Lyon en de Dire Straits
Uitzicht op de skyline. Foto NRC / Raoul de Jong
Als je van Rotterdam de bus neemt naar Marseille is Lyon de plek waar je moet overstappen. Om zes uur ’s ochtends in een donkere betonnen hal die net zo deprimerend is als de rit er naar toe. Heel veel had ik dus niet verwacht van Lyon. Maar dit keer kwam ik er op de fiets en was verbaasd te merken hoe veel ik al die andere keren had gemist.
Lyon was alles wat ik hoopte dat Antwerpen zou zijn. En ik hoefde niet eens door kilometers troep om er te komen. Ik volgde een pad langs de Saône en toen was het er ineens: een kosmopolitische parel, vol leven, cultuur en diversiteit, ingesloten door twee glinsterende rivieren. Het deed me denken aan een dag lang geleden in New York waarop ik, officieel zonder geld en slaapplek, over de East river Manhattan in froetste op zoek naar een baantje. De sterretjes in de lucht vertelden me dat alles daar kon gebeuren.
Ik blijf slapen bij Aude, de vriendin van Stephan, die ik bijna 500 kilometer terug ontmoette op Stephans boot. Ze komt me ophalen in het Parc de la tete d’Or en samen lopen we naar het flatje wat ze deelt met een vriendin.
Ze wonen in een banlieue van Lyon, die voornamelijk wordt bevolkt door Arabieren. Ik vraag haar of de mensen daar aardig zijn en Aude is de eerste persoon deze reis die verbaasd is door die vraag: Natuurlijk, iedereen is aardig!

Aude maakt ontbijt. Foto NRC / Raoul de JongAude maakt ontbijt. Foto NRC / Raoul de Jong
Aude is verpleegster. Althans, als ze geld nodig heeft. Als ze geen geld nodig heeft, dan reist ze en leest ze en leeft. Ik vraag haar of ze kunstenaar is, misschien doordat ik Nederlands ben, dus geloof dat je zelfs als je niet werk nog steeds wat moet ‘zijn’. Ze haalt haar schouders op: nee. Nou ja, ze ziet aura’s, misschien is dat dan haar kunst.
Ze ziet kleuren om mensen heen. Dat is altijd zo geweest. Ze dacht dat het iets raars was in haar hoofd, een kinderding waar ze niet van af kon komen. Tot ze het vertelde aan haar vader. Haar vader is sourcier, iemand die zijn geld verdient door met een stok te zoeken naar water.
Daar komt verder geen technologie bij kijken. Iets in de stok vertelt hem waar water in de grond zit. Dat zien van die kleuren was geen fantasietje, vertelde hij, volgens hem was het een gave. Aude ziet ze voortdurend, in de metro, op straat, in de bakker, in de supermarkt, tijdens concerten en in het theater. Het is niet iets waar ze om heeft gevraagd of waar ze per see trots op is. Vaak is het vermoeiend en ziet ze meer dan ze wil weten.
En ja, om mij heen ziet ze ze ook. Groen en paars. Waardoor ze ziet dat dit onderwerp me uitermate interesseert. En verder ziet ze dat ik moe ben. Niet van het fietsen, maar van het denken en dat klopt.
Volgens mij ziet ze meer, maar durft ze dat niet te zeggen. In plaats daarvan vraagt ze me waarom ik dit in mijn eentje doe, deze reis. En het rare is dat ik eigenlijk geen antwoord heb. Elk antwoord wat ik kan bedenken, voelt ineens als een leugen.

In de bar. Foto NRC / Raoul de JongIn de bar. Foto NRC / Raoul de Jong
Want Aude ziet dus dwars door me heen. Ze ziet het als ik me klein en kwetsbaar voel, ook al ben ik dat niet in mijn woorden. Als ik jaloers ben, iemand dom vind, geïnteresseerd vragen stel maar het antwoord me eigenlijk niet interesseert. Diepe dingen zeggen, met rechte rug mijn warmste lach lachen, mijn wenkbrauwen optrekken in meelevende verbazing, heeft ineens allemaal geen zin. Er valt niets te camoufleren, niets te controleren. En als ik daar eens goed over na denk, freaked het me uit. Wat ongetwijfeld weer te zien is in de kleuren om me heen.
Voor ik vertrok had ik het er eens over met een huisgenoot, die humanistiek studeert. Hoe beperkt de manier is waarop we met elkaar kunnen communiceren. Met woorden en lichaamstaal. Iedereen weet hoe je die kunt manipuleren, dus zijn ze alleen een directe presentatie van je diepste gevoelens als jij dat wilt. En zelfs dan: zijn je diepste gevoelens meestal niet veel te groot voor woorden?
Soms voelt het als een gevangenis, iets waardoor de ander altijd de ander blijft en ik altijd alleen. En toch moest ik concluderen dat ik blij was dat niet iedereen recht in mijn hart kon kijken. De helft van wat daar in om gaat is helemaal niet zo mooi en begrijp ik zelf niet eens.
Maar Aude ziet dus dwars door me heen. Ik word er raar van en verdrietig. Bewust van al mijn slechtste gedachten en mijn eenzaamheid. Waarom doe ik dit? Waarom doe ik dit echt? En waarom doe ik dit alleen? Dus besluit ik maar heel veel te drinken.

Wachtend op Aude in het park. Foto NRC / Raoul de JongWachtend op Aude in het park. Foto NRC / Raoul de Jong
Van Audes huisje nemen we de metro naar een openlucht concert, waar een aantal van Audes vrienden op ons wachten. Na het concert dansen we op reggaemuziek en als de muziek op het plein stopt gaan we naar een barretje aan de andere kant van de stad waar we tot vroeg in de ochtend blijven. Hoe we thuiskomen weet ik niet meer precies.
’s Middags word ik wakker op de slaapbank in Audes huiskamer. Ik heb een enorme kater en dat is precies waarvoor ik het deed. Zo’n kater waardoor je loom en traag word en eindelijk even stopt met denken. Xavier, een van Audes vrienden, die ook is blijven logeren, komt zijn kamer uitgestrompeld en kijkt tussen de cd’s. “Et maintenant,” zegt hij, “een classic of funk.” Ik dacht dat het Santana was, maar het zijn de Dire Straits.
Terwijl Xavier zijn email checkt en Aude in haar kamer met Stephan belt, kijk ik naar de skyline van Lyon. En dans stiekem in mijn eentje op The Sultans of Swing.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
