Uitspraak 28: Massa ontslag onder druk van de bank
Mag een bedrijf in acute nood allerlei ontslagregels ontlopen?
Met commentaar van NJB medewerker Guus Heerma van Voss
De Zaak
Een meubelproducent met 54 medewerkers is door de kredietcrisis in een financiele noodsituatie en wordt door huisbankier Van Lanschot gedwongen binnen een maand maatregelen nemen. Anders dreigt acuut faillissement. Het bedrijf ontslaat in grote haast de helft van z’n personeel. Er gaan ontwerpers, verkopers, inkopers en stafmensen uit. Maar het bedrijf laat na de verplichte ‘melding collectief ontslag’ te doen, de vakbonden in te lichten en met de ondernemingsraad te overleggen. Ook kiest het bedrijf voor de (snellere) kantonrechter. Meestal verlopen massa ontslagen via het UWV.
Hoe staat het bedrijf ervoor?
Deze firma, een kantoorinrichter, heet Kembo en is internationaal bekend. Het werd in 1953 opgericht door Willem Gispen, die niet meer bij Gispen in Culemborg wilde werken. Kembo betekent ‘Kom Eerst Maar Bij Ons’. De orders voor 2009 zijn met 55 procent gedaald, waardoor een verlies van 3.5 miljoen dreigt. Er is nieuw kapitaal nodig. Het garantievermogen bedraagt 4,5 miljoen negatief. Iedere maand wordt er 2 ton verloren. In 2006 was er een herfinanciering, waardoor de schulden en de rentelasten fors toenamen. Aandeelhouders onttrokken toen 4,6 miljoen euro aan het bedrijf.
Wat staat er juridisch op het spel?
Worden de werknemers nu wel of niet beschermd door de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO)? Bij voorgenomen ontslag binnen drie maanden van minstens twintig werknemers is een bedrijf verplicht de problemen aan de vakorganisaties, het UWV en de ondernemingsraad te melden. Dan kan er een sociaal plan worden opgesteld, vertrekregelingen afgesproken of ontslag worden voorkomen. Nu kiest het bedrijf voor de kantonrechter met de vraag 26 arbeidscontracten snel te ontbinden en geen ontslagvergoedingen te betalen. De bonden staan buiten spel.
Hoe oordeelt de kantonrechter?
Die staat de ontslagen toe. Toepassing van de WMCO zou tot uitstel leiden en dat gaat de rechter te ver gezien de noodsituatie van het bedrijf. Het mogelijke faillissement van Kembo zou dichterbij komen ‘met alle gevolgen voor de overige werknemers van dien’. Het bedrijf had geen Ondernemingsraad omdat de werknemers daar geen zin in hadden. Dat de aandeelhouders 4.6 miljoen euro uit het bedrijf onttrokken en daardoor volgens de bonden Kembo verzwakten vindt de rechter ‘onvoldoende doorslaggevend’. De hoofdoorzaak zit in de nu snel dalende omzet. Wel krijgt de vakbond het advies om ‘door middel van een enquete’ onderzoek te doen naar het gedrag van de aandeelhouders.
Moet er een ontslagvergoeding worden betaald?
Het bedrijf had betoogd blut te zijn, het zogeheten ‘habe nichts’ verweer. Maar daar gaat de rechter niet in mee. De prognoses zijn daarvoor ‘niet exact genoeg’ . En als de ontslagen zijn ingegaan en de aandeelhouders opnieuw financieren, kan het bedrijf vermoedelijk voortbestaan, denkt de rechter. Dan moeten er ook ontslagvergoedingen komen. De rechter verplicht het bedrijf aan wettelijke opzegtermijnen te gehoorzamen en een aanvulling van 30 procent op de WW-uitkeringen te betalen, afhankelijk van aanstellingsduur.
Lees hier het vonnis van de Utrechtse kantonrechter. En hier een commentaar van een arbeidsrechtadvocaat op een kantoorblog. Vara/Vpro rubriek Argos volgt de kwestie ook: beluister hier een reactie van FNV Bondgenoten in een recente uitzending. Op deze site staat algemene informatie over ontslag krijgen. Hier eerdere berichtgeving in de regionale pers.
