Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 32: Hoe ver mag een advocaat gaan?

Moet een advocaat de belangen van de tegenpartij laten meewegen? Of mag hij meteen doortastend optreden?

Met commentaar van deskundigen van het Nederlands Juristenblad: advocaat mr. J.H.M. van Swaaij



De zaak
.
Een eigenaar van een appartement dient een klacht in bij de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten tegen de advocaat van een Vereniging van Eigenaren. Hij verwijt de advocaat onzorgvuldig te hebben gehandeld door hem te hinderen bij de verkoop van zijn appartement. De advocaat zou hem nodeloos hebben geschaad.

De feiten.
Een appartementseigenaar heeft ruzie met de andere bewoners van zijn woon gebouw. Hij heeft in zijn woning een nogal luidruchtige leistenen vloer laten leggen. In het reglement van de Vereniging van Eigenaren, waarvan hij verplicht lid is, staan voorschriften voor de aanleg van parket- of stenen vloeren. Dat mag alleen op een manier waardoor er geen ‘onredelijke hinder’ voor de andere bewoners kan ontstaan. Hij zou zich daaraan niet hebben gehouden: de eigenaar bestrijdt dat. De vereniging wil graag van die vloer af. En de eigenaar wil van het appartement af. Hij biedt het te koop aan, met vloer.

Wat deed de advocaat namens de Vereniging?
Die schrijft een brief waarin hij de eigenaar sommeert de vloer te slopen. En hij stuurt een kopie meteen naar de makelaar die de eigenaar helpt het appartement te verkopen. De makelaar schrikt en voegt de brief toe aan het verkoopdossier, de informatie die aspirant kopers krijgen. Met als netto effect: pas op, aan dit appartement kleeft een conflict.

Wat is de maatstaf van de Raad van Discipline?

Een advocaat heeft een grote vrijheid om de belangen van zijn client te behartigen op een wijze „die hem passend voorkomt”. Deze vrijheid mag niet door de tegenpartij worden beknot “tenzij zijn belangen daarbij nodeloos en op ontoelaatbare wijzen worden geschaad”.

Welke feiten vindt de Raad belangrijk?

De Raad stelt vast dat de eigenaar een informatieplicht heeft, die dat ook niet ontkent. Eventuele kopers behoren te weten dat er een conflict is over de stenen vloer.
Maar het is primair aan de eigenaar om dat zelf aan zijn makelaar te vertellen, en daarmee aan eventuele kopers, zegt de Raad. De advocaat had eerst bij de eigenaar moeten informeren of hij het conflict had gemeld aan de makelaar. En als dat niet was gebeurd, had de advocaat de eigenaar daarvoor een termijn moeten gunnen. Dat betekende dus tenminste twee brieven sturen: escaleren mag, maar dan wel in fasen.

De Raad rekent het de advocaat zwaar aan dat hij “onaangekondigd” zijn eerste brief meteen in kopie heeft doorgestuurd naar de makelaar. De eigenaar had de gelegenheid moeten krijgen om de makelaar “op een minder bezwaarlijke wijze” in te lichten. Door een voldongen feit te creeren heeft de advocaat z’n tegenpartij “nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad”. De advocaat krijgt een waarschuwing. Financiele schade hoeft niet te worden vergoed omdat de eigenaar die onvoldoende heeft onderbouwd.

De uitspraak van de tuchtrechter is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naam. Geen initialen, pseudoniem of alleen voornaam.

Geplaatst in:
Civiel recht
Tuchtrecht
Lees meer over:
advocatuur
belangenbehartiging
integriteit

15 reacties op 'Uitspraak 32: Hoe ver mag een advocaat gaan?'

mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat, namens het Nederlands Juristen Blad

De advocaat mocht van de Raad van Discipline niet meteen een kopie van de sommatie zenden naar de ver­ko­pend makelaar. Menig advocaat zal het oneens zijn met deze uit­spraak, deze een hellend vlak vinden, en/of tevoren niet bedacht hebben dat hij tucht­rech­telijk risico liep. Zo had de cliënte van de advocaat de kopie zelf (wél) gerust aan de ma­kelaar mogen ver­sturen.

Dat de cliënt iets mag, betekent echter niet – dit wordt helaas ook in mijn be­roepsgroep wel eens uit het oog verloren – dat de advocaat tucht­rechtelijk ´dus´ hetzelfde mag. Anders dan zijn cliënt, moet een advocaat zich aan tucht­rech­telijke gedragsregels houden. Volgens re­gel 1 moet een advocaat zich zodanig ge­dragen dat het vertrouwen in de ad­vocatuur of in zijn eigen beroepsuitoefening niet ge­schaad wordt. Een advocaat moet steeds na­gaan wat hij wil bereiken en of niet nodeloos andermans belangen ge­­schaad worden. Zo is recent in het kader van de Nederlandse Or­de van Advocaten (NOVA) na­ge­dacht over het naast de vertrouwde huidige vijf kern­waar­den van de be­roeps­groep (onafhankelijkheid, partijdigheid, integriteit, ver­trou­we­lijk­heid en deskundigheid) officieel maken van nog een zesde kernwaarde: de publieke verant­woor­delijkheid voor een goe­­de rechtsbedeling. Deze laatste kernwaarde bijt niet en hoeft de eers­te vijf kern­waar­den niet (steeds) te bijten, laat staan steeds te prevaleren.

In deze tuchtzaak zette de ad­vo­caat de relatie tussen de aspirant-verkoper en zijn make­laar al me­teen onder druk. Wat wilde de ad­vo­caat ermee bereiken? Zelf voer­de hij slechts aan dat hij de som­ma­tie op uit­druk­kelijk verzoek van zijn cliënte had gestuurd en dat deze daarmee wilde verhinderen dat iemand het ap­par­tement zou kopen zonder te weten dat volgens de vere­ni­ging van eigenaren de vloer ver­wijderd diende te worden. Maar daarmee wordt niet duidelijk gemaakt dat het ´dus´ nodig was dat de ma­ke­laar reeds direct een kopie moest ontvangen, laat staan dat de advocaat zélf deze kopie had moeten verzenden. Zo is (bijvoorbeeld) niet aangevoerd dat de ma­kelaar nog niets wist van het standpunt van de vereniging, laat staan dat hij al op het punt zou hebben gestaan om het appartement te verkopen.

Nu komt het menigmaal voor dat een advocaat een derde betrekt bij een probleem tussen zijn cliënt en een ander. Denk aan een beslag dat hij laat leggen op aan een schul­­de­naar van de cliënt te betalen loon, waarmee schul­de­naars werkgever ´iets weet´. Hier ontbreekt echter vaak een minder bezwarend al­ter­natief. ­

Splinther Couvée

De laatste zin van het artikel is niet juist: financiele schade kan nooit in het kader van een tuchtzaak worden vergoed. De Raad zegt alleen dat de klacht over de schade niet goed is onderbouwd.

Overigens vind ik de redenering van de Raad niet zonder meer ijzersterk, hoewel de uitspraak mij wel juist lijkt. Er wordt gezegd dat klager en “mr. X” het erover eens zijn dat klager als verkoper een informatieplicht heeft. Dat lijkt mij echter niet relevant, want dan nog is het niet aan de advocaat om die informatieplicht in te vullen: dat is (slechts) een gehoudenheid van de verkoper.

De VvE wil natuurlijk voorkomen dat een argeloze koper het appartement koopt, en heeft ook een (groot) belang om dit te verhinderen. Het inlichten van de makelaar is dan in mijn visie wel degelijk een optie, zij het dat de verkoper in de gelegenheid had moeten worden gesteld dit zelf te doen. Hoewel deze daartoe ook kennelijk niet geneigd was, nu hij meende dat daartoe een rechterlijke uitspraak vereist was.

Een andere optie is een beslaglegging (terzake de schade die van een verkoop het gevolg zal zijn).

Huib Struycken

De mededeling aan de makelaar van klager is om te voorkomen dat een koper onjuist wordt geinformeerd en ernstig wordt benadeeld wanneer hij eenmaal de eigenaar is geworden. klager probeert zijn verantwoordelijkheid te ontlopen voor een gebrek, dat door hem is veroorzaakt aan de woning door deze te verkopen. Klager had zijn makelaar kennelijk niet voorzien van de juiste informatie over het gebrek aan het huis. Was klager een betrouwbaar persoon geweest dan had hij dit wel gedaan en dan was er geen sprake geweest van belastende mededeling vn de advocaat. De advocaat heeft aan zijn burgerplicht voldaan door te voorkomen dat een derde een groot nadeel zou ondervinden van de wanprestatie van klager. Dat de advocaat van de vereniging van huiseigenaren klager in de gelegenheid moet stellen zelf zijn onbetrouwbare opstelling te corrigeren, zodat de schijn wordt gewekt dat klager een correcte persoon is lijkt mij onzin. De advocaat had klager niet van deze mededeling op de hoogte hoeven te stellen. Hij heeft dat wel gedaan. Hij heeft correct gehandeld.

m van maarseveen

Het is mij nog steeds niet duidelijk in hoeverre de vloer overlast bezorgd. Dit lijkt mij een objectief te meten feit. De vloer ligt er al vanaf 2001 en in 2005 zou men er pas last van hebben? De rechter en de advocaat mengen zich hier in een buren ruzie en zijn absoluut niet beroepsmatig bezig.

Marten Jan Groen

Tja … hoe ver mag een advocaat precies gaan in het opkomen voor de belangen van zijn client[e] en derhalve in het schaden van de belangen van de tegenpartij ?!
Er zijn uiteraard duidelijke grenzen. Maar dat zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Een advocaat dient natuurlijk altijd eerst te waarschuwen oftewel schriftelijk aan te manen, voordat hij tot al te drastische maatregelen ten behoeve van zijn client[e] over gaat.

Deze onbezonnen actie jegens derden was daar een van …

Wouter Bloem

De eerste reactie op de uitspraak is dat de vereniging van eigenaren de brief zelf had moeten sturen aan verkoper en makelaar. In dat geval had de tuchtrechter er niets mee te maken gehad.
Ofwel verkoper had de makelaar zelf al op de hoogte gebracht van de problemen, wat hier kennelijk niet het geval was ofwel hij was van plan kopers niet of minimaal voor te lichten. De tuchtrechter wil kennelijk de mogelijkheid open laten dat verkoper na aanschrijving de makelaar en daardoor potentiele kopers niet of niet volledig voorlicht.
De voorgestelde procedure gaat volledig voorbij aan het feit dat ook een bevestiging van verkoper nog gecontroleerd moet worden bij de makelaar. Hierbij zal alsnog de aanschrijving overlegd moeten worden om te controleren of de verstrekte informatie juist en compleet is.

klaas wildschut

Misschien is het goed om in deze discussie de term tuchtrechter te laten varen. Het oordeel is niet door een rechter gegeven, maar door de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten.
Wat betreft het oordeel zelf, dat lijkt mij dik in orde. M. van Maarseveen vraagt zich nog af hoe het nu zit met de vloer. Hoewel dat op zich een interessante vraag is, is dat niet de vraag die in de tuchtzaak aan de orde was en de beantwoording van die vraag was voor deze zaak ook niet van belang.
Dat de advocaat hiermee (misschien) heeft voorkomen dat een potentiële koper onvolledig zou worden geïnformeerd mag zo zijn, maar dat is niet zijn burgerplicht en – mijns inziens – al helemaal niet zijn plicht als advocaat van een derde partij. Door op deze wijze te handelen heeft hij immers zijn wederpartij de mogelijkheid ontnomen zelf e.e.a. (in voor de verkoopprocedure minder belastende vorm) te regelen.

M.J. Hoogendoorn

Mij dunkt, dat een niet als rechtmatig te kenschetsen belang van de wederpartij ten onrechte geprevaleerd heeft boven de rechtmatige belangen van de cliënt en van derden.

Het realiseren van een hogere verkoopprijs door niet te voldoen aan een mededelingsplicht kan bezwaarlijk als een rechtmatig en bescherming waardig belang worden aangemerkt. Het talmen met een mededelingsplicht evenmin. Het is vanuit juridisch oogpunt bovendien twijfelachtig of er überhaupt enig financieel nadeel geleden is. De verkoper die niet voldoet aan een mededelingsplicht zal doorgaans immers jegens de koper schadeplichtig zijn.

De cliënt van de advocaat (ook trouwens de eventuele koper) had daarentegen wel een evident en rechtmatig belang bij het voorkomen van verkoop zonder dat de koper op de hoogte gebracht zou worden van het conflict over de vloer. Onduidelijkheid over de geldigheid van de overdracht zou immers ook onduidelijkheid over de vraag wie aangesproken dient te worden voor zijn client scheppen. De advocaat heeft niet zomaar ongevraagd een derde betrokken bij het conflict,zoals de Raad lijkt te veronderstellen, maar in het belang van zijn cliënt derden behoed voor nodeloze verwikkelingen die het hem toevertrouwde belang van zijn cliënt rechtstreeks zouden raken.

Het enige relevante gezichtspunt dat ik mij kan indenken, waardoor de balans toch in het nadeel van de advocaat heeft kunnen doorslaan, is de vraag of hij de makelaar specifiek door toezending van een kopie van de sommatie op de hoogte had moeten stellen, daar waar een neutrale mededeling aan de makelaar had volstaan. Indien de sommatie onvriendelijke mededelingen over de wederpartij bevat, is het niet ondenkbaar dat men de wederpartij nodeloos in een kwaad daglicht stelt door derden daarvan deelgenoot te maken.

De advocaat had zich deze ellende waarschijnlijk zelfs onder handhaving van het gewenste opwindingsniveau in de correspondentie kunnen besparen, door niet de sommatiebrief aan de wederpartij aan de makelaar toe te zenden maar door de makelaar zelf te sommeren tot het doen of laten van allerlei.

Menco Rasterhoff

De Raad stelt dat de advocaat minder bezwarende middelen kon hanteren. Deze subsidiariteitstoets is begrijpelijk, maar de Raad zou meer oog moeten hebben voor de onwetendheid van de Vereniging ten aanzien van de status van mogelijke verkoop.

Het overgaan tot sommatie versnelt het proces, wat de kans verkleint dat woning – terwijl de gestelde termijn nog niet zou zijn verstreken en de verkoper de makelaar niet zou inlichten – verkocht wordt. In die zin komt het door de advocaat te behartigen belang een spoedeisend karakter toe. Hiertegen pleit dat de mate van spoedeisendheid wellicht moeilijk vast te stellen is, maar daarom zou de Raad in dit soort gevallen terughoudend moeten toetsen en moet de gestelde nodeloosheid niet snel worden aangenomen.

Tevens vraag ik mij af hoe er gecommuniceerd is tussen makelaar en verkoper. Mag men van de makelaar niet verwachten naar een dergelijk gebrek te vragen? En indien er gevraagd is, maar het juiste antwoord niet gegeven, zou dit geen overweging moeten zijn bij de vraag of er wel een verdedigbaar belang is?

klaas wildschut

M.J. Hoogendoorn schrijft: ‘Het realiseren van een hogere verkoopprijs door niet te voldoen aan een mededelingsplicht kan bezwaarlijk als een rechtmatig en bescherming waardig belang worden aangemerkt. Het talmen met een mededelingsplicht evenmin.’
Er blijkt niet dat de verkoper met die mededeling heeft getalmd; de advocaat heeft verkoper gesommeerd de vloer te slopen en (N.B.) tegelijkertijd de makelaar diezelfde brief geschreven. Verkoper heeft dus niet getalmd met die mededeling: hij heeft er geen moment gelegenheid toe gekregen.
Verder is de conclusie, dat verkoper een hogere verkoopprijs wilde realiseren door niet te voldoen aan een mededelingsplicht, nogal kort door de bocht. Daarnaast de verhouding tussen verkoper en makelaar (die m.i. ook een vertrouwensaspect kent) wel degelijk een rechtens te respecteren belang.

j. bredius

De brief aan de makelaar is toegestaan. De makelaar is een partijdige belangenbehartiger, die voor de eigenaar in deze zaak optreedt. Regel 18 lid 2 schrijft voor dat de aanzegging aan de wederpartij mag indien een afschrift aan diens advocaat volgt. Nu de regel van analoge toepassing is moet de advocaat aan de makelaar een afschrift toezenden. De makelaar handelt juist klachtwaardig door zonder zijn client te informeren het verkoopdossier samen te stellen.

Ernst Anepool

Het word hoog tijd dat ook in nederland de advocatuur gehouden word aan het Good Faith beginsel.

Wnat zo langzamerhand word het gangbaar, zaken te winnen met achterklap en insinuatie, zo ook hier, het gaat allang niet meer om het recht dienen, maar om eigenbelang door te drukken.

De advocaat beschermd niet, maar valt aan, een in mijn ogen verwerpelijk gedrag voor iemand die de rechtstaat dient te dienen…

Martin vandeWardt Olde Riekerink

Het lijkt mij te billijken als de advocaat de makelaar op de hogte stelt van het bestaan van een geschil, maar niet in de vorm vaneen afschrift van de sommatie.

Wat mij bevreemdt is het feit dat een klacht is ingediend tegen de advocaat, mij ontgaat ten ene male het belang daarvan. Het zij dan dat, maar dat is volkomen speculatief, de verkoper wel degelijk van plan was om zijn meldingsplicht te verzaken.

Het voeren van een zaak als deze zou eigenlijk al aangemerkt moeten worden als “misbruik van het recht”.

robert berkhout

De vereniging van eigenaren is verantwoordelijk.

In de notulen van de vereniging haar vergaderingen behoort de klacht vermeld te staan.

Iedere eigenaar behoort die notulen aan de makelaars te overleggen en daarmee aspirant kopers van volledige informatie te voorzien.

simpele regel en houdt kostbare advocaten op comfortabele afstand

Van Schaik

De advocaat trad op voor de Vereniging van Eigenaren in het geschil met de bewoner/aanbieder. Het is begrijpelijk dat de Vereniging haar aanspraken ook wil doen gelden naar een eventuele toekomstige eigenaar. Het had daarbij op de weg gelegen van het Bestuur van de VVE om – du moment dat zij lucht kreeg van de op handen zijnde verkoop – haar lid (de bewoner) aan te schrijven dat zij haar rechten en aanspraken ter zake de vloer onverminderd zou laten gelden tegenover een eventuele verkrijger. Of met die nieuwe verkrijger ook een geschil zou ontstaan is overigens nog maar de vraag. Denk aan de mogelijkheid dat de verkrijger een liefhebber is van hoogpolig tapijt, en aan het bestuur kenbaar zou maken dat, ook met een leistenen vloer onder de kwaliteit hoogpool die hij pleegt te gebruiken, de danspasjes van hem en zijn gade geen overlast zouden kunnen veroorzaken. Net zo als het de vraag is – ondanks het feit dat e.e.a. volgens de statuten ter beoordeling is van het Bestuur – of inderdaad houdbaar is dat de leistenen vloer op zich overlast veroorzaakt. Het bestuur mag ingevolge de statuten immers zich wel een zelfstandig oordeel daarover vormen, maar strikt genomen gaan haar bevoegdheden niet verder dan het vervolgens pogen e.e.a. via de rechter “hard te maken” en – nadat het oordeel van het bestuur is door deze is bevestigd, de hinder te doen te beeindigen.

Het bestuur c.q. de voor haar optredend advocaat had dan ook – nadat kennis genomen was van het, ondanks die vragen en onzekerheden: niet irrelevante, gegeven dat een verkoop voorhanden was – het lid (de verkoper) moeten aanschrijven dat het jegens hem ingenomen standpunt onverkort zou worden ingenomen ten opzichte van een eventuele nieuwe verkrijger, en dat, afhankelijk van hetgeen deze nieuwe verkrijger aan plannen ter zake de vloer zou hebben, er rekening mee zou moeten worden gehouden dat ook jegens hem een procedure tot vaststelling van de hinder c.q. het opbreken en verwijderen van de vloer aanhangig zou worden gemaakt. Daarbij zou het lid tevens gesommeerd kunnen worden dit standpunt aan een potentieel verkrijger kenbaar te maken.

Maar het verzenden van een kopie-brief aan de makelaar waarin eigenlijk niet veel meer vermeld kan worden dan wat het Bestuur van (nog niet in rechte vaststaand) oordeel is, althans in de gegeven situatie van het lid/verkoper, en dat op grond daarvan het lid/verkoper wordt gesommeerd, is een brug te ver. Vooreerst staat niet vast of een leistenen vloer bij de nieuwe verkrijger ook hinder oplevert (het bestuur zal zich in die nieuwe situtie opnieuw een oordeel daarover moeten vormen – denk aan het hoogpolig tapijt dat alle hinder wegneemt) en dus ook of uberhaupt een bevel tot verwijdering kan worden verkregen.

Het bestuur kon dus niet verder gaan dan het lid/verkoper aan te zeggen dat het door het bestuur tot zijn plicht tot informatieverstrekking aan een potentiele nieuwe verkrijger wordt gerekend deze te informeren omtrent het standpunt dat het Bestuur jegens het lid/verkoper ter zake de vloer had ingenomen. Aan het lid/verkoper was het vervolgens geweest te oordelen of deze mededeling van het bestuur inderdaad onder zijn informatieplicht valt, en vervolgens de keus te maken of hij dit zijn makelaar zou mededelen. Door deze (beoordelings-)stappen voor de wederpartij te maken, ging de advocaat van de VVE inderdaad buiten zijn boekje.