Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Huilen als wolven, dansen met een vos

De vos. Foto NRC / Raoul de Jong

De vos. Foto NRC / Raoul de Jong

Ooit lang geleden, bijna tien jaar, stond ik, randstedelijke puber, halverwege een rotswand naast de Dogon-vallei in Mali, en vertelde de jongen met wie ik was me dat er eerder die dag Chimpansees hadden gezeten op de plek waar ik nu stond. Ik had nooit begrepen waarom mensen op tv moesten huilen als ze tijdens een safari olifanten zagen, tot dat moment. Want ook al zaten ze er nu niet, de chimpansees, dat ze er hadden gezeten betekende genoeg.

Dit was het dan dus, de wildernis. Waar de dingen nog gingen zoals ze oorspronkelijk waren bedoeld. Het maakte me opgelucht. Ik werd er stil van en dat was maar zelden gebeurt: ook in mijn hoofd.

Ik geloof dat die wildernis me nooit meer helemaal heeft verlaten. Ik weet dat hij bestaat. Dus ergens zit hij, diep van binnen. En als ik te lang niet leef, gaat hij roepen. En brengt me bijvoorbeeld naar hier. On the road to love in naam van Puck naar Marseille. Waar ik – samen met de vriendin met wie ik vroeger in de pauzes rondjes om de middelbare school liep om de populaire mensen op het schoolplein te ontvluchten – voor het eerst in mijn leven oog in oog kwam met een wild dier. Dat ons niet aanviel, maar met ons speelde. Onder een hemel vol sterren en een volle maan.

De bergen. Foto NRC / Raoul de Jong

De bergen. Foto NRC / Raoul de Jong

Na onze omweg via de Mont Ventoux, fietsten Anne-Wil en ik terug naar het Zuiden, over woeste bergen van rots, met diepe kloven en onbegroeide, kale stukken. Ze dwongen respect af, die bergen. Ze waren zo veel groter dan wij, in je lichaam voelde je hoeveel. En tegelijk gaven ze energie. Ze zaten vol met leven.

Meer bergen. Foto NRC / Raoul de Jong

Meer bergen. Foto NRC / Raoul de Jong

Helemaal bovenaan, aan de grens van het natuurreservaat Luberon, konden we kiezen: naar rechts, zeven kilometer over, wat leek, een vlak stuk naar Gordes. Of drie kilometer naar beneden, de vallei in naar een abdij uit de twaalfde eeuw, waarvan iedereen had gezegd dat we die moesten bezoeken. Gordes was makkelijk; hotel, wijn, lekker eten. De abdij was een risico: volgens onze vrienden konden we er niet blijven slapen en als dat inderdaad zo was moesten we straks weer drie kilometer omhoog. We gooiden een muntje op. Zoals altijd koos die voor de optie waar we het minste zin in hadden.

De abdij. Foto NRC / Raoul de Jong

De abdij. Foto NRC / Raoul de Jong

Anne-Wil deed haar haar in een middenscheiding en een staartje, wat haar in combinatie met haar bril een uiterst Christelijk uiterlijk gaf. Ik deed mijn haar ook in een middenscheiding en toen bedachten we dat we zouden zeggen: Bonjour, nous sommes twins. Dat deden we natuurlijk niet. Een jonge Italiaanse monnik in een habijt opende de deur. “Bonjour,” zei ik, nous sommes pelgrims.” Hij keek me even recht in de ogen: naar Santiago? Ik slikte: Ja. Er was nog wel plaats.

Anne-Wil kreeg een kamer op de eerste verdieping. Ik eentje in de kelder, naast de kloostertuin. Daarna begon de avonddienst in de kerk naast de abdij. Van binnen was die als een grot. Simpel, met weinig versiersels, alleen een Maria beeld en kloppend met de bergen om ons heen. En dan was er het gezang van de monniken, een stuk of zeven, die vooraan op een podium stonden. Diep, bijna boeddhistisch, galmend door de hal. Het klonk als oerkreten, het huilen van een wolf. Ik werd overspoeld door een verlangen om er Franki Valli achtige uithalen doorheen te gooien.

Ik dacht aan de reis, die nu bijna voorbij is, al het moois dat me onderweg overkwam. Wat ik voelde elke keer dat ik van iemand afscheid nam, elke keer dat de tranen me in de ogen sprongen. Dat is niet iets wat je met woorden kunt omschrijven, daarvoor is het te groot. Het is iets wat je alleen maar kunt bezingen of stil over kunt zijn. Ik denk dat dat was wat me raakte: los van hoe ik denk over de kwestie God, gaven ze hier uitdrukking aan het wonder van het leven zoals ik dat deze reis heb gevoeld.

Na een uur lang in stilte en een avondmaaltijd, wederom in stilte, liepen we in het donker een rondje door de kloostertuin. Anne-Wil had het er een beetje moeilijk mee: het christendom, wat willen ze nou, waar staan ze nou voor? Ik zei dat ik niet dacht dat dit Het Christendom was, gewoon maar een groep mannen die hun dag doorbrengt op een manier waarop het op deze plek al 850 jaar is gedaan. Dat ik blij ben dat ze het doen, zodat ik hier kan komen en af toe iets van dit kan ervaren. Het is er steeds minder in het normale leven, voor mij is het wel degelijk belangrijk dat het hier wordt bewaakt.

Volle maan. Foto NRC / Raoul de Jong

Volle maan. Foto NRC / Raoul de Jong

Langs de kerkmuur. Foto NRC / Raoul de Jong

Langs de kerkmuur. Foto NRC / Raoul de Jong

Maar toen voelde het alsof ik preekte, wat Anne-Wil geloof ik een beetje ergerlijk vond en ik zelf eigenlijk ook, dus keken we naar de sterren en zeiden niks. En toen stond hij daar ineens: onze vriend, het vosje. De eerste die we allebei ooit hebben gezien. Op nog geen twee meter afstand. Even dacht ik dat het een kat was, maar toen zag ik zijn staart. Hij keek naar ons. “Hallo,” zeiden wij. Hij kwam nog dichterbij. Tot ik bang werd en hij plotseling wegrende.

Voor de ingang van de abdij zagen we hem weer. Dit keer gingen we zitten op de grond en hij rende rondjes om ons heen, kwam dichterbij, rende dan weer een stukje door. We gooiden steentjes, waar hij achter aan ging, en spraken tegen hem. Zo’n dertig minuten lang. Tot hij langs de muur van de kerk in het maanlicht verdween, terug naar de bossen, door met zijn vossendingen. En pas toen drong het tot ons door wat er net was gebeurd.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.

16 reacties op 'Huilen als wolven, dansen met een vos'

Boris de Jong

Awoeoeoeoeoeoeoe…! Krijg ik ook zin in. Dank weer voor een mooi stuk, Raoul.

Annemarie han

I love your stories, Raoul! Eerste column die ik lees ‘ochtends vroeg. Ik ben een oude Hollandse mevrouw die al bijna vijftig jaar uit Holland weg is. Mijn vader nam ons mee naar het Franse land, vijftiger jaren. Kamperen langs riviertjes, stokbrood, wat nostalgie. Je bent al bijna in Marseille. Wat moet ik nou zonder je verhalen? De vos………Een enkele keer hebben we hier coyotes en herten in de tuin. daar word ik ook stil van…

A. Derks

De ‘vossendingen’ openen een heel nieuwe wereld!

De beschrijving vd ervaring in de abdij is mooi.

beertjes

Tja Raoul, je bent een fraaie! De vorige column vol met alleen maar een verhaal van een ander (ondertussen stiekum de Mt. Ventoux beklimmend) en je dan nu weer herpakken met zoiets moois. Ik zal je gaan missen.

tgv

Kom, maak nog een ommetje!

MELISSA VAN DEN BOS

ik mis je x

Mirjam

#5: ik had het niet beter kunnen verwoorden! Ja, toe, maak nog een ommetje!

astrid

Dit was het dan dus, de wildernis. Waar de dingen nog gingen zoals ze oorspronkelijk waren bedoeld.
Dat vind ik geen sterke..
Ik zou het anders beschrijven. De wildernis is de natuur waar de planten, de dieren hun boontjes kunnen doppen zonder overheidsbemoeienis, waar er echte wegen zijn maar niet eens geasfalteerd, waar vossen niet besmet zijn door hun reputatie in de media, dus waar ze zich over kunnen geven aan wat hun behoefte ze ingeeft te doen. Weet je wel dat vossen hele goede moeders zijn? Jij bent opgegroeit bij een hele goede moeder, en die vosjes net zo, ook zonder vader. Wie weet wat die vos aantrok wat maakte dat hij even met jou met jullie zijn leven wilde delen. Misschien herkende hij ook de vriendschap tussen jullie.

astrid

http://www.zoogdiervereniging.nl/node/280

gevonden! informatie over vossen!

Soms treft men één of meer jongen, schijnbaar verweesd en onbewaakt in de natuur aan. De neiging om ze mee te nemen is groot, vooral omdat ze geen enkele angst voor de mens hebben. Laat ze echter altijd met rust! De band tussen moeder en jong is bij vossen uitermate sterk. Zelfs als de moeder werkelijk dood is, dan nog is de kans groot dat haar jongen door andere vossen in de buurt geadopteerd worden.

Waarnemen

Het is niet zo gemakkelijk om een vos te zien te krijgen. Door eeuwenlange bestrijding zijn ze mensenschuw geworden en gaan bijna alleen in het donker op pad. De meeste kans is er in mei tot juli, ‘s ochtends heel vroeg, als de wijfjes nog lang in touw zijn om de jongen van voedsel te voorzien. In de duinstreek tussen Den Haag en IJmuiden is de kans een vos overdag te zien vrij groot.

Ruud Ploegmakers

Je verhaal met de verhalenverteller vond ik minder – teveel nostalgie naar vroeger en niets over het uit de tijd zijn van die manier van verhalen vertellen – maar met dit verhaal over de abdij en de vossen heb je alles weer goed gemaakt.

Jules Vismale

Hoe zou Raoul de Jong het ongetwijfeld gevonden hebben als hij (in plaats van die vos) een wolf, lynx of bruine beer had ontmoet? Was hij dan meteen op de vlucht geslagen of voor dood gaan liggen in de hoop dat deze roofdieren hem niet gingen opeten? Als ik bij die abdij was geweest en daar misschien het gehuil van wolven (die zich hedendaags weer in Frankrijk bevinden, tot ergernis van sommige boeren, herders, jagers en bepaalde mensen met een ‘Roodkapjessyndroom’) hoorde dan had mij dat heel wat muzikaler in de oren geklonken dan de haatzaaien van bepaalde groepen menselijke extremisten op de wereld die steeds maar oorlog met elkaar voeren!

A. Derks

Ik zou toch nog een pleidooi willen houden voor verhalenvertellers. Mochten die nog opduiken, op de weg naar Marseille, dan zou ik hun verhaal zeker niet willen missen.
Het verhaal van ‘Rin Pin Pin’ vond ik heel levendig. Het was het meest actieve verhaal dat ik sinds lang heb gelezen. Het combineren van details uit de omgeving, in kleine uitstapjes buiten de verhaallijn, met de morele vertelling via de hoofdlijn, daalt neer en activeert.

Die helderheid van geest hebben we ook vandaag nodig.
Het bewerken van de omgeving, met ploeg of met schaar, maar altijd vanuit de aarde. Een verhalenrenaissance.
Enfin, voici le fin. Van een fan!

A. Derks

Die ‘schaar’ is dus fout, ik bedoel ‘verhalen’.

Jadwiga de Bock Majewska

Hartelijk dank geachte NRC en geachte Heer Raoul de Jong,
voor avontuurlijke, kleurrijke, fantasievolle, verslagen van Uwe reis, door Uwe waarnemingen en kleurrijke beschrijvingen is voor mij ook een les, om: op reis zo veel mogelijk zich verwonderen, dankbaar zijn voor alle moois op “reis pad”.
U bent een begaafd verteller,ontdekker en “entertainer”.
m.i. nog eens hartelijk dank.

Steven

Inspirerende columns immer. Je hebt me aangezet om binnenkort ook weer het avontuur op te gaan zoeken, maar dan in Azie!

Nelli Jansen

Inspirerend