Staat pint schuld van burger liever zelf
“Fiscus begint volgend jaar proef met innen belastingschuld door banken”. En wel zonder tussenkomst van de rechter. En niet meer dan 3000 euro in drie maandelijkse termijnen. Het lijkt een trend; de doe-het-zelf-overheid. Nu ook aan de pin-automaat.
Natuurlijk komt er eerst een aanslag, een aanmaning en dan een dwangbevel, liet staatssecretaris De Jager (CDA, Financiën) in het Journaal geruststellend weten. Maar de gang naar de rechter hoeft niet te worden gemaakt. Dat is namelijk veel doelmatiger! Geen ‘gedoe’ en vooral ‘geen bureaucratie’ zei hij in de Kamer.
Velen zullen daar toch vreemd van opkijken. Een aantal media bracht dit nieuws dan ook met termen als ‘plunderen‘, dan wel ‘plukken‘. Vorig jaar namen de Staten-Generaal echter een nieuw artikel 19 van de Invorderingswet aan. Daarin krijgt de overheid een rechtsgrondslag om direct via de bank af te rekenen. Misschien is het een kleinigheidje waar niet al te veel ophef over gemaakt zou moeten worden. Iedereen moet immers z’n belastingschulden voldoen. Wat is nou helemaal het verschil met de deurwaarder, beslaglegging en andere onaangename vormen van inning? Dan komt de staat ook ‘achter de voordeur’.
Toch wringt het. Want waar is hier de rechtsbescherming van de burger? Die is nu door De Jager weggezet als ‘gedoe’ en ‘bureaucratie’. Puntje gescoord voor de slagvaardige staat. Maar waar gaat dit heen? Nu is het nog drieduizend euro, maar als de proef slaagt is het verleidelijk om deze nieuwe handige faciliteit ook voor grotere schulden of verplichtingen van de burger te gebruiken.
Vorige maand gaf de nieuwe president van de Hoge Raad, Geert Corstens, aan de Universiteit van Tilburg een overzicht van 25 jaar ontwikkelingen in het strafprocesrecht. Daarbij legde hij de nadruk op de groeiende handigheid die de overheid heeft ontwikkeld om buiten de rechter om sancties en boetes aan de burger op te leggen. Het ging hoofdzakelijk over strafrecht en de manier waarop dat wordt overvleugeld door bestuursrecht. Precies de tak van sport die De Jager beoefent bij het innen van belastingschulden.
Corstens geeft een vrij onthutsende opsomming van de bevoegdheden die de efficiënte overheid de laatste jaren heeft verworven. De president spreekt van ‘totale herschikking van het strafrecht’. En een ‘verbestuurlijking’ van bijvoorbeeld het sociaal-economisch en milieustrafrecht. Bestuurlijke boetes kunnen al miljoenen euro’s bedragen. Hij vraagt zich af, vermoedelijk retorisch, of achter deze trend geen politieke onvrede schuil gaat over over de duur en de zwaarte van de sanctionering in het strafrecht.
“Creëeren we zo geen calculerende burgers?” zei hij. Ook al omdat van een verantwoording in het openbaar bij deze daders meestal geen sprake is. Misstappen, schulden, overtredingen – wie ze zakelijk afhandelt maakt er ook een zakelijk risico van. Corstens’ zorgen richten zich vooral op misdrijven, waar het schuldbeginsel en de openbaarheid al uit beeld dreigen te raken. Hij noemt het een ‘stille revolutie, die het gevaar loopt “door te slaan”. Nu maar hopen dat de Kamer meeluisterde.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht.

