Uitspraak 20: Demonstreren op de stoep van de politicus
Op hoeveel bescherming van de privésfeer hebben politici recht? En hoe indringend mag een burger demonstreren? De rechtbank Breda en het Hof Den Bosch zijn het niet eens.
Met commentaar van NJB-redacteuren Alex Brenninkmeijer en Ybo Buruma
De Zaak. Justitie vervolgt een burger wegens belaging, het herhaaldelijk lastig vallen van een ander, in dit geval een gedeputeerde van de Provincie Brabant. En daarmee het inbreuk maken op diens persoonlijke levenssfeer. De rechtbank veroordeelt tot drie maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 2 jaar. Het Hof geeft echter vrijspraak.
Wat zijn de feiten? De verdachte is een vader die uit de ouderlijke macht is ontzet. Hij wil misstanden bij de jeugdzorg onder de aandacht brengen. De man wil dat de gedeputeerde zijn dossier bekijkt en probeert daarover met haar een afspraak te maken. Maar hij wordt niet teruggebeld, hoewel dat wel is beloofd.
De verdachte krijgt van een provinciemedewerker wel het privenummer. Hij belt haar daarop ‘s avonds thuis op en er volgt een telefoongesprek. De gedeputeerde vraagt wel of de man haar daarna niet meer thuis wil bellen. Dat doet hij niet meer. Hij gaat nu schrijven naar het provinciehuis en kondigt aan ‘op de stoep te verschijnen’ en ‘niet alleen’ als zij hem niet binnen twee weken antwoordt. De gedeputeerde doet daarvan aangifte bij de politie.
De man komt inderdaad demonstreren in haar woonplaats. Eerst belt hij de burgemeester om zich aan te kondigen, zoals voorgeschreven, en gaat dan aan de overkant van het huis van de gedeputeerde op de stoep staan. De rechtbank noteert dat de man daarbij een zwarte toga droeg, leuzen riep en een spandoek bij zich had. En dat de gedeputeerde daar erg bang van werd. Dit herhaalt zich nog twee keer. Een keer blijft de man in zijn auto zitten: een ander neemt zijn demonstratie dan waar. En een keer gaat hij in een meegebrachte tuinstoel op de stoep zitten, weer gekleed in toga. De gedeputeerde belt de politie die de man sommeert te vertrekken. Dat doet hij.
Hoe worden deze feiten gewogen?De rechtbank vindt dat de man inbreuk maakt op de privacy van de gedeputeerde. En zijn actie wordt ‘onnodig bezwarend’ gevonden. In hoger beroep eist Justitie de voorwaardelijke celstraf tot vier maanden te verlengen. De man zou moeten worden verboden een jaar lang contact te zoeken met de gedeputeerde.
Het Hof ‘begrijpt dat mevrouw zich niet prettig voelde onder de druk die verdachte uitoefende’. Maar zijn pogingen om met haar in contact te komen zijn niet tegen de wet.
De demonstraties voor haar deur zijn dat ook niet. Dat is een geoorloofd middel om een bepaalde problematiek onder de aandacht te brengen. Demonstratievrijheid is een fundamentele waarborg voor de democratie. Demonstreren tegen een politica kan dan ook niet snel worden gezien als belaging. Ook de persoonlijke levenssfeer van politici komt bescherming toe. Maar door hun werk en de publieke belangen waar ze voor staan, ‘dienen zij in hogere mate inbreuken op hun priveleven te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen’.
Lees hier de berichtgeving in het Brabants Dagblad
Reageren? Niet onder pseudoniem. Nuanceren en argumenteren verplicht
