Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Oordopjes, iPhones en Marine Le Pen

Robin en Marine le Pen. Foto NRC / Raoul de Jong

Robin en Marine le Pen. Foto NRC / Raoul de Jong

Het waren de vogeltjes die me wakker floten, waardoor ik begreep dat ik nog een dagje langer in de abdij wilde blijven, ook al was dit de dag dat Anne-Wil vertrok. Ik zwaaide haar uit, werkte aan mijn stukje en ging ’s avonds weer op zoek naar het vosje, voor wie ik een stuk brood had meegesmokkeld. Ik vond hem op dezelfde plek als de avond ervoor en speelde met hem.

Voor ik wegfietste de volgende ochtend, vertelde ik de Italiaanse monnik die ons ontvangen had, wat ik in zijn abdij had ervaren. Ben je op zoek naar God? vroeg hij. Ik zei dat ik dacht dat ik God al gevonden had, maar nog nooit in een kerk. Dat was geloof ik een beetje een schok, op de goede manier. Hij legde zijn hand op zijn hart en zei: dankjewel. En keek me aan met ogen die zo erg keken dat ik zijn blik ontweek.

Tegen de tijd dat in Cucuron arrviveerde was het donker. Ik wierp een blik op de hemel en het eerste wat ik zag was een vallende ster. ‘Ok,’ lachte ik, want dit begon bijna te veel te worden, en sprak hardop terug: “Universum, o, universum, bedankt!” Voor alles wat er deze reis gebeurde, het complete wonder dat het was. Wat kon ik nog meer wensen? Behalve dan wat geld om straks de belastingdienst te kunnen betalen.


View Larger Map

De volgende dag werd ik overspoeld door een verlangen om er te zijn. Thuis! Om in de praktijk uit te testen, wat ik dacht geleerd te hebben. Het groen, de bergen, de schoonheid, ik zag ze niet meer, ik kon alleen maar denken aan de mensen van wie ik hou. Zoals dat gaat: tot het ineens allemaal voorbij was.

Net als toen was de grens een brug. Met de Moerdijkbrug, van Zuid-Holland naar Noord-Brabant, had ik meer dan duizend kilometer geleden achter me gelaten waar ik uit vertrok. En de brug van de Vaucluse naar de Bouches du Rhone bracht me er terug. Na die brug werd alles lelijk.

Asfalt, kabaal, blokkendozen, tankstations. Razende vrachtwagens en auto’s op een smalle weg, kilometers en kilometers omhoog. Tot we langs een beveiligingscamera een voorstadje van Aix-en-Provence inliepen. ‘Hier wordt gefilmd voor uw veiligheid,’ stond er onder. Ik dacht: o ja, dat is dus precies het probleem. En inderdaad waren er vrij snel daarna de eerste posters van Marine Le Pen aanwezig.

De weg naar Aix-en-Provence. Foto NRC / Raoul de Jong

De weg naar Aix-en-Provence. Foto NRC / Raoul de Jong

Alles wat me opviel aan Aix-en-Provence had me waarschijnlijk ook kunnen opvallen aan Lyon, wat maar aangeeft dat het ook wat zegt over de staat waar ik in verkeerde. Ik kwam het in via de snelweg en voelde me ziek en trillerig, van de toeters, de sirenes, de uitlaatgassen, het snerpende geraas. Het was allemaal te veel, te snel, te vroeg. Dit was nog niet Marseille, ik wilde hier nog niet zijn; terug.

Ik zag een cultureel centrum vol moderne kunst. Koud en hoekig, van beton. En ik wist weer dat dit is waar ik het straks mee moet doen, de enige schrale optie die je normaal gesproken hebt om iets te voelen van het wonder van het leven. Ik zag een meisje op hoge hakken met oordopjes in haar oren, en ik schrok van hoe hard ze keek. Iedereen had oordopjes in, iedereen was bezig met zijn mobiel. Iedereen stapte snel, op weg naar hun doelen, zonder om zich heen te kijken. Met zelfverzekerde tred, kauwgompjes kauwend en de mondhoeken naar beneden. Alsof ze het allemaal wisten, alsof niks ze kon raken, alsof ze niemand anders nodig hadden. En het enge was dat ze dit daadwerkelijk leken te geloven.

Marine, upclose. Foto NRC / Raoul de Jong

Marine, upclose. Foto NRC / Raoul de Jong

Soms kruisten onze blikken elkaar en dan deden ze alsof ze door me heen keken of ze keken snel de andere kant uit. Binnen een paar minuten deed ik hetzelfde, ook al heb ik dit maanden niet gedaan. En ik snapte hoe moeilijk het zou worden om te onthouden wat ik deze reis begrepen heb.

Een paar mensen gaven me hoop: mensen die het wel probeerden, dit spelletje spelen, maar die hun rol duidelijk niet helemaal hadden geperfectioneerd. Ze keken te veel om zich heen, alsof ze naar iets zochten, zelf ook niet helemaal wisten waar ze nou mee bezig waren. Er zat iets twijfelends in de tred. Ze deden alsof ze hard waren, maar ze waren zacht. De meeste pubers waren zo. En sommige van de volwassen. Ik geloof dat dat de mensen zijn waar ik in het normale leven vrienden mee word.

Ik fietste het centrum uit via een drukke straat, en vroeg de weg naar de jeugdherberg aan een zigeunerjongen. Hij keek op mijn kaartje en legde het uit. “Het is niet ver meer hoor,” lachte hij breed. “Bonne Courage.”

Terwijl ik wachtte tot het stoplicht op groen ging, speelde een man aan de overkant op zijn trompet. Ook een zigeuner. Ik fietste naar hem toe en vroeg hem welk liedje het was. Chanson de Jumelles dacht ik, maar volgens hem was het “gewoon jazz”. Hij poseerde voor een foto, nam zijn pet voor me af en speelde weer door.

Gewoon jazz. Foto NRC / Raoul de Jong

Gewoon jazz. Foto NRC / Raoul de Jong

Toen kon ik er wel weer om lachen. En dat is dan ook zo: tot aan de jeugdherberg lachte iedereen weer terug.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.

18 reacties op 'Oordopjes, iPhones en Marine Le Pen'

Lizette

liefde!

[CC]Chief

Het is een saxofoon trouwens, geen trompet ;)

Henkjan van Vliet

Overigens speelt de man saxofoon;)

beertjes

“Te veel, te snel, te vroeg” – de ellende van die alledaagse, grootstedelijke sleur met zijn neiging alles naar een groot grijs grauw te nivelleren. Zo lang mogelijk vasthouden die bijzondere ervaringen!

astrid

nooit naar huis willen en je overal gewoon thuis voelen.
Dat lukt je ook al niet vanwege grauw grijs kil weer, dat lukt je misschien ooit gewoon op een dag, maar nu nog niet. Ik ben 45 en moest vaak door de herhalingsstof heen voor ik werkelijk een sprong voorwaarts gemaakt had. Ik denk dat het tegenwoordig sneller kan, dat je de tijdgeest mee hebt….

leo

Je begint als de Kleine Prins te klinken. Wat een geluk!

Mirjam

keer niet terug naar de middelmaat! Dank voor je prachtige verhaal, al die weken.

Jan Stuivenberg

Elke keer weer is het genieten van wat je schrijft.
Ik word weemoedig bij het idee dat je het einddoel van je tocht nadert.

Brigitte

@astrid
M.i. is het juist wel gelukt, elke ervaring bewust doorleven, is loslaten, is alweer ruimte maken voor iets anders.

Ton Kluizenaar

Mooie liefdevolle verhalen. Hoop dat deze tocht een vervolg krijgt.

Jan

de mooiste zin vind ik:”En ik snapte hoe moeilijk het zou worden om te onthouden wat ik deze reis begrepen heb.” de tragiek van het leven is dat we alles al hadden kunnen weten. we krijgen allemaal zoveel harde lessen in het leven!en we vergeten ze!we krijgen ook zo veel mee van de mensen die we ontmoeten! je spreekt uit wat iedereen denkt: wat doen we er toch zo weinig mee!

paulus El Kaboutro des Bosque

Is het niet vooral de grote stad die funest lijkt? Zelf ook een hekel aan die drukte, gejaagdheid, individualisme enzo. Maar Aix is een mooie stad, rijke geschiedenis, zoekt en gij zult vinden? Zoek dan maar naar een wat afgelegener plekje…

En vraag vooral niet naar de weg. (Want iedereen…)

Hoe langer het duurt, hoe beter het wordt.

Ivo Hoo

@Jan Stuiver …..
Ik ben bang dat Raoul nooit zijn einddoel van benaderen, maar altijd zoekend blijft naar zichzelf en wat hij eigenlijk wil.
Maar moeten we eigenlijk wel iets willen? En moeten we onszelf eigenlijk wel kennen?

Maurick

Beste Raoul,
wil je verder reizen? Maakt me niet uit naar welk oord als we nog maar van je verhalen mogen genieten en kunnen nadenken over je prachtige woorden.

europeaan

Volgend jaar de binnenlanden van Spanje?

tgv

Mooi! Maar ergens ook treurig ;) Ik en velen reizen al met je mee vanaf Rotterdam. Erg jammer dat dit met-gezelschap ten einde loopt. Of fietst natuurlijk;) Maar toch: geniet van de momenten die er nog zijn!

beertjes

Beste Raoul, een week geleden passeerde ik in Antwerpen aan een jongedame die wreed moeite deed haar tranen te bedwingen. 100 meter verder maakte ik rechtsomkeer. Dit kon ik niet maken! Iets meer medemenselijkheid, toch? Dus ik terug. Haar aanspreken: “kan ik iets voor u doen?”. Haar afwerend gebaar vatte ik op als valse bescheidenheid, dus herhaalde ik “als er iets is, dat ik voor u kan doen? Ik doe het met plezier!”. Pas bij het tweede, duidelijker afwerende gebaar merkte ik op dat ze aan haar mobiel hing. Ruzie met haar vriendje? Een boze moeder aan de lijn? Net een verdrietige mededeling gekregen? Ik weet het niet. Wel vroeg ik me af waar we onze scheidslijn leggen tussen individu en wij, tussen ik en samen. Ik hoop dat ik nog veel van dit soort gaffels bega. Jij ook?

A. Derks

We kunnen ons steeds minder verhouden tot mensen in de openbare ruimte. Wel eens over gelezen: Elkaar bij het passeren even aankijken is een wederzijdse erkenning. Nuttig tussen onbekenden. Nu lopen er heel veel kleine celletjes in hun afgebakende ruimte. Gelukkig niet altijd, overal. Mss is het in Marseille anders. Aix is een bourgeoisstad, M een arbeidersstad.