Wie berecht de rechters?
Er komt bij de Hoge Raad geen procedure om een kantonrechter uit Dordrecht te ontslaan. Zie hier het bericht. Dat past in de lijn. Rechters gaan héél voorzichtig met elkaar om.
Ze zijn voor het leven benoemd, maar kunnen wel degelijk worden ontslagen door de Hoge Raad. Dat gebeurt maar heel af en toe. En niemand heeft het in de gaten. Dit persbericht van de Hoge Raad is een totale uitzondering. Alleen wie de tweejaarlijkse verslagen van de Hoge Raad doorzoekt op de zin “het instellen van vorderingen tot schorsing of ontslag van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren” komt er achter. En dan nog zijn de vermeldingen summier.
De jaarverslagen zijn te vinden via deze pagina. Een voorbeeld uit het jaarverslag 2003-2004 is op pagina 52 te vinden. Er was toen sprake van een rechter die ‘langdurig arbeidsongeschikt’ was en dus voor ontslag in aanmerking kwam. In het jaarverslag 2001-2002 zijn ook rechters vermeld die hun ambt kwijtraken wegens arbeidsongeschiktheid. Maar, zo staat daar te lezen, dat doen ze vrijwillig aan het eind van de keuringsprocedure. In 2004 was er dus kennelijk iemand die ook in zieke toestand geen plaats wilde maken. Het verzoek van het gerechtsbestuur dat van deze rechter af wilde was ‘nog in behandeling’. In het jaarverslag 2005-2006 komt deze ontslagzaak niet meer voor. Kennelijk is het dus opgelost.
Ook valt in deze passages iets te lezen over rechters of officieren die zèlf de wet overtreden en berecht moeten worden. Zoiets gebeurt niet voor de eigen rechtbank. De procureur generaal bij de Hoge Raad wijst dan een ander gerecht aan. In 2003-2004 gebeurde dat drie keer. Met geen woord wordt gerept waarvan de rechters of officieren verdacht werden. Behalve dat in één geval een transactie werd aangeboden. Het jaarverslag 04-05 is ietsje concreter. Daar is de Groningse raadsheer terug te vinden die zijn partner mishandelde, berecht werd, door de procureur generaal geschorst en daarna zelf ontslag nam. Ook was er in dat verslagjaar kennelijk een akkefietje met een magistraat die een ‘niet onherroepelijke veroordeling wegens zaaksbeschadiging’ opliep en daarmee een boete van 130 euro. Er volgde geen ontslag of schorsing. Eén buitenlid van de pachtkamer raakte in dat verslagjaar persoonlijk failliet, hetgeen een ‘facultatieve ontslaggrond’ opleverde. Daar werd geen gebruik van gemaakt.
Er waren in die periode maar liefst zeven gevallen waarin rechters of officieren zelf voor de rechter moesten verschijnen. En dan ook nog een aantal van hen wegens misdrijven, hetgeen de Hoge Raad zelf ‘opmerkelijk’ noemt. Maar ook hier: geen namen, details, ressorten, tenlasteleggingen. Rechters verschillen daarin niet van advocaten en notarissen die correcties in eigen kring liefst zo discreet mogelijk afhandelen.
Naschrift. De rechtbank Dordrecht zegt in een verklaring op 15 oktober dat de betreffende kantonrechter niet partijdig is geweest, maar wel die schijn heeft gewekt. Dat had hij ook kunnen voorkomen. Dat was “wel beter geweest”. De klacht vindt de rechtbank niet gegrond.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht
