"Buitensporig hoog" maar juridisch oke
De Amsterdamse kantonrechter gaf oud ABN Amro-topman Jan Peter Schmittmann eergisteren ruim baan toen deze een vertrekregeling van 8 miljoen euro opeiste.
Hoe ging de kantonrechter om met de verwachte commotie die deze uitspraak zou opleveren?
De kantonrechter laat nadrukkelijk weten dat burgers en bedrijven in Nederland vrij zijn om net zulke gekke afspraken met elkaar te maken als ze willen. Lees in het vonnis in het bijzonder overweging 19. Daar maakt de rechter duidelijk dat het “haar niet past te oordelen over de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de hoogte van … genoten beloning”. Lees hier de berichtgeving op de NRC-site.
Voor sommigen misschien een teleurstelling, maar de rechter is geen dominee, vakbondsbestuurder of politicus. Je mag in Nederland net zo rijk worden als je wilt, totdat het in wetten of regels wordt verboden. Dat is hier niet gebeurd. Sterker. De rechter noteert onder 1.8 droogjes dat er alleen informele regels waren over de beperking van bonussen. En daarvan werd “voor deze personeelsleden van ABN Amro welbewust afgeweken“. Het negeren van de Code Tabaksblatt is laakbaar, alleen juridisch niet relevant. Voor de rest is Schmittmann behandeld zoals iedere andere ontslagen werknemer. Heeft hij goed gefunctioneerd, hoe lang was hij in dienst, welke afspraken waren er gemaakt, wat is zijn proceshouding etc, etc.
De publieke opinie krijgt in overweging 22 precies een zinnetje mee waarin de kantonrechter laat blijken dat ook hij vindt dat er in de financiele wereld idiote salarissen worden betaald. Alleen kan dat juridisch maar beperkt een rol spelen. Het bedrag van 8 miljoen kan “in absolute zin buitensporig hoog geacht worden”. Maar de manier waarop dat is uitgerekend is redelijk en normaal. Hij werkte er 26 jaar, is nu 52 en alle gewekte verwachtingen en gemaakte afspraken met de bank zijn destijds “welbewust aangegaan. Hoe hoog de beloning ook moge zijn, ABN Amro en Fortis achtten die kennelijk in de destijds geldende omstandigheden gerechtvaardigd”.
Pacta sunt servanda is het gietijzeren rechtsbeginsel dat hier wordt toegepast. Afspraken moeten worden nagekomen. Weliswaar niet tot iedere prijs. Maar daarin heeft de bankier zelf voorzien door zich te matigen in zijn aanspraak. Hij had namelijk recht op het dubbele. 16 miljoen. Maar gezien de crisis, de commotie en de gewijzigde maatschappelijke opvattingen geeft hij de helft daarvan op. Daarmee is het gras voor de voeten van de kanonrechter weggemaaid. “In alle redelijkheid hoeft van [verzoeker sub 2] niet meer te worden verwacht. De kantonrechter ziet geen aanleiding om tot verdergaande matiging over te gaan.”
Reageren: niet onder pseudoniem. Nuanceren en argumenteren verplicht.
