Od.
Od. Foto NRC / Raoul de Jong
Od. Zo zeg je haar naam. Je schrijft het als ‘Aude’ maar uitgesproken op z’n Frans, met een klein rond mondje, wordt dat ‘Od’. En nu ik dat zo zie op het scherm, past dat ook wel bij haar. Net zoiets als ‘Omm’ of ‘Zen’ of ‘Pi’. Twee letters, een klank, die samen een heel universum vertegenwoordigen, dat was Od.
Aude bleef me verbazen en ik daardoor mezelf. Ze bleek telkens dieper, anders, gelaagder, met meer geschiedenis dan ik dacht en in het proces veranderde ik mee. Ik hoefde niks hoog te houden, kon niks hoog houden, want Aude zag wie ik was. Overdag was ik moe, maar ’s avonds spraken we, samen op de bank, tot heel laat. Zonder alcohol, met thee, want het was nooit gepland, het gebeurde gewoon. Soms waren we als kinderen, hoorde ik mezelf en besefte hoe kinderlijk ik was. Net als vroeger op de camping, even alleen maar heel erg opgewonden om avonturen te beleven met een nieuwe vriendin.
En dan was er Laurens. Om precies te zijn: Laurens van der Post. Een Zuid-Afrikaanse schrijver, filmmaker, dierenvriend, kolonel en een van de beste vrienden van Carl Gustav Jung. Ik kende hem niet en had dus niet naar hem gezocht. Ik vond hem bij toeval in een tweede hands boekwinkeltje. ‘A walk with white bushman’ een interview met Laurens over zijn leven en zijn werk, was het eerste boek dat ik oppakte. Ik kocht het vanwege het ‘walk’ in de titel. Omdat Aude naast me stond en ik dus niet urenlang kon zoeken. En raar genoeg was het precies het boek wat ik hoopte te vinden. Sprak het over alles waar ik op dit moment mee bezig ben en sloot het voor het slapengaan steeds naadloos aan bij waar ik het op de bank met Aude over had.

Od door mij. Foto NRC / Raoul de JongOd door mij. Foto NRC / Raoul de Jong

Ik door Od. Foto NRC / Raoul de JongIk door Od. Foto NRC / Raoul de Jong
We hadden het over al die dingen waarvan wij, moderne mensen, vergeten zijn dat wij, mensen, die kunnen: water vinden in de grond met niets meer dan een houten stok, brandwonden genezen met de handen, kleuren zien om mensen heen. Maar ook: zaadjes planten en groentes verbouwen. Kijken naar de sterren en de maan en voelen wat die voor ons betekenen. Wat zijn we nog meer vergeten? En hoe kan dat?
’s Avonds vertelt Laurens over de Bushmen, een primitieve Afrikaanse stam waar hij mee opgroeide, die inmiddels is uitgeroeid. Hij zegt: “.. it is very tragic and I feel this is a typical example of how the quality of life in this technological society of ours has detoriated, where quantity is increasingly playing a more important role than quality.”
En: “We must never forget, that the greatest damage we are doing to the bushmen is to the bushmen inside ourselves.”
En: “Modern people who so pride themselves on being practical and realistic are really not being practical at all. They express a partial state of being as it where a whole, and express an extremely narrow condition of consiousness.”

Laurens. Foto NRC / Raoul de JongLaurens. Foto NRC / Raoul de Jong
De volgende dag vertel ik tegen Aude, hoe raar het is, dat het boek dat ik die avond opensloeg, precies ging over waar wij het over hadden. Natuurlijk, zei Aude, dit is het boek wat je nu moest lezen.
Aude vertelt over haar eerste vriendje, een zigeuner, een echte, met gouden tanden en alles. Vier jaar lang hadden ze wat met elkaar, totdat hij zelfmoord pleegde. Aude werd een onderdeel van zijn familie. Ik vroeg haar wat ze dachten van de wereld waaruit wij komen en die interesseerde ze niet. In de wereld waaruit wij komen zijn we gestopt met dromen.
Laurens zegt: “...if you act from the area of the dream, you are in the area where one experiences what the theologians call ‘God’; where one experiences a sense of origin and direction, and you have inserted in life a kind of radar, an inbuilt ability to discover direction towards new and greater meaning.”
En hij vertelt een anekdote die Jung hem vertelde over een ontmoeting met een Afrikaanse witch-doctor. Jung vroeg hem: “ Can you tell me a great dream you’ve had?” En de witch-doctor antwoordde verdrietig: ‘I’m afraid we don’t have great dreams anymore now- the district commissioner has them for us instead.”
En is dat in onze wereld niet precies hetzelfde?

Een verhit moment tijdens de demonstratie. Foto NRC / Raoul de JongEen verhit moment tijdens de demonstratie. Foto NRC / Raoul de Jong
We gaan op de koffie bij een vrouw die ik op straat heb ontmoet, tijdens een demonstratie tegen discriminatie van zigeuners. Een oudere vrouw die het grootste gedeelte van haar leven lid is geweest van de communistische partij. Urenlang zitten we in haar huiskamertje, terwijl de, verder hele lieve, vrouw non stop oreert over alles wat fout is aan de wereld. Als het me eindelijk lukt te vragen, wat één mens daar heel praktisch, in zijn eigen leven zelf dan aan zou kunnen doen, komt ze niet verder dan: lid worden van de communistische partij en de straat op.
Aude zag dat ze verdrietig was. En dat deze ontmoeting mij had uitgeput.
Voor het slapengaan zegt Laurens: “...the individual must not wait for governments and he must not wait for groups or powerfull people to do something. He must take care of what is on his doorstep; that is the material that he has in life and he must work with that.”
Drie magische dagen waren we samen, Od, Laurens en ik. De tweede dag bezochten we een opendag voor volkstuintjes. We liepen te ver door, voorbij de tuintjes die waren opengesteld, en werden gestopt door een oude man die tegen ons te keer ging als een blaffende hond. We hadden ons om kunnen draaien, maar zonder het te overleggen deden we allebei hetzelfde: net zo lang blijven staan tot hij was uitgeblaft. Tot hij zacht was en open en besefte dat er niks te blaffen viel. En toen stelden we hem vragen over zijn tuintje.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
