Het Into the wild syndroom
Niet zo'n soort fietser dus. Foto NRC / Raoul de Jong
Ik zat op een terras in Mâcon en was bezig aan mijn ochtendkoffie, toen ik een man zag op een fiets. Nu zie ik voortdurend mannen op fietsen, maar deze was anders. Deze was zoals ik. In oud grijs kloffie in plaats van aerodynamisch wielerpak, en zijn fiets was net zo’n geïmproviseerd puinhoopje als Robin. Met overvolle oude tassen op de bagagedrager en een omakarretje bevestigd aan de achterkant. Hij parkeerde zijn fiets en ging zitten op een plantenbak. Het leek me duidelijk dat we moesten praten, dus betaalde ik mijn koffie en stapte op hem af. “Hello,” zei ik. “Where are you going to?”
Waarop de man zijn hoofd wegdraaide en de andere kant op keek. Was hij doof? Sprak hij geen Engels? Had ik een slechte adem? Zat hij in stilte retraite? “You don’t want to talk?” vroeg ik. Ook hierop kwam geen reactie. Hij kauwde op een baguette en deed alsof ik lucht was. Dus daar stond ik dan, met mijn grote vriendelijke lach. In een veel te vrolijke gele trui. Na mijn decadente, kapitalistische ochtendkoffie. Ik voelde me heel commercieel, een grote commerciële nepper. Ik overwoog wat ik verder nog kon zeggen, maar kwam, wederom heel commercieel, niet verder dan: “Ok, whatever.” En droop vernederd af.
View Larger Map
Ik schrok er van, het was zo bot, zo gesloten en onverwacht. Juist omdat hij iemand leek die ik tot held had kunnen bombarderen, iemand die hetzelfde leek te doen als ik en ik in zijn reactie misschien ook iets van mezelf herkende: het alleen zijn kan zo fijn worden dat al het andere een bedreiging wordt.
Ik noem het ‘het into the wild syndroom’: het uitbannen van alles wat in jouw ogen niet Hoog, Spiritueel, Lokaal en Echt is. Ik heb er last van wanneer ik in aanraking kom met De Toerist: bejaarde Nederlanders met caravans en mannen in aerodynamische pakjes dus. Soms heb ik er last van als ik denk over de toekomst. Dan denk ik: hoe kan ik ooit nog terug naar waar ik vandaan kom, nu ik dit allemaal heb meegemaakt? En voor je het weet gaat het dan over je vrienden, familie en geliefden.
Zoals gister, toen ik skypte met Gianluca. Ik zei: Gianluca, nadat dit voorbij is moeten we in Alle Eenvoud op Het Platteland gaan wonen, zonder internet, Facebook, Gmail en Skype.
Gianluca werd er boos van. Hij zei: Jij altijd met die plannen van je.
Ik zei: nou als jij niet mee komt doe ik het wel in mijn eentje, want ik zit nu op een heel hoog spiritueel level. Nou ja, dat zei ik niet, maar ik impliceerde het wel. Terwijl Gianluca het leven nou juist zo leuk maakt als het is.
Het punt is niet om alles uit te bannen wat in jouw ogen niet wild is. Want dat wordt meer en meer tot je ergens in je eentje met min twintig in een caravan in Alaska ligt. Het punt is alles wat je overkomt te aanvaarden als hetgeen wat je zoekt, om de ‘wildernis’ te zien in alles, dat is juist het wilde van een reis als deze.
Of althans, dat is wat ik voor mezelf concludeerde uit de ontmoeting met het spook.
Terwijl ik de stad uitfietste, kwam ik hem weer tegen. Hij en zijn fiets staken net de straat over. Ik twijfelde of ik ‘hello!” moest roepen, aangezien hij het nu misschien zou begrijpen. Maar hij keek naar de grond, dus fietste ik door en zei niks, vastbesloten om naar iedereen te lachen die ik zou tegenkomen vandaag.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
