en b. de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Bij de melding aan de tandarts had zij de aanzegging van de klacht bij IGZ en een aansprakelijkheidstelling kunnen voegen.

Vervolgens had zij, bij persisteren van de tandarts, en onder verwijzing naar het gegeven dat zij terzake een klacht had ingediend bij IGZ, het feit dat zij, in afwachting van het oordeel van IGZ, het verlenen van haar eigen zorg in de gegeven omstandigheden niet meer verantwoord achtte, kunnen melden aan haar clientele.

Uit de casus blijkt niet in hoeverre IGZ inderdaad werd ingeschakeld. Als dat wel het geval was geweest was het oordeel waarschijnlijk anders uitgevallen.

Peter Jansen

De mondhygieniste kan natuurlijk haar eigen verantoordelijkheid nemen en gewoon weggaan.
Als je vindt dat het niet deugt, doe het dan elders beter. Slechte gewoonte om het over de rug van een ander te spelen, zogenaamd in het belang van de patient.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

In alle gevallen is het verwijzen naar de eigen gehanteerde norm sterker dan het zwartmaken van de handelswijze van anderen.

De mondhygieniste had er beter aan gedaan om haar patienten eenvoudig uit te nodigen bij haar nieuwe praktijk zodat zij konden constateren dat daar een veel schonere en modernere werkwijze mogelijk was geworden.

Achteruit zaken doen kost geld, in dit geval 750 euro, en levert niets op. Overigens kan ik mij situaties voorstellen waarin ik in het kader van persoonlijke genoegdoening deze 750 euro graag zou willen betalen.

Jeroen van Wijngaarden

Prima uitspraak. Als iedere medewerker zo maar zijn eigen negatieve oordelen over zijn werkgever publiek bekend kan maken is het hek van de dam. De medewerker had bijvoorbeeld ook een melding kunnen doen richting de Inpectie voor de Gezondheidszorg.

Xtisie Auteuil

Een zakelijk conflict(je) van ‘dagelijkse’ soort, een burenruzie(tje)? Allebei evenveel (on)gelijk?
In mijn optiek gaat het hier om een ongelijke zakenverhouding. Alle goederen zijn van hem en zij woont bij hem in. Zij mag alleen vragen om verbetering van apparatuur. Hij is – en speelt – de baas. Na jarenlang gekleineerd te zijn door wat aan de oppervlakte een gelijkwaardig partnerschap moet lijken, neemt zij heel lichte wraak….
Gekwetst mannetje stapt onmiddellijk naar rechter. “Mag niet” zegt rechter.
Zal wel.
Ik feliciteer mevrouw dat ze het deed. Eerste klap is daalder waard.
Zowel in huwelijken als in zakelijke relaties vindt nog teveel onderdrukking plaats, waaronder de betere partner en de maatschappij lijden.

boudewijn turin

@ jeroen van wijn gaarden:

Als iedere medewerker zo maar zijn eigen negatieve oordelen over zijn werkgever “”
Dat is hier nou preecies niet aan de orde. De mondhygieniste is geen werknemer, maar zelfstandig ondernemer. Maar wel in een situatie, die het vrijwel onmogelijk maakt om zelfstandig klanten te werven, en naar uit het artikel blijkt zelfs haar eigen werksituatie fundamenteel in te richten. De vraag rijst of in deze zaak van zelfstandig ondernemerschap wel sprake is. Ik zou het in de inmiddels overal rond zich heen grijpende VAR-verklaring wel eens getoetst willen zien. of de rechter daar rekening mee gehouden heeft, waag ik te betwijfelen.

Volkomen los daarvan begrijp ik werkelijk niets van de titel van dit artikel in relatie tot de inhoud. of het is een verwijzingsfout: ik dacht iets te lezen over het beschikkingsrecht van de rechter en kom in een zakenconflict terecht.

Robin Linthorst

Dit is een uitstekende zaak om met hulp van een mediator op te lossen. Het is immers alleszins waarschijnlijk dat er door de uitspraak van de rechter wel recht is gedaan (“en daar moet u het mee doen .. “), maar dat het conflict niet is opgelost. En toch moeten beiden weer communiceren en geconcentreerd aan het werk. Juist het gesprek met hulp van een mediator, in plaats van- of na afloop van de rechtzaak, kan leiden tot duurzaam herstel van de werkrelatie, van de reputatie van de praktijk en van de omzet.