Uitspraak 21: smartengeld na zestien jaar procederen
Een ondernemer krijgt tot drie keer aan toe gelijk bij de Raad van State. Maar de gemeente Ameland geeft geen duimbreed toe. Met commentaar van NJB-redacteuren Alex Brenninkmeijer en Peter Wattel
De Zaak. Een benzinepomphouder op Ameland raakt in 1992 gedupeerd doordat de gemeente een concurrent toestemming geeft vlakbij ook een pompstation te beginnen. Er wordt vrijstelling van het bestemmingsplan verleend en een bouwvergunning. Hij gaat in bezwaar bij de gemeente en daarna in beroep bij de bestuursrechter.
Hoe verloopt de procedure? De pomphouder krijgt in 1996 in hoogste instantie gelijk van de Raad van State. De bouwvergunning had moeten worden geweigerd, vrijstelling had niet mogen worden verleend.
Maar een jaartje later, in 1997 legaliseert Ameland achteraf met een nieuw besluit de vergunningen voor de concurrent. En het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd. Argument: op regels voor de ruimtelijke ordening kun je geen beroep doen als de concurrentieverhoudingen er op de benzinemarkt er ook door veranderen. Op verzoek van de pomphouder vernietigt de Raad van State in 2004 ook die uitspraak. Waarna Ameland in 2006 nog een keer weigert om schadevergoeding te betalen.
Dit is dus de derde keer dat de rechter zich over de Amelandse benzinepomp buigt? Inderdaad. De gemeente krijgt weer een tik op de vingers. De gemeente moet wel schadevergoeding uitkeren aan de pomphouder, ter waarde van ongeveer anderhalf jaar omzetderving. Met die foute vergunningen maakte Ameland namelijk inbreuk op de rechtszekerheid, schiep het voldongen feiten en ontnam het de pomphouder de mogelijkheid zich binnen een redelijke termijn aan te passen. Ordeningsregels voor bouw en ruimtelijke inrichting beschermen dus wel tegen dit soort schade.
De gemeente is bovendien schuldig aan de extreem lange procesduur. Daarvoor moet zesduizend euro smartengeld worden betaald. Volgens het Europese Hof voor de rechten van de Mens heeft een burger namelijk het recht op een overheidsbeslissing binnen een redelijke termijn.
Wat komt hier aan het licht? In ieder geval de ruime mogelijkheden voor overheden om termijnen te overschrijden. Deze zaak duurde volgens de Raad zes jaar en twee maanden te lang, wat ‘volledig voor rekening’ van Ameland wordt gebracht. De sanctie die de Raad daarop stelt, vanwege de ‘spanning en frustratie’ bij de burger is 500 euro per half jaar.
En ten tweede het open karakter van het bestuursrecht. De rechter beslist niet over de zaak zelf, maar beoordeelt alleen de rechtmatigheid van de overheidsbeslissing. Wint de burger dan kan de overheid eventuele fouten nog herstellen, waartegen dan weer nieuwe bezwaren kunnen worden ingediend. Deze zaak leverde in zestien jaar 10 uitspraken op: gemeentebestuur (5), rechtbank (2) en Raad van State (3). Volgens de Raad mag de gemiddelde bezwaar- en beroepsfase niet langer dan vijf jaar duren. Beide partijen kunnen er een slijtageslag van maken: hier deed de gemeente dat.
Welke algemene vragen roept deze zaak op? Andere rechters hakken knopen wel door; waarom dan niet de bestuursrechter? Is een bedrag van 500 euro per half jaar traineren een effectief wapen tegen de procestactiek van uitstel? Is de burger voldoende beschermd tegen de overheid? In deze zaak geeft een fiscale bestuursrechter in hoger beroep een burger maar liefst 72000 euro vergoeding van proceskosten. Bovendien geeft deze belastingrechter ook een beslissing in de zaak zelf.
Wat is de uitslag? Ameland moet binnen drie maanden opnieuw besluiten over de schadevergoeding.
Lees hier berichtgeving in plaatselijke media.
Lees hier de uitspraak van de Raad van State. En hier de uitspraak van het Hof Den Haag in de fiscale kwestie.
Reageren? Niet onder pseudoniem. Argumenteren is verplicht
