Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 17: Provincie 'corrupt' noemen mag best

euro.jpgMag een provincie een burger verbieden een gedeputeerde voor ‘corrupt’ uit te maken? En wel omdat het recht op ‘eerbieding van het privéleven’ van de gedeputeerde wordt geschonden?

Met commentaar van NJB redacteur Inge van der Vlies

De zaak. Limburgs gedeputeerde Ger Driessen is boos op een makelaar met wie hij zaken wilde doen over een kassengebied bij Grubbenvorst. De makelaar vond dat de provincie hem belazerde en schreef een notitie: ‘Corruptie op topniveau in Limburg’. Daarna was het ruzie. In de krant, op de radio – de makelaar repte van chantage, omkoping, ambtsmisbruik. De provincie huurde de landsadvocaat in. Of de rechtbank Roermond maar wil uitspreken dat de makelaar onrechtmatige uitlatingen deed. En dat hij vanaf nu moet zwijgen. En graag schadevergoeding en de proceskosten betalen, alstublieft.

Waarom is dit een interessante kwestie? Meestal zijn civiele vonnissen van een slaapverwekkende redelijkheid. Maar hier krijgt de provincie ronduit een standje. En om het nog erger te maken – de rechters hoefden niet eens over de kwestie zelf te oordelen, zo klunzig pakte de provincie het aan. Ze doen dat toch omdat ze kennelijk de verleiding niet kunnen weerstaan. En jawel, ook inhoudelijk zit Limburg er ver naast. Een duidelijk signaal naar de inwoners. De provincie mag u helemaal niet beperken bij het kritiseren van de overheid. Althans niet door zich op een grondrecht te beroepen.

Wat is het eerste bezwaar van de rechters? De rechters verwijten de provincie dat ze de regels van het burgerlijk proces niet begrijpen. De landsadvocaat heeft achttien documenten (‘producties’) overhandigd waaruit zou blijken dat de makelaar onzin vertelde. Maar hij heeft er niet bij verteld waar de rechter dan precies moet zoeken, hoe, waar, in welke context de kritiek is geuit en hoe dat begrepen moet worden. De rechtbank moet dus zelf maar de feiten selecteren waar de provincie zulke problemen mee heeft. Alleen daarom al verliest de provincie de zaak, zegt de rechtbank. ‘Partijen dienen de feiten aan te dragen. De rechtbank mag dat niet,’ doceert de rechtbank die nog even het beginsel van ‘partijautonomie’ en de ‘lijdelijkheid van de rechter’ in herinnering roept.

Toch pakt de rechtbank door en beslist ook de hoofdzaak. Wordt de overheid bij een conflict met een burger beschermd door de grondrechten uit de Europese verdragen? Dat is juridisch de kwestie. Limburg beroept zich op het Rost van Tonningen-arrest uit 1993. Het voormalige verzet eiste toen dat de regering werd gedwongen om een ‘kwetsende’ mening te herroepen. In een Kamerdebat noemde het kabinet de toekenning van een pensioen aan de weduwe Rost rechtmatig. De Hoge Raad erkende toen een grondwettelijk recht op vrijheid van meningsuiting voor de regering.
En dus, zegt Limburg, wordt de gedeputeerde ook beschermd door het grondwettelijk recht op privacy. De rechtbank wijst dat af. De kerngedache bij grondrechten is dat deze de burger beschermen tegen de overheid ‘en niet omgekeerd’. Het RvT-arrest is een uitzondering op die hoofdregel, vooral door de ongewone omstandigheden. En er zijn meer arresten van de Hoge Raad die de andere kant op wijzen.

Lees het vonnis van de rechtbank hier

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
EVRM
vrijheid van meningsuiting

12 reacties op 'Uitspraak 17: Provincie 'corrupt' noemen mag best'

Inge van der Vlies, hoogleraar staats- en bestuursrecht

Een provincie die vraagt om bescherming bij de rechter omdat haar mensenrecht zou zijn aangetast. Het lijkt erg ver gezocht. Het komt wel voor dat een rechtspersoon een beroep doet op een recht uit het Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een krant kan dat bij voorbeeld doen, bij een beroep op de vrijheid van meningsuiting voor haar en haar journalisten. Soms zijn rechten van mensen zo verweven met de rechten van een rechtspersoon dat het zinvol is geen onderscheid aan te brengen. Tussen bedrijven van natuurlijke personen en rechtspersonen kan zoveel gelijkenis bestaan dat er geen reden is, bij de toepassing van een grondrecht verschil te maken. Dat doet het Hof voor de Rechten van de Mens dan soms ook niet bij artikel 8 van het Verdrag waarop de provincie in deze zaak een beroep doet. De provincie is echter niet zomaar een rechtspersoon. Zij heeft geen statuten, maar zij bestaat krachtens de wet. Zij heeft een heel andere functie. Bovendien beroept de provincie zich op het grondrecht tegenover een burger. Er is dus geen sprake van een andere overheid die met gezag en macht het privé-leven van de provincie zou hebben geschonden. De provincie wil met dit beroep zelfs het recht van vrije meningsuiting van de betrokken burger beperken. Het beroep lijkt niet alleen ver gezocht, het is ver gezocht. Bij gebrek aan toelichting, kan je alleen maar blijven gissen naar de reden waarom deze weg is gekozen.

Luuk Esser

Belangrijke jurisprudentie bij deze rechtszaak is Den Haag/Aral (HR 06-02-1987, NJ 1988, 49), waarin de gemeente Den Haag zich beroept op artikel 6 EVRM (fair trial). De Hoge Raad concludeert dat de gemeente zich niet op dit wetsartikel kan beroepen, omdat het bedoeld is burgers te beschermen tegenover de overheid.

Paul Kirchhoff

Ik moest onmiddelijk denken aan de Pikmeer arresten waarin heel duidelijk is geworden dat overheden en de ambtenaren die bij die overheden werken zich kunnen beroepen op immuniteit.

Dat blijf ik nog steeds een wonderlijke opvatting vinden van aansprakelijkheid. Als daarbij ook iedere vorm van kritiek op overheden onmogelijk zou worden wordt het duidelijk tijd om te zien naar een andere woonplaats buiten Nederland.
Het begin van de politiestaat is er al.
Met dit soort acties wordt de komst alleen maar versneld.

Egbert Dommering

De kwestie is iets ingewikkelder dan in het vonnis wordt voorgesteld. Ook overheidsfunctionarissen, politici in de regering of de oppositie nemen deel aan het openbaar debat, ook buiten het parlement, en kunnen daarbij onder omstandigheden een zwaarwegender privacy recht hebben als ze zonder enige feitelijke grond worden beschuldigd van corruptie. Beperking van hun vrijheid van spreken in dat debat die niet noodzakelijk is in een democratische samenleving, kan anderzijds een inbreuk op hun vrijheid van meningsuiting zijn. Wel hebben zij als overheidsfunctionarissen en politici een bijzondere verantwoordelijkheid in het debat.
Het zijn dan evenwel de personen die in rechte optreden en niet de overheidsorganen waarvan zij deel uitmaken. Ik heb in mijn noot bij het Castellsarrest van het EHRM er op gewezen dat het Rost van Tonningen arrest zo moet worden gelezen (zie Nederlandse Jurisprudentie 1994, 102). De landsadvocaat die in deze voor de provincie optrad, wil dat niet inzien; dezelfde fout maakte hij al door in de zaak tegen het blad Opinio de staat als eiser te laten optreden.
Over dit onderwerp is deze zomer een interessante monografie van de hand van de oud advocaat A.G. Maris verschenen,’Grondrechten tegen, jegens en voor de overheid’, Deventer: Kluwer 2008 (Serie Europa in beeld nr. 3)

Coen Drion

Aansluitend bij hetgeen Egbert Dommering heeft opgemerkt, zou ook ik een kritische noot bij het vonnis willen plaatsen. Waar als uitgangspunt heeft te gelden dat overheden (en ook ambtenaren en politici) een dikkere huid moeten hebben dan gewone burgers, is het volgens mij niet zo dat zij zich maar alles moeten laten welgevallen. Het komt dan neer op een afweging van belangen (zoals ook in het recente arrest van de Hoge Raad Hemelrijk / Van Gasteren valt te lezen). Een mooi voorbeeld van een zaak die in niet-onaanzienlijke mate lijkt op de Roermondse is het arrest van het Hof Amsterdam inzake de Gemeente Amsterdam, stadsdeel centrum, en een zevental ambtenaren tegen een tweetal burgers. De zaak is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJN: BE9562. De uitkomst daarvan is op een aantal relevante punten anders dan het vonnis van de Rechtbank Roermond. Kortheidshalve volsta ik, voor ieder die er meer van wil weten, met bovengenoemde verwijzing.

Martin Holterman, promovendus Universiteit Twente

L.S.,

Is het niet tijd om de New York Times v. Sullivan (1964) standaard van “knowledge of falsity or reckless disregard for the truth” ook in het Nederlands/EVRM recht te introduceren? Zoals eerdere reacties ook opmerken is het probleem hier niet in de eerste plaats dat de provincie hier als eiser optreedt – dat kan immers gemakkelijk genoeg gecorrigeerd worden door de gedeputeerde zelf als eiser te laten optreden – maar dat hier een poging wordt gedaan om via een onrechtmatige daadsactie het vrije debat in de kiem te smoren.

Om Justice Brennan te citeren:
“Thus we consider this case against the background of a profound national commitment to the principle that debate on public issues should be uninhibited, robust, and wide-open, and that it may well include vehement, caustic, and sometimes unpleasantly sharp attacks on government and public officials. The present advertisement, as an expression of grievance and protest on one of the major public issues of our time, would seem clearly to qualify for the constitutional protection. The question is whether it forfeits that protection by the falsity of some of its factual statements and by its alleged defamation of respondent.
(…)
A rule compelling the critic of official conduct to guarantee the truth of all his factual assertions – and to do so on pain of libel judgments virtually unlimited in amount – leads to a comparable “self-censorship.” Allowance of the defense of truth, with the burden of proving it on the defendant, does not mean that only false speech will be deterred. 19 Even courts accepting this defense as an adequate safeguard have recognized the difficulties of adducing legal proofs that the alleged libel was true in all its factual particulars. Under such a rule, would-be critics of official conduct may be deterred from voicing their criticism, even though it is believed to be true and even though it is in fact true, because of doubt whether it can be proved in court or fear of the expense of having to do so. They tend to make only statements which “steer far wider of the unlawful zone.” The rule thus dampens the vigor and limits the variety of public debate. It is inconsistent with the First and Fourteenth Amendments.” (Verwijzingen verwijderd.)

Germen Roding

In de negentiende eeuw is kunstmatig leven gecreëerd: de figuur van de rechtspersoon ingevoerd. Aan een groep mensen in functie wordt vergelijkbare rechterlijke status toegekend als een mens.
Dit had praktische redenen: een groep aandeelhouders alle privé failliet laten verklaren omdat de NV waarin ze beleggen failliet gaat, zal de appetijt voor beleggen drastisch doen verminderen. We zien echter dat in de twintigste eeeuw het rechtspersonenrecht als een kanker door is gaan woekeren. Rechtspersonen (zie de plof-BV affaires uit de jaren ’70) zijn een handig schild om duistere zakelijke praktijken mee af te dekken en kosten op leveranciers (faillisement) of maatschappij (overtredingen) af te wentelen.

Nu worden aan rechtspersonen, publieke rechtspersonen nog wel, verregaande mensenrechten toegekend. Ik vrees de dag dat alleen rechtspersonen nog rechten zullen hebben en de natuurlijke persoon alleen als apparatsjik nog recht op leven heeft.

Jitso Keizer

Er bestaat helaas de kwestie of je nota bene rechterlijke macht niet alleen corrupt mag noemen maar of die dat ook daadwerkelijk is. Wat het eerste betreft zijn er wel voorbeelden te vinden van foute uitspraken, losstaand gedaan of over de hele lijn zoals toen er in de Tweede Wereldoorlog van de onafhankelijke rechterlijke macht de facto verlof was om de Joden te discrimineren. Of nog eerder de Indische “onderdanen” die als derderangs bejegend werden, terwijl al het Heilig Roomse Rijk als grondslag had de gelijke rechten van de burger à la het oude Rome.
Voorbeelden van vermoede “corruptie” der huidige rechters zijn het niet willen erkennen van art 1 der Verklaring van de Rechten van de mens teneinde belangen van een elite te begunstigen (art 3 van de Grondwet “elke burger is in overheidsdienst benoembaar” tekent dezelfde principiële gelijkwaardigheid, maar wordt onder tafel geschoven om 95 % van de bevolking buiten te sluiten van belangrijke overheidsbanen terwille van de leden van politieke partijen en hun vrienden); het profiteren door rechters van de manipulatie der regering op de huizenmarkt via de aftrek op hypotheekrente, zodat welgestelden eenzelfde huis voor netto tientallen procenten minder kunnen verwerven dan een minimumloner kwijt zou zijn (detail: zo houden de rijken geld over om arme mensen aan een huurhuis te helpen; de huren zijn hoog en men genereert aldus extra inkomen); het profiteren van de geniepige methoden om via de schatkist geld over te hevelen uit de zakken van laagbetaalden naar wie het niet nodig hebben, behalve om hun hebzucht te bevredigen, zoals bewerkstelligd door het gedegenereerde pensioenfondsensysteem (onder minachting van het door het volk duidelijk gewilde belasting betalen naar draagkracht en wel in het jaar van inkomstenverwerving om de boel niet te laten verwateren) en de abstentie als gevraagd en geëist wordt om art 60 van het Verdrag van Parijs (1951) te respecteren (het principe daarvan is dat ieder op zijn wens goederen en diensten kan verwerven voor dezelfde lage prijs als waarop die aan anderen aangeboden worden. Beperkende voorwaarden zijn niet toegestaan. Het art wordt bevestigd door de art 81+82 van het oprichtingsverdrag der Europese Gemeenschap en is onontbeerlijk wil de vrije markt werkelijk open, eerlijk en toegankelijk zijn. Dit laatste is ook al niet het geval op het spoor doordat de evil managers van de NS het art schenden en voor precies dezelfde vervoersprestatie al naar hun luimen de passagiers verschillende prijzen berekenen. Mensen met kleine beurs kunnen hierdoor belemmerd worden in het maken van reizen, ondervinden onnodige en onrechtmatige drempels op de vervoersmarkt).
Als je de rechters niet kunt vertrouwen dat zij op alle terreinen zich daadwerkelijk opstellen als onafhankelijke macht volgens de bekende driedeling dan is correctie nodig. En wel heel grondig naar het zich laat aanzien, gemeten aan genoemde “dwalingen” of erger.

Jitso Keizer

Actueel is de kwestie of deelname aan beraad en besluit over hoofdzaken via het referendum, waarna een ONDERGESCHIKT parlement zorgt voor uitwerking en dagelijkse controle op de agenda van de rechters moet staan. In oude teksten wordt op het recht tot deelname, gelijkwaardigheid bewijzend, duidelijk gezinspeeld. Eva werd gediskwalificeerd toen ze hogerop wilde en net als God gezag wenste te krijgen ook over (andere) mensen. Rechters mogen geen meelopers met de politiek van de dag zijn en zodra vaststaat dat burgers in staat zijn om bewust te kiezen via een referendum o.i.d. hebben zij te oordelen dat dit moet geschieden teneinde de fundamentele rechten gestalte te doen krijgen. Vroeger konden de meeste mensen bij gebrek aan info zich moeilijk orienteren, maar sedert er het Internet is krijg je ook anders binnen dan wat de eigen krant selecteert. Nu de beurskoersen zo laag zijn wil het volk misschien wel nationaliseren, zodat de produktie na vervanging van de leidinggevenden niet meer primair gericht wordt op het behalen van winst voor de kapitalistische aandeelhouders maar op het voorzien in wat de mensen en dieren op deze Aardbol nodig hebben. Wie in Den Haag macht en status en bijgevolg geld heeft zal hier niet voor zijn en zo kom je er al gauw toe om dat hele referendumgedoe te verwerpen. Dat is gemakkelijk als de rechter slaapt of een tikkeltje meewerkt, een beetje corrupt is hoewel je het bij ons zo niet noemt.

Peter Kraus

Ik begrijp het vonnis niet helemaal. In het vonnis is sprake van grondrechten en het beroep doen op die grondrechten. Daarmee wordt, naar ik vermoed, niet gedoeld op de grondrechten die in de Nederlandse grondwet staan. Daarmee kun je niet naar de rechter wegens het toetsingsverbod, en rechten die je niet daadwerkelijk kunt uitoefenen, bijvoorbeeld door ze via de rechter te laten afdwingen, zijn waardeloos. Gaat het nu bij de grondrechten die in het vonnis worden genoemd uitsluitend om de EHRM-grondrechten die de burger van de EU heeft gekregen, of wordt er terloops ook nog verwezen naar de vrijblijvende intentieverklaring die men in Nederland ‘grondwet’ noemt?

Martin Holterman, promovendus Universiteit Twente

@Peter Kraus:

1. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens is ouder dan de EU, en heeft daarmee (nog) niets te maken.

2. In deze zaak vroeg de eiser de rechter om uit te spreken dat bepaalde uitlatingen onrechtmatig waren. De onrechtmatigheid, zo werd betoogd, was gelegen in het feit dat ze bepaalde normen schonden, waaronder de norm van art. 8 EVRM/art. 10 GW, het recht op privacy. Op die manier kan een burger dus wel degelijk een beroep doen uit een grondrecht dat door de Nederlandse grondwet wordt beschermd. (Maar de provincie is geen burger.)

3. Het toetsingsverbod van art. 120 Grondwet heeft met deze hele zaak niets te maken.

marcel dielissen

Ik ben de betreffende makelaar tegen wie de hier besproken procedure is gevoerd. Een gevolg hiervan is een KG dat ik heb aangespannen tegen de provincie alsook gedeputeerde Driessen welk diende op 11 december jl. Heden is daarin vonnis geveld. De Provincie Limburg en Driessen zijn hierin veroordeeld. Ik verwijs naar het zaak en rolnummer: 90288/KG ZA 08-258. Tja, woorden schieten te kort.