Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Uitspraak 12: Wangedrag na de echtscheiding

Hoe moeten ex-partners na een echtscheiding zich gedragen om het recht op alimentatie te behouden? De rechtbank Leeuwarden neemt een ferm besluit en ontslaat een man van zijn betalingsplicht.

Met een reactie van Sylvia Wortmann en Paul Vlaardingerbroek

De zaak. Een man vraagt de rechtbank zijn partneralimentatie te wijzigen. Hij heeft twee argumenten. De man zegt dat zijn ex-vrouw inmiddels in haar eigen levensonderhoud kan overzien. En als tweede betoogt hij dat zijn ex-vrouw zich zo misdraagt tegen hem dat alimentatie ‘in redelijkheid niet kan worden gevraagd’.

Maakt het uit of je ex zichzelf kan bedruipen?

De man voert aan dat zijn ex een inkomen had uit een deeltijdbaan. En dat ze zelf ontslag heeft genomen. Dat deed ze bovendien vrijwillig. Ze kan dus worden geacht deels voor zichzelf te zorgen. En dus mag zijn alimentatie omlaag met het bedrag dat de vrouw netto verdiende: 825 euro per maand. De rechtbank rekent vervolgens uit dat de gebleken verdiencapaciteit van de vrouw geen reden is om het destijds vastgestelde alimentatiebedrag te veranderen. De hoogte van de alimentatie wordt bepaald door de welstand tijdens het huwelijk. Niet door de (gebleken) verdiencapaciteit van de vrouw.

Bij het bepalen van haar behoefte kent de rechtbank ook geen gewicht toe aan het feit dat de vrouw zelf ontslag nam. Ontslag nemen is volgens de rechtbank geen omstandigheid waarvan de ,,de onderhoudsgerechtigde uit hoofde van zijn (in casu haar; red) verhouding tot de onderhoudsplichtige zich met het oog op diens belangen had behoren te onthouden”.
Dat de vrouw ontslag nam, had een ongewone reden. Haar ex- man dreigde beslag te laten leggen op haar inkomen. Hij had ook een vordering op haar: zij betaalde niet de dwangsom die hem toekwam. Toen zij de deurwaarder zag aankomen, nam ze snel ontslag. Er speelt dus veel meer.

Maakt het verschil hoe de ex-echtgenoten zich gedragen?

Rechtsgrond voor de alimentatieplicht is de zogeheten lotsverbondenheid tussen de ex-partners, zeker als er sprake is van gezamenlijk ouderschap. Dit tweetal heeft kinderen. Er zijn bezoekafspraken en omgangsregelingen. Aan die lotsverbondenheid is door het gedrag van de vrouw volgens de rechtbank echter een einde gekomen.

Wat deed de vrouw dan fout?

Hier is het vonnis summier. De zitting was ook achter gesloten deuren. Maar dit staat vast. Zij maakte jarenlang alle omgang tussen haar ex en zijn kinderen onmogelijk. Ze werkt de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tegen. Diverse uitspraken van de rechtbank negeerde ze, dwangsommen en dreiging met gijzeling ten spijt. Ze weigerde ‘forensische mediation’ en dreef het conflict op de spits door haar ex zonder bewijs van seksueel misbruik van hun kinderen te beschuldigen. Ook de kinderen staan nu ‘weigerachtig’ tegenover hun vader. Dit alles was voor de man zo ‘schokkend en ingrijpend’ dat alimentatie van hem niet langer gevraagd kan worden. Hij hoeft niets meer te betalen.

Folkert Jensma

Lees de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden hier

Geplaatst in:
Personen- en familierecht
Lees meer over:
echtscheiding

16 reacties op 'Uitspraak 12: Wangedrag na de echtscheiding'

Sylvia Wortmann, bijzonder hoogleraar familierecht

Lotsverbondenheid

Gehuwden zijn elkaar “getrouwheid, hulp en bijstand” verschuldigdheid en zij zijn verplicht “elkander het nodige te verschaffen”. Dat houdt op bij de echtscheiding. Maar dan ontstaat wel een alimentatieplicht van de ene echtgenoot tegenover de ander die zelf niet voldoende inkomen heeft en zich dat ook in redelijkheid niet kan verwerven. Meestal moet de man voor de vrouw betalen. Wat is nu de basis voor die alimentatieplicht? Algemeen wordt aangenomen dat de grond wordt gevonden in de levensgemeenschap die door het huwelijk is ontstaan. De rechtbank noemt dit lotsverbondenheid. Het voorbije huwelijk werkt in allerlei opzichten nog door, zeker als er kinderen en/of schulden zijn. En het werkt ook door in een alimentatieplicht tegenover de echtgenoot die niet (helemaal) zelf in het levensonderhoud kan voorzien. Als er kinderen zijn, duurt die plicht 12 jaar.

Wangedrag

Soms maakt een ex-echtgenoot die recht heeft op alimentatie, het te bont. Het gedrag is zo grievend voor de alimentatieplichtige dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij een bijdrage in het levensonderhoud van de ander (de vrouw) blijft betalen. Een jaar of vijftig geleden ging het bijvoorbeeld om de vrouw die zich overgaf aan prostitutie of die een relatie met een andere vrouw kreeg. Dat zijn nu geen redenen meer om de alimentatie door de rechter wegens wangedrag stop te laten zetten. Maar als mevrouw haar ex zwart maakt op zijn werk, waardoor hij een promotie misloopt of anderszins ernstige problemen krijgt op zijn werk, dan is dat reden om de alimentatie te verminderen dan wel stop te zetten.

Kan het gedrag dat de vrouw als moeder van de kinderen vertoont ook zo grievend zijn dat van de man betaling van partneralimentatie niet langer kan worden gevraagd? Ik denk het wel. De rechtbank stelt vast dat de vrouw jarenlang weigerachtig is geweest omgang van de man met de kinderen toe te laten. Rechterlijke uitspraken zijn aan de laars gelapt, dwangsommen verbeurd, zelfs gijzeling (dus opsluiting bij weigering aan de omgang mee te werken) is bevolen. Als klap op de vuurpijl ook nog een ongegronde beschuldiging van seksueel misbruik van de kinderen door de man. De vrouw stelt daartegenover dat zij nu de kinderen zou “klaar zetten op de stoep” voor de omgang. Los van het feit dat dit geen wenselijke manier lijkt om kinderen voor te bereiden op omgang die al lange tijd niet heeft plaatsgevonden, is dit een nogal mager verweer.

Definitief einde?

De rechtbank beëindigt vanwege dit jarenlange gedrag de alimentatie. Een beëindiging betekent dat de alimentatieplicht definitief ophoudt. Dat gaat heel ver en kan ook alleen met een heel grondige motivering. De rechtbank had beter de alimentatie op 0 kunnen zetten. Dat betekent dat mevrouw opnieuw om een bijdrage zou kunnen vragen als zij aantoonbaar en duurzaam haar gedrag zou hebben aangepast. Vooralsnog heeft de vrouw zichzelf behoorlijk in de nesten gewerkt door eerst ontslag te nemen om beslag op haar loon te voorkomen, en nu te worden geconfronteerd met beëindiging van haar alimentatie. Voor de kinderen blijft de betaling van kinderalimentatie gewoon doorgaan.

J. v. Bijsterveld

Wat voor mij een juridisch raadsel is, is waarom een rechtbank dit soort uitspraken niet zuiver wettelijk houdt.

De rechters hebben meer dan genoeg juridische redenen om hun uitspraak te doen. Maar ze moeten zo’n remedial erbij halen. Op het moment dat ze dat doen tasten ze een van de grondrechten van die mevrouw aan, namelijk tegen dat conflict aan te kijken zoals zij wil.

Ofwel het recht op vrijheid van geloof. Op het moment dat de rechtbank haar dwingt om mee te doen met een remedial eist ze van haar dat ze gelooft in een of andere vorm van therapeutische psychologie.

Zelfs al zou ze dat willen: het is iets wat soms gewoon niet kan omdat zulke technieken meestal een onnatuurlijk mensbeeld bevatten die niet aansluiten bij iemands natuurlijke reacties.

Het is begrijpelijk dat rechters afwillen van zo’n vervelend conflict en net zoals iedere wanhopige gevoelig zijn voor therapeuten (en andere kwakzalvers).

Het punt is echter dat je daarom niet de grondwettelijke bescherming tegen opgelegde levensovertuigingen kunt opheffen.

Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familie- en personenrecht aan de Universiteit van Tilburg

Hoe ver reikt de lotsverbondenheid tussen ex-echtgenoten als één zich misdraagt?

Bij alimentatie gaat het niet om de vraag wie schuldig is aan de beëindiging van het huwelijk, maar om de behoefte en draagkracht. De behoefte van de gescheiden echtgenoten wordt vastgesteld aan de hand van de welstand van partijen gedurende hun huwelijk. Heeft de alimentatiegerechtigde niet voldoende eigen inkomsten of kan hij/zij deze niet (voldoende) verwerven om in het eigen levensonderhoud te voorzien dan spreekt men van behoeftigheid. De draagkracht gaat vooral om de vraag of iemand met zijn eigen inkomen in staat is om – rekening houdend met diens noodzakelijke uitgaven – alimentatie te betalen voor de ex-partner (en kinderen).

Het schuldbegrip is in het huwelijk losgelaten, maar speelt in het alimentatierecht nog een bescheiden rol, namelijk als het gaat om de vraag of iemand nog gehouden is alimentatie te betalen als de ander zich aan wangedrag schuldig maakt. Dat wangedrag van de alimentatiebehoeftige kan leiden tot vermindering of zelfs gehele beëindiging van de alimentatie. Een bekend voorbeeld is de beslissing van het hof ’s- Hertogenbosch van 23 september 1980 (NJ’81, 324), dat oordeelde dat het feit dat de vrouw gedurende het huwelijk van partijen met behulp van een vriend heeft getracht haar man van het leven te doen beroven, van zodanige aard is dat van de man in redelijkheid geen alimentatie(plicht) kan worden gevergd. Velen zullen het met die beslissing eens zijn.

Hoe zit het bij valse beschuldigingen?

Maar hoe moet het met de alimentatieplicht als de vrouw de man opzettelijk vals beschuldigt van incest? Helaas blijkt het nog al eens voor te komen dat in het kader van een omgangsregeling de verzorgende ouder de andere ouder ervan beticht de kinderen te hebben misbruikt of mishandeld. Bewijs is vaak niet voor handen. Voor de niet-verzorgende ouder is dat een drama, omdat de beschuldiging dikwijls meteen gepaard gaat met een onmiddellijke beeindiging van de omgangsgregeling. Verder is het heel moeilijk om zo’n beschudiging te ontkrachten, want “waar rook is …..”. Ik vind het belangrijk dat pas van een serieuze beschuldiging gesproken kan worden als de verzorgende ouder ook meteen na het vermoeden aangifte heeft gedaan bij de politie. Het ‘stilzitten’ (niets doen) bij vermoedens van geweld tegen en/of misbruik van de kinderen pleit niet in het voordeel van de verzorgende ouder. Toch hoeft omgang in deze gevallen niet te stoppen, althans niet zolang niet duidelijk vaststaat dat de andere ouder de gedragingen heeft gepleegd. Een neutraal adres (een omgangshuis, familie, kennissen, de jeugdzorg) kunnen helpen om de omgang tussen ouder en kind – voorlopig – op een veilig adres te doen plaatsvinden.

Een langdurige weigering om mee te werken aan een door de rechter bevolen omgangsregeling kan dus leiden tot beëindiging van de alimentatieplicht. En dat kan – naast allerlei andere effectuerings(on)mogelijkheden – een belangrijk hulpmiddel zijn in de strijd voor een betere nakoming van de door de ex-partners afgesproken of door de rechter opgelegde omgangsregeling.

In deze zaak speelde mee dat de vrouw ook nog ieder bemiddelingsgesprek weigerde en deze cumulatie van de door de rechter als ‘grievend‘ bestempelde gedragingen leidde uiteindelijk tot de beëindiging van de alimentatieplicht. Echter, gedurende al die jaren van strijd heeft de man geen omgang met de kinderen gehad en heeft hij wel alimentatie voor zijn ex-echtgenote betaald. Mogelijk is het contact tussen de kinderen en de man door de negatieve houding van hun moeder voorgoed verstoord en zal door deze beslissing de man (zo vermoed ik) geen omgangsrecht met zijn kinderen verkrijgen, terwijl dat waarschijnlijk voor hem belangrijker is dan de betaling van alimentatie.

Moet het zover wel komen?

Hoewel ik de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van harte onderschrijf, vraag ik mij naar aanleiding van deze kwestie af of in andere gevallen niet eerder beslist zal kunnen en moeten worden tot beëindiging van de alimentatieplicht. Moet het werkelijk tot zo’n cumulatie van grievende gedragingen leiden voordat de rechter de ex-partneralimentatie beëindigt? Ik hoop dan ook dat deze kwestie leidt tot een discussie over betere effectueringsmogelijkheden van de omgangsregeling en tot een vaker gebruik maken van de mogelijkheid van (forensische) mediation.

Pauline Gevaerts, advocaat

De uitspraak van de rechtbank Leeuwarden verbaast mij. Het op deze wijze koppelen van lotsverbondenheid en alimentatieplicht gaat ver. Waar een rechter over het algemeen in alimentatiezaken binnen een bepaalde bandbreedte van objectieve dan wel geobjectiveerde gegevens uitgaat (de discussie over al dan niet samenwonen van een alimentatiegerechtigde niet meegerekend) moet een rechter nu een strijd tussen partijen beoordelen die heel feitelijk en subjectief is; welk (wan)gedrag leidt nog tot een definitief einde van de alimentatie en welk gedrag (net) niet? Waar eindigt dit?

Daarnaast gaat de omgangsproblematiek een rolspelen in de alimentatiekwestie en vice versa; ook dat lijkt mij niet wenselijk. Het levert de man in de omgangsproblematiek geen enkel voordeel op; integendeel de vrouw heeft er een extra argument bij om de kinderen (verder) tegen hem op te zetten; hij wil en hoeft immers niet meer voor haar te betalen. De kinderen komen in een (nog groter) loyaliteitsconflict terecht. Ook in de alimentatiekwestie reflecteert deze uitspraak de kinderen. De rechtbank stelt vast dat de vrouw op basis van de welstand ten tijde van het huwelijk van partijen een behoefte heeft van €2.460,– netto per maand. De vrouw moet in staat geacht worden om met een werkweek van 22 uur €825,– netto per maand te kunnen verdienen. Met het definitief (!) beeindigen van de partneralimentatie loopt de rechtbank het risico dat de welstand van de vrouw én dus van de kinderen die bij haar wonen terugloopt naar de €825,– die de vrouw klaarblijkelijk netto kan verdienen. Wellicht kan zij met succes een verhoging van de kinderalimentatie verzoeken, maar nooit voldoende om het gat te dichten, bovendien levert dat een nieuwe (rechts)strijd tussen partijen op.

Als het gedrag van de vrouw al tot een wijziging van de alimentatie had moeten leiden dan was mijns inziens veel meer bereikt met een tijdelijke nihilstelling bijvoorbeeld voor een periode van een half jaar in welke periode de vrouw haar goede wil had kunnen tonen zodat na ommekomst van dat half jaar de alimentatie had kunnen herleven. Voor de vrouw had dit een trigger kunnen zijn de omgang op gang te brengen, voor de kinderen was de welstandsdaling te overzien geweest. De strijd tussen partijen had hiermee kunnen luwen. Nu zal de vrouw ongetwijfeld in hoger beroep gaan en begint de strijd tussen partijen weer van voor af aan; het is daarbij maar de vraag of de vrouw hangende de appelprocedure de kinderen toch naar de man zal laten gaan in de hoop dat dit de uitkomst van het geding gunstig zal beinvloeden.

Reg Mulder, consultant

Mevrouw Gevaerts voorstel is naar mijn mening juist de mogelijkheid om de strijd tussen beide partners voort te laten duren en zo het inkomen van advocaten veilig te stellen. Mijns inziens heeft de rechtbank juist besloten dat door het gedrag de lotsverbondenheid is opgeheven, en dus niet tijdelijk buiten werking is gesteld. Ook (of is het juist) niet-juristen voelen op hun klompen aan dat zodra de alimentatie veilig zou zijn gesteld het treiteren weer zou beginnen.

Dr. H.H.L. Hendrickx

Perpetuum Mobile door ‘meevoelende’ rechters

Het juridische argument dat i.c. wordt gebruikt om de alimentatie te stoppen komt voort uit de leer van de onrechtmatige daad. Dat zou veel vaker moeten worden toegepast. Er zijn genoeg redenen te bedenken om tot ‘onrechtmatige daad’ te besluiten: het weerhouden van contact tussen ouder en kind; het weigeren van afgifte van administratie; achterhouden van boedel; treitereien in de vorm van ontkenningen van bestaan van schulden of documenten; valse verklaringen ter zitting. Momenteel lijkt alles geoorloofd.

Juist door de grote terughoudendheid van de rechter heeft vaak een van beide partijen ‘de macht’. De grenzen worden opgezocht. Door de rechters terughoudendheid liggen die grenzen vaak wel erg ver af van wat nog redelijk en billijk kan worden beschouwd.

Bij het lezen van de uitspraak vraag ik me in gemoede af hoe dit zo uit de hand heeft kunnen lopen. Alleen door slappe, vooringenomen en ‘meevoelende’ rechters kan het zo ver komen. Het zou heel goed zijn voor rechters als zij eens een cursus psychiatrie zouden volgen en leren van psychiaters waar ‘meevoelendheid’ toe kan leiden. Ook zou het helpen als rechters leren een balans te lezen en interpreteren.

Eindeloze procedures, daar zit niemand op te wachten, vooral de kinderen niet. Kunnen rechters niet meteen bij de aanvang van een procedure de spelregels kenbaar maken: Niet zeuren, vertel me geen fabeltjes, hou me niet voor de gek, want anders neem ik maatregelen! Advocaten die onzin verkopen behoren ook afgestraft te worden uiteraard. De rechter moet niet ‘meevoelen’, maar rechtspreken, en in ons recht staat nu eenmaal centraal de redelijkheid en billijkheid, de keerzijde van de onrechtmatige daad.

T. Vertooren

Met deze uitspraak schiet de rechtbank, maar bovenal de vader zijn doel voorbij.

Terecht is het feit dat de rechtbank in deze zaak de moeder “tot stilstand brengt” in haar gedrag tegenover de ex-echtgenoot. De oplossing die de reachtbank daarvoor kiest is er één waarbij “het kind met het badwater wordt weggegooid”. Als vader had de man nooit voor deze richting mogen kiezen. Uiteindelijk moet het hem om de kinderen, om zijn kinderen gaan. Nu kiest hij kennelijk voor het geld en dat verzwakt zijn en versterkt haar positie. En dan met name in het onderliggende loyaliteitsconflict waarvoor moeder nu nog meer reden heeft om het bij de kinderen aan te wakkeren en op te stoken.

Dat brengt mij bij een meer generieke opmerking dat Rechtbank maar vooral de adviserende instanties zoals de Raad voor de Kinderbescherming, die ongetwijfeld hier een rol heeft gespeeld, onvoldoende oog heeft. Misschien niet zozeer voor het feit dat het conflict er is, maar vooral in de wijze waarop de onderliggende problematiek aangepakt moet worden. Omdat Rechtbank hier geen oog voor heeft kan het gebeuren dat, alle rechterlijke uitspraken ten spijt (zie deze casus), de moeder ongestoord en dat jarenlang, door kan gaan met haar obstructie.
Over het thema van de obstructie wordt nog steeds te lichtzinnig door Raad en Rechtbank gedacht. Raad voor de Kinderbescherming en Rechtbank zouden hier dus meer aandacht voor moeten hebben.
Bij moeder lijkt er wellicht sprake van een obsessief dwangmatig, door rancune ingegeven handelen. Dat deze sterk zijn en tevens de effectloosheid van de voorgaande rechterlijke uitspraken bevestigt, blijkt onomstotelijk. Moeder houdt opzettelijk en met voorbedachte rade het loyaliteitsconflict bij de kinderen in stand en is bereid daarin tot het uiterste te gaan, gezien de aantijging van geweld en misbruik. Dit is zo ongeveer het ultieme argument in het “beschadig vader” traject. Enkel en alleen al het misbruiken van deze argumenten is laakbaar en zou reden voor strafoplegging moeten zijn.

Raad en Rechtbank zouden bij zichzelf en bij elkaar te rade moeten gaan hoe zij het werkelijke probleem, het doelbewust en zelfs dieper maken van het loyaliteitsconflict bij de kinderen aanpakken en op een doeltreffende wijze oplossen. In pedagogische en in psychologische zin worden nu bij de kinderen de kiemen gelegd voor problemen op latere leeftijd. Welke opvattingen krijgen zij van moeder mee bij hun beeldvorming over vaders resp. mannen. Deze kinderen willen later relaties aangaan maar krijgen nu allerlei negatieve beelden mee waar zij te zijner tijd maar weer uit moeten zien te komen.

Het is natuurlijk een illusie om te veronderstellen dat deze casus op zichzelf staat.
De onmacht van de vaders enerzijds en de macht van de moeder anderzijds is al lang geleden scheef getrokken. Enkele jaren geleden heeft Dorien Pressers daar in een januari nr van NRC Handelsblad al eens iets kritisch over gezegd. Hetwelk haar via een ingezonden brief direct kwam te staan op een soort schobbering vanuit de (richting van de) vrouwenbeweging.

Het is te hopen dat er beroep aangetekend wordt tegen de uitspraak van de rechtbank en deze casus bij het hof terechtkomt opdat aldaar de belangen van de kinderen op de voorgrond komen te staan en niet die moeder, vader of van het geld.
Deze Rechtbank heeft er in ieder geval te weinig oog voor gehad.

J.L. Groenewold

Ondanks dat de Wet Limitering Alimentatie (WLA) de partneralimentatie alleen baseert op behoefte en draagkracht en dat de schuldvraag geen rol meer speelt, kan de rechter vaststellen dat er sprake is van wangedrag. In dat geval kan zij besluiten dat het niet redelijk is om van de alimentatieplichtige te vergen dat hij alimentatie betaalt of blijft betalen. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op internet onder de LJN nummers AA9930, AA4720, AT4360, AR5205, BA1734, AY5421 en BD1223. Redenen voor de rechter om de alimentatieplicht te beëindigen waren: ernstig leugenachtig gedrag, mishandeling, valse ernstige beschuldigingen en het meeslepen van de kinderen in crimineel gedrag. De rechter acht de partneralimentatie niet alleen gerelateerd aan behoefte en draagkracht, maar ook aan de lotsverbondenheid die, zoals het hof van Den Haag in december 2000 het uitdrukt, met zich meebrengt dat de echtgenoten een zekere verantwoordelijkheid jegens elkaar dienen te voelen en dat zij enig vertrouwen in elkaar dienen te kunnen stellen. Via een achterdeur lijkt de schuldvraag weer terug, wat ook niet onlogisch is, immers, een huwelijk is een vorm van een overeenkomst met rechten en plichten en het verzaken van plichten moet verval van rechten kunnen opleveren. Of, zoals in deze casus, waarbij wangedrag na de echtscheiding plaatsvindt, kan er sprake zijn van parallellen met een onrechtmatige daad waarvoor vergoeding gevraagd kan worden. Het antwoord op de vraag van mw. Gevaerts hierboven is in dat licht: indien de partner de huwelijkse plichten zoals omschreven in de wet verzaakt of na de echtscheiding onrechtmatig handelt, staat de partneralimentatie ter discussie. En dat eindigt ongeveer bij de hierboven aangehaalde door de rechter genoemde redenen.

Het doel van de WLA is (1) om de gevolgen van de scheiding eerlijk over beide partijen te verdelen, (2) te voorkomen dat de staat moet meebetalen aan deze gevolgen indien de alimentatiegerechtigde zonder alimentatie in de bijstand zou belanden en (3) te voorkomen dat kinderen het kind van de rekening worden. De WLA gaat hierbij uit van een versimplificering van de werkelijkheid door iedere echtscheiding in principe gelijk te behandelen waarbij het uitgangspunt is dat de meest verdienende partner gehouden is gedurende twaalf jaar partneralimentatie te betalen. De enige nuance is dat kinderloze huwelijken die korter dan 5 jaar hebben geduurd een kortere alimentatieplicht kennen. Natuurlijk is de rechter gehouden de redelijkheid niet uit het oog te verliezen, maar deze hoort zij slechts in hoge uitzondering toe te passen omdat veelvuldige toepassing kan leiden tot rechtsonzekerheid. Uit bovenstaande uitspraken blijkt echter dat met enige regelmaat de rechter tot een afwijkende uitspraak komt. Bovendien kijkt de rechter in toenemende mate of de alimentatiegerechtigde ook kan werken en past zij daarop de duur en hoogte van de toegekende alimentatie aan.

Eén en ander is de wetgever niet ontgaan. Zo bericht de Staatscourant van 28 december vorig jaar dat meer en meer atypische gezinnen ontstaan en dat ons huidige familierecht de kinderen uit deze gezinnen minder goed beschermt. Ook de recente discussie over een wettelijk verplicht ouderschapsplan laat zien dat de wetgever zich ervan bewust is dat de huidige echtscheidingswetgeving gedateerd is. En dit is belangrijk omdat het juist de WLA lijkt te zijn die de partijen na de scheiding nog jarenlang met elkaar verbindt via de partneralimentatie, waardoor deze een blijvende bron van conflict kan vormen, een conflict waar de kinderen de dupe van kunnen worden. Met andere woorden, voor de bovenstaande uitspraak ligt de zwarte piet niet alleen bij de rechter, maar ook bij de wetgever. De wetgever zal haar verantwoordelijkheid moeten nemen door de wetgeving in overeenstemming met de werkelijkheid te brengen. Advocaat mr. Gijbels pleitte twee jaar geleden al voor een afkoopsomregeling in plaats van alimentatie, waardoor na de scheiding beide partijen financieel los van elkaar zijn (FD; 29 juli 2006). Hierdoor zal de partneralimentatie niet langer een bron van conflict blijven en ook niet misbruikt kunnen worden om naleving van de omgangsregeling af te dwingen. Want ondanks dat ik de uitspraak van de Leeuwarder rechtbank toejuich, brengt de rechter twee zaken met elkaar in verband die niet met elkaar in verband gebracht zouden moeten worden: namelijk omgangsproblemen en de partneralimentatie. Goede en meer specifieke wetgeving had dit kunnen voorkomen. Met professor Vlaardingerbroek hoop ik dat nu een discussie start over verbetering van de omgangsregeling en de naleving ervan en een discussie over aanpassing van de WLA.

Willem Labots

In verscheidene bijdragen op dit forum wordt nogal eenzijdig een verband gelegd tussen de stopzetting van de onderhoudsbijdrage en de blokkering van het omgangsrecht. Maar de rechtbank heeft wel degelijk ook andere overwegingen aangegeven, zoals de beschuldiging van misbruik en de weigering om mediation te aanvaarden. Over het algemeen wordt het frustreren van omgangsrecht niet als enige grond aanvaard om te concluderen tot wangedrag. Minister Donner (zie verderop) kon ooit slechts een desbetreffende uitspraak van een kantonrechter (sic) uit 1989 aanhalen. En laten we wel zijn: in deze casus wordt door de man niet expliciet naleving van de omgangsregeling afgedwongen. Het gaat om zijn algehele frustratie, én om zijn financiën en natuurlijk om de genoegdoening. Dat laatste temeer nu ook is komen vast te staan dat de vrouw haar betrekking vrijwillig heeft opgegeven, en dus in de toekomst in ieder geval haar verdiencapaciteit niet ter discussie zal staan. Richting mevrouw Gevaerts zou ik willen stellen dat het ‘gat’ tussen de huidige alimentatie van € 1.250 bruto plus indexering en de eigen verdiensten van de vrouw van € 825 bij een werkweek van drie dagen niet van dramatisch omvang kan worden geacht.

Gezien de weigering van mediation – inmiddels een vrij volwassen deskundigheid geworden met naast advocaten, psychologen ook accountants in de beroepsgroep, plus een expliciete opdracht door de rechter – is het zinvol hier toch ook aandacht te vragen voor de obstructie die de ex-partner pleegt ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De rechter wijst daar met enige nadruk op. Want de man ziet zich niet alleen gesteld voor een al jaren durende geblokkeerde omgang met zijn kinderen en heeft psychisch de onvermijdelijk als grievend ondergane – ook via de sociale omgeving – valse aanklacht moeten verwerken, maar wordt ook geconfronteerd met een materiële ontreddering die zijn persoonlijke en zakelijke leven ongetwijfeld volledig is gaan beheersen. Immers, als er jarenlang geen afwikkeling is van een ontbonden gemeenschap, en er zelfs geen uitzicht bestaat op een oplossing, werkt dat in alle facetten van het dagelijkse bestaan door. Daarmee wordt in feite het leven van de man na de scheiding blijvend onder druk gezet. Wij mogen dit facet niet over het hoofd zien.

Gezien de min of meer kritische uitlatingen door verscheidene scribenten ten aanzien van de in deze procedure optredende (kinder)rechter, en in het algemeen de gehele rechterlijke macht, de kinderbescherming, de regering, de landelijke politiek en ga maar door, moet me toch iets van het hart. Ik denk dat de betrokken rechters in de rechtbank Leeuwarden bij het afhandelen van al die verzoekschriften, dagvaarding, kort geding, beslaglegging, aanvragen tot gijzeling etcetera met een steeds verder toenemend gevoel van frustratie te kampen hebben gehad. In deze casus wordt namelijk de onmacht van onze wetgever nadrukkelijk geëtaleerd. Het civiele recht geeft voor een dergelijke op de spits gedreven obstructie kennelijk geen remedie. Moet dan het strafrecht een oplossing bieden? Moet de moeder in het gevang worden geplaatst? Of een gedwongen behandeling ondergaan in een inrichting? Of zou misschien een van overheidswege bevolen kastijding van de vrouw tot een happy end leiden…?
Natuurlijk zijn dit hyperbolen, maar dat kan op zijn tijd geen kwaad. Want, we beseffen allemaal dat dergelijke sancties, zelfs ook een gijzeling, eigenlijk onmogelijk zijn en meer kwaad dan goed doen, zeker ten opzichte van de kinderen.

Enkele jaren geleden, in de aanloop naar het nu bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsontwerp ‘Voortgezet ouderschap na scheiding’, inventariseerde minister Donner welke dwangmiddelen kunnen worden opgelegd door de rechter bij het niet nakomen van een omgangsregeling. Hij noemde als ultimum remedium de dwangsom en de lijfsdwang. Maar wees de inzet van het strafrecht af. Het gehele scala van middelen is in een brief aan de Kamer vastgelegd. Te vinden op het internet bij Parlando, of direct op:
http://www.sos-papa.com/parlement/04061801.html

Het is echter te verwachten dat de door de minister genoemde middelen, voor zover van toepassing op deze casus, zullen falen want zullen stuklopen op de (proces)houding van de vrouw.

Aangezien enkele mede-discussianten telkenmale de verantwoordelijkheid voor het gebeuren en de nu bereikte climax in deze zaak toch hoofdzakelijk zoeken in het tekortschieten van anderen, en daarvoor oplossingen aangeven in de trant van: ‘onderliggende problematiek aanpakken’, ‘om de tafel gaan zitten’, ‘bij zichzelf en bij elkaar te rade gaan’, ‘cursus psychiatrie volgen’, ‘advocaten afstraffen’, ‘niet meevoelen maar rechtspreken’, wil ik vragen wat ze nu eigenlijk willen?

Zou het niet voor de ontwikkeling van de gedachtenwisseling interessant zijn als de verschillende inzenders iets concreter worden, en aangeven welke oplossing zij zich voorstellen teneinde de huidige impasse in deze casus te doorbreken dan wel een dergelijke uitzichtloze escalatie in de toekomst te voorkomen? Of moeten we maar eindigen met vast te stellen zoals in deze discussie betoogd, dat de vader eigenlijk wijs had moeten zijn en zich lijdelijk had moeten opstellen?

Tot slot een kleine aanvulling.
Inzender J.L. Groenewold is zo vriendelijk geweest enkele uitspraken met betrekking tot wangedrag en daarmee verband houdende stopzetting of vermindering van de onderhoudsbijdrage op deze site te plaatsen. Ik zou daar graag nog een recente aan toevoegen, namelijk LJN AZ9605. Deze zeer uitvoerig gemotiveerde beschikking laat zien hoe een flight captain kopje onder dreigt te gaan door een lasterlijke brief van zijn ex-echtgenote (ex-stewardess) aan de vliegmaatschappij maar dan uiteindelijk door het Amsterdamse Hof, dat ernstig wangedrag bij de vrouw concludeert, enige genoegdoening toegewezen krijgt. De reeds bestaande alimentatie voor de ex-partner ter hoogte van 6200 euro wordt verlaagd tot een ‘schamele’ 2046 per maand, onder de aantekening dat de vrouw in staat moet worden geacht een baan te nemen en zelf een inkomen te verwerven. Een punitieve sanctie.
Als het allemaal niet zo treurig was zouden we van een tv-soap kunnen spreken.

Op het gevaar af beschuldigd te worden van het schetsen van een eenzijdig beeld van het wangedrag in echtscheidingszaken, kan ik toch niet anders besluiten dan met:
‘Let me not think on’t – Frailty, thy name is woman…’

J. v. Bijsterveld

“Edelachtbare uw uitspraak is niet goed want ze is niet oplossingsgericht”. In een notedop de kritiek in echtscheidingszaken op rechters samengevat.

Is dat redelijke kritiek? Nee, want het gaat om zero sum games en het is aan rechters om de verliezers aan te wijzen. Want niet iedereen kan een winnaar zijn.

Als het goed is, doen rechters dat volgens wettelijke criteria. En als die gunstiger zijn voor de vrouw dan voor de man dan kun je hun dat ook weer niet verwijten. Dat er nu weinig sanctiemogelijkheden zijn, wil alleen maar zeggen dat de wetgever het niet zo belangrijk vindt en rechters hebben dat te accepteren.

Wat je hun wel kunt verwijten, is dat ze een mediator inschakelen. Wat daarmee ontkennen ze dat er een conflict is tussen partijen dat in de rechtzaal uitgevochten moet worden.

En niet in een of ander therapeutenkamertje waar geen enkel controle is op de technieken die toegepast worden.

Zouden rechters het minder messy kunnen maken en veiliger voor de kinderen? Ja, als je dan toch gedragswetenschappers wil inzetten, huur ze dan in om om snel en bloedloos vast te stellen of het gaat om zero sum games.

Wanneer een rechters snel de aard van het conflict kan inschatten dan kan hij zijn oordeel ook zo inrichten dat je de schade beperkt.

Teus Vertooren

De reacties op dit forum concentreren zich op het wangedrag van de ene partij jegens de andere partij en de gevolgen daarvan voor het recht en de plicht om alimentatie te ontvangen resp. te betalen. De opvattingen daarover zouden nog aan scherpte kunnen winnen als we het begrip “wangedrag” in deze casus nog eens wat dieper analyseren. In mijn eerdere bijdrage (zie nr. 8.) ben ik daar al mee bezig geweest. Bijdragen van andere scribenten vormen nu de aanleiding dat nog verder uit te werken.

Partijen in dit conflict hebben twee rollen: (ex)echtgenoten en ouders. Deze twee rollen zijn verbonden met eveneens twee belangenvelden. Het eerste belangenveld is de juridische en vermogensrechterlijke beëindiging van de gestrande huwelijkse relatie. Het tweede belangenveld is de gewijzigde voortzetting van het ouderschap. In de hedendaagse opvatting blijft het ouderschap een voortgezette verantwoordelijkheid. Niet één van de ouders, maar beide ouders blijven, weliswaar de één nadrukkelijker dan de ander, hiertoe geroepen. Dit is voor de ouders tegelijkertijd een recht en een plicht. Het beëindigen van de huwelijkse relatie breekt niet in op het beëindigen van de ouderlijke verplichting op een verantwoorde wijze voor de eigen kinderen te blijven zorgen.

Wat nu in deze casus plaatsvindt, daarin geen uitzondering zijnde, maar eerder het bekende topje van de ijsberg vertegenwoordigend, is het meetrekken van het ene belangenveld (de verantwoorde ouderschapszorg) in het andere belangenveld waarin een belangenconflict is uitgebroken.
Blijkens de – beperkte – informatie in deze casus ligt het echte conflict in de afwikkeling van de gestrande huwelijkse verbintenis. Alle uitspraken en sancties van de rechtbank ten spijt komt in dit domein geen afwikkeling tot stand. Het lijkt er op dat de partij die zich keer op keer aan de uitspraken en sancties onttrekt, zo diep en vergaand gekwetst is dat het accepteren van de sancties veruit de voorkeur heeft boven het naleven van het rechterlijk vonnis.
In het verder zoeken en vinden van “instrumenten” om de man in gelijke mate te kwetsen als de vrouw meent gekwetst te zijn, gaat haar kennelijk “geen brug te ver”. Zij gaat zelfs zo ver dat zij de man, haar ex-echtgenoot in zijn rol als vader, opzettelijk probeert te beschadigen met aantijgingen die tevens een maatschappelijk gevoelige snaar raken.

De vraag is echter of de rechter dit gedrag als wangedrag als jegens haar ex-echtgenoot moet interpreteren. Uiteraard is een dergelijke beschuldiging maatschappelijk beschadigend omdat, zoals een scribent terecht opmerkte, de omgeving al gauw denkt in termen van waar rook is, ook vuur moet zijn. Nee, de echte beschadiging – die de rechter in deze casus over het hoofd ziet – is de beschadiging van de kinderen. Immers het opzettelijk en onophoudelijk beschadigen van de man als mede ouder, in deze situatie de vader voor de kinderen, brengt deze kinderen in de onmogelijke spagaat van het loyaliteitsconflict. De onophoudelijke stroom van beschadigende opmerkingen (door in dit geval de moeder) jegens de ouder (in dit geval de vader) waarbij de kinderen niet hun hoofdverblijf hebben, leiden de kinderen (in deze casus) in een bijna onomkeerbare richting van vervreemding van die ouder. Hoe zwaarder de moeder in deze casus de beschadiging jegens vader aanzet, des te moeilijker de kinderen een eigen, dus onvermijdelijk tegengesteld, geluid kunnen afgeven. Het verloochenen van moeder is in psychologische termen afvalligheid of nog erger verraad aan haar als moeder. Geen enkel kind kan zich in deze situatie de opstelling veroorloven een eigen en onafhankelijk geluid en anders dan dat van moeder, te hebben.
Het in stand houden en aanwakkeren van het loyaliteitsconflict bij de kinderen is dus het echte wangedrag. Het is onverantwoorde ouderzorg.

De rechter zou er dus goed aan doen beide conflictgebieden goed van elkaar te scheiden.
Het kiezen van argumenten om de ex-echtgenoot te beschadigingen is wangedrag van de vrouw jegens haar kinderen en hoort – althans niet substantieel – niet thuis bij het bepalen van de strafmaat voor wangedrag door de ene ex-echtgenoot jegens de andere.

Nu is dat wel gebeurd met de sanctie dat de alimentatieverplichting vervalt, dit terwijl deze vrouw niet gecorrigeerd wordt op al haar acties die gericht zijn op de handhaven en versterken van het echte wangedrag: het in stand houden en versterken van het loyaliteitsconflict bij de kinderen.
De keuze van de rechter om het wangedrag van moeder, dat hij als zodanig erkent, te bestraffen door de verplichte alimentatiebetaling te beëindigen, slaat in het hierboven geschetste perspectief, de bekende plank mis.

In feite kan deze vrouw tevreden zijn met het vonnis. Het staat haar vrij, zonder beperkingen of risico’s, door te gaan haar kinderen te belasten met een waarschijnlijk onoverbrugbaar loyaliteitsconflict. Kunnen we dat nog verantwoorde ouderzorg noemen?

Blijft nog de vraag open staan welke sanctiemogelijkheden de rechter heeft wangedrag aan te pakken van de ouder die opzettelijk en onophoudelijk het loyaliteitsconflict bij de kinderen voedt.
Die discussie is wel wenselijk.

Dr. H.H.L. Hendrickx

“Wat willen ze nu eigenlijk?”

De heer Willem Labots vraagt zich af wat ‘ze’, de commentatoren, nu eigenlijk willen zodat de zaak kan worden opgelost als er sprake is van een eindeloze scheiding door wangedrag van een van beide partners.

Voor de kinderen is het beste als er geen strijd is, voor de scheidenden is het beste als zij verder kunnen met hun leven. Als een van de scheidenden wangedrag vertoont en niet vatbaar is voor redelijkheid en billijkheid door bv. een psychiatrische stoornis of uit wraak, kan dit alleen doorbroken worden doordat de rechter er definitief een punt achter zet of door het verdwijnen uit het gezichtsveld. Beide zijn concrete en praktische oplossingen. Eindeloze scheidingen kunnen alleen ontstaan door slechte rechters.

Ook een praktische oplossing is te kijken wat modaal is. De gemiddelde partneralimentatie bv. is ongeveer 7.000 euro per jaar voor verdieners boven de 35.000 euro(zie kamerstukken 2005 staatssecretaris Wijn). Als de rechter er horendol van wordt en er geen touw aan vast kan knopen, spreek dan uit dat de alimentatie gemiddeld is en laat het daarbij. De rechter moet geen onzinuitspraken doen, maar wel zorgen dat betrokkenen over kunnen gaan tot de orde van de dag.

Rechter veroorzaken veel leed. Zo hebben rechters in mijn ervaring bijvoorbeeld problemen zakelijke accountantsrapporten te begrijpen. Het is ongehoord dat een rechter uitspreekt de stukken niet te kunnen volgen en vervolgens een beslissing neemt ‘niet bewezen’. Ook voor dit soort uitspraken is een oplossing, nl. kijk in de rechtzaak niet alsof je alles begrijpt en zeg dat je het niet begrijpt. De kwaliteit van de rechters laat hier en daar te wensen over blijkbaar.

Er zijn meer oplossingen, nl. weggaan en de furie laten uitrazen. Bescherming tegen psychiatrische deviantie is gewoon niet mogelijk, tenzij de rechter er een eind aan maakt.

Greetje Rooda

Het is toch wat. De wet in Nederland is zo krom bijtijde. Ik ken een paar vaders in mijn omgeving die ook veel verdriet is aangedaan door hun ex. De één wou co-ouderschap maar de moeder wou het niet ondertekenen dus gebeurde het niet. Ze is nu met hun dochter vertrokken naar het Zuiden en hij woont in het Noorden. Hij ziet haar wel eens per twee weken maar dan moet hij op tijd weer op weg om zijn meisje naar huis te brengen weer of geen weer. Allimentatie betalen moeten de vaders wel maar voor de rest moeten ze niet zeuren. Ik ken genoeg van die verhalen uit mijn omgeving. Het is triest dat het zo moet.

J. Jager

Jammer dat deze discours uitmond in het beschuldigen van vrouwen die de goedaardige en lieve man ‘zomaar’ beschuldigen en dwars zitten. Het is vaak niet voor niets dat vrouwen hysterisch gedrag gaan vertonen.

Rechters die echtscheidingszaken behandelen zou ik het boek “Pesten en treiteren” van marie-france hirigoyen aanraden.

S. Meijer

Als ervaringsdeskundige wil ik vooral benadrukken dat een liefdevolle, betrokken vader zijn vrouw en kinderen nooit op zo’n manier psychisch zou belasten.
Er bestaan wel degelijk vaders met een persoonlijkheidsstoornis.
Deze maken o.a. misbruik van het rechtssysteem, hun eigen en andermans kinderen, hun medemens. ( inclusief ouders / familieleden / vrienden)
Er bestaan ook eerlijke moeders die hun kinderen puur willen beschermen tegen het misbruik van de vaderfiguur.
De kinderrechten / mensenrechten worden dagelijks met dit soort praktijken geschonden.

H. Schomaker

Wat als de vrouw in kwestie bewust en eenzijdig haar baan opzegt en 2 maanden later de scheiding in gang zet? Voorbedachte rade of is dit ook toegestaan? Wat voor rechten heeft degene die hiermee te maken heeft? Hoe zit het met de alimentatieplicht? Tot de scheiding, had de vrouw gewoon haar salaris en nu heeft zij dus geen inkomen meer. Er wordt in dit geval een berekening gemaakt aan de hand van de situatie ten tijde van het huwelijk en de man in kwestie kan vervolgens opdraaien voor het impulsief gedrag.

Graag reactie of gerechtelijke uitspraken. Vermoeden is namelijk dat dit steeds vaker voorkomt.

Groet.