De crisis in Joinville
Joinville. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
La crise, la crise. Dat lijkt onverwacht een beetje het thema van deze reis. Ook al wist ik dat die crisis er was, ik wist niet hoe hij er uitzag. Ik kende hem uit de kranten en van de tv, maar in mijn eigen leven voelde ik hem niet.
Ik heb nooit veel geld gehad en daar is sinds de crisis weinig aan veranderd. Elke maand is het weer een gedoe om de rekeningen te kunnen betalen, maar arm heb ik me nooit gevoeld. Ik heb altijd kunnen doen waar ik van droomde. Ik dacht dat dat kwam doordat ik in Europa woonde. En dus verbaast het me hoeveel armoede ik hier tot nu toe heb gezien. Komt dat echt door die financiële crisis?
Na veertig kilometer lopen langs het kanaal, arriveerden we in Joinville. Misschien wel het mooiste stadje dat we tot nu toe hebben gezien. Voor het eerst leek het wat meer op Frankrijk vakantieland. Gebouwd in de zeventiende eeuw, met kleine straatjes, in een vallei. Maar ook hier weer ontbrak het leven. De paleizen van huizen die in Parijs miljoenen euro's zouden kosten, staan hier leeg en raken langzaam in verval. Met afbrokkelende façades en dichte rolluiken voor de ramen.
We sliepen bij Valérie. Een vrouw met een permanente warme glimlach, die woont in een van die paleizen, samen met haar drie puberende kinderen. Ook al waren we maar gasten van haar bed & breakfast, in de twee dagen dat we bij haar bleven, nam ze ons op in haar gezin. Ze verzorgde onze voeten, waste onze kleren, nodigde ons uit om mee te eten aan de keukentafel, vertelde over haar leven, nam ons mee naar een performance van zingende huisvrouwen en bracht ons met de auto naar Philippe, een vriend die op het terrein om zijn huis zijn droom had gerealiseerd.

Valérie, rechts achter, en haar gezin. Foto NRC / Gianluca FratantonioValérie, rechts achter, en haar gezin. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Philippe vertelde: ooit was hij kapper, toen werkte hij voor een verzekeringsmaatschappij, tot hij dacht: het volgende wat ik doen zal, zal ik doen omdat ik het leuk vind. Hij hield altijd van tuinen en dus droomde hij zijn eigen wondertuin op het stuk land rondom zijn huis, die je voor een paar euro kunt bezoeken. Iedereen verklaarde hem voor gek, want zo gaat dat, als je je eigen dromen volgt. En toch moet je ze volgen, dan gaat de rest vanzelf.

Philippe. Foto NRC / Gianluca FratantonioPhilippe. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

De wondertuin. Foto NRC / Gianluca FratantonioDe wondertuin. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Voor Joinville leek de droom te ontbreken. Joinville was een culturele vide, zeiden onze nieuwe vrienden. Het framework is er, maar de invulling niet. Daarvoor was het nodig dat de mensen samen komen en dat doen ze niet.
Dat is iets wat ik sinds ik begon met lopen overal heb gehoord: we willen er wel wat van maken, maar de buren willen het niet. De buren zijn gesloten. Terwijl wij overal alleen maar mensen tegenkomen die ons, wildvreemden in vieze stinkende kleren, met open armen en overrompelende liefde ontvangen. Hoe kan dat?
Net als alle vorige keren, krijg ik ook deze keer weer tranen in mijn ogen tijdens het afscheid.
We zijn van Valérie gaan houden alsof ze familie is. Ondanks het leeftijdsverschil, de taalbarrière en de volledig verschillende achtergrond, in amper twee dagen tijd. Voor ik aan deze reis begon wist ook ik niet dat dat mogelijk was, ik had geen idee. En misschien zegt dat iets over de werkelijke crisis waar we in verkeren: God bestaat niet, de kerken zijn gesloten, het dorpsplein blijft leeg en de enige plek waar we onze buren ontmoeten is De Supermarkt. We denken allemaal dat we alleen zijn en dus dromen we niet samen. Zou dat, en niet het gebrek aan geld zelf, niet zijn wat het gebrek aan geld hier zo armoedig maakt?

Zingende huisvrouwen. Foto NRC / Gianluca FratantonioZingende huisvrouwen. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

met Elfie, de hond. Foto NRC / Gianluca Fratantoniomet Elfie, de hond. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
