*

Hof maakt ruzie met rechtspsychologen :: nrc.nl

Hof maakt ruzie met rechtspsychologen

Komt het tussen de rechterlijke macht en de twee belangrijkste rechtspsychologen van Nederland nog goed? Na het arrest van het Hof Amsterdam in de Holleeder-zaak zijn de verhoudingen verder verslechterd.


Vorige week vrijdag barstte de bom toen president J.M.J. Chorus bij het voorlezen van het arrest de termen tendentieus en speculatief gebruikte om het rapport van de rechtspsychologen Crombag en W.A. Wagenaar te kwalificeren. Het was te zien op Nova en wel hier. In het persbericht van het Hof stond dit te lezen: ,,Het hof constateert dat de rapporteurs [...] oordelen hebben uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid en op een gebied waar het oordeel niet aan hen toekomt”

Dat leek verdacht veel op de kritiek die  Wagenaar c.s. te horen kregen op hun boek ‘De slapende rechter’. Strafrechthoogleraar en tegenwoordig raadsheer in de Hoge Raad Marc Loth schreef een scherp weerwoord op dit boek. Eerder hier op dit blog behandeld. Ook toen was de kritiek dat Wagenaar c.s. te weinig van strafrecht, in het bijzonder van strafvordering wisten. En aangezien de strekking van het boek was dat rechters te weinig van psychologie weten, begon het debat al aardig het karakter van een ruzie tussen doven te krijgen.

Van een zakelijk debat wordt het nu nog meer een persoonlijke twist. Crombag liet in Nova weten zich te zullen orienteren op juridische stappen tegen de kwalificaties die Chorus hem toevoegde. Hij zei de kritiek persoonlijk op te vatten en zich in zijn eer en goede naam aangetast te achten. Lees hier het bericht erover op deze site.

Het maakt des te nieuwsgieriger naar wat het Hof Amsterdam werkelijk heeft gezegd over Crombag en Wagenaar. Sinds maandagmiddag staat het verkorte arrest in de zaak Holleeder online en wel hier. Wie door scrolt naar het tussenkopje De bewijswaarde van de achterbankgesprekken of de zoekterm tendentieus gebruikt, valt er middenin. De heren zijn letterlijk hun deskundigheid te buiten gegaan, meent het Hof. Zij hebben oordelen uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid en waarvoor in het strafproces geen plaats is. Met hun conclusies dat de achterbankgesprekken praktisch op geen enkel punt voldoen aan de criteria die in de strafrechtspraktijk gelden voor getuigenverhoren en als bron van aanvullend bewijs (…) vrijwel waardeloos schijnen, hebben de rapporteurs dan ook een oordeel gegeven op een gebied waar het oordeel niet aan de rapporteurs toekomt. …. Voorts hebben de rapporteurs zich oordelen aangematigd over de strafvorderlijke status van [....], terwijl niet is gebleken dat zij over deskundigheid ter zake van het strafprocesrecht beschikken noch dat deze kwesties aan hun oordeel zijn onderworpen. (cursief is citaat Hof)

Oftewel, wilt u zich alstublieft voortaan van een oordeel over de criteria voor getuigenverhoren in de strafrechtspraktijk verre houden. Daar hebt u niet voor geleerd. En wij wel. Daarmee is het dus een competentiekwestie geworden. Hetgeen haarfijn werd aangevoeld door Crombag die zei dat het recht ,,van ons allemaal” is en niet alleen van juristen.

Hoort deze afrekening met Crombag en Wagenaar overigens wel thuis in een arrest dat helemaal gaat over een zekere Holleeder? Over hem moesten zij een oordeel vellen, niet over Crombag en Wagenaar, wier observaties het Hof ook veel minzamer terzijde had kunnen leggen. Hoe het ook zij, iedere strafadvocaat in Nederland weet dat een deskundigenrapport door Crombag of Wagenaar ter ontlasting van de client voorlopig vooral irritatie bij de rechter zal wekken.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Alleen onder vermelding van de volledige naam

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
raad voor de rechtspraak
rechtersambt

24 reacties op 'Hof maakt ruzie met rechtspsychologen'

hanneke gelderblom

Wie zich racistisch bejegend of beledigd voelt kan via een rechtelijke uitspraak laten toetsen of dit strafrechtelijk veroordeeld moet worden
Het is een veilig gevoel dat de rechter in nederland volstrekt onafhankelijks is.
Onafhankelijkheid wil echter niet zeggen volstrekt ontoegankelijk voor kritiek. In bovengenoemde zaak lijkt behoorlijk verwarring tussen onafhankelijkheid en ontoegankelijk voor kritiek te zijn ontstaan.

B.Hirschfeldt

Hoe deskundig psychologen ook zijn, hen komt inderdaad niet de beoordeling van juridische implicaties van het strafbewijs toe.

De scherpe veroordeling (‘tendentieus’) was echter onnodig; een simpele diskwalificatie op juridische gronden had kunnen volstaan.

Jammer dat zowel rechters als rechtspsychologen zich laten verleiden tot dit soort gehakketak. Het schaadt beider professie.

Hans Zijlstra

Uit de reactie van het hof moge blijken dat de heren psychologen de vinger al te opzichtig op de zere plek hebben gelegd. Is het niet zo dat een slecht gecontroleerd en weinig georganiseerd openbaar ministerie al te vaak zijn toevlucht zoekt tot een dubieuze aanpak? Zou het hof er niet beter aan doen haar rug wat rechter te houden in plaats van haar frustratie af te reageren op oplettende deskundigen?

Jeroen ten Haaf

Het is de taak van de rechter op basis van beschikbare informatie een uitspraak te doen in een hem voorgelegde zaak. Cruciaal daarbij is hoe betrouwbaar die informatie is. Volgens deskundigen is, in het geval van de Endstra tapes, de informatie niet betrouwbaar. Een uitspraak, rechterlijk of anderszins, mag daarop dus niet worden gebaseerd. Het is bedenkelijk dat het rechtscollege in kwestie zich lijkt te verschuilen achter de opvatting “..dat niet is gebleken dat zij [Crombag en Wagenaar] over deskundigheid ter zake van het strafprocesrecht beschikken noch dat deze kwesties aan hun oordeel zijn onderworpen..”, terwijl het hier een simpele, logische kwestie betreft die in de kern niets met psychologie en juristiek van doen heeft. Crombag en Wagenaar hadden er achteraf gezien beter aan gedaan het te laten bij een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de informatie en daarover een oordeel te geven op basis van hun deskundigheid.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Het is erg om te moeten lezen dat er hier weer eens meerderen gelijk hebben (wat iets heel anders is dan het recht aan hun zijde). De rechtbank, die terecht aanvoert dat er maar een scheidsrechter kan zijn in een geschil, de heer Crombag, die vindt dat hij recht heeft op het uitspreken van een mening (die dan dor de rechter maar terzijde geschoven moet worden, en de journalist, die aangeeft dat een rapport van Crombag c.s. voorlopig weinig indruk zal maken.

En met dat laatste wordt de kern geraakt. De onpartijdigheid waarvoor de blinddoek van vrouwe justitia model staat lijkt ver te zoeken. Rechters laten zich in een moddergevecht over competenties trekken en journalisten noch advocaten durven meer op onpartijdigheid te rekenen; willekeur in het recht is alomtegenwoordig.

p.c.van den noort

Is strafrechtkunde wel een wetenschap? Heeft strafrecht een positieve of een negatieve functie?
Is het strafrecht preventief voor mensen die al eens wat uithaalden? En voor nieuwkomers, worden zij wel afgeschrikt? Kennen daders het strafrecht of leren ze dat nadat ze gepakt zijn?
Waarom vindt “men” strafvervolging zo essentieel en niet de vergoeding voor het toegebrachte leed en schade. Op die vragen is geen eensluidend antwoord, wat doen dus die strafrechtgeleerden? Profiteren van iets dat er vroeger is ingesteld met banen en honoraria. Werden die ambten vroeger niet verpacht of zo, zodat men wel gedwongen was geldboetes te eisen om uit de kosten te komen? Voor al zulke vragen hebben we rechtspsychologen en -sociologen.
Nu gaat men zo nu en dan hun kennis en relevantie in twijfel trekken, daarmee voelt bijv. een rechter zich gesterkt, maar ik denk misschien weten beiden niet veel en wat is dan zin van een zitting, laat staan van een uitspraak?
De uitspraken varieren toch al in het land, in de tijd, tussen buurlanden. Er zijn landen waar een jury noodzakelijk is en hier is dat weer uit den boze. Men doet maar wat, lijkt het wel. Dan zulke deftige ruzies – eerst uitpraten, dan pas weer verder met een oordeel – zo’n oordeel mag niet deel zijn van mogelijk iets twijfelachtigs, en zeker niet van boosheid of irritatie, waar de dader zelfs helemaal buiten staat.
Boze ouders geven het kind straf omdat ze in hun opwinding over elkaar iets afreageren of iets van het kind niet meer goed zien. Waarom zijn er zoveel dienaren van de Wraak, is wraak een goede zaak, ook voor niet strafrechtgevallen? Is het ontstaan van vetes acceptabel?
Er zijn zoveel vraagtekens dat je zou verwachten dat men het op een laag pitje zou moeten zetten-maar neen de een is al duidelijker in de uitspraak dan de ander en de hoogste prater heeft gelijk. Merkwaardig dat doe je toch ook niet bij bruggenbouw of zoiets, daar zijn betrouwbare formules, metingen en proeven – geen praters.
Als men zoveel twijfels kent als ik heeft men het moeilijk met de strafbranche en hoopt men dat de wetenschappers meer van die vragen gaan beantwoorden, i.p.v. zich te verliezen in prestige strijd.
[...] Ik hoop dat vragen en twijfelen niet strafbaar zijn en dat de geleerden aan de arbeid gaan.

paul hoogenberk

Ik liet laatst mijn keuken verbouwen. Naar mijn idee stond een en ander niet helemaal recht. Ik vroeg een bevriende timmerman/deskundige om eens te komen inspecteren. Hij kijkt een tijdje rond en zegt opeens: ik ruik gas. Hierop werd ik boos. Ik vroeg hem heb ik je als timmerman gevraagd of als loodgieter?
Een dag later had ik een kleine keukenbrand.

Reinier Scheele

Als men als wetenschappelijk adviseur wordt gevraagd, weet men dat het advies kan worden overgenomen, van kanttekeningen worden voorzien, of verworpen. Adviseurs die menen dat een eigen advies altijd moet worden opgevolgd overschatten hun inbreng. Vereist blijft voldoende begrip voor de beperkingen van de rol, die ze vervullen in andermans beslissingsproces; hoe bekend ze ook mogen zijn. Een openbare reactie van deskundigen gericht tegen hun opdrachtgever is dan ook hoogst ongebruikelijk. Ik veronderstel, dat de pregnante bewoordingen van het Hof zijn ingegeven door een weinig vleiend boek. Maar geldt dan niet: wie wind zaait, zal storm oogsten? Als adviseur kan men uiteraard menen niet (meer) voldoende serieus te worden genomen. Het enige passende antwoord daarop is dan evenwel – er het zwijgen toe doen en in het vervolg niet meer adviseren.

sophie hankes

Crombag en Wagenaar hebben wel degelijk relevante deskundigheid en expertise als gerenommeerde rechtspsychologen. Het Hof diskwalificeert zichzelf door het nb op nodeloos beledigende wijze niet accepteren van het oordeel van deze deskundigen. Is dit wederom een vorm van falende zelfregulatie, doch dit keer van de rechterlijke macht?

M.J. Prinsze

Met alle respect voor de weledelgestrenge heren in het Hof, lijkt dit toch op een staaltje territorium afbakenen waar de kwaliteit van de rechtspraak, in ieder geval de perceptie daarvan, niet mee gediend is.
Ik geloof niet dat het alleen aan de erkende deskundigen/strafrechtjuristen zou moeten zijn om een oordeel te geven over criteria waaraan een verhoor, of andere wijze van gegevens vergaren door opsporingsambtenaren, zou moeten voldoen.
Naar mijn mening hebben de hooggeleerde heren Crombag en Wagenaar slechts proberen aan te geven, welke gesprekstechnieken en omstandigheden kunnen bijdragen, of afbreuk doen, aan de betrouwbaarheid van de verkregen informatie.
Bij de waarheidsvinding, en dat lijkt me de kern van een strafproces, zou een rechter blij moeten zijn met elke mogelijkheid om een zaak van verschillende invalshoeken te bezien.
Het kleineren van onpartijdige deskundigen in ongevraagd commentaar in het arrest is onnodig grievend, en bovendien kinderachtig.
En nee ik ben geen strafrechtdeskundige maar een gewone civilist.

Hugo Arlman

Crombag & Wagenaar hebben de afgelopen jaren veelvuldig kritiek geleverd op het werk van staande en zittende magistraten. Dat is onweerlegbaar nuttig geweest, weinig rechters en officieren zullen dat betwisten. Het maakt dan op zijn zachtst gezegd een kinderachtige indruk bij het eerste het beste weerwoord in een arrest te gaan klagen voor de camera en te roepen dat je bent aangetast in eer en goede naam.
De kritiek op hun rapport is scherp – omdat hun rapport blijkbaar niet gepubliceerd is, is het niet te vergelijken – maar even scherp beargumenteerd. “Tendentieus” is volgens het Hof hun beschrijving van het criminele milieu op basis van “in andere verweren door de verdediging verfoeide” berichten in de media. Hadden die wetenschappers zich niet boven die media kunnen uitwerken?
Raadsheren en rechters blijken soms meesters in de keurig geformuleerde maar vernietigende tussenzinnetjes – “de rapporteurs die kennelijk ook konden beschikken over andere processtukken (…) dan die welke hun blijkens genoemde brief ter beschikking waren gesteld”. Maar wie in dergelijke kritiek “een aantasting van zijn eer en goede naam” voelt, heeft erg lange tenen. Met de befaamde cliché: if you can’t stand the heat, get out of the kitchen.

M Kraak

Klopt natuurlijk wel. Eigenlijk zouden die gesprekken niet toegelaten moeten zijn tot de strafprocedure daar;
1. De verklaringen tijdens grote externe pressie zijn afgenomen.
2. Niet alle verklaringen in het ‘gesprek’ op waarheid gebaseerd zijn en dus per definitie mogen dan alle andere verklaringen als twijfelachtig bestempeld worden.
3. De gesprekken zijn niet volgens procedure afgenomen/opgenomen.
Ik ben voor een veroordeling maar wanneer het OM (en rechters) er zo’n potje van maken is vrijspraak de ultime consequentie.

h.j.vonk sr

Er is niet veel kennis van psychologie voor nodig om de uitspraak van president J.M.J. Chorus over de deskundigheid van de heren Wagenaar en Crombag te zien als een uiting van vergaande irritatie.
Irritatie is negatieve emotie, wellicht gewekt door de scherpe kritiek in het boek “De Slapende Rechter”.
Een rationele benadering zou zijn geweest de bewering over hun vermeende ondeskundigheid in het strafprocesrecht met argumenten te onderbouwen.
Opnieuw demonstreert de rechterlijke macht een van de door prof. Ton Derksen gesignaleerde megamanco’s van de rechtspleging: geslotenheid voor kritiek.
En deze mentale instelling past weer naadloos bij het karakter van ons rechtssysteem, “the Closed Shop”.

Fred Leeman

Wie zich wel eens met tekstwetenschap heeft beziggehouden, weet dat het bijna onmogelijk is om een tekst te schrijven die voor maar één uitleg vatbaar is. De psychologen Crombag en Wagenaar hadden slechts een uitgetypte versie van bandopnamen tot hun beschikking. Een dergelijke tekst is nog veel warriger dan een geschreven verklaring en nog veel dubbelzinniger. De befaamde wetenschappers hebben echter uitspraken gedaan over het waarheidsgehalte van wat ze denken dat Endstra beweerde. Ze menen zelfs de motieven van de spreker precies te kunnen doorgronden. En dat zonder de betrokkene ooit gesproken te hebben. Ook menen ze de professionaliteit van de rechercheurs die Endstra lieten ‘leeglopen’, in twijfel te kunnen trekken.

Hadden ze dan volledige kennis van het omvangrijke procesdossier? Zo niet dan waren ze dus niet in de omstandigheid om de uitspraken van Endstra te vergelijken met alle gerelateerde bewijsstukken. Dat hun rapport tendentieus werd, is daardoor onvermijdelijk. Het is me een raadsel waarom Crombag en Wagenaar zich door de verdediging van H. hebben laten verleiden. Ze hadden deze opdracht nooit moeten aannemen.

Nu ben ik geen psycholoog, maar als, zoals Crombag beweert het recht ‘van ons allemaal’ is, dan geldt dat denk ik ook voor de psychologie. Ik meen me overigens te herinneren dat een psycholoog vanwege een dergelijke diagnose op afstand wel eens door zijn eigen beroepsvereniging op de vingers is getikt. Crombag en Wagenaar zouden er dus niet verbaasd over moeten zijn door de rechter als amateurs te worden weggezet. Zijn vak is het immers om bij het wijzen van een vonnis zowel dubbelzinnigheden als eenzijdige interpretaties zo veel mogelijk uit te sluiten.

Tineke van der Haar

Hoe kan het hof nou met recht constateren dat de rapporteurs [...] oordelen hebben uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid zonder zelf over die specifieke deskundigheid te beschikken? Kennelijk wil het hof alleen rapportages die in het eigenmachtige straatje passen en al vaststaande vooroordelen passen. De termen tendentieus en speculaties zie ik eerder als een projectie van het gedrag waaraan het hof zichzelf schuldig maakt. Waar kunnen we nog op vertrouwen als een hof met de door henzelf ingeschakelde deskundigen (naar ik aanneem) om de macht strijden. Hoe kunnen deskundigen zich tegen de uitspraken van dit hof verweren?

F. Pietersen

“Ook toen was de kritiek dat Wagenaar c.s. te weinig van strafrecht, in het bijzonder van strafvordering wisten.”

De rechters vergeten kennelijk dat zij simpelweg op grond van hun eigen overtuiging (wetboek van Sv, artt. 338-344) tot een oordeel komen. Hoe onzinnig ook: daarover laat het wetboek van strafrecht en strafvordering zich niet uit. Volgens juristen moet men dit ook anders zien, nl. juridisch. En juridisch gaat het überhaupt niet over het inhoudelijk oordeel van experts in de wetboeken, slechts of ze volgens de regels zijn benoemd, de rapporten zijn gedateerd en ondertekend, op tijd zijn verstuurd etc.

In die zin zijn de rechters buiten hun boeken gegaan: ze hadden het oordeel van de experts terzijde kunnen schuiven met de motivering dat ze niet overtuigd waren. Maar de frustratie was te groot om te weerstaan en dus vinden wij in het arrest ook hun ‘overtuiging’ over de experts.

Dat deze experts tot een ander oordeel over het bewijs kwamen (‘niet overtuigend’) viel verkeerd. Gebruikt argument: gebrek aan kennis over regels (strafrecht en strafvordering). Volgens juristen zal het (altijd) een zinnig argument zijn: immers, alleen de overtuiging van rechters wordt omschreven in de boeken. Sterker: het is zelfs daarom altijd de enige valide. Juridisch geen speld tussen te krijgen.
De juridische realiteit… inderdaad, zeer onafhankelijk.

mr drs R. Winter

Ik vind het wel terecht dat het Hof de deskundigheid afbakent tot het terrein waarover de deskundigen moeten adviseren. Psychologen en psychiaters, die op de stoel van de rechter gaan zitten moeten kennelijk hun grenzen leren, want het is hun gewoonte al iedereen te pas en te onpas – ongevraagd – te beoordelen. Of de criteria van het strafrechtproces al dan niet juist zijn toegepast is het onderwerp waar de advocaat van de verdachte zich mee bezig mag houden bij het verweer. Het oordeel is aan de rechter, niet aan de advocaten en niet aan de rechtspsychologen.

W. Wilkens

Het probleem met deskundigheid als hier bedoeld, is dat het de vraag blijft op welke gebied die kwalificatie betrekking heeft. Het criterium beheerst bijna iedere discussie over de rechtspraak in Nederland en welk ambt die op zich zouden moeten nemen of, zoals hier, in hoeverre een deskundig advies de doorslag moet geven in een uitspraak van een rechter of ander ambt.
Voorop staat dat de rechter in ons rechtssysteem een uitspraak in een geschil doet (even voluntaire rechtspraak buiten beschouwing gelaten waar hij quasi-bestuurder is) en hiermee de aangewezene is die bevoegd is hierin een (de laatste) keus te maken. Hij heeft dus het laatste woord, wat echter per definitie niets zegt over de deskundige waarde van zijn uitspraak. Daarvoor is het rechtssysteem ook niet bedoeld, want het gaat erom een rechtsstrijd tot een eind te brengen op een wijze die het rechtstelsel geloofwaardig maakt en houdt. Die moet de burger ontlenen aan de inhoud van een uitspraak. Er zijn tal van zaken c.q. gebieden waarover de rechter een uitspraak doet waar hij ter zake niet deskundig is, vaak integendeel: uitgesproken leek. Dat kan ook niet anders, want geen doorsnee-mens, wat de rechter ook is, is op alle vakgebieden thuis. Hij zal dus, gegeven het deskundig advies, een keus moeten maken of hij hieraan de doorslag geeft of niet. Even afgezien van het feit dat het advies ook feilen en falen bevat. Alles dus binnen het rechtssysteem dat geloofwaardig behoort te blijven, wil het de burger blijven binden aan een uitspraak en aan het rechtsstelsel. Hiermee komen we op het andere terrein waarop de vooronderstelling altijd stilzwijgend gold dat de rechter deskundig is, nl. de rechtspraak.
Gegeven het uitgangspunt dat er goede en minder goede juristen zijn, moet die vooronderstelling al meteen gerelativeerd worden. Daarnaast moet de vraag aan de orde zijn of niet eerder sprake is van een ander soort deskundigheid, nl. één die is ontleend aan de routine die ook zijn kwalijke kanten heeft, zo weten we. De ambtsdragers, blijken, gegeven de missers in strafzaken waarvoor contre coeur dan toch herziening is toegelaten, in doorsnee zodanig ernstige fouten te maken dat de vraag aan de orde is of er nog sprake is van incidentele misslagen. Het ligt immers voor de hand te concluderen dat er ook binnen dat vakgebied sprake is van een ingesleten werkwijze die gedomineerd wordt door de heersende vakcultuur en systeemdruk. Zoals op op alle vakgebieden. Dat tonen de affaires immers wel aan (Dit gaat, gezien de vaak ‘rake’ annotaties, zeker ook op voor de andere takken van sport binnen de rechtspraak, zelfs voor de voluntaire, waar bijvoorbeeld jeugdzorg met behulp van de machtigingen van de kinderrechter al jarenlang zorgt voor voorpaginanieuws. Al wordt zijn rechterlijk aandeel doorgaans redelijk succesvol naar beneden gespeeld). Dit begint zo langzamerhand de geloofwaardigheid van het rechtsstelsel zelf ernstig te ondermijnen. De door Corsten aangekondigde indoorcursus kritisch denken voor (helaas alleen) de strafrechter moet dit tij kennelijk keren en het is maar de vraag of dit, gegeven de redelijk besloten organisatie, wel zal lukken. De beroepsgroep wordt als elke andere beroepsgroep uiteraard ook getergd door groepsdenken dat niet zoveel waarde hecht aan onafhankelijke oordelen. Daarnaast kent men elkaar natuurlijk van het corps of de klaverjasclub. Of een staatscommissie waarin ook gestreefd wordt naar consensus. Vandaar dat invloed op de rechtspraak door het ambt van de burger, zoals in het merendeel van de landen van de EU, wel eens een zuiverende maar ook verfrissende rol zou kunnen vervullen. Naast vervolmaking van het systeem van checks and balances binnen de Trias Politica.

Conclusie moet dan ook zijn dat de rechter op de meeste vakgebieden een leek is en op ‘zijn vakgebied’ beslist niet altijd een deskundige. Voor zover wel, is deze deskundigheid ontleend aan routine, wat ook de nodige gevaren in zich bergt.

Of dit nu zou moeten betekenen dat de rechter steeds een deskundig advies moet volgen is vers 2, omdat een uitspraak vaak ook een niet door dat advies beheerste keus van de rechter zelf in een kwestie bevat.

In ieder geval behoort de rechter zich te onthouden van persoonlijke kritiek op de deskundige die hij nota bene zelf aanwijst.
Hij zou zich beter kunnen concentreren op de redactie van een goed gemotiveerde uitspraak, waar in doorsnee ook nogal eens het een en ander aan mankeert, want anders waren PROMIS I en II niet noodzakelijk geweest.
Deskundigen met grote ego’s zouden daarentegen niet al te licht geraakt moeten reageren op kritiek op hun adviezen.
Het is immers nog altijd zo dat, zoals hier, het Gerechtshof zichzelf diskwalificeert met, letterlijk, dit soort uitspraken.

Het zoveelste bewijs dat rechtspraak niet per definitie in handen is van deskundigen.

Loek Bergman

De enige zinsnede in het vonnis, die buiten de zaak treedt, is degene die begint met ‘terwijl…’ tot ‘beschikken’. Om daar veel ophef over te maken en te zien als een afrekening, terwijl een aantal andere zaken veel ernstiger zijn. Stukken gebruiken, die niet op de lijst van overhandigde stukken staan bijv., of uitspraken doen naar aanleiding van de Handleiding voor Verhoor.
Wat je als professional niet gevraagd wordt, dien je normaal gesproken niet te doen – en zeker niet in een rechtszaak.
Een uitspraak als ‘het recht is van ons allemaal’ getuigt van erg weinig realiteitszin. Natuurlijk blijft het recht van iedereen, daarom dat het uitbesteed is aan specialisten. Anders is de kans op willekeur veel te groot. Juist dat maakt het recht van ons allemaal.

Fred van Overbeeke

Soms denk ik wel eens als ik het lijstje reacties zie: weten we als bloggers wel waarom het gaat? Houden we de ‘pointe’ wel in het vizier? Natuurlijk valt er iets te zeggen over rechtspsychologen die zich kennelijk op de tenen getrapt voelen omdat hun oordeel door het hof terzijde is geschoven. Natuurlijk zijn er ellenlange beschouwingen te schrijven over de positie van deskundigen in het strafproces (en vergeet de civiele kant vooral niet). En natuurlijk zijn we het er in feite allemaal over eens dat de rechter het eindoordeel velt over een rapport, vooral als het is geëntameerd door de verdediging. Dat oordelen moet trouwens wel sinds de Hoge Raad zich – na lang aandringen – heeft beziggehouden met de slapjanus-vonnissen van rechterlijke colleges. Niet alleen de Meer-en-Vaart verweren en soortgelijke dienen zorgvuldig in de overwegingen betrokken te worden, ook de deskundigen-rapporten.

Maar dat is eigenlijk niet de kern waarom dit blog draait. Onze rechtspsychologen Crombag en Wagenaar voelen zich gekrenkt door de uitspraak van het Hof dat zij ‘tendentieus’ hebben gerapporteerd, dat zij moedwillig in een bepaalde richting (lees: ter ontlasting van verdachte) hebben geconcludeerd.

Dat is in feite een beschuldiging, en daarmee een rechtsvraag van de eerste orde. Crombag voelt zich aangetast in eer en goede naam. En hij heeft gelijk. Dat is natúúrlijk zo, en dat zal ook ondubbelzinnig de bedoeling zijn geweest van het hof. Eindelijk eens terugslaan naar die betweterige, hoog-van-de-toren blazende psychologen, die bovendien geen jurist zijn, laat staan een rechterlijke magistratelijke opleiding hebben genoten. Dat is heerlijk uitdelen door de raadsheren, zo van de klitsklatsklandere, en dat zal in de closed shop van rechters met warm applaus begroet zijn. Want je kan uiteraard als boekenschrijver niet ongestraft beweren dat het kritisch denkvermogen van de rechter vaak blijkt te falen (Dubieuze Zaken) en dat de rechterlijke organisatie gekenmerkt wordt door ’onderlinge protectie en toedekking’ (De slapende rechter). Dat breekt je als rechtspsycholoog uiteindelijk altijd op.

Maar de essentiële vraag die nu blijft is: welke wegen staan Crombag c.s. open om in het geweer te komen? Staan er überhaupt rechtsmogelijkheden open? Meeliften, indirect dan, met de cassatieprocedure die wordt aangespannen, ik denk het niet. Aangifte doen wegens smaad? Maar jegens wie? Het is immers niet de staat die vonnis wijst maar de onafhankelijke rechterlijke macht. Een burgerlijke dagvaarding uitbrengen jegens de raadsheren wegens toegebrachte schade – immers door toedoen van het vonnis zijn beide rechtspsychologen belemmerd in hun negotie, namelijk het tegen honorering uitbrengen van rapporten? Tsja…

Ik zelf heb gegrasduind in wat bundels jurisprudentie, en niets gevonden. Helaas heb ik geen on-line toegang tot Kluwer’s rijke databank, en voor de gang naar de EUR-bibliotheek pas ik. Wie kan hier op dit weblog meer duidelijkheid verschaffen? Crombag zelf is confident dat er voldoende ‘juridisch vernuft’ aanwezig is op de universiteit van Maastricht om hem uit deze impasse verder te helpen. Ik heb er een hard hoofd in. De vraag echter wat je kunt uitrichten tegen een (vermeende) aantasting van eer en goede naam die vervat is in een rechterlijk vonnis, blijft me biologeren. Kan de doctrine uitkomst bieden?

Co Stuifbergen

Het beoordelen van de betrouwbaarheid van verklaringen, lijkt mij altijd subjectief. Ik wil daarom de rechter niet verwijten dat hij niet de experts volgt.
Maar, de traditie om rapporten van experts te bagatelliseren is oud, zelfs als het om technische feiten gaat.

N.a.v. de “balpenmoord” hebben wetenschappers onderzocht of een balpen, die uit een kruisboog afgeschoten wordt, iemand doden kan.
Het bleek onmogelijk.

De rechter toonde zich, bij het beroep, niet onder de indruk.

Dat Crombag en Wagenaar meer advies gegeven hebben dan waar hen om gevraagd is, wil ik graag geloven van het hof.

Dat zij niet de deskundigheid zouden bezitten om een oordeel uit te spreken over “de strafvorderlijke status van [....]“, zou het hof met argumenten moeten aantonen, in ieder geval als het hof zelf wel die deskundigheid bezit.

@ W. Wilkens
…succesvol naar beneden gespeeld…

Ik neem aan dat u bedoelt “met succes gebagatelliseerd”.

klaas wildschut

Het lastige van deskundigenrapporten is dat er tegenover de ene deskundige wel weer vijf andere zijn te zetten, die bereid zijn om de conclusies van rapport 1 onderuit te halen, bij te stellen, te nuanceren etc. De rechter moet dus wel een kritische houding ten opzichte van rapportages houden. Een deskundigenrapport is een belangrijke vingerwijzing, geen harde waarheid.
@van Overbeeke: ik zou geen aangifte van smaad doen, onrechtmatige daad is beter. In dat geval lijkt mij de Staat de aan te spreken partij.

H. Langer

“Zij hebben oordelen uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid en waarvoor in het strafproces geen plaats is.”
Die “oordelen” zijn hier niet vermeld zodat de hierboven tot uiting gebrachte boze tot woedende reacties mij ongegrond en ook ongepast voorkomen.
Gelet op de publicaties in het verleden van zowel Crombach als Wagenaar, behoeft het geen verbazing te wekken dat de rapportage van beide “geleerden” – die zich vaak ten onrechte als het geweten van de Nederlandse strafrechtspraak hebben opgeworpen – als tendentieus gekenschetst is. De kans dat de m.i. nogal zachtaardig uitgevallen zweepslag van het Amsterdamse gerechtshof gerechtvaardigd is, acht ik groot.

W. Wilkens

@ Co Stuifbergen

Naar beneden spelen is: bewust je aandeel in een zaak verkleinen, meestal met het doel je verantwoordelijkheid te ontlopen.
Met excuses voor de late reactie.