Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 23: een lastige puber in de cel

Een 14-jarige jongen zit maanden onschuldig in de gevangenis. In afwachting van een  behandelplaats in de jeugdzorg.

Met een commentaar van NJB-redacteur Alex Brenninkmeijer, bestuursrechtjurist en NJB-medewerker Caroline Forder, hoogleraar familierecht


De Zaak. Een 14 jarige jongen is na een crisis thuis onder toezicht gesteld. De jongen kan niet aarden in Nederland. Tot z’n 13e woonde hij in Polen bij zijn grootouders, waar hij vrijwel voor zichzelf zorgde. In Nederland kan hij thuis noch op school gezag verdragen. Hij is onhandelbaar en belandt via de crisisopvang eerst in een jeugdtehuis. En daarna, in oktober 2008, in een jeugdgevangenis. De kinderrechter moet nu oordelen over de verlenging van de uithuisplaatsing.

Horen onhandelbare pubers in de bak? Nee, maar het gebeurt toch. Jaarlijks belandden er zo’n 4000 jongeren in jeugdgevangenissen omdat de jeugdzorg verstopt is. Ze zijn niet veroordeeld door de strafrechter, maar hebben wel problemen en dus ook hulp nodig. Het kabinet heeft maatregelen genomen. Maar pas in 2010 bieden die enig soelaas. Het kwam voor dat probleemjongeren een tot twee jaar in een gesloten jeugdgevangenis zaten voordat er plaats was in een tehuis.

Wat eist de Kinderbescherming? De gezinsvoogd erkent dat het niet is gelukt voor de jongen een plaats in een behandelgroep te krijgen. Hoewel hij al drie maanden vast zit. Daarom wordt er gevraagd om een verlenging van drie maanden. De advocaat vindt dat de gezinsvoogd onder druk gezet moet worden. Meer dan een verlenging van een maand met de opdracht om in die termijn een plaats te vinden is niet nodig, vindt zij .

Kan die jongen niet gewoon vrijgelaten worden?
Dat durft de rechter niet. Het risico is te groot dat de jongen zal weglopen of door anderen wordt meegenomen. “Hij is in hoge mate beinvloedbaar”. Er is gevaar dat hij opnieuw zal ontsporen. Terug naar moeder “is geen optie”. Er is nog steeds sprake van “ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren”. Plaatsing in een gesloten inrichting is nog steeds wettelijk mogelijk.

Maar hoe lang mag dat dan duren? Hier spelen de mensenrechten een rol. Gesloten opvang dient zo kort mogelijk te duren en moet in redelijke verhouding staan tot het criterium uit het Europese mensenrechtenverdrag (art. 5) : het “toezien op zijn opvoeding”. De rechter moet ook een verdrag toepassen waarin staat dat ieder kind recht heeft “op bijzondere bescherming en bijstand van rechtswege”.
Is dat genoeg om de staat tot actie te dwingen? Nee, zo ver wil de kinderrechter niet gaan. Dit noopt de overheid “niet tot het onmiddellijk aanbieden” van een opvoedingsprogramma. Maar als dat “binnen redelijke termijn uitblijft” worden de rechten van het kind wel geschonden. En aangezien de jongen al drie maanden vast zit “terwijl er thans nog immer geen zicht is op een behandelaanbod” vindt de rechter dat de “redelijke verhouding” nu inderdaad is geschonden.

….en de uitslag is: Verlenging voor de duur van een maand zodat de gezinsvoogd een behandelplaats kan vinden. Die blijkt volgens de advocate inmiddels ook te zijn gevonden.

Lees hier een artikel hierover op deze site. Lees hier het vonnis.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Geen pseudoniem. Ook achternamen.

Geplaatst in:
Personen- en familierecht
Lees meer over:
mensenrechten

14 reacties op 'Uitspraak 23: een lastige puber in de cel'

Alex Brenninkmeijer, bestuursrechtjurist , redacteur NJB

Kinderen die moeilijk hanteerbaar zijn en geen thuis hebben of thuis niet te handhaven zijn, verkeren in Nederland in een zwakke positie. Behandeling kan effectief zijn, maar dan moeten er wel plaatsen zijn in een gesloten inrichting, maar die zijn er onvoldoende. Daarom worden kinderen – die niets misdaan hebben – opgesloten alsof zij jeugdige criminelen zijn. Een omgeving die weinig perspectief biedt. De Europese mensenrechtencommissaris Thomas Hammerberg heeft op 2 februari speciaal aandacht gevraagd voor dit probleem: “Kinderen moeten niet als criminelen behandeld worden!” stelt hij.
Wat moet de Jeugdzorg aan met het gebrek aan plaatsen? De wetgever heeft aanvaard dat kinderen voorlopig een onjuiste plaatsingen krijgen en er zijn niet zomaar plaatsen bij te maken. De rechter heeft in deze zaak aandacht gevraagd voor onze verplichtingen in het Europese mensenrechtenverdrag. Binnen één maand moet Jeugdzorg een oplossing gevonden hebben. Geen gemakkelijke taak. Bovendien wordt dit kind met een blauw zwaailicht langs de wachtlijsten geholpen, maar een ander moet daardoor langer wachten.

Toch is het goed dat de rechter kritisch kijkt naar de periode dat een kind onbehandeld vast zit in een justitiële inrichting. Ook is het goed dat de rechter expliciet verwijst naar mensenrechten. Het gaat niet zomaar om ‘zorgvuldigheid’. Het gaat om onrechtmatige vrijheidsbeneming, die alleen mag als daarvoor een zwaarwegende reden is. Er zijn gevallen bekend van kinderen die tot 14 maanden ten onrechte onbehandeld “vast” zaten. Het ergerlijke is dat vaak niemand goed in de gaten houdt dat het zo lang duurt. Kinderen worden overgeplaatst van de ene naar de andere inrichting en gezinsvoogden hebben in de praktijk onvoldoende greep op het lot van deze kinderen. De zorg voor de mensenrechten brengt mee dat per kind gekeken moet worden naar de best haalbare oplossing.

Caroline Forder, hoogleraar familierecht, medewerker NJB

Crisisopsluiting onschuldige minderjarige aan banden

Jiří,* een 15-jarige jongen, is thuis niet te handhaven. Medewerkers van bureau jeugdzorg vinden dat Jiří ernstige gedragsproblemen heeft. Behandeling in een gesloten zorginrichting zal volgens hen noodzakelijk zijn. De moeder van Jiří kan zich in dit voorstel vinden, mits dat er werkelijk sprake is van behandeling.

Opsluiting van een minderjarige is een zeer ingrijpende maatregel. Ter meer omdat het hier niet gaat om een opsluiting vanwege een strafbare feit of een geestelijk ziekte. Alleen de kinderrechter is bevoegd een machtiging voor deze ingrijpende beslissing te geven. Daartoe moeten de medewerkers van bureau jeugdzorg een goed onderbouwd advies aan de kinderrechter overleggen. En een gedragsdeskundige (meestal een psycholoog in dienst van bureau jeugdzorg) moet het kind onderzoeken en akkoord gaan met de verklaring van bureau jeugdzorg dat gesloten plaatsing noodzakelijk is.

In dit geval ziet de kinderrechter iets in het betoog van bureau jeugdzorg en de gedragsdeskundige. Maar er komt een kink in de kabel. Er is geen plek in de gesloten zorginrichting in de regio waar Jiří, zijn moeder en haar partner wonen. Hij kan alleen terecht in de regionale jeugdgevangenis. Hij krijgt daar wel crisisopvang, maar geen behandeling. In oktober 2008 is de nood hoog en staat de rechter de opname toe.

Drie maanden lang zit Jiří in de jeugdgevangenis. Op 16 december 2008 klopt bureau jeugdzorg opnieuw bij de kinderrechter aan. Wil de rechter toestemming geven tot verlenging van het gevangenisverblijf? Probleem is dat er nog altijd geen plek is in de gesloten zorginrichting, en ook geen uitzicht hierop. Jiří wacht nog op de broodnodige behandeling. En drie maanden duren nu eenmaal heel lang als je vijftien bent.

Rechter Brandts is deze keer heel strikt met bureau jeugdzorg. Jiří mag nog een maand opgesloten blijven, tot 21 februari 2009. De gezinsvoogd (medewerker van bureau jeugdzorg die zich om het belang van Jiří bekommert) moet binnen vier weken een behandelplek vinden. Dat mag in de regio, of iets verder weg zijn, als het maar een behandelplek is. Daarna zal de kinderrechter geen verder gevangenisverblijf toestaan.

En de strengheid van de rechter heeft effect. Direct na de uitspraak heeft de gezinsvoogd een behandelplek voor Jiří gevonden, in de zorginstelling in de regio waar hij woont.

Noodklok

Het probleem van de tekort in behandelplekken is niet nieuw. Op 12 februari 2004 luidden de Nederlandse kinderrechters de noodklok. In de discussie die daarna losbarstte bleken onderzoekers overwegend van mening te zijn dat het onwenselijk was om onschuldige kinderen tezamen met kinderen die in aanraking met politie waren geweest op te sluiten.

Op 31 mei 2007 diende de minister van justitie een wetsvoorstel over gesloten jeugdzorg bij de Tweede Kamer in. Op 1 januari 2008 trad de wet gesloten jeugdzorg in werking. Er komen twaalf gesloten zorgvoorzieningen in totaal. Vijf jeugdgevangenissen worden omgebouwd tot zorginrichtingen. Er komen ook zeven gloednieuwe voorzieningen. Alleen zijn ze nog steeds niet allemaal af. Vanaf 1 januari 2010 zal er volgens minister Rouvoets voldoende plaats zijn voor alle kinderen die een behandelplaats in een gesloten zorginstelling nodig hebben. Dan zijn er in totaal 1.400 plaatsen.

Dat de minister zijn uiterste best doet is geen antwoord op een situatie als die van Jiří. De kinderrechter noemde meerdere verdragsbepalingen, waarvan de belangrijkste artikel 5 lid 1 onder d van het Europees verdrag voor de rechten van de mens is. Volgens die bepaling is detentie van een minderjarige toegestaan ‘met het doel toe te zien op zijn opvoeding’. Het Europees hof voor de rechten van de mens heeft in een uitspraak tegen Ierland in 2001 reeds geoordeeld dat opsluiting van een kind in een jeugdgevangenis detentie is zoals in artikel 5 is bedoeld. Het kind in de Ierse zaak vertoefde maandenlang in een jeugdgevangenis, terwijl de rechter had onderschreven dat hij een psychotherapeutische behandeling nodig had. Daarvan kwam niets terecht, om de reden dat er in Ierland nul komma nul psychotherapeutische voorzieningen voor kinderen waren. Volgens het Europees hof had Ierland artikel 5 lid 1 onder d EVRM geschonden, omdat de opname niets te maken had met toezicht op de opvoeding. De rechtbank Haarlem stelde op 7 december 2007 dat deze uitspraak geen relevantie heeft voor Nederland: te lang wachten op een behandelplaats is volgens die rechter niet op een lijn met de erbarmelijke Ierse situatie. Daarentegen duurde drie maanden voor rechter Brandts te lang. De wachtperiode is mijns inziens te lang zodra het kind door te moeten wachten schade oploopt.

*De naam Jiří is fictief.

Piet Bleeker, Gezinsvoogd

Volgens de rechten van het kind en de wet op de jeugdzorg behoeft bovenstaande jongen, behandeling in een setting voor gesloten jeugdzorg. De staat kan in deze worden aangeklaagd wegens overtreding van de door zichzelf opgestelde regels, toch?

maar dan! Help je dit kind niet mee.

Met verbazing lees ik altijd weer dat de jongere wel gesloten geplaatst is, maar geen gesloten behandeling geniet. Het ontbreekt dus aan geschoolde medewerkers en gedragsdeskundigen ipv aan gesloten plekken dan, toch?

Dient het kind zich aan te passen of de hulpverlening aan het kind?

Felicia Molema

Ik ben een moeder van 2 dochters 18 en 13 jr. oud. Bij de jongste is net CD geconstateerd. Eigenlijk komt het er in het kort op neer dat als ze niet de juiste behandeling krijgt ze waarschijnlijk in de jeugdgevangenis belandt wegens ontoelaatbaar gedrag. Door mijn ervaringsdeskundigheid kan ik waarschijnlijk voorkomen dat ze onder toezicht van BJZ komt te staan. Niet dat ik iets tegen BJZ heb maar ik weet uit ervaring dat er gewoon heel weinig goede behandelmethode’s zijn. Ik ben samen met jongeren, jongvolwassen, ouders en hulpverleners een “bedrijf” begonnen; van Mooi tot Maf.
Het leuke is dat de jongeren hier via mond op mond reclame terecht komen en ervoor kiezen samen met ons en de ambulante hulpverlening een zelfstandig bestaan op te bouwen. Heel simpel; huisje, boompje, beestje. Simpel maar wel heel zwaar omdat er hier geen regels zijn behalve kiezen voor jezelf en je ontwikkeling. Dus naar school gaan, daar krijg je voor betaald middels studiefinanciering. Om hulp durven vragen, dat noem je assertief. Niet meer in aanraking komen met politie/justitie, dat kan niet binnen een bedrijf, enz.
De meeste jongeren en/of ouder(s) die hier komen zijn zorgmijder geworden. Omdat ons team bestaat uit ouders ipv. zorgverleners voelen ze zich hier veilig zelfs zo veilig dat ze uiteindelijk weer om hulp durven te vragen!
Kijk eens op onze website van mooi tot maf, daar staat een filmpje op van TV Drenthe.

J.Aalders, Kinderombudsman

Kinderen zonder strafblad opgesloten in gevangenissen maar ze hebben er eigenlijk niets te zoeken. Dit was in 2003 al aan de hand en nu anno 2008 is er nog geen verandering ?

In (2000) ging het nog om 260 jongeren en eind 2003 waren het er al 900. De kinderombudsman schreef de nederlandse regering hier al vaker over aan. Want het komt dus niet alleen steeds vaker voor, ze zitten er ook steeds langer. Het is de bedoeling dat er binnen zes weken wordt vastgesteld welke behandeling de jongeren nodig hebben, zodat ze dan snel in een geschikte instelling geplaatst kunnen worden. Maar dat het in de praktijk anders gaat, merkten Elco en Sonny toen al aan den lijve.

De stichting misplaatst: http://www.misplaatst.info/ is ook al jaren bezig. Maar de politiek blijft doof stom en blind. Stichting misplaatst is een belangenorganisatie voor ouders met kinderen in de gevangenis, hamert al langer op de slechte opvang van kinderen met ernstige gedragsproblemen in jeugdgevangenissen. De Stichting vroeg eind vorig jaar de eigen leden (geen representatieve steekgroep) wat hun ervaringen zijn. 58 van de 59 ouders vonden dat hun kind slecht behandeld is.

Nederland scoort allang niet goed als het om de rechten van kinderen gaat. In Nederland is het al jarenlang praktijk dat kinderen en jongeren met ernstige gedragsproblemen en zonder strafblad, toch in jeugd gevangenissen terechtkomen.

In 2008 kwam men met het zogenaamde verbeterde systeem-jeugdzorg plus.

Maar reguliere instellingen hebben zelden plaats voor deze jongeren.Dus worden ze nog steeds opgesloten in een gesloten inrichting, gedwongen onder, strak onder een ander naamplaatje (jeugdzorg plus) en dan wel gescheiden van kinderen/jeugdigen die wel een strafblad hebben.Deze kinderen hebben hulp nodig en behoren uberhaupt niet opgesloten te worden.wat zij nodig hebben is echte zorg,en geen straf..

Hier de open brief/persbericht die de kinderombudsman begin dit jaar schreef:

Kinderombudsman is boos en kwaad op de Nederlandse Staat en vraagt bij deze te stoppen met het schenden van het IVRK-Internationaal Verdrag Rechten Kind.

Zij hebben niets misdaan en toch zitten zij gevangen.

Meer dan duizend jongens en meisjes zitten in Nederland zonder strafblad achter slot en grendel.

Kinderombudsman luid ook al jaren de noodklok en constateert al enige jaren diverse knelpunten in de omstandigheden waaronder niet-criminele jongeren moeten verblijven in opvanginrichtingen.

Als eerste wordt de jongeren gedurende het verblijf geen adquate behandeling geboden.
De opvanginrichtingen zijn hier per definitie niet voor bedoeld.
Daarvoor zijn de behandelinrichtingen.
Een tijdelijk verblijf van circa zes weken (zoals nu veelal nog voorkomt) is zelfs nog in strijd met het Kinderrechtenverdrag dus ook niet aanvaardbaar.
Nu het daadwerkelijke verblijf van niet-criminele jongeren in opvanginrichtingen zelfs nog veel langer duurt dan zes weken, is het gebrek aan behandeling voor deze groep jongeren zeer nijpend en in strijd met het zogenaamde doel (eigen veiligheid) en het Kinderrechtenverdrag.
De jongeren worden immers uit huis geplaatst in een justitiële jeugdinrichting om problemen of stoornissen te voorkomen, te verminderen of op te heffen die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden.
Ook aan uitgebreid en gevarieerd onderwijs ontbreekt het de jongeren zelfs gedurende de zogenaamde tijdelijke opvang.
In de opvanginrichtingen wordt standaard onderwijs aangeboden op VMBO-niveau.
Het onderwijsaanbod in de behandelinrichtingen is meer uitgebreid en gevarieerd vanwege de veel langere verblijfsduur en vanwege de meer individuele behandeltrajecten.
Nu de jongeren veel langer dan enkele weken verblijven in de opvanginrichtingen constateert de Kinderombudsman ook hier weer een ernstig knelpunt.
Want in deze zogenaamde opvanginrichtingen zitten de jongeren met ernstige gedragsproblemen vaak op dezelfde afdeling als criminele jongeren die in de inrichting een straf uitzitten of in voorlopige hechtenis zitten .
Bij samenplaatsing onder een strafrechtelijk regime wordt volgens de Kinderombudsman onvoldoende rekening gehouden met de behoefte van betreffende jongeren met gedragsproblemen.
Bovendien zet men zelfs Kinderen jonger dan 12 jaar vast vanwege gedragsproblemen .
Hierbij is volgens deskundigen en de Kinderombudsman een groot gevaar aanwezig voor negatieve beïnvloeding, overnemen van crimineel gedrag en angst voor criminele jongeren.
De Kinderombudsman, Kinderrechtenorganisaties, Kinderrechters en deskundigen geven aan dat het strafrechtelijke regime in de opvanginrichtingen zeker niet geschikt is voor jongeren met ernstige gedragsproblemen en in strijd met het Kinderrechtenverdrag..
Punt uit

Meer http://www.volkskrantblog.nl/bericht/208132

Clint Goffin van Aken

De opvang van jongeren met gedragsproblemen is in Nederland helaas nog steeds niet afdoende geregeld. Pas in 2010 zullen de genomen maatregelen een oplossing kunnen bieden. In de tussentijd zullen er dus vele jongeren tussen wal en schip belanden en omdat de tijd dat pubers nog bij te sturen zijn beperkt is, kan het gebeuren dat er kinderen de dupe worden van het huidige beleid en een verloren toekomst hebben.
Dat pubers die geen strafbare feiten hebben gepleegd niet in de gevangenis horen, daar is iedereen het wel over eens, en in de toekomst zou dat dus ook niet meer moeten gebeuren.
Afgezien van de juridische kanten van deze zaak, vraag ik mij, als Franse advocaat (van Nederlandse afkomst) af, waarom er in de tussentijd niet naar alternatieven wordt gezocht die voor een aantal jongeren uitkomst zou kunnen bieden. Zo bestaan er in Frankrijk, maar zeker ook elders in Europa, initiatieven die de opvang van jongeren die tijdelijk het spoor bijster zijn kunnen garanderen. Deze initiatieven voorzien in een opvang van meerdere jongeren binnen een gezinssituatie waarbij hen een adempauze wordt aangeboden. Door de rurale setting zijn er weinig verleidingen die een stad kan bieden, is de controle van de opvang dus goed te garanderen (waar kun je heen?) en biedt het de jongeren bezigheden om de dag in te vullen zonder dat hier sprake is van arbeid. Men kan hierbij denken aan hulp bij de bereiding van de maaltijden, hout kappen en onderhoud van het terrein.
Uiteraard is een dergelijke vorm van opvang niet voor elke probleemjongere geschikt, maar er zijn zeker gevallen waarbij deze vorm tijdelijk (een aantal maanden) soelaas kan bieden, in afwachting van een behandelplaats.
De zorginstellingen, die vanaf 1 januari overvol dreigen te worden, kunnen hierdoor worden ontlast, tot in 2010 het probleem van het opvangtekort hopelijk is opgelost.

Clint Goffin van Aken
Advocaat in Straatsburg (Frankrijk)

E.C. Cerezo-Weijsenfeld, advocaat te Haarlem

Deze jongere treft een rechter die het aandurft de uithuisplaatsing voor slechts één maand te verlengen. En er is ook nog binnen die tijd een plek. In de meeste gevallen treffen de jongeren het minder goed en zitten ze maandenlang te wachten zonder behandeling of op een ongeschikte plek. Dit is niet alleen in strijd met de Wet op de Jeugdzorg en het Europese Vedrag inzake de Rechten van de Mens, maar ook met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Op grond van artikel 37 aanhef en onder c mogen kinderen en jongeren alleen worden opgesloten als uiterste maatregel en voor de korstst mogelijke duur. Zitten wachten in een gevangenis voldoet hier niet aan. Kinderen die niet bij hun ouders wonen hebben recht op bijzondere bescherming (artikel 20). Artikel 4 van het Kinderrechtenverdrag verplicht Staten om het verdrag uit te voeren en hier voldoende budget beschikbaar voor te stellen. Nederland heeft zich 14 jaar geleden gebonden aan dit verdrag, en toch wordt volstrekt onvoldoende zorg geboden voor jongeren met gedragsproblemen.

Voor jongeren met een “licht verstandelijke handicap” is de situatie nog dramatischer. Zij hebben recht op extra bescherming vanwege hun handicap, maar binnen de gesloten jeugdzorg zijn (nog) geen behandelplekken beschikbaar. Zij komen dan ook automatisch in een jeugdgevangenis terecht.

Al tien jaar is bekend dat de wachtlijsten een probleem vormen. Nederland is hierover meerdere keren op de vingers getikt door het Kinderrechtencomité in Genève, laatstelijk nog op 30 januari 2009. De “zorgen en aanbevelingen” (Concluding Observations) zijn te vinden op http://www.defenceforchildren.nl.

De Haarlemse rechtbank wilde er nog niet aan. Maar de rechter in deze uitspraak toetst expliciet aan het Kinderrechtenverdrag. Dit geeft hoop. Het verdrag begint steeds meer door te dringen tot de Nederlandse rechtspraak over gesloten jeugdzorg. Aan ons advocaten de taak om dit zo vaak mogelijk aan te voeren. Soms roepen in de woestijn, zoals in Haarlem. Op andere momenten met succes.

Zo bepaalde het Hof te ‘s Hertogenbosch op 21 februari 2008 na een beroep op dit verdrag dat een minderjarige die al tien maanden op een behandelplek zat te wachten in de Hunnerberg moest worden vrijgelaten. Nog langere vrijheidsbeneming zonder enig concreet zicht op de noodzakelijk geachte behandeling vond het Hof niet langer verdedigbaar en aanvaardbaar (LJN: BC5425).

De Werkgroep Jeugd van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten volgt de ontwikkelingen op de voet en houdt op donderdag 19 maart 2009 van 19.30 – 22.00 uur een studieavond over de mensenrechtenaspecten van gesloten plaatsing in Utrecht. Onder leiding van hoogleraar Mariëlle Bruning zal de besluitvorming over de opname onder de loep worden genomen door experts uit de wetenschap en praktijk. Als speciale keynote speaker levert Tweede Kamerlid mr. Coşkun Çorüz een bijdrage. Voor het complete programma en aanmelding, zie http://www.njcm.nl/site.

Caroline Forder

De reactie van Felicia Molema maakt duidelijk hoe ernstig de situatie al is. De dochter van een moeder gedraagt zich op een manier die voor anderen lastig is. Over het kind is een diagnose gesteld. Eigenlijk heb ik al mijn bedenkingen over deze koppeling, maar dit aspect ligt ver buiten mijn deskundigheid. Kan iemand die wel deskundig is hier iets over zeggen? Maar dan komt een volgende koppeling. Een ouder zegt: omdat mijn kind gedragsproblemen heeft en een of ander diagnose over haar is gesteld ligt er een ingreep door bureau jeugdzorg op de loer. Het is onaanvaardbaar dat een zorgvuldige ouder, die het toch al niet gemakkelijk heeft omdat het kind niet goed in zijn vel zit, met deze bijkomend angst voor overheidingrepen moet rondlopen. Dit is de wereld op zijn kop.

Het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft wellicht vijftig keer gezegd dat de staat niet mag ingrijpen in het gezin, tenzij er geen alternatief is voor de ingreep. De ingreep moet noodzakelijk zijn, moet zo kort mogelijk duren en zo weinig mogelijk ingrijpen. Sterker nog, in de laatste twee jaren heeft het Europees Hof maar liefst drie keer geoordeeld dat de staat verplicht is om de ouders te helpen met hun opvoedingstaak. Voor de staat lees: bureau jeugdzorg. Kortom, het is de taak van ons met z’n allen, maar vooral van juristen, om ervoor te zorgen dat bureau jeugdzorg aan deze regel wordt gehouden.

Dave van Toor, junior docent strafrecht RU en student gezondheidspsychologie

Hopelijk kan onderstaand bericht e.e.a. duidelijk maken over de stoornis CD. Als ik het goed begrijp is de koppelijk ‘lastig gedrag’ en CD een punt waar u bedenkingen over heeft. Ik kan mij natuurlijk niet uitlaten of de diagnose in het geval van mevrouw Molema correct/zorgvuldig is omdat ik de omgevingsfactoren en het kind niet ken. Het blijft daarom bij een omschrijving van de stoornis, zoals gangbaar in de klinische psychologie.

CD (Conduct Disorder) en ODD (Oppositional Defiant Disorder) zijn twee broertjes die samen vallen onder de categorie ‘gedragsstoornissen bij kinderen’. De Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders IV-TR geeft als algemene symptomen van CD ‘behaviors that violate the basic rights of others and the norms of appropriate social behavior’. Meer specifiek worden de volgende voorbeelden gegeven; pesten, treiteren, starten van een gevecht, het gebruik van wapens tijdens een gevecht, (veel) liegen, (veel) spijbelen, van huis lopen e.a. I.e. CD is chronisch (ernstig) onaangepast gedrag. ODD is de lichtere variant.

CD is een redelijk stabiele stoornis en is een voorspeller voor later crimineel gedrag en stoornissen tijdens volwassenheid (volgens mij vooral de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, maar dat durf ik niet met zekerheid te stellen). Omdat CD een stabiele stoornis is en latere stoornissen voorspelt lijkt me behandeling zeer aangewezen. Volgens Nolen-Hoeksema (2007, Abnormal Psychology, New York, NY, McGraw-Hill, p. 475 e.v.) kunnen medicamenteuze en cognitievegedragstherapie effectief zijn bij kinderen met CD.

Het is natuurlijk voor een psycholoog/psychiater altijd lastig om ‘onaangepast/lastig gedrag’ van een kind te beoordelen. Ik denk daarom dat de diagnosticerende deskundige van nature terughoudend is bij het plakken van een etiket bij jonge kinderen. Mocht er daadwerkelijke aanwijzingen voor CD (of ODD) zijn dan is het m.i. wel belangrijk om er vroeg bij te zijn vanwege de stabiliteit van de stoornis, zelfs op latere leeftijd.

J v Bijsterveld

Dave van Toor

Een psychologengrapje: als psychologen terughoudend zijn met de diagnose CD of ODD dan is die stoornis niet betrouwbaar ofwel niet valide.

Ofwel: je hebt bewezen dat therapeuten liegen in een rechtszaal

Felicia Molema

Nog mooier, en dit is zeker géén grapje! Mijn dochter heeft CD gekregen. Binnen anderhalf uur geindiceerd door de jeugdpsychiatrie in samenwerking met de leerplichtambtenaar om een plek binnen het ZMOK (zeer moeilijk opvoedbaar) onderwijs te verkrijgen.
Mijn dochter is slim, heeft een ander referentiekader omdat ik randgroepjongeren opvang. En heeft een moeder die heel vroeger ook 3 maal is verwijderd binnen het regulier onderwijs!

CD wel of niet – ik verwacht professioneel gedrag maar ook ondersteuning vanuit de maatschappij zoals mijn buurvrouw/man, vriendin, buurthuis enz. Juist deze ondetsteuning mis ik. Wanneer je kind een stempel heeft is er uiteindelijk wel juiste hulpverlening maar is je gehele sociale netwerk uiteen gerukt….
Misschien hebben alle dames binnen onze familie in de puberteit wel last van ODD. Of zijn we gewoon kritisch en vertellen we op een signalerende manier wat we eigenlijk willen bereiken. Kan men de vader aanspreken op zijn rol als vader. Juist de vaderrol is vaak heel belangrijk, helemaal als een jongere grenzen gaat verkennen.

Dave van Toor, junior docent strafrecht RU en student gezondheidspsychologie

Een zeer vriendelijk grapje, waarvan ik maar hoop dat het daadwerkelijk een grap is, van Bijsterveld.

Beste mevrouw Molema,

ODD en CD zijn voor een zeer groot deel genetisch bepaald (volgens Arseneault e.a. (2003) voor 82%). Het plakken van etiketten is, volgens uw verhaal, noodzakelijk voor de juiste hulp. Enerzijds zou dit niet nodig moeten zijn. Anderzijds, gepaste hulp is vaak pas mogelijk als men weet wat er (mogelijk) aan de hand is. Ik kan me zeer goed voorstellen dat hulp uit de omgeving, die wenselijk wordt geacht maar niet gekregen wordt, gemist wordt. Hopelijk krijgt u, en uw dochter, op dit moment (en de toekomst) wel de hulp/zorg die u nodig heeft.

J v Bijsterveld

Beste Dave van Toor,

Het is helaas geen grap. Denk maar eens goed na.

DSM-IV is niet valide. Dus het gebruik daarvan in de rechtzaal is sowieso meineed. Een therapeut weet immers dat zulke stoornissen niet bestaan.

Hij kan moeilijk tegen een rechters zeggen dat hij het niet wist. Want dat zou betekenen dat hij na jaren studie nog niet eens weet wat iedere psychologie student vrijwel meteen leert.

Dat het zo’n therapeut niet uitkomt, is een andere zaak. Het blijft liegen.

Maar wat belangrijker is: je weet gewoon zeker dat die stoornissen niet bestaan. Dus wat een therapeut ook doet. Er zal altijd een opening zijn om te bewijzen dat zo’n stoornis niet bestaat.

In jouw geval is dat omdat je je niet realiseert dat als een therapeut “terughoudend” kan zijn met een diagnose dat deze dus niet betrouwbaar (reliable) is.

Logisch gezien zijn er dan slechts twee mogelijkheden: of ze liegen of die stoornis betaat niet. Echter optie twee betekent ook dat ze liegen.

Hoe je het ook wendt of keert: DSM-IV gebruiken is bewust liegen als je een gedragswetenschapper bent. En zou dus strafbaar moeten zijn in een rechtszaal.

Bij jou kun je tenminste nog zeggen dat je eerlijk probeert te zijn. Maar misschien bepaalde dingen nog niet zo onder de knie hebt. Maar zo’n therapeut die jaren heeft gestudeerd?

Dave van Toor

Ppff….nogal ongefundeerde en harde kritiek. DSM-IV is niet valide? Alle stoornissen bestaan niet? Waar leidt u dat uit af?

Gelooft u echt dat schizofrene stoornissen niet bestaan? Dat een persoon die dacht dat hij voor de geheime dienst werkte, dat hij achtervolgd werd door de KGB, in elk krantenartikel een geheime code ontdekte niet aan schizofrenie lijdt omdat de stoornis niet bestaat? Dat had John Nash niet fijn gevonden. Een stoornis die niet bestaat kan (en hoeft) immers ook niet behandeld worden. Dat betekent dat de schizofreen Nash nooit de Nobelprijs zou hebben gewonnen.

Het bestaan van motorische en spraakstoornissen is al decennia (bij spraakstoornissen zelfs meer dan een eeuw) onbetwist. Ook het bestaan angst- en stemmingsstoornissen zijn algemeen aanvaard.

Tuurlijk, er bestaat twijfel over de classificatie, een stoornis kan soms ook in een andere categorie worden ingedeeld. Er bestaat discussie over sommige stoornissen. Maar dat de DSM-IV compleet niet valide is en dat alle stoornissen niet bestaan zijn belachelijke stellingen waar u psychiaters, psychologen en gestoorden enorm mee kwetst.

Met terughoudend van diagnosticeren bedoelde ik dat je, vooral bij jonge kinderen, de scheiding tussen normaal ongeoorloofd gedrag van een kind dat hoort bij het opgroeien en gedrag dat veroorzaakt kan worden door een stoornis goed in de gaten moet houden. De grens tussen niet of wel hallucineren is veel duidelijker, maar bij persoonlijkheidsstoornissen veel lastiger. Dat wil niet zeggen dat persoonlijkheidsstoornissen niet bestaan of dat zo’n stoornis bij personen niet betrouwbaar is vast te stellen. Ik wilde alleen maar aangeven dat er bij persoonlijkheidsstoornissen grensgevallen bestaan waarbij terughoudend soms gepast is. Dat wil echter niet zeggen dat er geen duidelijke gevallen zijn.