Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 30: Handen geven als schoolregel

Mag een openbare school van docenten eisen dat ze bij een begroeting altijd een hand geven?

Met commentaar van NJB-redacteuren Inge van der Vlies en Alex Brenninkmeijer

De zaak.

Een openbare middelbare school schorst en ontslaat in 2006 een jonge islamitische docente die na de zomervakantie haar collega’s e-mailt dat ze mannen geen handen meer wil geven vanwege haar geloof. De school legt de zaak voor aan de Commissie Gelijke Behandeling. De docent tekent tegen het ontslag bezwaar aan bij de rechter, waar ze tevens 30.000 euro schadevergoeding vraagt. Daarna is er nog een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Die deed vorige week uitspraak.

Waar draait het om?

Mocht de school haar wegsturen? En: mag een school als functie-eis een ‘uniforme begroetingsregel’ verplicht stellen, namelijk het handen schudden. Of is er dan sprake van ‘indirect onderscheid’ maken naar geloofsovertuiging, hetgeen wettelijk verboden is.

Wat waren de argumenten?

De docente vindt dat de schoolregel haar godsdienstvrijheid beperkt. Ze meent dat er ook op andere manieren respectvol kan worden gegroet, zonder lichaamscontact. Handen schudden beschouwt zij als seksuele intimidatie. De school vindt dat zij met haar principiele opstelling de confrontatie zoekt en met haar email iedereen overviel. Maar vooral vindt de school dat ze handen geven verplicht mag stellen omdat 90 procent van de leerling allochtoon is en kansarm. Op zo’n school moeten ‘in Nederland geldende en gangbare respectvolle omgangsvormen’ uitgedragen worden. Argument: deze leerlingen moeten op de (Nederlandse) arbeidsmarkt worden voorbereid. Uniformiteit is op zo’n school belangrijker dan diversiteit.

Wat is de juridische maatstaf?

Indirect onderscheid maken is wettelijk wel toegestaan mits het doel legitiem is. Daarvoor moet het voldoende zwaar wegen of beantwoorden aan een werkelijke behoefte. En er mag ook geen sprake zijn van een ‘discriminerend oogmerk’. Het middel (‘schudplicht’) moet ook passend (geschikt) en noodzakelijk (evenredig) zijn.


Wat vond de CGB?
De Commissie Gelijke behandeling (CGB) wees de schoolregel af. Weliswaar is het doel in orde en is er geen sprake van opzettelijke discriminatie. Alleen is het middel niet geschikt. Handen geven vinden sommige moslims immers niet respectvol, terwijl de school dat respect juist wil bevorderen. De school schond dus de wet door verboden indirect onderscheid te maken op grond van godsdienst.

Wat vindt de hoogste bestuursrechter in arbeidszaken
?

Die vindt het doel van de schudplicht ook legitiem: de arbeidsmarkt, pedagogische duidelijkheid, aansluiten bij gebruikelijke omgangsvormen, integratie etc. Maar is het ook ‘passend en noodzakelijk’? Daar wordt de CGB toch tegengesproken. De rechter weegt de belangen van de school en de docent tegen elkaar af. De docente moet immers tegen discriminatie worden beschermd. Haar opstelling is echter ‘confronterend en onaangenaam’ en zet de onderlinge relaties onder druk. Zij heeft een voorbeeldfunctie, zowel binnen de school als erbuiten. Bovendien vertegenwoordigt ze de school als ambtenaar. Er komt dus een ‘veel groter gewicht’ toe aan het belang van de school (uniformiteit) dan aan de docente (diversiteit). Dan is een begroetingsregel ‘passend en noodzakelijk’. Conclusie: het ontslag was gepast en op de juiste gronden.

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is hier te vinden. Het persbericht hier. De eerdere uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling hier.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Staatsrecht
Lees meer over:
discriminatie
godsdienst
mensenrechten

32 reacties op 'Uitspraak 30: Handen geven als schoolregel'

NJB-redacteur en bestuursrechtjurist mr. Alex Brenninkmeijer

Handen schudden als kwestie die aan de rechter wordt voorgelegd? Een advocaat die niet wil opstaan voor de rechter krijgt een disciplinaire waarschuwing? Daarmee wordt dat wat we fatsoenlijk vinden, omgangsvormen, binnen het juridische gezogen. Dat is een proces dat op veel terreinen zichtbaar is. Neem de bloedneus op het schoolplein, die niet leidt tot een streng woord van de leraar, maar tot een aangifte en een aanzet tot strafvervolging.

Tegelijkertijd zien we dat de omgangsvormen in onze samenleving ruwer worden. Juridische procedures vormen wat mij betreft onderdeel van die verruwing.

Als het om de handdruk op school gaat dan valt de geweldige onhandigheid op waarmee deze kwestie de wereld inkomt. Een mailtje rondsturen met als bericht dat je voortaan mannen geen hand zal schudden werkt in deze tijd als een provocatie. En de school die daar weer op reageert met rechtspositionele maatregelen draagt alleen maar bij aan de escalatie. In deze zaak valt ook op dat het juist die escalatie is die van betekenis voor het ontslag.

Zou die escalatie voorkomen kunnen worden? Niet altijd maar vaak wel. Mijn advies luidt: blijf buiten de rechtszaal en laat procedures zoveel mogelijk achterwege. Ga eerste eens aan tafel zitten eventueel onder leiding van een deskundige mediator. Menselijke verhoudingen vragen zorgvuldig onderhoud en met geprocedeer worden die verhoudingen zelden beter. In het gesprek kan ook duidelijk worden wat over en weer de betekenis is van een bepaalde opstelling. En dan kan blijken dat bepaalde sociale vormen minder of niet passen binnen een bepaalde schoolomgeving. Maar ook dan hoeft er geen procedure te volgen.

NJB-redacteur en hoogleraar staatsrecht prof. mr. Inge van der Vlies

De Algemene wet gelijke behandeling heeft betrekking op bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- en homosexuele gerichtheid en burgerlijke staat.

Mevrouw X deed een beroep op de vrijheid van godsdienst om geen handen te hoeven schudden, althans niet van volwassen mannen. Haar werkgever stelde haar echter voor de keuze: handen schudden van iedereen of haar werkkring te verlaten.

De school wil de leerlingen respectvolle, uniforme omgangsvormen bijbrengen, onder andere ter voorbereiding op de arbeidsmarkt. Leraren moeten het goede voorbeeld geven. Het conflict werd aan de Commissie Gelijke behandeling voorgelegd, die vindt dat opvattingen over wat respectvol begroeten in Nederland is verschillen. Een goede voorbereiding op de maatschappij zou vergen dat je met alle respectvolle manieren van begroeten kunt omgaan. De vrouw kreeg dus gelijk.

De commissie volgt uitdrukkelijk haar eigen opvatting die ertoe dient discriminatie naar godsdienst (als naar elk grondrecht) zoveel mogelijk te voorkomen. De Commissie is geen rechter en de school was niet verplicht het oordeel van de Commissie op te volgen. De school zet het ontslag door en de vrouw gaat naar de rechter. De bestuursrechter zet niet zijn eigen opvatting op de eerste plaats, maar gaat na of het schoolbestuur zo mocht denken.

Ook al zou de opvatting van de vrouw ook legitiem zijn, dan nog mag het schoolbestuur voorrang geven aan de eigen opvatting, indien die legitiem is. De hoogste bestuursrechter op dit terrein stelt uitdrukkelijk de principiële kant van de zaak te willen behandelen.

Was dit ontslag godsdienstdiscriminatie? In beginsel wel, de uniforme begroetingsregel levert een indirect onderscheid naar godsdienst op omdat zij een bepaalde godsdienst in het bijzonder raakt. Maar als de uniforme regel een passend en noodzakelijk middel om het doel (goede voorbereiding op de arbeidsmarkt) te bereiken, dan is zij toch toegestaan. De vrijheid van godsdienst wordt geplaatst tegenover het belang van de school om ter voorkoming van segregatie en ter bevordering van de duidelijkheid in een multiculturele schoolgemeenschap uniformiteit te stellen boven diversiteit, waarbij het gaat om het groetgedrag op een openbare school. Welke uniformiteit is gekozen? Die in Nederland gebruikelijk is.

Het weigeren van een hand wordt volgens de rechter op school als confronterend ervaren en ook door de externen, als de ouders, die de lerares de hand zou moeten drukken. Het gaat om de wijze waarop een ambtenaar haar functie vervult en die moet niet onnodig tot ophef leiden. De rechter laat het belang van de school om segregatie te voorkomen op de door haar gekozen wijze voorgaan, onder respectering van de keuze van de vrouw. Beide gaan echter niet samen. Door de overwegingen zo principieel te formuleren, heeft de rechter voor de verhoudingen op scholen voor openbaar onderwijs een duidelijke en goed gemotiveerde uitspraak gedaan.

marijke vendel

Gelukkig kan deze juf naar een islamitische school. Want als mijn echtgenoot en ik ons kind naar deze school en deze juf zouden brengen. krijgt mijn man geen hand en dat zou toch onze cultuur gezien erg onbeschoft overkomen.In de eerste plaats is zij een juf met de autoriteit van een juf en daarna komt pas haar levensovertuiging ter sprake. Want onze cultuur leert toch om aan onze kinderen te zeggen: “Geef eens netjes een handje” Voor haar fijn dat er islamitische scholen zijn waar ze geen hand hoeft te geven aan al die “enge”mannen.

E.M. van Bol-Es

niet moeilijk doen: de normen en waarden hier zijn simpel: geef die hand. klaar.
als iemand dat sexuele intimidatie vindt
ben je m.i. toch wel erg raar bezig.
mogelijk is het dan beter in 17de eeuwse omstandigheden te leven, dat kan. er zijn plekken op de wereld waar dat zo is.

Jaap Nauta

Geloof is een keuze. Helaas niet altijd vrijwillig. Als ik wil geloven ben ik vandaag christen en morgen humanist. De “ware” gelovige zal dat niet vinden maar het kan toch echt wel. Ik kan alleen niet echt kiezen voor een handicap, geslacht, ras, seksuele voorkeur of volk.

Volgens de algemene wet gelijke behandeling staat de mevrouw in haar recht. Zolang die wet zo is, is dat een juridisch feit.

Wellicht is deze mevrouw in alle overtuiging bezig er het beste van te maken. Het geloof gebied haar alleen wel om een onderscheid te maken tussen de omgang met mannen en vrouwen. Dat is dan weer op zijn minst opmerkelijk.

Als we dat geloof nu uit de wet schrappen. Dan kunnen deze vrouw en de mannen(?) van de school weer gewoon met elkaar praten ,wat volgens mij behoorlijk nodig is, en er niet een hysterisch oneindige onderbuik discussie van maken.

m.j. schwencke

Ook ik geef op verschillende gronden niet iedereen een hand.
Ook ik zal dit blijven doen nadat een ander persoon of instituut mij deze handeling zou voorschrijven

e van ditmarsch

Een vriendelijk knikje met mondelinge begroeting is net zo beleefd als dat , naar mijn smaak meestal overbodige, handenschudden.
Naar ik me herinner, deden we dat vroeger zo, en wel omdat handen geven alleen bij je voorstellen gewoon was, anders was het nogal “duits” i.t.t. de engelsen, die ook niet al te dikwijls handen gaven.
Een kwestie van smaak. ik ben nu 70 en heb niet de minste behoefte om “Jan en alleman” een hand te geven.
Laat het bij een beleefde begroeting.

T vd Werf

Hebben we ook niet zoiets met het voltrekken van homo huwelijken door ambtenaren van de burgelijke stand?
Na een wetswijziging was het uitvoeren of oprotten.
Toen stond het COC op haar achterste benen, als een, al jaren goed functionerende, ambtenaar op grond van geloofsovertuiging hier niet aan mee wilde werken.
Daarnaast was er meestal wel een andere ambtenaar te vinden die het klusje wel wilde klaren.
En toch was het voor COC: iedereen MOEST.
Ik ken een heteropaar die als reactie smaandagsmorgens in werkkleding getrouwd is.

Deze dame had een publieke functie, anders dan bij de ambtenaren BS, konden ouders en leerlingen niet om haar heen. Daarnaast wijzigde zij haar opvatting gedurende het dienstverband, en niet zoals het homohuwelijk, dat er een wetswijziging was die het plots verplichtte.

Ik denk dat het valt onder: brullen dat het discriminatie is, omdat je je zin niet krijgt.
Het zal me niet verbazen dat er andere dingen schuilgaan onder haar wijziging van opvatting.
Ik ken ook mensen die ik de hand niet wil schudden.
Maar dan om een hele andere reden.

Evert Smies

Het valt mij op dat geen van rechterlijke instanties aandacht besteedt aan het feit dat mevrouw pas tien maanden na haar eerste aanstelling (op 28-8-2006 resp. op 24-10-2005) haar besluit om geen handen (meer?) te schudden kenbaar heeft gemaakt.
Komt dit soort religieuze bezwaren op als kiespijn? Hoe principieel is zo’n besluit als dat pas na tien maanden opkomt?
Mevrouw heeft haar bezwaren tegen het handen schudden kennelijk niet bij haar sollicitatie naar voren gebracht en daarmee tegenover de werkgever in ieder geval geen open kaart gespeeld.

C van Putten

Different cultures have different customs. Daar moet men in Nederland niet zo moeilijk over doen. Hier in Australië moet je bijvoorbeeld leren dat het voor Aboriginesen zeer ongebruikelijk is oogcontact te maken met vreemden. Dat is dan niet onbeleefd: dat moet je gewoon accepteren als hun cultuur.Waarom zo krampachtig over islamitische cultuur?

Deon Loeffen

Alweer een nieuwsbericht over al dan geen handen schudden.

Ik wil daar een overdenking aan toevoegen.

Nederland draagt Israël en de Joodse gemeenschap een warm hart toe. Wij hebben begrip voor de Joodse cultuur en schijnen haar te bewonderen (tot op zekere hoogte).

Ik heb echter in de hele ‘handen-schud-discussie’ nog nooit gelezen dat iemand van orthodox Joodse afkomst niet is toegestaan een vrouw de hand te schudden.

Dat is toch opmerkelijk?

G Bessems

Waar eerdere respondenten het hadden over een mogelijke ‘verruwing’ in de samenleving, is het mogelijke probleem dat hieraan ten grondslag ligt eerder juist het verdwijnen van de publieke sfeer. Door bepaalde factoren raakt de publieke sfeer steeds meer doordrongen van private zaken. Dit vertoont een evenredige samenhang met het uithollen van een universeel kompas binnen onze samenleving. Juist vrijheid en liberalisme maken de burger onzeker en dragen er mede aan bij dat burgers een private aangelegenheden, publiek profiel geven.

J. Berends

Er is verschil tussen [soms] een hand niet schudden en: systematisch weigeren een [groep] mensen de hand te schudden.
De weigering discrimineert en beledigt mensen op basis van hun man zijn. Als lid van deze groep word ik zonder enige aanleiding beschuldigd dat ik aan sexuele intimidatie doe, als ik een vrouw een hand geef. Overigens is het tegendeel waar – het geeft juist uiting aan een gevoel van gelijkwaardigheid, ik geef mannen nl. ook een hand.
Met godsdienst heeft dit alles niets te maken. God vind het best als we elkaar handen geven of niet, als we ze maar niet afhakken of er elkaar mee slaan. Het is niet meer dan een code en de keus bij welke [zichzelf onderscheidende] gedragsgroep je wilt horen.

Brian Patrickx

Het doel van de schudplicht mag dan legitiem zijn, 12 tot 17 jarigen zijn niet achterlijk. Die zullen heus niet de conclusie trekken dat, omdat één docente geen handen schudt, het nu okee is om op grote schaal te gaan rellen. Ik overdrijf, om het absurde aan te tonen.
De scholieren zullen, zéér waarschijnlijk heel erg schouderophalend concluderen, dat die juf nu eenmaal anders, net zoals de gymleraar die altijd probeert in je blousje te kijken, en de scheikundeleraar die uit zijn mond stinkt.

Ontslag lijkt me in dit geval wel erg overdreven en hardvochtig. Als dit een buigende Japanse was geweest, was dit nooit gebeurd.
Het riekt naar met twee maten meten, vooral omdat veel mensen de redenering best begrijpen, namelijk kuisheid.
Boeren laten is in sommige culturen een teken dat de gasten het eten lekker vinden.
Sommige culturen vinden euthanasie moord. Die zijn nog geen 200 km oostwaarts.

En om geschoffeerd te raken door een email: Tjonge jonge, wat zijn we weer fijnbesnaard!
Hoe erg moet die email dan wel niet geweest zijn?
Het lijkt me hoogst onwaarschijnlijk dat er iets in stond als: “Achterlijke vieze (vul dier/lichaamsdeel in naar keuze) ik weiger hierbij om jullie stinkende handen nog aan te raken”.
Dus het lijkt mij dat leraren, die toch ervaring met confrontatie moeten hebben, wel tegen een email “stootje” moeten kunnen.

Het lijkt me verder dat de docente zeker kans maakt bij het Europees Hof voor mensenrechten.

J.van Dijk

Van waar komt het handen schudden eigenlijk en waarom geeft men eigenlijk de rechterhand? Met dit gebaar wilde men in de tijd dat de dieren nog spraken (dus ook al voor de zevende eeuw) laten zien dat de hand die meestal het wapen hanteerde leeg was, dat men geen kwade bedoelingen had jegens de ander. Mensen die geen hand wensen te schudden zijn dus oftewel onwetend oftewel onbetrouwbaar. In geen van beide gevallen wil je als ouder dat ze voor de klas staan….

W. Braakhuis

Ik ben het compleet met de rechter eens.
Al is godsdienstvrijheid een groot goed, je zal het altijd moeten afwegen tegen andere belangen. Een van die belangen kan de fundamentele beleefdheidsnormen zoals die door de rest van de samenleving wordt ervaren, zijn. Godsdienstvrijheid mag geen reden zijn om andere mensen te schofferen. Wat als er een godsdienst komt die leert dat zwarten inferieur zijn? Of die vindt dat les moet worden gegeven in de staat waarin mensen geboren zijn, naakt dus? Moet dit ook kunnen op grond van de godsdienstvrijheid? Daarbij komt dat er in dit specieke geval veel leerlingen bleken te zijn van dezelfde godsdienst: zijn die leerlingen als meisje onzedelijk omdat zij wel een hand geven? Laten we alsjeblieft de godsdienstvrijheid koesteren maar paal en perk stellen aan extreme uitingen daarvan die door velen aan schofferend worden ervaren.

Co Stuifbergen

Tijdens de “varkensgriep”-epidemie wilden Mexicanen elkaar ook geen handen schudden.

Trouwens, handenschuders gebruiken toch hopelijk niet dezelfde hand voor het wc-papier ? :-(

Ik vind dat andere vormen van begroeting net zo netjes zijn, maar omdat niet iedereen die vormen herkent vind ik dat de docente toch handen schudden moet.

Ik meen wel dat de docente haar collega’s netjes op de hoogte bracht, e-mail lijkt mij effectiever dan een berichtje op het prikbord.

Berndsen

Nederland is een pluriforme samenleving waarin diversiteit als een groot goed wordt beschouwd. Dat betekent respect voor elkaars opvattingen/overtuigingen en je houden aan de wet.
De school en de Centrale Raad van Beroep vinden dat op school “in Nederland geldende en gangbare respectvolle omgangvormen” uitgedragen dienen te worden. Precies daarom had de school aan haar leerlingen het voorbeeld dienen te geven dat pluriformiteit in Nederland respectvoller is dan opleggen aan anderen van een eigen cultuurelement. Daarbij valt overigens op dat dat veel Nederlanders, ook docenten, niet eens de regels (etiquette) van het handen schudden in Nederland kennen. Dus zo’n essentieel cultuurelement is handen schudden kennelijk ook weer niet.
Ernstiger vind ik echter dat in de opvattingen van de school en in die van de Centrale Raad van Beroep, cultuur boven de wet wordt gesteld. Het recht op lichamelijke integriteit ligt immers uitdrukkelijk vast in de Nederlandse Grondwet.Artikel 11 geeft onverkort aan dat niemand in Nederland het recht heeft een ander tegen zijn/haar zin aan te raken, uitgezonderd binnen een justiële setting. De overtuiging op grond waarvan iemand niet aangeraakt wenst te worden doet er voor de wet totaal niet toe.

Op grond van beide voorgaande argumenten is mijn conclusie dat het standpunt van de school en dat van de Centrale Raad van Beroep in zowel cultureel als juridisch opzicht verwerpelijk zijn. Wat de leerlingen van de school thans daadwerkelijk hebben geleerd staat dan ook haaks op de integratie gedachte.

MARC BRAAT

Ieder land heeft een cultuur. Handen schuden kan daar een deel van zijn. Is men het daar niet mee eens kan men altijd een enkele reis Kabul boeken. Daar is lichamelijk contact tussen een docente en een vader zeker niet van de orde. Overigens geloof ik dat er weinig vrouwelijk onderwijzend personeel is.
Mijn opmerkingen zijn niet intolerant bedoeld, maar godsdienstvrijheid heeft ook zijn grenzen.

J. van der Woude

Ik was een paar dagen geleden op bezoek bij een kennis in een klein dorp in Nederland. Samen kwamen we daar op straat een dorpsgenoot tegen die ik alleen van naam kende (had met hem ge-emailed), maar een goede bekende was van mijn gastheer. Bij de kennismaking stak ik mijn hand uit, maar dat werd niet beantwoord. Ik stond daar maar met die hand! Nee een hand geven, dat doen ze in dit dorp niet hoor, begreep ik later van mijn gastheer; dat vinden ze maar stadse fratsen. Een puur stukje lokale Nederlandse cultuur, waar ik zonder veel morren rekening mee zou houden als ik er zou wonen, en een spiegel voor al deze commotie.

Wim Dammeyer

Het gaat hier helemaal niet om het handenschudden. Dit is de stok om de hond, in dit geval de docente, te slaan. Waarschijnlijk was de docente wat te eigenzinnig, schikte zich niet naar de wensen van het management, of wellicht was ze incompetent. Wie zal het zeggen? Rechtspositie was natuurlijk te sterk, dus dan maar het “Niet-Hollands-Is-Fout” treintje. Hoe dan ook, in Nederland kun je heel goed functioneren zonder handen te schudden. Al eeuwen hebben we ook een joodse bevolking waarvan een deel het handenschudden (van de andere sexe) volstrekt afwijst. Maar goed, ook door deze bevolkingsgroep beleefde Nederland haar Gouden Eeuw…. Het is goed om de ruimte te geven aan verschillende uitingen van beleefdheid. De tijd van de trekschuit is voorbij! (Maar als we zo doorgaan komt dat weer terug) Binnen ‘n uur reizen kunnen we mensen ontmoeten, zaken doen, kennis uitwisselen waar wellicht heel andere rituelen actueel zijn. Als je daar komt met een besef van, en erkenning voor diversiteit, is de opbrengst veel groter. Het is dan ook onzin dat “uniformiteit” als ‘n zwaarwegend belang van de school wordt benoemd door de bestuursrechter. De enige uniformiteit welke de (openbare!) school mag aanvoeren is inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs.

T vd Werf

Co Stuifbergen,
om die reden voelt een arabier zich zwaar beledigd als je hem de linkerhand geeft.
Die gebruikt hij wel voor het toiletpapier, heb ik begrepen.

Heb je een publieke functie, dan hoor je rekening te houden met de gewoontes van de mensen die contact zoeken, middels jou, met het bedrijf waar je werkt.
Weet je het niet zeker, vraag je even aan iemand die er ervaring mee heeft.

Els Geuzebroek

Zeker op een openbare school moet gelijke behandeling van mannen en vrouwen boven respect voor religies staan. Aparte regels voor mannen en vrouwen horen niet thuis in een seculiere samenleving waar alle ingezetenen gelijke rechten hebben.

Zwart-witdenken over de geslachten moet ook niet worden benadrukt door een andere benadering. Elk individu moet op gelijke wijze worden benaderd en gerespecteerd. Vooroordelen en religieuze discriminerende opvattingen mogen hierbij geen rol spelen.

Iemand die op grond van godsdienstvrijheid de geslachten uiteen wil drijven en mensen wil beoordelen op basis van niet ter zake doende kenmerken moet dit binnen een religieuze gemeenschap doen waar deze vorm van discriminatie geen weerstand oproept. Het recht gelijke behandeling aanvoeren om religieus discrimineren te legitimeren is misbruik van antidiscriminatiewetten.

J.Martens

Zodra we in Islamitische landen verblijven, gedragen we ons naar de mores van het land. Dus geen handen schudden tenzij in de stad met ontwikkelde mensen.

En op voor Moslims belangrijke plaatsen als vrouw je decent kleden. Burka hoeft niet maar wel de hoofddoek. En geen vakantiekledij.

Omdat de meerderheid van de bevolking Rrrrespekt eist, achten we dat redelijk en logisch.

Deze fatsoensregels gelden – volgens linkse rakkers -NIET in Nederland ! Want immigranten hoeven NIET Rrrrespekt te tonen.

Dus niet zeuren over Taal- en cultuurproblemen wanneer je minderheden ( IMmigranten of Migranten) binnenhaalt. Die niet of slecht Nederlands willen blijven spreken.

En de pest aan ónze kultuur hebben.

J.Martens

Wat heeft afwijkend (fanatiek) gedrag te meken met de vraag of hier sprake is van inbreuk op het recht van godsdienstvrijheid ?

Een ieder die in Nederland verblijft heeft het recht zich een persoonlijk godsdienstje aan te schaffen en uit te oefenen.

Als ik, als ongelovige hond, me een gedrag aanmatig dat afwijkt van wat de gemeenschap (in meerderheid) als normaal of fatsoenlijk acht – b.v. wanneer ik me vanuit een ziekelijke nederigheid op handen en voeten wil verplaatsen of de voeten van wildvreemden wil kussen – is dat mijn goed recht….totdat ik een opvoedend voorbeeld voor kinderen wil zijn.

Dàn veroorzaak ik ziekelijk volggedrag onder jonge mensen bij wie dat afkeer oproept en die dat niet kunnen plaatsen. Of die kinderen daarna als volwassene door de samenleving worden afgewezen vanwége dat gedrag, behoor ik als opvoeder in te calculeren.

Deze fanatieke dame die plotseling de verdenking over zich oproept dat ze aan smetvrees-op-godsdienstige-gronden lijdt, kan dus nóóit een voorbeeld zijn voor kinderen op haar school.

Deze dame voelt zich dus niet thuis in Vrij Nederland maar uitsluitend op een Islamitische school waar àlle personeelsleden verplicht zich in middeleeuwse kledij moeten hullen. Mevrouw hoort thuis onder gelijkgestemden: diep gelovige Talibjes.

Die Westers fascistoïde politici als Le Pen in het zadel helpen

Hoog tijd dat Nederlandse bestuurders, als dit schoolbestuur, hun verantwoordelijkheid nemen. Zonder apekool van en met CGB-lieden die fascistoïde uitingen van de Islam belonen. En Wilders promoten.

Rob Nuijten, Amsterdam

Het is vreemd om gedrag te willen vastleggen, op te leggen. Als je een bepaald gebaar niet maakt, zou je niet deugen als ambtenaar? Doodeng, toch eigenlijk? Wat vreemd, dat mensen zich gekwetst achten als een ander het onbeleefd vind hen een hand te geven. Het getuigt van meer respect als je je hand niet aan een ander opdringt.

Rob Nuijten, Amsterdam

De school zegt in haar verweer o.a. dat het gaat om: “de in Nederland geldende normen en waarden uit te dragen”.
De school accepteert dus nog niet dat we met meerdere culturen samenleven, ondanks dat de school zelf beweert dat 90% van de leerlingen van allochtone afkomst is.
Een sterk argument geeft Berndsen (zie hierboven) op 23 mei, 14.17 uur:
“Het recht op lichamelijke integriteit ligt immers uitdrukkelijk vast in de Nederlandse Grondwet.Artikel 11 geeft onverkort aan dat niemand in Nederland het recht heeft een ander tegen zijn/haar zin aan te raken, uitgezonderd binnen een justiële setting.”

A. Janssen

Met mijn keuze een nudistencamping/strand te bezoeken en er de geneugten van het leven te mogen ontdekken zal mij vriendelijk worden verzocht om ongekleed aan dit leven deel te nemen. Om lid te worden van een vereniging zal ik me aan hun regels moeten houden. Ik zal geen bezoek brengen aan een parenclub waarbij ik de aanwezigen wijs op hun “zondig” gedrag, ik zal vriendelijk doch dringend verzocht worden om te gaan, enz. enz. enz. Heb respect voor andermans keuzes die al gemaakt zijn en die als normaal worden beschouwd.

A. Stuijt

Ik vind de uitspraak, met motivatie, geheel juist.

Emile Michel Hobo

Even daargelaten wat ik vind, wat is de motivatie achter de regel die die dame hanteert om mannen niet de hand te schudden? Anders dan dat er in een bijbel staat dat ze dat niet mag, is het mij niet duidelijk waarom het niet mag. De motivatie is in Nederland zeer belangrijk bij het vaststellen van de rechtsorde, zo heb ik mij laten vertellen.

Niet daargelaten wat ik vind, vind ik dat als iemand mij de hand aanbiedt, dat ik deze schud. Zelf de hand aanbieden wordt niet altijd vast omschreven. Er zijn maar zeer weinig mensen die ik de hand nooit zou schudden. Maar als deze dame een goede reden heeft om de hand niet te schudden, dan zal ik haar niet voor het blok plaatsen door mijn hand aan te bieden.

oomen

Een Nederlandse openbare school heeft als doelstelling jongeren te vormen tot bruikbare elementen in de Nederlandse samenleving van nu.

Handen van mannelijke collegas niet willen schudden, geeft duidelijk aan dat deze docente als doelstelling eerder zoiets als de Marokaanse cultuur uit de 19de eeuw voor ogen staat.

Dus jammer voor haar, maar op een Nederlandse openbare school is het voor docenten of zich conformeren aan de Nederlandse waarden of wegwezen.

Mr. Anne de Meijer

Geen hand geven is geen legitieme reden voor ontslag.

Er zijn geloofsovertuigen die volgens andere normen en waarden richting geven aan het leven.

Aan de andere kant dient de lerares zich ook tot bepaalde hoogte aan te passen aan de NL samenleving.

Compromis of tegengestelde belangen die de overhand nemen?