Mosquito kan weer opgeborgen worden
De Mosquito heeft z’n langste tijd gehad. Dit apparaatje dat jongeren verjaagt met een hoog frequent geluid, vindt minister Ter Horst (Binnenlandse zaken, Pvda) “nodig noch wenselijk” schrijft ze vrijdag aan de Kamer. Dat is een politiek oordeel, dat ze vergezeld laat gaan van een juridische notitie.
Daaruit mogen gemeenten zelf concluderen “of zij het gebruik van Mosquito’s willen handhaven”. De minister verbiedt Mosquito’s dus niet. Ze wil ze alleen niet wettelijk mogelijk maken.
Hoewel ze dat niet met zoveel woorden concludeert, laat lezing van de “juridische verkenning” maar één conclusie toe. Die dingen kunnen niet, want ze schenden meerdere burgerrechten tegelijk. In 105 gemeenten hangen nu zo’n 350 van deze apparaatjes. Van Zundert tot Anna Paulowna. Meestal bij hangplekken in publiek gebied: zoals portieken, ingang van ziekenhuizen, bij de stationshal, bij huurwoningen of in het winkelcentrum. Zie hier op YouTube een filmpje, waarop een proef wordt gedaan en de importeur de werking ervan uitlegt. En hier de discussie over de toelaatbaarheid ervan op nrc.nl
Gemeenten die de apparaten aanbrengen schenden de grondwet, zo blijkt uit de notitie. Het gaat dan om inperking van het recht op bewegingsvrijheid. Het kan ook het recht op onaantastbaarheid van het lichaam en het discriminatieverbod schenden. Wie in het stuk zoekt op de term ‘tussenbeoordeling’ en ‘tussenconclusie’ komt uit bij de kernpassages. Voor dit type vrij zware maatregelen tegen de burger moet de overheid een dringende maatschappelijke behoefte aantonen. Ook aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit moet worden voldaan. Denk daarbij aan het waterkanon of de traangasgranaat.
Voordat de overheid de burgers fysiek mag aanpakken moet er echt iets aan de hand zijn. De Mosquito daarentegen lijkt meer te worden toegepast als een soort schrikdraad – een wildrooster waar alleen jongeren met hun gevoelige oren hinder van ondervinden. Dat is dus een generieke maatregel. Het treft iedereen tot 30 jaar. Ook diegenen van wie helemaal niet vast staat dat ze overlast veroorzaken. Het apparaatje treft bovendien alle kinderen in de omgeving ervan. Dat is een juridische grens die alleen met uiterste omzichtigheid mag worden overschreden. Het VN- verdrag tot bescherming van de rechten van het kind dat ook in Nederland geldt, schrijft voor dat bij alle maatregelen die de overheid neemt belangen van het kind ‘de eerste overweging vormen’. Dat is hier niet het geval.
Zo’n apparaatje is alleen mogelijk als het een uiterste redmiddel is, alle andere mogelijkheden zijn geprobeerd, duidelijk is dat de werking ervan zich beperkt tot overlastgevers. En zo nog een aantal criteria waaraan maar heel moeilijk voldaan kan worden.
In België is de conclusie al getrokken – die wordt gedeeld door de Europese Commissie en lidstaat Duitsland. De Mosquito schendt mensenrechten. Nodig noch wenselijk, schrijft de minister. Maar over de burgers in die 105 gemeenten die er nu toch naar moeten luisteren schrijft de minister niets. Die moeten zich maar tot hun burgemeester wenden, kennelijk.
Reageren? Nuanceren en argumenteren zijn verplicht.
