Anne, l’ange
Grand Cru Familie wijnkasteel. Foto NRC / Raoul de Jong
Iedereen met wie ik sprak had me gewaarschuwd: vanaf Dijon werd het leuk. Ik was uit de Champagne Ardennen en in de Bourgogne, het begin van Frankrijk vakantieland, het Frankrijk van de wijn. Samen met Robin fietste ik door naar Beaune, over de Route des Grand Crus. Een toeristische route langs de grote wijnhuizen van de Cote d’Or.
Alvast een tipje van de sluier van wat ik later nog zou leren: in de wereld van de wijn, zijn er verschillende soorten labels die een wijn kan krijgen, afhankelijk van de kwaliteit. De Grand Cru is de absolute top. Een soort kaviaar van de wijn.
De kwaliteit van de wijn wordt bepaald door de druif en de druif wordt bepaald door het weer, en de grond. Geen enkele vierkante meter grond is in dit gebied hetzelfde, maar elke vierkante meter is het resultaat: finesse, finesse, finesse.
Grand Crus worden over het algemeen gemaakt door families die dit al generaties lang doen. Die families wonen in kastelen. Waar ze hun eigen Grand Crus wijnfamilielevens leiden, in concurrentie met elkaar, afgesloten van de normale stervelingen. Mede door de enorme hoeveelheid woest aantrekkelijk mannelijk schoon die uit deze families voortkomt, doet de hele wijnbizz me een beetje denken aan een jaren '80 powersoap, vol vetes (en shirtloosheid).
Ik zag kasteeltjes met glinsterende daken, wijngaarden en busladingen vol Amerikaanse toeristen, maar was die eerste kilometers toch vooral heel hard bezig met me schuldig voelen. Over Robin, de fiets, al had ik me zo voorgenomen dat niet te doen. Over het feit dat ik niet stopte voor een degustation, aangezien ik daar nu gewoon tijd voor had. En over het feit dat ik op weg was naar een couchsurf-host, in plaats van in mijn nieuwe tentje te gaan wildkamperen (aangezien ik nog maar 130 Euro op mijn rekening had en Gianluca, terug in Parijs, had uitgevogeld dat er een serial killer werkzaam was in de Champagne Ardennen precies terwijl wij daar waren).
Had ik het avontuur bevroren?
Grotere kaart weergeven
Tegen de tijd dat ik in Beaune arriveerde kon ik wel huilen. Ik voelde me een slecht slecht mens. Ik ontmoette mijn couchsurf-host op een plein voor een Dalí-museum. Haar naam was Anne en ze had ongeveer dezelfde leeftijd als mijn moeder, dat wist ik van de website. Ze zag er anders uit dan op de foto. Nederlandse vrouwen zouden zeggen: een echte Française. Vrouwelijk, chique en verzorgd, met een goed figuur en een bepaalde klasse.
Ze was verlegen, aanvankelijk vlotte het gesprek niet zo goed. Tot ik zei dat ik ook Frans sprak. Toen ging het iets beter. Onderweg naar haar huis kwamen we een gesoigneerde oudere man tegen, samen met een aantrekkelijke kleinzoon die ik later in een dure sportwagen voorbij zag rijden. “Bonjour madame Anne!” zeiden ze respectvol.
Ze opende de deur van een huis en gebaarde dat ik mijn fiets binnen kon zetten. In een halletje dacht ik, maar het bleek in een enorme tuin aan de andere kant van een gang. Een gedeelde tuin voor het hele appartementencomplex, nam ik aan. Tot ik haar volgde naar een moderne keuken en begreep dat er in dit complex geen appartementen waren, deze hele verdieping was van Anne, net als alle verdiepingen erboven.

Anne, l'ange. Foto NRC / Raoul de JongAnne, l'ange. Foto NRC / Raoul de Jong
De bovenste, inclusief badkamer en wc, was vanavond voor mij.
We dronken een glas druivensap aan de keukentafel. Ze leek net zo bang om zichzelf op te dringen als ik. Soms vielen er stiltes en dan lachten we verlegen. Ik was haar eerste couchsurfer.
Ze heeft twee kinderen. Haar dochter woont in Barcelona en couchsurft zelf vaak. Dat is de reden waarom Anne dit doet.
Ze werkt niet, al doet ze van alles. Het duurt een tijdje voordat ik begrijp dat ze nog steeds getrouwd is. Met Daniel, de eigenaar van drie garages in de omgeving.
In het oranje van de ondergaande zon maken we een wandeling langs alle mooie plekjes in het historische centrum van Beaunne. Half illegaal via poorten en deuren die leiden naar verborgen binnenhofjes. Snel doorstappend, zodat we niet worden gesnapt. Soms voelt het even alsof we vliegen.
Ik vraag Anne of ze zelf ook veel heeft gereisd. Vroeger wel, zegt ze. Een van de mooiste reizen maakte ze met vijf andere stellen, naar China. Dagenlang beklommen ze een berg, alleen om de zon op te zien komen. Net als veel Chinezen, die dat door alle smog nooit zien gebeuren. Op een koude ochtend zaten ze er dan eindelijk, gewikkeld in warme dekens, dicht tegen elkaar aan. Langzaam en statig kwam hij op en Anne werd overspoeld door een groot gevoel van geluk.

Annes tuin vanuit mijn kamer. Foto NRC / Raoul de JongAnnes tuin vanuit mijn kamer. Foto NRC / Raoul de Jong
’s Avonds ontmoet ik haar man, Daniel, die me een stoomcursus wijnproeven geeft. We eten en drinken, veel te veel, praten over politiek en over wijn. Van Anne mag ik blijven, zo lang als ik wil. En toch vertrek ik de volgende middag, nog steeds bang om me op te dringen. Anne regelt dat ik op bezoek kan bij de zus van een vriend, die viticulteur is. Ze geeft me een boek: The Wines of Bourgoundy, zodat ik alvast kan studeren. En gaat met me naar het office du Tourisme voor een map voor de volgende etappe.
Ik heb weer tranen in mijn ogen bij het afscheid. Misschien omdat ik niet snap waar ik het aan heb verdiend. Omdat ik zo veel zou willen geven, maar ik weet niet wat. Omdat ik haar niet wil achterlaten. “Au revoir,” zeg ik, geef haar onhandig een handje, niet eens een kus, fiets Beaune uit, over de stadspoort, neem een verkeerde afslag en kom daardoor in een rustige straat waar ik aan de overkant een blond meisje zie lopen.
Héél langzaam, met een hele grote rugtas. Even denk ik dat ze een scholier is, maar dan zie ik het verband om haar knieën en snap ik dat we moeten praten.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
