De naaktcamping
Robin en de schapen. Foto NRC / Raoul de Jong
“Op 2 juni 2011 heb ik je foto’s toegestuurd in je google-email adres.” Ik sta voor een jeugdherberg in Vienne en mijn moeder is bezig met een sms-campagne om me naar Condrieu te krijgen. Daar is een camping waar we, toegegeven, ooit een magische week hebben beleefd. In ons nakie, want het was een naaktcamping. Omdat we altijd naar naaktcampings gingen. Die waren rustig en lagen op mooie plekken in de natuur en mensen waren er minder geobsedeerd door hun lichaam, aldus mam. En ik had toen nog geen keuze.
Grotere kaart weergeven
Nu wel en ergens vind ik het toch een fijn idee om mijn kleren aan te houden. Bovendien lijkt het er op dat het vanavond zal regenen en hebben we niet uit kunnen vinden of de camping überhaupt nog bestaat. “Dat is juist het avontuurlijke,” smst mam.
Ik gooi een munt op. Kop is Condrieu, munt is de jeugdherberg. Kop. “Getverderrie,” denk ik en fiets terug naar de Rhone.

Condrieu. Foto NRC / Raoul de JongCondrieu. Foto NRC / Raoul de Jong
Die hele zomer was sowieso al magisch. Ik was negen, mama was begonnen met de kunstacademie en was op haar stralendst en mooist. We hadden het huis schoongemaakt, de auto ingepakt en mam had me gevraagd: waar wil je naar toe? Ik was fan van Brigitte Bardot, ongeveer zoals ik de zomer daarvoor fan was van koala’s, en zei: Parijs.
Het duurde twee dagen om er te komen, want ik was verantwoordelijk voor het lezen van de kaart. In Parijs was alles groot en glinsterend. We bezochten de Eiffeltoren, de fontein van Miro, maakten een tochtje over de Seine, zochten naar ansichtkaarten met Brigitte en hoorden via via over een prachtige camping in Condrieu.
We kwamen aan terwijl het donker werd en konden in het donker de camping niet vinden. We sliepen buiten op een veld en werden de volgende dag wakker door een kudde koeien die zich om ons heen verzameld had.
Het veld bleek letterlijk naast de ingang van de camping: een groot groen terrein, met een zwembadje en een simpele kantine waar je ijsjes kon pakken uit een vrieskist. Er waren kinderen en ik geloof dat ik ook vriendjes had, maar wat ik me voornamelijk herinner zijn de volwassenen. Een stel uit Schiedam, een vrouw die vroeger non was geweest, een Brabants echtpaar met accordeon.
’s Avonds borrelden ze samen, voor de tent, onder de sterren, verlicht door flakkerend oranje kaarslicht. En ik mocht daar bij zijn, dicht tegen mam aangekropen. Ik zei verder niks, maar luisterde. Naar hun zachte stemmen die spraken over de geheimen van het leven. Alles gloeide op die avonden, was warm en mysterieus. Ik was zo trots dat mam mijn mama was. Zo vereerd dat ik hier bij mocht zijn. En ben altijd naar dit soort momenten blijven zoeken.

Een van de foto's die op 2 juni naar mijn google-email verstuurd werd, enigszins aangepast. Een van de foto's die op 2 juni naar mijn google-email verstuurd werd, enigszins aangepast.

Mam en ik met de eigenaar van de koeien.Mam en ik met de eigenaar van de koeien.
Vanuit Condrieu volg je de D28, richting Longes. Via haarspeldbochten stijl omhoog over een berg. Met de auto duurde dat een half uurtje. Fietsend is het onmogelijk. Lopend naast de fiets is het INTENS en duurt het eindeloos. Ik zoek vol goede moed naar een teken van herkenning, tot ik nat ben van het zweet en zie dat het in de verte is gaan regenen. Het is inmiddels zeven uur, het zal snel donker worden.
Godverdomme! Roep ik. En bel mijn moeder om geërgerd te vragen of ze even op googlemaps wil kijken, maar de telefoon doet het niet. Ik hang op en natuurlijk is het volgende zijpaadje het zijpaadje wat ik zoek: Chemin Gremoin. Ik herken het meteen.
Het pad is versperd door een ketting. Er hangen borden met ‘Propriete Privée’ en ‘Attention au chien’. “Sorry, er is hier geen camping meer,” spreekt een vrouwenstem tot mij via de intercom. Ik vraag haar of ze iets anders weet en ze komt naar me toe.

Laure voor de oude kantine. Foto NRC / Raoul de JongLaure voor de oude kantine. Foto NRC / Raoul de Jong
Een mooie vrouw met lang rood haar, ergens eind dertig?
“Moet het perse een naaktcamping zijn?” vraagt ze.
“Nou, liever niet,” lach ik.

Het oude zwembad. Foto NRC / Raoul de JongHet oude zwembad. Foto NRC / Raoul de Jong
Er is er eentje terug naar beneden. Ik vertel haar waarom ik hier kwam, wat hier vroeger gebeurde en vraag voorzichtig of ik hier zou mogen slapen vannacht. Van haar mag het, we moeten het alleen ook even vragen aan haar man.
Samen lopen we over het terrein dat vroeger mijn camping was. Ik zie het plekje waar mama en ik stonden, het zwembad dat niet meer wordt gebruikt, herken het plekje naast de ingang van foto’s. Nu lopen er kippen rond, konijnen, schapen, ganzen en honden, heel veel honden, want haar man is jager. Drie jaar wonen ze hier nu. Gekocht van de mensen die vroeger de camping runden, Maripol en Robert. Zij werd ziek, hij was oud. De eerste twee jaar kwamen hier nog mensen, Duitsers, Nederlanders en Belgen. Maar ik ben de enige dit jaar.

Jean-Francois bij de ganzen. Foto NRC / Raoul de JongJean-Francois bij de ganzen. Foto NRC / Raoul de Jong
“Jean-Francois!” roept ze, galmend over het terrein. Want dat is het probleem met zo’n groot terrein, je vindt elkaar nooit.
Jean-Francois is bij de ganzen. Natuurlijk mag ik een nachtje blijven slapen, zegt hij.
Terwijl ik mijn tentje opzet op een open plekje met uitzicht op de schapen, komen ze terug met een hele tas eten, van oor tot oor glimlachend om hoe blij ze me maken. Morgenochtend om zes uur maakt Jean-Francois me wakker. Want hij gaat op jacht. En ik ga met hem mee.
Dus daar lig ik dan, in het donker, onder de regen, toch net iets te ver bij het huis vandaan om echt relaxed te zijn. Heel hard mijn best doend om niet te denken aan moordenaars, wilde zwijnen, blikseminslag, kwade geesten, alien abductions en Texas Chainsaw Massacre.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
